Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Topmanagers

Je leest nu: Topmanagers

Acht managers beklommen deze zomer met Management Team de Mont Blanc. De top haalden we niet, maar niemand die daar echt rouwig om is. “Je komt sterker van die berg af. Je gaat nadenken over wat nu écht belangrijk is in je leven.”

Op zomaar een maandagochtend stond Joost Wouters bij Pepsico in de koffiecorner. Hoe gaat het met de kleine Thijn, vroeg hij aan een collega. Bleek dat zoontje die ochtend wanhopig te hebben gesmeekt: pappa, pappa, ga niet weg. Zijn vader was die man die hij alleen in de weekenden zag. Dat was twee jaar geleden, maar Wouters is dit voorval nooit vergeten. Het zette hem aan het denken: wat als mijn zoontje dat binnenkort ook roept? Van de ene dag op de andere besloot hij zijn baan op te zeggen. Hij richtte een adviesbedrijf op (Actimpact) en besteedt sindsdien met ijzeren discipline meer tijd aan zijn gezin en sport. “Beste beslissing ooit,” vertelt de nu 33-jarige Wouters. “Vroeger liet ik alles vallen voor een nieuwe klant. Nu plan ik mijn werk zo dat ik ook die mooie wereldreis kan maken. En als ik de Mont Blanc wil beklimmen, dan doe ik dat gewoon.” Wouters vertelt het verhaal in de Rifugio Torino, een berghut op 3.300 meter in het massief rond de Mont Blanc. In een rumoerige klimmersbar kijken we met een man of tien naar de EK-wedstrijd Nederland-Duitsland. Acht managers, gevolgd door een verslaggever, brandmanager Saskia Beugel en een fotograaf van Management Team, op expeditie naar het hoogste punt van West-Europa. De toppoging wagen we pas over twee dagen, maar nu is er al mediabelangstelling genoeg. Pieppiep. Wouters krijgt een sms-je van het thuisfront. De Bilthovense Courant wil als hij terug is een interview met hem over zijn ervaringen. ‘Het Bilthovens sufferdje,’ lachen de anderen. “Luister, jullie worden niet gevraagd. Ik wél,” pareert Wouters met een brede grijns. Een expeditie naar de top van de Mont Blanc (4.810 meter) doe je niet zomaar. De tocht is berezwaar en niet zonder risico, zo bleek maar weer eens toen deze zomer een Nederlander met zijn gids de dood vond onder een lawine. De ploeg die nu uitgeteld een voetbalwedstrijd zit te kijken, heeft zich al maandenlang voorbereid. We hebben samen geklommen in de Ardennen, tegen klimwanden en nu al twee dagen in de bergen rond de Mont Blanc. Er gaan straks zes gecertificeerde Franse gidsen mee. Dat moet wel goed gaan. Het mooie van deze lange aanloop is dat de groep elkaar echt leert kennen. Persoonlijke verhalen, zoals die van Wouters, komen vanzelf naar boven na een dag afzien tegen steile sneeuwhellingen. Zo blijkt Jan Willem Gille de kosten voor de expeditie vergoed te krijgen van zijn personal coach. Waarom hij die nodig heeft? Gille (gladde schedel, onverbeterlijk vrolijk) geeft als salesdirector bij Getronics leiding aan zeven accountmanagers. Maar hij is allerminst gelukkig met zijn werk. Hij is ‘omhoog gevallen’, vindt hij zelf. Hij zit nu op een plek waar hij zich niet thuis voelt. “Een groep motiveren of over persoonlijke ontwikkeling praten met iemand vind ik leuk. Maar ik heb helemaal niets met ict.” Deze bergtocht, ook al staan we pas twee dagen in de sneeuw, helpt hem een aantal zaken weer op een rijtje te krijgen. “Als ik dít kan, dan kan ik alles.”

