Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Hoe het ooit zo grauwe Rotterdam uitgroeide tot startup-metropool

Stond Rotterdam jarenlang bekend als grauwe industriestad, de laatste jaren groeide het uit tot hippe metropool die talloze startups aantrekt. Wat verklaart de opkomst van Rotterdam en dreigt de stad niet aan zijn eigen succes ten onder te gaan? Een reportage over zakendoen in de Maasstad.

Jelmer Luimstra
Je leest nu: Hoe het ooit zo grauwe Rotterdam uitgroeide tot startup-metropool

De in Den Haag geboren Vincent Karremans verhuisde in 2005 naar Rotterdam. Toen hij er in 2012 zijn recruitment-startup Magnet.me vestigde, kreeg hij telkens weer dezelfde vraag: zitten jullie nog steeds in dat grauwe Rotterdam? Wanneer verkassen jullie nou eindelijk eens naar Amsterdam?

De laatste jaren krijgt hij die vraag niet meer. ‘Rotterdam is cool geworden en daardoor geaccepteerd als startupstad’, zegt de ondernemer, zittend in zijn Rotterdamse kantoor in Het Industriegebouw, dat ruimte biedt aan ruim 200 bedrijven. Hier, vanaf de zesde verdieping kijkt hij uit over de stad, waar de ene na de andere kolossale woontoren uit de grond wordt getrokken. ‘De huurprijzen waren hier lange tijd nog veel lager dan in Amsterdam en het culturele leven kwam ook op. We kregen steeds meer kroegen en festivalletjes. Dat trekt mensen aan.’

Startup Hotspots
Dit is de eerste aflevering van de rubriek Startup Hotspots, waarin MT/Sprout de belangrijkste startup-regio’s van Nederland bezoekt. Alle toekomstige edities zullen hier te vinden zijn.

En dus ook startups, zo blijkt. Anno 2021 telt de stad ruim 1.600 start- en scaleups, zo valt op te maken uit cijfers van Dealroom. In 2019 waren dat er nog circa 800, aldus het aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit verbonden Erasmus Centre for Entrepreneurship (ECE). Rotterdamse startups vertegenwoordigen een gezamenlijke marktwaarde van 3,2 miljard euro, terwijl ze in 2015 gezamenlijk niet verder kwamen dan 217 miljoen euro. Het was dat jaar, 2015, dat Rotterdam door de toonaangevende reisgids Lonely Planet werd getipt als te bezoeken stad. Startups hebben dat advies, al dan niet bewust, ter harte genomen, zo blijkt.

Startup-minnende wereldstad

De aantrekkingskracht van Rotterdam op startups schrijft ECE-directeur Martin Luxemburg ten dele toe aan de bekendheid van hoofdstad Amsterdam, hemelsbreed zo’n 60 kilometer noordelijker. ‘Amsterdam is in het buitenland bekender. Dat trekt bedrijven aan, wat ook zijn effect heeft op Rotterdam.’ De Zuid-Hollandse metropool wist zich de afgelopen jaren bovendien veel beter op de kaart te zetten als startup-minnende wereldstad, beargumenteert Luxemburg. ‘Architectonisch en cultureel is de stad vernieuwend en ook op het gebied van bedrijfsinnovatie gaat het goed. Bedrijven zijn beter samen gaan werken en de gemeente probeert startups te helpen bij hun groei.’

Vincent Karremans in zijn Rotterdamse kantoorpand, dat momenteel verbouwd wordt.

Karremans weet er alles van. Zijn bedrijf Magnet.me mag dan zijn uitgegroeid tot miljoenenconcern met dertig vaste medewerkers en tal van freelancers, in 2018 zag hij alsnog een gaatje in zijn agenda om ook de lokale politiek in te gaan. Hij werd fractievoorzitter voor de VVD in de Rotterdamse gemeenteraad. Karremans herinnert zich een evenement dat zijn partij dat jaar organiseerde voor toonaangevende startup-ondernemers in de stad. ‘We vroegen ze: wat zou er volgens jullie moeten gebeuren? De een wilde betere toegang tot talent, de ander zocht naar kapitaal en weer een ander maakte zich zorgen over de woningmarkt.’ 

