Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

5 Duitse problemen waar Nederlandse startups een antwoord op hebben

In Duitsland moet het roer om. Het bekende begrip Energiewende is inmiddels aangevuld met Digitale Wende, Verkehrswende, Klimawende, Agrarwende en Pflegewende. Ook nieuw: innovatie van onder meer Nederlandse startups is welkom.

5 Duitse problemen waar Nederlandse startups een antwoord op hebben
Getty Images
Je leest nu: 5 Duitse problemen waar Nederlandse startups een antwoord op hebben

Te weinig laadpalen, medische gegevens die verdwijnen doordat artsen data overtikken van een faxbericht, een groeiend tekort aan vakmensen in de industrie, machines die niet onderling kunnen communiceren en een overheid waar een muffige dossierkast nog het kloppende hart van de organisatie is.

Hoe groot de onvrede is, verwoordt journalist Stefan Hajek van WirtschaftsWoche onlangs op Twitter. “16 jaar Merkel: economische afhankelijkheid van China, qua energie afhankelijk van Rusland, militair afhankelijk van de Verenigde Staten. De Energiewende is afgeremd, infrastructuur kapot, de Bundeswehr kapot, onderwijs en de zorg zijn verrot, de digitalisering is ergens vastgelopen in een faxmachine.”

Duitsland op zoek naar frisse wind

Duitsland barst van de problemen en is zich hiervan steeds meer bewust. De titel van het regeerakkoord van de regering Olaf Scholz luidt dan ook ‘Durf meer vooruitgang te boeken’. De tijd dat de Duitsers het zich konden veroorloven om oplossingen enkel in eigen land te zoeken, is voorbij.

Er is op veel terreinen frisse wind nodig, zoals innovatie van startups. Die komen allereerst vooral uit Duitsland zelf, maar er zijn ook kansen voor ideeën uit buurlanden zoals Nederland. Voorbeelden als Picnic en Coolblue laten zien dat goede Nederlandse ideeën kans van slagen hebben in Duitsland. Met hulpprogramma’s en financiering, krijgen startups bovendien de kans om de eerste stappen te zetten op de Duitse markt.

Bewezen verdienmodellen

De Duitse problemen verschillen misschien op het eerste gezicht niet zoveel van Nederlandse uitdagingen. Maar in een aantal gevallen deed het probleem in het kleinere Nederland al eerder pijn, waardoor er al meer ervaring is met het bedenken en toepassen van oplossingen. Met een bewezen verdienmodel, betrouwbare data en aanpassingsvermogen, maken deze bedrijven een kans in Duitsland.

In het coalitieakkoord van de nieuwe Duitse regering worden met name e-mobility, e-health, smart industry, agritech en energie als terreinen genoemd waar Duitsland stappen wil maken.

Lees ook: Hier kunnen startups aankloppen als ze de Duitse markt op willen

5 sectoren waar innovatieve startups welkom zijn:

1. E-mobility

Toen Tesla in 2010 naar de beurs ging, hadden Duitse autofabrikanten nog zo’n rotsvast vertrouwen in de dieselmotor, dat Volkswagen in de Verenigde Staten adverteerde met Clean Diesel. Dat imago ging in 2015 in duigen met Dieselgate, dat een keerpunt bleek te zijn voor e-mobility.

Herbert Diess, de huidige CEO van VW, geldt als een e-mobility-evangelist in dieselminnend Duitsland. Geen andere traditionele fabrikant heeft zo radicaal het roer omgegooid, al is de achterstand op Tesla nog lang niet ingelopen. Het bedrijf van Elon Musk heeft onlangs zijn Gigafactory geopend bij Berlijn, waar de Amerikanen jaarlijks 500.000 stekkerauto’s willen produceren. Dat doet toch wel een beetje pijn in het land waar de verbrandingsmotor is uitgevonden.

In het Duitse regeerakkoord staat de ambitie dat in 2030 maar liefst 15 miljoen elektrische auto’s op de weg rijden. Dat zijn er ongeveer 15 keer zo veel als nu. Per 2035 zijn alleen nog emissievrije auto’s toegestaan. Dit betekent ook dat er in 2030 een miljoen publieke laadpalen nodig zijn.

Fastned Duitsland
Aanbieder van snelladers Fastned bundelt in Duitsland zijn krachten met supermarktketen REWE.

Nu al zijn diverse jonge Nederlandse bedrijven de Duitse markt aan het verkennen wat ze hier met hun ervaring kunnen. Denk aan aanbieders van laadpalen en ontwikkelaars van gerelateerde apps.

