Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De corporate jungle

Je leest nu: De corporate jungle

Gorilla’s in krijtstreep
Richard Conniff
Business Contact, Amsterdam
ISBN 90-470-0221-0

Tussen de apenrots en de boardroom zijn meer overeenkomsten dan verschillen. Dat is de vaste overtuiging van Richard Conniff.
In zijn pas verschenen boek Gorilla’s in krijtstreep laat hij zien dat mensen in feite net zo met elkaar omgaan als apen. Dat is goed gezien en nog vermakelijk ook, maar helpt het ons ook om te overleven in de corporate jungle?

Eind jaren zestig schreef de Amerikaanse zoöloog Desmond Morris een geruchtmakend boek over de ontwikkeling van de menselijke soort: De naakte aap. Daarbij behandelde hij de mens niet als een uniek geval in de schepping maar als een van de vele soorten primaten die de evolutie had voortgebracht. Ongehoord, vonden zijn critici destijds. Wij zijn toch geen naakte apen? Inmiddels weten we wel beter.

Richard Conniff steekt in zijn pas verschenen Gorilla’s in krijtstreep niet onder stoelen of banken dat hij veel van Morris heeft opgestoken. Net zoals hij schatplichtig is aan de Nederlandse etholoog Frans de Waal, die tegenwoordig in Amerika furore maakt met zijn onderzoek naar de manier waarop apen met conflicten omgaan.

Conniff, die geen wetenschapper is maar schrijver en filmmaker, heeft niet de pretentie om aan zijn beide voorbeelden iets toe te voegen. Zeker niet als het gaat om het gedrag van onze broeders, de apen. Hem gaat het juist om het gedrag van mensen. En dan speciaal om de manier waarop die mensen met elkaar omgaan op het werk.

Moeder Natuur, zegt Conniff, heeft ons gemaakt om aardig voor elkaar te zijn. Een ander een plezier doen, je lunch delen, een collega paaien met een belangstellend babbeltje en wat vuige roddel – het is niet alleen de beste manier om het ver te schoppen, het komt ook regelrecht uit de dierenwereld.

Conniff is dus geen rechtlijnige Darwinist die alles terugbrengt tot de strijd om het voedsel. Effectieve apen beseffen juist dat het soms slimmer is om een ander ook wat te gunnen. Daarmee is niet gezegd dat het allemaal pais en vree is daarbuiten. Integendeel: er doen zich voortdurend conflicten voor en er moet steeds opnieuw worden uitgevochten wie de baas is. In Gorilla’s in krijtstreep geeft hij het ene voorbeeld na het andere van hoe dat dan in zijn werk gaat, op de apenrots én in de corporate jungle.

Als Conniff het daarbij had gelaten, had hij gewoon een leuk boek geschreven waarin hij hardop zegt wat iedereen stiekem denkt die Morris of De Waal heeft gelezen. Maar hij heeft de verleiding niet kunnen weerstaan om nog een stap verder te zetten. Wij mensen, denkt hij, zouden dat lastige leven voor onszelf wel eens een stuk makkelijker kunnen maken door goed te kijken hoe apen omgaan met die precaire balans tussen competitie en coöperatie.

Na alles wat Conniff in zijn boek overhoop heeft gehaald, zou je verwachten dat hij in zijn laatste hoofdstuk met heel wat zou komen. Zeker als dat Lessen in leiderschap voor effectieve apen heet. Helaas blijft het allemaal te basaal en te schematisch om indruk te maken. Zo presteert hij het om in één alinea het inzicht dat apen weliswaar agressief uit de hoek kunnen komen maar nooit op een onvoorspelbare manier, te vertalen in het advies om er als bedrijf voor te zorgen dat klanten en leveranciers altijd op je kunnen rekenen. Grote stappen, snel thuis – zo gaat het ook met zijn andere survivalstrategieën. En dan laat je blijkbaar wel eens een kokosnootje vallen.
(PS)