In het Groningse Delfzijl zal straks op industriële schaal sloophout worden omgezet in groen gas. Het energiebedrijf achter die ambitie, EemsGas, maakte donderdag bekend dat het bijna 150 miljoen euro subsidie van de overheid ontvangt om de plannen te realiseren.
EemsGas, een joint venture van staatsbedrijf Gasunie en duurzame brandstoffenleverancier Perpetual Next, werkt niet ver van het noordelijkste puntje van Nederland aan een fabriek die vanaf 2029 jaarlijks 18 miljoen kubieke meter biomethaan moet leveren. Dat is een alternatief voor aardgas, dat wordt gemaakt van organisch afval en houtresten. Eenmaal operationeel, wordt het de grootste biomethaan-fabriek van Nederland.
‘Rotterdam van het Noorden’
Er gebeurt nog veel meer in het ‘Rotterdam van het Noorden’, zoals Delfzijl vanwege de diepe band met de zee en de grote chemische industrie wordt genoemd. Zo’n 18 miljoen autobanden worden er straks jaarlijks gerecycled tot bruikbare nieuwe grondstoffen zoals carbon black, nafta en brandstoffen voor de scheepvaart. Het Britse Circtec opende dit jaar de deuren van de hypermoderne pyrolysefabriek in Delfzijl.
Een andere speler van formaat is Avantium, dat kan doorstomen nu de problemen met de in 2024 geopende fabriek zijn opgelost. Het biotechnologiebedrijf produceert FDCA, een grondstof voor het biobased en recyclebare plastic, en verwacht vanaf dit najaar te kunnen gaan leveren. Ruim twintig klanten hebben zich al gemeld, zegt ceo Tom van Aken tegen Dagblad van het Noorden.
Lees ook: In Brabant verrijst het Silicon Valley van de plantaardige chemie
Met net zoveel belangstelling wordt gekeken naar BioBTX dat een technologie ontwikkelt om plastic afval en biomassa chemisch te recyclen tot aromatische chemische bouwstenen, zoals benzeen, tolueen en xyleen.
Verder bouwt SkyNRG op dit moment een fabriek die afvaloliën, vetten en andere reststromen omzet in biokerosine voor de luchtvaart. En Resilicon wil in Delfzijl een fabriek neerzetten voor duurzame productie van ultrazuiver silicium, voor toepassingen in zonnepanelen, batterijen en computerchips.
Hotspot voor circulaire verdienmodellen
Het is een cocktail van factoren die maakt dat het noordelijk havengebied interessant is voor nieuwe bedrijven met een circulair verdienmodel, zegt Sten Wennink, directeur Samenwerkende Bedrijven Eemsregio (SBE). ‘In de eerste plaats is hier ruimte, zowel fysiek als qua geluids- en milieunormen. Daarnaast heeft de regio een goede energie- en industriële infrastructuur. En de toegang tot de zeehaven maakt de plek van oudsher aantrekkelijk.’
Maar misschien nog wel belangrijker is de uitgesproken ambitie van de regio om zich te profileren als broedplaats voor de nieuwe economie. Wennink: ‘De regio zet sterk in op vergroening, circulaire ketens, elektrificatie en het gebruik van reststromen als grondstof.’ Havenbedrijf Groningen Seaports, gemeente Eemsdelta, provincie Groningen en de NOM, de regionale ontwikkelingsmaatschappij; allemaal scharen ze zich achter dezelfde groene koers.
Ook is er volgens Wennink een goede samenwerking met kennisinstellingen. Het mbo richt zich sterk op het opleiden van operators, het hbo op het opleiden van medewerkers en toegepast onderzoek. En de universiteit pakt een rol bij fundamenteel onderzoek in spin-offs zoals pilot- of demo-installaties. ‘De verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de nieuwe economie valt niet bij één partij. Iedereen heeft er belang bij, van havenbedrijf, tot provincies en bestaande bedrijven. Dus iedereen moet bijdragen.’
Uitdagingen voor industrie
Veel grote industrie- en havenclusters kwamen de laatste tijd in het nieuws doordat fabrieken juist hun bouwplannen staakten. In Rotterdam sloten de fabrieken van LyondellBasell en Tronox, en bliezen Shell en BP hun plannen voor duurzame brandstoffen af.
Chemelot in Limburg nam afscheid van Fibrant en Vynova en Amsterdam verloor in 2024 onder andere de prestigieuze plasticrecycler Umincorp. In het kielzog van Umincorp gingen nog zeven andere plasticrecyclers failliet.