Op dit moment telt Amsterdam meer laadpalen dan heel Duitsland. Dat betekent dat veel Nederlandse ervaring geëxporteerd kan worden. De verandering in Duitsland gaat snel nu je bij de aankoop van een elektro-auto tot 9.000 euro premie krijgt, en fabrikanten met steeds betere modellen komen die automobilisten over hun stekkerangst moet helpen.

Ook buiten de personenauto moet er in het Duitse verkeer de komende jaren veel veranderen. In het regeerakkoord staat de ambitie dat goederenverkeer op het spoor in 2030 met 25% moet zijn gestegen. Emissievrije stadslogistiek kan rekenen op financiële steun en op symposia over fietsen, infrastructuur, bruggen en leefbaarheid in de stad, krijgen Nederlandse experts en startups uitnodigingen.

2. E-health/Medtech

Vlak voor de coronacrisis begon Duitsland aan een offensief om de gezondheidszorg te digitaliseren. Zo zijn de regels voor het toelaten van health apps flink versoepeld, ook Nederlandse aanbieders kunnen hun apps na een verkorte procedure registreren in Duitsland, zodat ze worden vergoed door de zorgverzekering. De eerste pioniers doen al mee.

Wat dieselgate is voor de auto-industrie, is de coronapandemie voor de zorg. Alleen al bij het verzamelen van de landelijke besmettingscijfers gaat het hopeloos mis. Lokale GGD’s voerden de aantallen in een softwaresysteem in, om het vervolgens te printen en te faxen. Waarop een medewerker van de regionale GGD de cijfers weer kon invoeren, printen en faxen. Het bleek een van de meer onschuldige voorbeelden van hoe digibeet de Duitse zorg nog altijd is.

Inmiddels zijn zorgbestuurders er wel van overtuigd dat digitalisering de zorg een stuk weerbaarder maakt in crises. Voor corona werd gedacht dat Duitse patiënten huiverig zouden zijn voor e-health. Dat miljoenen Duitsers de corona-app hebben gedownload, maakt de drempel lager voor andere apps.

Ook de invoering van het elektronisch patiëntendossier kijkt ondanks enkele privacy-hobbels hiermee dichterbij te komen. Grote trends zoals vergrijzing, krimpregio’s op het platteland, tekorten aan zorgmedewerkers, een groeiende regeldruk en de daarmee stijgende kosten, dwingen de Duitse zorg om alleen maar sneller te digitaliseren.

Het doorslaande succes in mRNA-technologie met de ontwikkeling van het eerste coronavaccin door Biontech, stimuleert Duitsland om de medische regio rond Mainz te versterken. Hier ontstaat nu al een nieuw netwerk van jonge bedrijven in de medisch technologische en farmaceutische industrie.

3. Smart Industry

Hoe snel kan ‘Made in Germany’ omschakelen naar het digitale tijdperk? De Duitse welvaart leunde de afgelopen jaren zwaar op de export van Duitse machines en voertuigen. Maar dat deden ze voor een groot deel met machines die nog niet met elkaar communiceren en via toeleverketens die niet digitaal met elkaar verbonden zijn.

De term Industrie 4.0 stamt uit Duitsland, maar in hoeveel fabriekshallen wordt het al omgezet? De Duitse regering investeert daarom miljarden in sleuteltechnologieën zoals kunstmatige intelligentie, quantumtechnologie en blockchain-technologie. Via wetenschappelijke instituten, spin-offs en clusterregio’s zoals in het topcluster OWL rond Bielefeld is er ook een nauwe samenwerking met Mittelstand-reuzen zoals Miele en Dr. Oetker.

Miele
Het hoofdkantoor van Mittelstand-reus Miele in Gütersloh.

De SmartFactory-KL in Kaiserslautern geldt in Duitsland als de fabriek van de toekomst, waar ook Nederlandse innovatie aanhaakt. Hier werken wetenschappers, startups en ondernemers samen aan een digitaal industrieel netwerk op Europese schaal.

Tegelijk kent Duitsland wifi-woestijnen en ‘Funklöcher’, waar mobiel internet nog altijd ondermaats of zelfs afwezig is. Net als de voorgaande regeringen, heeft het huidige kabinet de droom om overal glasvezelverbindingen aan te leggen. Buiten de grote steden lijkt dit vaak ver weg, wat ten koste gaat van de lokale industrie.

De Hannover Messe is de grootste industriebeurs ter wereld en trekt dit voorjaar ook Nederlandse startups die op deze gebieden oplossingen aanbieden.