Boogschutterclub

De beklimming van de top zelf duurt maar dertien uur. Acht uur heen, vijf uur terug. Toch brengen we in totaal vier dagen in de bergen door. Om te wennen aan de ijle lucht en broodnodige looptechnieken te leren. Op dag twee maken we een gletsjertocht van de Torino naar de Cabane Cosmiques, een andere berghut. Drie uur lopen we aan touwen achter elkaar en stijgen naar 3.613 meter. De Cosmiques – met een betere menukaart licht aangenamer dan de Torino, maar zonder douches of wasbakken – is voorlopig ons basiskamp. Van hieruit beklimmen we de Mont Blanc en van hieruit zakken we daarna weer naar het dal. We nemen de route die via drie subtoppen loopt. Van de gangbare routes de langste, maar technisch wel wat gemakkelijker. ‘s Avonds maakt Leopold Roessingh, de groepsleider namens organisator Cave Climbing (en door onze managers liefkozend ‘grote blanke leider’ genoemd) de indeling voor morgen bekend. We gaan niet in karavaanformatie naar boven, maar in kleine groepjes. Met één gids per twee deelnemers, dat is veiliger. Twee deelnemers krijgen elk één gids. Rob Rodrigues bleek de afgelopen ondanks een ijzersterke conditie motorisch minder sterk te zijn dan de anderen. En Henk den Hartog begint na drie nachten nauwelijks te hebben geslapen daar fysiek onder te lijden. Gille en zijn maatje Frank Dikhoff zijn dolgelukkig dat zij aan hetzelfde touw naar boven mogen. Hun lobbypogingen bij Leopold hebben hun vruchten afgeworpen. “Wij voelen elkaar goed aan,” hield rasmanager Jan Willem de grote blanke leider voor. “En wij kunnen elkaar goed coachen. Als ik te snel ga, zegt Frank dat ook gewoon. En ik kan hetzelfde tegen hem zeggen.” Frank beloofde op zijn beurt dat de twee lolbroeken in de ploeg ook serieus konden zijn. “Als het zwaar wordt, stoppen ook wij met lachen.” Geen loze woorden, zo bleek gisteren bij de beklimming van oefenberg Dent du Géant. Al klauterend babbelde het tweetal honderduit, maar Dikhoff redde op een cruciaal moment Gille van een flinke uitglijder langs een helling van 35 graden. Touwmeester Dikhoff stond zelf te kijken van zijn prestatie. “Niet slecht, hé. Voor een Bourgondische boogschutter.” Het tweetal kwam er die ochtend achter dat ze onder hetzelfde gesternte zijn geboren. Ter plekke werd de boogschutterclub opgericht. Dikhoff bruist sowieso van de positieve energie. Een tijd geleden woonde hij een presentatie bij van de Amerikaanse goeroe Anthony Robbins. Het zette hem aan het denken. Hij maakte een PowerPoint-presentatie over zichzelf en wat nu voor hem écht belangrijk is. Daaruit bleek dat hij meer wilde sporten, genoeg had van wat hij – daar is het woord weer – zijn ‘Bourgondische levensstijl’ noemt. Nu wil hij minimaal één grensverleggende activiteit per jaar ondernemen, of het nu het halen van zijn NIMA-C is, of de beklimming van de Mont Blanc. Maar zijn nieuwgevonden liefde voor bergen is wel een blijvertje. Volgend jaar staat de Aconcagua in Argentinië (6.980 meter) op het programma.