Het leidde tot het opstellen van een heuse startup-agenda, waarvoor overheidsorganisatie Up!Rotterdam is opgericht. Deze organisatie werkt zelfs aan een internationaal startup-evenement, dat na de coronacrisis in Rotterdam moet worden gehouden. De Rotterdamse ondernemer en investeerder Ohad Gilad, die op deze avond aanwezig was, is vol verwachtingen over dit evenement: ‘Of het zoiets zal worden als The Next Web, zoals in Amsterdam? Denk eerder aan het Amerikaanse South by Southwest.’

Co-working voor techbedrijven

Gilad zit aan een picknicktafel op het dak van co-workingconcept 42workspace, waar tech-bedrijven zoals Vakanties.nl en de recent door het Zweedse Quinyx ingelijfde AI-startup Widget Brain zijn gehuisvest. Gilad en zijn compagnons richtten hun kantoorformule in 2018 op na te zijn geïnspireerd door de Amsterdamse tech-hub TQ.

‘Ook Rotterdam heeft veel tech-talent, maar het was minder zichtbaar’, zegt Gilad. ‘Wij dachten: als je het niet ondersteunt, verlaten bedrijven je stad.’ Er waren al een paar Rotterdamse co-workinginitiatieven. Bijvoorbeeld de in 2016 geopende vestiging van het Cambridge Innovation Center (CIC) in het Rotterdamse Groothandelsgebouw en het eerder aangehaalde ECE, dat al enkele tientallen startups huisvestte. Een dergelijk initiatief dat zich exclusief op techbedrijven richtte, ontbrak daarentegen nog.

Ohad Gilad op het dak van 42workspace, met op de achtergrond de stad Rotterdam die continu in aanbouw is.

Het was een uitdaging om Rotterdam ervoor klaar te stomen, herinnert Gilad. ‘Dat hele co-workinggebeuren met maandelijkse contracten, dat was nog helemaal niet bekend in Rotterdam. Het is gebruikelijk dat je hierbij faciliteiten deelt, maar iedereen zat aanvankelijk alleen maar op vierkante meters te vergelijken.’

Het balletje begon te rollen toen Gilad een paar succesvolle bedrijven binnenhaalde. Online expediteur Shypple, in 2019 Startup van het Jaar bij – toen nog – Sprout, besloot een kamertje bij 42workspace te huren, wat al snel een hele verdieping werd. Online printplatform Helloprint, dat tegenover 42workspace is gevestigd op de hoek van de hippe uitgaansstraat Witte de With, groeide rond 2018 uit zijn voegen. Ondernemer Hans Scheffer besloot een deel van zijn 200 medewerkers daarom onder te brengen bij Gilad. Toen durfden ook andere startups het aan en inmiddels huisvest Gilad 35 techbedrijven met 220 medewerkers.

Bombardementen

Hans Scheffer op het dak van het kantoor van Helloprint, dat tegenover dat van 42workspace is gevestigd.

Datzelfde Helloprint is gehuisvest in het enige pand in de straat dat de bombardementen in de Tweede Wereldoorlog heeft doorstaan, vertelt oprichter Scheffer even later vol trots als we hem in zijn kantoor opzoeken. Scheffer wijst naar een foto aan de muur die vlak na de oorlog is geschoten, waarop te zien is dat de overige huizen inderdaad zonder uitzondering met de grond gelijk zijn gemaakt.