4. Agritech

Een allesbepalende crisis zoals in de zorg en in de auto-industrie heeft de agrarische wereld misschien nog niet doorgemaakt. Toch maakt de klimaatcrisis ook Duitsland duidelijk dat het roer om moet, zo meldt het ministerie van Landbouw.

Data gaan in deze Agrarwende een grote rol spelen. Om deze reden zijn diverse Duitse delegaties in Nederland op bezoek geweest om de laatste ontwikkelingen in precisielandbouw te volgen.

Daarnaast wordt in de Duitse voedselketen traceerbaarheid steeds belangrijker, nog dit jaar wil het ministerie van Landbouw hier afspraken over maken met de levensmiddelenindustrie. De consument moet kunnen weten waar een product precies vandaan komt, ook als het bijvoorbeeld is geïmporteerd uit Nederland. Met AI en blockchain wordt elk product rijker gemaakt met data, ook als het de grens over gaat.

In 2023 presenteert de Duitse overheid een strategie om kinderen gezonder te laten eten en meer te laten bewegen. Nu al vinden veel Nederlandse voedselinnovaties hun weg naar Duitse supermarkten, kantines en bijvoorbeeld ziekenhuizen. Voor producenten van biologische, vegetarische en veganistische producten is Duitsland als grootste consumentenmarkt van Europa bijzonder aantrekkelijk.

Ook mechanische oplossingen zijn nodig. Zo wordt bijvoorbeeld eind 2023 glyfosaat verboden. Door dit verbod moeten boeren teruggrijpen op alternatieve beschermingsmiddelen of is de inzet van robots.

Die robots zijn ook nodig om het werk van de steeds moeilijker te krijgen seizoenarbeiders over te nemen. Vanuit Nederland zetten al enkele startups met oogstrobots hun eerste stappen op de Duitse markt.

5. Energie

De energiesector heeft met de Russische invasie in Oekraïne een eigen ‘dieselgate’. Voor Duitsland komt dat bijzonder slecht uit in het jaar dat de laatste kerncentrale dicht gaat en het land meer dan de helft van de gasimport uit Rusland haalt.

Toch blijft de ambitie overeind dat Duitsland in 2030 voor 80% op duurzame energie moet draaien. Nu is dat nog 42%. Vijf jaar later moet het zelfs 100% zijn. Binnen de regering, wetenschap en het bedrijfsleven wordt dus koortsachtig nagedacht over oplossingen.

Hydron Energy
Het Nederlandse Hydron Energy, dat waterstof maakt met behulp van offshore windparken en zeewater, werd vorig jaar overgenomen door het Duitse Schaeffler.

Zeker op het gebied van zonne-energie en windenergie heeft Duitsland veel ervaring, en zijn er diverse interessante startups en scale-ups actief. Toch is er veel input nodig op het gebied van flexibel netbeheer. Daarnaast worden rondom waterstof nu diverse Duits-Nederlandse projecten opgezet.

Een andere recente kans is de bouw van een grote batterijfabriek net over de grens in Münster die in 2025 klaar moet zijn. Het ecosysteem dat hier ontstaat, is open voor Nederlandse startups die willen aanhaken bij nieuwe projecten of bijvoorbeeld hun ideeën willen testen.

In het Duitse regeerakkoord wordt in het hoofdstuk over energiebesparing in de bouw de Nederlandse aanpak in modulair bouwen en gebouwsanering als voorbeeld genoemd. Nu ook Duitsland ineens snel van het gas af wil, worden Nederlandse oplossingen interessant.

Digitalisering

In al deze sectoren loopt digitalisering als rode draad naar de oplossingen. Maar ook in 2022 moeten de pleitbezorgers nog veel geduld meenemen. Zo noemde de landelijk minister van Verkeer en Digitalisering het onmogelijk om een maximum snelheid op de Autobahn in te voeren, omdat Duitsland niet genoeg borden op voorraad heeft. En Berlijnse agenten moeten sinds enkele weken verplicht hun formulieren dubbelzijdig printen omdat papier schaars is geworden.

Ook binnen de overheid, onderwijs, veiligheidsdiensten, justitie, financiële dienstverlening en andere branches is digitalisering in Duitsland nog hard nodig. Het grootste verschil met voorgaande jaren is dat nu ook leidinggevenden steeds vaker overtuigd zijn dat het zo niet langer kan.

Binnen Duitsland zelf ontstaan hierdoor veel nieuwe initiatieven en er is al veel kennis in huis. In grote steden als Berlijn, München, Frankfurt en Hamburg zetten startup-ecosystemen veel in beweging. Toch blijkt er ruimte te zijn voor Nederlandse techbedrijven, vooral wanneer ze zich in eigen land al hebben bewezen.