Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

‘Niet je etalage, maar je toegevoegde waarde bepaalt je reputatie’

Je reputatie heeft niets te maken met je marketing of reclame, stelt Remco Claassen. Het gaat erom hoe je waarde toevoegt.

remco claassen
Je leest nu: ‘Niet je etalage, maar je toegevoegde waarde bepaalt je reputatie’

Sorry voor deze column. Echt waar, lezer: sorry. Ik begon eraan met goed gemoed, maar nu terugkijkend op het resultaat is het denk ik het zuurste stukje dat ik ooit heb geschreven.

Een goede naam

Het thema ‘reputatie’ geeft hier op zich totaal geen aanleiding toe. Ik bedoel: waar gaat het over? Een goede naam hebben, je faam of achting, de hoedanigheid waaronder je bekend staat. Geen onderwerp met een nare connotatie, maar gaandeweg de voorbereiding verbitterde ik met de minuut.

Het begon toen ik momenten memoreerde waarop ik met klanten en cursisten sprak over hun reputatie of die van hun organisatie. Die gesprekken gingen heel snel over marketing en reclame, ontdekte ik. Over wat er op je LinkedIn-profiel staat of hoe je je bedrijf in de diverse al dan niet sociale media positioneert.

Het ging mis in mijn kop

Maar volgens mij moet het daar helemaal niet over gaan. Je reputatie is niet de manier waarop jij jezelf in de etalage zet, je reputatie is hoe anderen over jou spreken. En toen ik daarover nadacht, ging het mis in mijn kop. Ik probeerde te denken aan positieve ervaringen die ik de afgelopen jaren heb gehad. Bedrijven die bij mij een positief gevoel hebben achtergelaten. Het lukte me niet er eentje te verzinnen.

Wat me wél te binnen schoot, waren de vele ‘dienstverleners’ die me negatief hebben verrast. Aannemers die me met duizenden euro’s projectoverschrijding confronteren en als verdediging verwijzen naar de incompetentie van een collega (onder-)aannemer. Een tuinder die, bij een partij duurbetaalde edoch dood uitziende boompjes, over de bast krabt en zegt: ‘Niets aan de hand hoor, zit nog zat leven in’.

Weet je wat ík wil met een tuin? Dat zelfs een complete leek vanaf een afstand ziet dat-ie gezond is. Ik wil niet met m’n visite al bastkrabbend van boom tot boom lopen uitleggen dat deze dode dingen eigenlijk springlevend zijn. Een doktersassistente die me het gevoel geeft dat ik haar lastigval als ik een vraagje heb over een bijsluiter. En waarom voel ik me meteen een lastige zeikouder als ik een leraar ter verantwoording roep over een onterechte onvoldoende voor mijn kind?

In het juiste gat geduwd?

Aannemers, verras me eens met: ‘Sorry meneer, het is al klaar én goedkoper dan we verwachtten’. Hoveniers: luister naar mijn grieven en geef me geen biologieles. Sterker nog: vervang op eigen kosten die zombieflora en je hebt aan mij een klant voor het leven. Doktersassistenten; bel eens uit eigen initiatief terug met de vraag of ik die pillen wel in het juiste gat heb geduwd. En wat zou het toch fantastisch zijn als je als ouder sommige leraren het gevoel kon geven dat als ze zich niet snel aanpassen ze een klant (of mooier nog, hun baan) kunnen verliezen.

Uiteindelijk blijft maar één ding als een paal boven water, in welke branche je ook opereert: niet hoe je jezelf in de etalage zet, maar de waarde die je toevoegt bepaalt uiteindelijk je reputatie!