Jarenlang zat er een bank in dit pand, vertelt Scheffer. Sinds een failliet pr-bureau het in 2014 voor nog geen 2 miljoen euro in de verkoop deed, is het pand alweer vier maal succesvol van eigenaar gewisseld. De huidige eigenaar betaalde er bijna het drievoudige voor, weet Scheffer. Het staat symbool voor de aantrekkingskracht die de stad plotseling heeft gekregen op investeerders.

De in Rotterdam geboren en getogen Scheffer zelf woont verderop in de straat en kan dagelijks lopend naar zijn werk. Dat hij in dit deel van de stad nog eens zou wonen en werken, had hij als kind nooit gedacht. ‘Rotterdam is nu hip, maar vroeger was dat heel anders. Hier, aan de Witte de Withstraat, wilde je niet dood gevonden worden. Het was er crimineel en van mijn moeder mocht ik er niet eens komen.’ 

Centrum gentrificeert

Inmiddels is het Rotterdamse centrum in treinsnelvaart aan het gentrificeren en strijkt de ene na de andere hippe startup er neer. De Helloprint-oprichter wijst dit succes toe aan de aard van de stad. ‘Rotterdam is continu bezig zichzelf opnieuw uit te vinden. Kijk maar naar alle bouwprojecten; alles in deze stad ligt altijd open. Dat zijn we gewend sinds de wederopbouw. De stad ademt daardoor vernieuwing. Alles kan hier altijd. Ga je hier met een plan naar de gemeente, dan zegt men sneller: tof, dat gaan we doen. Die mentaliteit accelereert en stimuleert het ondernemende klimaat dat is ontstaan.’

Het pand van Helloprint, aan de Witte de Withstraat. Ooit was dit een gevaarlijk stadsdeel, nu staat er een hipstercafé met palmbomen.

Voor het scouten van technisch talent kijken ondernemers hier rond op de Rotterdamse Erasmus Universiteit of de nabijgelegen TU Delft, maar zeker ook over de grens. Op de werkvloer van Scheffer lopen mensen rond uit wel 29 verschillende landen. ‘De voertaal is bij ons dan ook Engels’, benadrukt Scheffer. 

Dat laatste is ook het geval bij Gilads 42workspace. ‘Er lopen hier enorm veel nationaliteiten rond’, zegt Gilad. Gilads organisatie zit in de commissie die visa toewijst aan buitenlandse startups die naar Rotterdam willen verhuizen.

Van India tot Israël: van overal komen startups naar de Zuid-Hollandse havenstad, vertelt hij: ‘We krijgen per jaar zo’n 250 aanvragen van bedrijven. Soms zijn het internationale teams die in Rotterdam hun hoofdkantoor willen vestigen, een andere keer gaat het om bedrijven die een bijkantoor in Nederland willen of zijn het Britse bedrijven die de brexit willen ontvluchten.’

Nieuwe generatie

Een Rotterdamse ondernemer die de blik steevast op het buitenland gericht heeft, is Jarell Habets. Met zijn logistiek platform Shypple helpt hij wereldwijd import- en exportbedrijven om hun administratieve rompslomp digitaal te stroomlijnen. Er werken inmiddels zeventig man en afgelopen jaar draaide Shypple 20 miljoen euro omzet, iets wat hij dit jaar hoopt te verdrievoudigen. Nadat zijn bedrijf te groot werd voor 42workspace, besloot Habets afgelopen jaar een groot kantoorpand te huren aan de straat Vasteland. Vanaf zijn kantoorvloer op de vijfde verdieping kijken we uit over de stad. De ondernemer wijst naar een wolkenkrabber in aanbouw, de Zalmhaventoren. Habets, trots: ‘Dat wordt het hoogste gebouw van de Benelux.’

Jarell Habets in zijn nieuwe, recent verbouwde kantoorpand aan de straat Vasteland. Voorheen zetelde hij in 42workspace.

