Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Tweede Kamer wil meer energie uit water, dat is goed nieuws voor startups

Begin deze maand maand nam de Tweede Kamer drie moties aan die de regering verplicht meer in te zetten op energie uit water. Startups experimenteren hier al volop mee. 'Wel hebben we een staatssecretaris nodig die zegt: “Ja, dit willen we”.'

SeaQurrent
Je leest nu: Tweede Kamer wil meer energie uit water, dat is goed nieuws voor startups

De dramatische overstromingen in Limburg, Duitsland en België onderstrepen nog maar eens wat we eigenlijk al lang wisten: verduurzamen we niet sneller, dan stevent onze wereld af op een toekomst vol dergelijke, vaker voorkomende klimaatrampen. Voor Nederland is de situatie in het bijzonder precair, omdat tweederde van ons land onder zeeniveau ligt.

Energie uit water

Hoog tijd daarom voor een staaltje omdenken: kunnen we water ook gebruiken om die gewenste verduurzaming op gang te brengen? Met andere woorden: kunnen we er duurzame energie mee opwekken? Jazeker, uit de stromende kracht van water kun je elektriciteit halen. Bijvoorbeeld uit rivieren, golven of eb en vloed-overgangen.

Startups experimenteren hier al volop mee. Neem bijvoorbeeld de Friese startup SeaQurrent, die een onderwatervlieger (foto boven) ontwikkelt die getijdenenergie omzet in stroom. Momenteel test het bedrijf zijn innovatie op Ameland. Energie uit water is nu nog maar goed voor enkele procenten van de groene stroomvoorziening in Nederland, maar uit een rapport van de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer uit 2019 bleek dat dit kan groeien naar 10 procent.

Lees terug: Hoe startups de Waddeneilanden fossielvrij willen maken

Aangenomen moties

Het kabinet zag tot dusver weinig in energie uit water, omdat het nog duurder is dan wind- en zonne-energie. Het zal velen ontgaan zijn, maar op 8 juli nam de Tweede Kamer drie moties aan die de regering verplicht om tóch in te zetten op energie uit water. De eerste aangenomen motie, afkomstig van van GroenLinks-kamerlid Tom van der Lee, verplicht de regering zich verder te verdiepen in deze duurzame energievorm. Is dit op een ‘kostenefficiënte’ wijze toe te passen, dan moet de regering overwegen deze energievorm te gebruiken als bouwsteen voor onder meer het Klimaatakkoord. 

Een tweede aangenomen motie, van onder anderen SGP-Kamerlid Chris Stoffer, verplicht de regering zich in te zetten voor een innovatieprogramma voor energie uit water. Er moeten grootschalige demonstratieprojecten voor komen en de regering moet hier Europese financiering voor aantrekken. De laatste aangenomen motie, van onder anderen ChristenUnie-Kamerlid Pieter Grinwis, verplicht de regering onderzoek te doen naar de potentiële opbrengst van een zogenoemde Dynamic Tidal Power-energiedammen in zee. Deze techniek zou potentieel kunnen voorzien in de helft van onze vraag naar elektriciteit.

‘Jonge sector’

Het feit dat deze drie moties zijn aangenomen, enthousiasmeert Sander des Tombe (foto rechts). Hij werkt bij branchevereniging voor energie Ocean Energy Europe (OEE) en is hiervoor gestationeerd bij het Dutch Marine Energy Centre (DMEC), een Scheveningse accelerator voor startups die energie uit water halen. ‘Het is een hele jonge sector, met veel startups door heel Nederland. Wind en zon zijn al best vergevorderde projecten en technieken, maar hier hebben we nog meer te maken met de innovatiekant.’ 

Volgens Des Tombe leent Nederland zich uitstekend voor energie uit water. ‘Je hebt hier ondernemers, onderzoeksinstellingen en een sector die eerst vol inzette op olie gas, maar nu op zoek is naar nieuwe markten. Bovendien is Nederland heel exportgericht, dus we kunnen deze technieken ook internationaal vermarkten.’

‘Integrale aanpak nodig’

Wel moet de subsidieregeling voor dit type startups eenvoudiger worden gemaakt, denkt Des Tombe. ‘Het draait niet per se om meer geld. Het gaat er meer om dat er een integrale aanpak komt, waarbij het geld niet uit allerlei potjes komt, maar uit één bron.’ Nu wordt energie uit water nog als ‘cross-over’ gezien, merkt Des Tombe. ‘De ene keer valt het onder de subsidieregelingen voor energie, dan weer onder die voor water.’ Je moet daarvoor verschillende aanvragen doen die extra tijd vergen, aldus Des Tombe. ‘Ook sta je hierdoor minder hoog op het prioriteitenlijstje. Als je op ieders lijstje staat, kun je wel eens gemakkelijker van het kastje naar de muur worden gewezen.’

We hebben vergunningen en locaties nodig

Daarnaast wijst hij erop dat de regering actief vergunningen moet uitzetten voor de sector en gebieden moet aanwijzen om met energie uit water te experimenteren. ‘De Europese Commissie heeft een doelstelling om in 2025 100 megawatt vermogen uit golf- en getijdenenergie te halen. In Nederland kunnen we daar als sector 30 megawatt van klaarspelen, maar dan hebben we wel vergunningen nodig, locaties en een staatssecretaris die zegt: “Ja, dit willen we”. En dan niet alleen omdat we die 30 megawatt niet anders kunnen invullen, maar ook omdat het innovatief is, goed is voor lokale economieën en exportkansen oplevert.’ Ook handig, zo legt Des Tombe uit: je kunt dit soort systemen makkelijk inbouwen bij bijvoorbeeld bruggen, dammen of windparken op zee.

‘Kansen voor Nederland’

30 megawatt in 2025 is weinig, realiseert Des Tombe zich, ‘maar dat is omdat de techniek nog in de ontwikkelfase zit. Uiteindelijk zal het in kustprovincies een heel relevante bijdrage kunnen leveren aan de energiemix. In Zeeland zou het zelfs goed kunnen worden voor 100 procent van de energievoorziening. Nationaal zal het om een klein deel van de energiemix blijven gaan, maar wereldwijd kunnen we hiermee een nieuwe markt aanvoeren. Er liggen dus kansen voor Nederland.’

En de vissen?
Grote waterkrachtcentrales zijn funest voor vissen. Zo bleek uit onderzoek in opdracht van Rijkswaterstaat dat de turbines van de waterkrachtcentrales van Vattenfall en RWE liefst 40 procent van de grote alen verpulveren. Van de grote zalmen en zeeforellen sneuvelt meer dan 10 procent. Oude industrie, aldus Des Tombe, die stelt dat dit niet opgaat voor golf- en getijdenenergie: ‘Rijkswaterstaat hanteert op dit moment strenge eisen aan de visveiligheid bij nieuwe projecten, ook in rivieren. Nieuwe eisen stellen dat in rivieren bijvoorbeeld niet meer dan 0,1 procent van de vissen beschadigd mogen worden.’ Hij wijst op internationaal onderzoek, waaruit blijkt dat er bij golf- en getijdenenergie op zee zelfs geen botsingen met zeedieren plaatsvinden. ‘Monitoren blijft natuurlijk belangrijk. Hierbij kijken onderzoekers bijvoorbeeld ook naar hoeveel geluid de projecten onder water veroorzaken. Vooralsnog blijkt dit zeer weinig te zijn. Het is niet te vergelijken met het heien dat nodig is voor het plaatsen van windturbines.’