Lees ook: Waarom Shell, BP en UPM geen biobrandstof willen maken in Rotterdam
Het is te kort door de bocht om te stellen dat al deze bedrijven om dezelfde redenen gestopt zijn, maar de verklaringen die vaker terugkwamen waren oneerlijke concurrentie uit Azië, hoge energiekosten en trage vergunningsprocedures. Het zijn uitdagingen die ook de bedrijven in de Eemsregio niet vreemd zijn, weet Wennink. Ook in Delfzijl geldt dat bedrijven afwachtend zijn met het nemen van definitieve investeringsbesluiten.
‘Startende fabrieken hebben last van synchronisatieproblemen’, zegt hij. ‘Voor een bedrijf moet namelijk veel tegelijkertijd op orde zijn voordat het kan beginnen. De financiering moet rond zijn, maar tegelijkertijd moeten bijvoorbeeld ook energievoorzieningen en vergunningen beschikbaar zijn tegen de tijd dat de fabriek klaar is.’
Daarbij geldt ook voor de Eemsregio dat het personeelsvraagstuk een uitdaging is. Groningen was vorig jaar de enige provincie in Nederland waar het aantal inwoners is gedaald. Dat komt omdat veel jongvolwassenen de stad na hun studie verlaten. Wennink: ‘Als één element nog onzeker is, kan dat een finale investeringsbeslissing uitstellen.’
Mogelijkheden voor waterstof
Binnen het duurzame cluster is er veel discussie over de kansen van waterstof. Begin dit jaar werd bekend dat het Noorse Equinor de bouw schrapt van een blauwe waterstoffabriek met CO2-afvang in de Eemshaven. Onduidelijk beleid en het ontbreken van financiering deden het project de das om, aldus de woordvoering.
Toch ziet Wennink nog steeds een rol voor waterstof in het havengebied. ‘Waterstof als brandstof is op dit moment te duur. Maar als energiedrager, bijvoorbeeld voor opslag van energie of feedstock, geloof ik er nog steeds sterk in. Wat we daar voor nodig hebben is synchronisatie van de vier pilaren van waterstof: productie, vraag, infrastructuur en opslag.’
Verder zijn de opkomende circulaire bedrijven voor Wennink reden genoeg om optimistisch te blijven. ‘Extra mooi vind ik het als bedrijven zich in de regio ontwikkelen. Bijvoorbeeld als een idee aangetoond wordt op de universiteit, vervolgens een pilot plant bouwt in de regio en daarna wil doorgroeien naar een pilotfabriek of demonstratiefabriek hier in Delfzijl. BioBTX is daar een voorbeeld van.’
Net zo te spreken is hij over de inzet op offshore wind. ‘In de Eemshaven zitten nu al prachtige bedrijven die zich met de bouw van windparken en onderhoud van windmolens bezighouden. In de toekomst komt hier ook recycling en ontmanteling bij. De hele keten is hier straks aanwezig.’
Strategische autonomie
Maar de regio moet het niet alleen hebben van nieuwe veelbelovende bedrijven. Om te zorgen dat de industrie in de toekomst ook nog bestaat moeten we bestaande bedrijven beschermen, zegt Wennink. ‘Als we hier geen duurzame industrie hebben, worden producten ergens anders gemaakt, vaak onder slechtere omstandigheden. Daarnaast is onze strategische autonomie belangrijk. Europa wil minder afhankelijk zijn van andere delen van de wereld voor belangrijke grondstoffen en producten.’
Tegelijkertijd kan het omvallen van een gevestigde naam gevolgen hebben voor het hele ecosysteem eromheen. Zo’n cruciale speler is zoutwinner Nobian. In februari moest het bedrijf de verduurzamingsplannen ter waarde van 460 miljoen euro in de ijskast zetten omdat de verlenging van de vergunning voor zoutwinning door de provincie onder druk staat.
Nobian produceert niet alleen zout, chloor, natronloog en waterstof, maar ook stoom, elektriciteit en water. Tegen Industrielinqs zegt het bedrijf dat het hele bedrijvencluster rond het bedrijf zou omvallen als Nobian wordt gedwongen te stoppen. ‘Als we tegelijk welvaart willen behouden én de wereld duurzamer willen maken, dan moeten we cruciale industrie behouden’, zegt Wennink. ‘Zonder bestaande industrie kun je niet vergroenen.’
Dit artikel verscheen oorspronkelijk op Change Inc.