Zijn Helloprint-ondernemer Scheffer en Magnet.me-man Karremans in feite al oudgedienden, eind-twintiger Habets maakt onderdeel uit van een nieuwe generatie entrepreneurs die Rotterdam ontdekt hebben. Shypple streek pas in 2018 neer in de havenstad. Of vrienden hém weleens hebben gevraagd wanneer zijn bedrijf naar Amsterdam verhuist? Habets, verrast: ‘Welnee, nog nooit.’

Wat Habets, van origine een Brabander, als ondernemer kan waarderen aan het Rotterdamse ecosysteem is het ons-kent-ons-karakter van de stad. ‘Ik ken Hans Scheffer goed van onze tijd in 42workspace. We drinken weleens wat in de Witte de Withstraat en dan geeft hij me tips. Ruben Wieman van Oneteam groeide uit tot een ondernemersvriend en ook met Pieter Schoen (investeerder, red.) heb ik meerdere keren afgesproken. Hier in de regio word je meer gegund, heb ik het idee. Rotterdam is de underdog, in vergelijking met Amsterdam. Ik presenteer mijn bedrijf bij mensen uit de buurt dan ook altijd als Rotterdamse startup.’

Lees ook: Jarell Habets van Startup van het Jaar Shypple: ‘Executie is alles’

Stijgende huizenprijzen

Toch is het niet allemaal pais en vree in Rotterdam, benadrukt Habets. Hij wijst naar een andere nieuwbouwtoren. ‘Kijk, die appartementen gaan weg vanaf 350.000 euro en bovenin betaal je zelfs een miljoen.’ Dat is veel te duur voor jonge professionals, vindt Habets. Voor starters is het volgens hem dan ook knap lastig geworden om aan betaalbare woonruimte te komen in Rotterdam. ‘Bij ons werken mensen uit twaalf verschillende landen. We nemen geregeld softwareontwikkelaars uit andere landen aan. Voor hen is de stad nieuw, dus willen ze wonen waar het gebeurt: in het centrum. Er is daarentegen te weinig betaalbaars op de markt. Onlangs namen we nog een man aan uit Zuid-Afrika. Hij wilde het liefst in Kralingen wonen, zei hij. Nou, succes, dacht ik toen.’ 

Rotterdam bouwt woontoren na woontoren. Toch blijft er een tekort aan betaalbare woonruimte.

Klachten over het duurder worden van woonruimte, je hoort het van vrijwel alle Rotterdamse ondernemers die je zult spreken. Was de stad enkele jaren geleden nog een betaalbaar alternatief voor Amsterdam, in het eerste kwartaal van dit jaar bedroeg de gemiddelde verkoopprijs van een huis in Rotterdam ook al 360.000 euro. Het probleem wordt vermoedelijk verergerd doordat menig Amsterdamse woningbezitter verhuist naar Rotterdam, om daar zijn of haar overwaarde ten gelde te kunnen maken. 

Of de nieuwbouwplannen van de gemeente voorzien in grootse oplossingen, valt nog te bezien. Het Algemeen Dagblad meldde vorig jaar dat de helft van de te bouwen woningen duurdere huizen betreft, terwijl 30 procent middenhuur is en 20 procent sociale huur. Volgens Karremans klopt dit overigens niet en is 60 procent van de te bouwen woningen in de stad bestemd voor starters en de middenklasse. Zijn VVD pleit voor meer middenhuur en -koop, zodat starters een breder palet aan woonopties krijgen. Karremans zou dat graag ten koste laten gaan van sociale huur, omdat ‘talenten van de universiteit daar niet in terecht kunnen’. Opponenten menen dan weer dat Rotterdam, toch van oudsher een arbeidersstad, armen de stad uit jaagt door weinig sociale huur erbij te bouwen. Het is een ingewikkelde puzzel, die nog verre van gelegd lijkt te zijn.

Onvoldoende groeigeld

Een andere veelgehoorde klacht is dat er onvoldoende groeigeld beschikbaar zou zijn voor startups. Uit Dealroom-cijfers blijkt dat Rotterdam 99 investeerders huisvest, tegenover liefst 614 in Amsterdam. Rotterdamse startups kijken voor hun groeifinanciering dan ook geregeld over de grens. Zo haalde Shypple onlangs miljoenen op bij een Amerikaans/Zuid-Afrikaanse durfkapitalist en sloot Helloprint in 2017 een miljoenendeal met een Duitse investeerder. 

Er is weinig geld voor startende ondernemers, waarschijnlijk omdat er zoveel risico’s aan kleven

Gilad, die naast zijn 42workspace-activiteiten ook mede-eigenaar is van de Rotterdamse durfinvesteerder Keadyn, meent dat er met name een tekort is aan vroegefasefinanciering, oftewel deelnemingen van enkele tonnen. ‘Je ziet het heel weinig, waarschijnlijk omdat het een bewerkelijke markt is vol grote risico’s’, zegt Gilad.

Vanuit Keadyn werkte hij enige tijd aan een Nederlandse variant op Angellist, een Amerikaans platform dat startups een verschaffers van vroegefasefinanciering aan elkaar koppelt. Het project strandde, volgens Gilad omdat de Nederlandse wetgeving het bemoeilijkte. ‘We hadden een AFM-registratie nodig en mochten het niet zomaar aan iedereen aanbieden. We moesten opereren als financiële instantie, terwijl we liever gewoon wilden ondernemen.’

Erasmus-alumni investeren

Een groep van vijftig ondernemende alumni van de Erasmus Universiteit Rotterdam en de TU Delft springt in dit gat, zo maakten zij in april dit jaar bekend. Gezamenlijk steken de alumni 6 miljoen euro in een fonds voor beginnende tech-ondernemers uit Rotterdam en Delft. Jaarlijks moeten twintig startups hiermee geholpen worden aan investeringen van zo’n 75.000 euro. Een van de deelnemende alumni is Picnic-oprichter en investeerder Michiel Muller. Hij studeerde in de jaren ’80 bedrijfseconomie aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. ‘In die tijd gingen veel afgestudeerden bij grote bedrijven aan de slag. De laatste tien jaar zien we juist een grote groei van studenten die zelf willen ondernemen. Alle begin is echter lastig. Om als alumni iets terug te kunnen geven, hebben we besloten jonge ondernemers te helpen met donaties.’

Ondernemers worden op de Erasmus Universiteit op een voetstuk geplaatst

Dat de Erasmus Universiteit Rotterdam zoveel ondernemers voortbrengt, is geen toeval. De universiteit werd begin vorige eeuw opgericht door een groep Rotterdamse ondernemers, die er aanvankelijk een privéschool van maakten gericht op economisch onderwijs. In de jaren ’70 werd het een publieke universiteit en begonnen de oprichters een trustfonds dat nog steeds actief is. Ook Magnet.me-ondernemer Karremans studeerde aan de Erasmus Universiteit. ‘Wij zijn als bedrijf in Rotterdam begonnen omdat ik hier studeerde. Ondernemers worden op deze universiteit op een voetstuk geplaatst.’

Er mogen dan veel ondernemende alumni rondlopen in Rotterdam, hun bedrijven vestigen ze lang niet altijd dicht bij elkaar. Dat vindt Karremans jammer. ‘In Londen is dat wel zo. Veel startups vestigen zich er in Shoreditch. Ze kunnen makkelijk bij elkaar op bezoek komen, waardoor ondernemers van elkaar kunnen leren.’ Niet in Rotterdam. Karremans wijst in zuidwestelijke richting. ‘Daar, op het RDM-terrein, hebben ze een startup-campus gebouwd. Maar ja, dat zit helemaal op zuid, een uur rijden van hier. Superver, je komt er niet.’

Startups vergroenen haven

Tara Koole van PortXL: ‘Innoveren en verduurzamen, dat kán’

Het RDM-project komt uit de koker van het Havenbedrijf, dat voor zijn innovatie en vergroening de hulp inroept van startups. De vergroeningsopdracht is dan ook fors: de haven is goed voor 13,5 procent van de gehele Nederlandse CO2-uitstoot. Anderhalve kilometer noordelijker, aan de overkant van de Nieuwe Maas, huist zelfs een bedrijf dat startups met dit doel naar Nederland haalt. PortXL, tijdens ons bezoek gevestigd op de zevende verdieping van een van de Marconitorens (maar binnenkort verhuizend naar een Erasmus-campus), scout wereldwijd naar groene energie-, logistieke, maritieme en industriële startups. Ze mogen meedoen aan een drie maanden durend accelerator-programma, waarna ze gekoppeld worden aan een bedrijf uit de haven met een vergroenings- of innovatiebehoefte. 

Het leverde al negentig deelnemers op, die 200 contracten hebben getekend bij bedrijven als Van Oord of Boskalis. Zo plaatste de van oorsprong Israëlische startup Flower Turbine vier tot acht meter grote windturbines op bedrijfsdaken in de Rotterdamse haven. Daar is het Tara Koole, programmamanager bij PortXL, dan ook precies om te doen: ‘Wij proberen te laten zien dat het kan: verduurzamen en innoveren.’ Met enig effect, want de uitstoot in de haven nam de afgelopen vijf jaar met wel 27 procent af.

Circulaire startups

Het zijn dit soort cijfers die voormalig consultant Sabine Biesheuvel enthousiasmeren. Zij is directeur van BlueCity, een centrum voor circulaire, dus groene bedrijven. Het centrum is gehuisvest in het pand van voormalig zwembad Tropicana aan de Nieuwe Maas, in het centrum van de stad. Samen met impactinvesteerder ifund kocht ze het pand in 2015 voor 1,7 miljoen euro. Biesheuvel: ‘Mensen uit de vastgoedwereld zeiden: het is goedkoper om het te slopen en er iets nieuws neer te zetten. Wij kozen ervoor het te renoveren, want dat is circulair.’

Sabine Biesheuvel in het pand van BlueCity, waar ooit een zwembad was gehuisvest.

BlueCity huisvest veertig groene startups. Biesheuvel wijst naar een lab, waar onderzoekers met schimmels in de weer zijn. Ze doen onderzoek naar hoe je hier onder meer isolatie- en verpakkingsmaterialen van kunt maken, legt de BlueCity-directeur uit. Even verderop, in wat ooit de kelder van het zwembad was, zetelt een bierbrouwerij, dat voor zijn productieproces onder meer gebruikmaakt van regenwater. ‘Het was ons doel om dit soort startups naar het centrum van de stad te halen’, legt Biesheuvel uit.

Als je uit het raam kijkt, kun je er aan de overkant van het water het Nederlandse hoofdkantoor van Unilever zien liggen. ‘We kunnen wel zeuren over de klimaatimpact van dat soort bedrijven, maar wij wilden liever een positief alternatief bieden’, vindt Biesheuvel, die stelt bedrijven zoals Unilever zelfs geregeld te helpen innoveren. ‘Wij zijn niet tegen het systeem, we helpen liever mee om het systeem te verbeteren.’ 

Aan de overkant van het water ligt het hoofdkantoor van ‘dinosaurus’ Unilever.

Het is in feite de klassieke handen-uit-de-mouwen-mentaliteit, die je verwacht in arbeidersstad pur sang Rotterdam. Biesheuvel zelf groeide op in Amsterdam, maar woont sinds 5 jaar in Rotterdam. Teruggaan, daar peinst ze niet over. ‘De mentaliteit hier is kneitervet. Hoe zouden andere gemeenten hebben gereageerd als zes idioten met het plan zouden komen om een krakkemikkig zwembad om te bouwen tot een startup-centrum? Hier zei men simpelweg: laat ze het maar eens proberen.’