Vleugels

Jasper ter Braak, met afstand de sterkste in de groep, wordt aan Mirjam Tonkens gekoppeld. Volgens Leopold vullen ze elkaar goed aan. “Mannen zijn sterker, maar vrouwen zijn behoorlijke doorzetters.” Voor alle deelnemers geldt dat er altijd nog geschoven kan worden tussen de groepjes om één sterk team samen te stellen als de vermoeidheid toeslaat. Een ongeschreven regel in de bergsport zegt dat een expeditie geslaagd is als minimaal één deelnemer de top haalt, weet Leopold, altijd goed voor een reality check. “In onze groep kan dat ook gebeuren. Je kunt niet voorspellen hoe mensen gaan reageren op die hoogte.” De ochtend van de beklimming valt zwaar op ons dak. Het ontbijt wordt om 1:00 uur geserveerd. Met lange tanden zitten we achter de koffie en taaie stukken Frans brood. Om 2:15 uur staan we dan bepakt en bezakt buiten in de sneeuw. Het is pikkedonker en een chaos van jewelste. Er vertrekken meer groepen naar de top en die moeten allemaal via hetzelfde kleine portaaltje naar buiten. We krijgen een lampje om ons hoofd, worden aangelijnd en met een ruk aan het touw begint dan eindelijk de Tocht der Tochten. We steken een sneeuwvlakte over naar de Mont Tacul, de eerste subtop. Met het hoofd in de nek zien we vóór ons een lint van lampjes dat langs de bergwand omhoog beweegt. Boven ons schitteren miljoenen sterren aan een wolkenloze hemel. Wat een geluk dat het weer meezit. Vanaf morgen zouden de condities verslechteren. Aan de Tacul lijkt geen einde te komen. Veel lampjes begeven het door de kou en onze kuiten staan ondanks het lage tempo op klappen. “De volgende is minder steil,” verzekert de hoofdgids ons, terwijl hij onze schoenen bijlicht met zijn koplamp. Het uitzicht boven is adembenemend. In de verte zien we de lichten van Genève en achter ons de eerste stralen van de opkomende zon. De Mont Maudit, subtop nummer twee, is inderdaad minder steil. Wel trekt de wind nu behoorlijk aan. Tot onze schrik merken we dat ons drinkwater is bevroren, net als onze maaltijdrepen. De gidsen geven ons hoofdschuddend kopjes van hun eigen thee, en knijpen tijdens het lopen af en toe ongevraagd in onze neuzen om te controleren of ze niet bevroren zijn. De 4.000 metergrens lopen we ongemerkt voorbij. Tussen de Maudit en Rochers Rouger, de laatste subtop voor de Mont Blanc, heeft de snijdende wind helemaal vrij spel. Stuifsneeuw en rondvliegend ijs veranderen de glooiende hellingen in een hels poollandschap. Wasem aan de binnenkant van onze zonnebrillen bevriest, de sjaals voor onze monden zijn bedekt met een laag ijs. We zijn nu ruim zes uur op weg, met nauwelijks eten in onze magen, dorst en happend naar zuurstof in de ijle lucht. Maar de top ligt vanaf de Maudit zichtbaar voor ons. En dat geeft vleugels. Op ruim honderd meter onder de top kan Mirjam niet meer verder lopen. Ze zakt ruggelings tegen de berghelling en blijft ternauwernood op haar benen staan. De gids, Jasper, Leopold en fotograaf Leonard spreken indringend op haar in om overeind te komen en weer te bewegen. Jasper wrijft haar benen warm. Tegelijkertijd breekt een fikse ruzie uit over de te volgen koers. De wind giert met tachtig kilometer per uur langs onze gezichten. Jasper herinnert Leopold aan een eerder gemaakte afspraak dat er tussen de groepjes gewisseld kan worden om minimaal toch één team van sterke klimmers op de top te zetten. Hij stelt voor om Mirjam met de gids terug te laten keren. Zelf wil hij aan een sterker persoon worden aangelijnd zodat hij in een hoger tempo kan gaan lopen en weer warm worden. Daarop ontploft de fotograaf, die dreigt Jasper op zijn ‘bek te slaan’ als hij Mirjam loskoppelt. Leopold houdt te midden van het gekrakeel het hoofd koel. Loskoppelen kan altijd nog, maar niet nu. Niet in deze storm en niet met een volledig ingeklapte Mirjam. De overige groepjes zijn inmiddels ook tot stilstand gekomen. Enkele tientallen meters hoger op de berg staan Jan Willem en Frank al tien minuten te kleumen, terwijl hun gids overleg voert met een collega. Zij krijgen nu te horen dat het doek valt voor de toppoging. Het duo laat het er niet bij zitten en praat driftig in op de gids. “We hebben eerst nog geprobeerd te lobbyen voor de top, daarna wilden hem omkopen,” grapt Dikhoff later in de Cosmiques hut. Het mag niet baten. Ook Joost Sikkink, die nog hoger dan dit tweetal op de berg staat, keert met zijn gids terug. Niet vanwege Mirjam, het weer is gewoon te slecht. We verliezen daardoor te veel energie. De top is honderd meter weg, nog ruim een uur klimmen. De gidsen vinden het belangrijker dat de groep heelhuids beneden komt, dan dat de top gehaald wordt met wellicht ongelukken tijdens de afdaling.

Traumatisch

Teleurgesteld beginnen de groepjes aan de urenlange afdaling. Er is volop zon, maar door de wind ligt de gevoelstemperatuur op twintig graden onder nul. Henk is aan het einde van zijn Latijn. De afdaling voert ons langs twee ijswanden waar we van moeten abseilen, door de gidsen afgezekerd met ijsboren. Henk glijdt daarbij uit en loopt een fikse scheur in zijn broek op. Iedere stap doet nu pijn. Het is al na twaalven, we zijn tien uur aan het lopen met heel af en toe een slok thee. Enkels, kuiten en bovenbenen branden van de pijn. Strompelend bereiken we de voet van de Tacul, waar de Cosmiques hut verscholen gaat in zware mist. Eenmaal binnen achter een kom thee zijn de deelnemers zichtbaar aangedaan. De zwaarste dag van mijn leven, is een veelgehoorde oneliner. “Ik ben nog nooit op zo’n hoogte geweest,” zegt Jan Willem, “en tegelijkertijd zo diep gegaan.” Rob stapt om verbinding te krijgen met zijn mobieltje het dakterras van de hut op. Als hij zijn vrouw aan de lijn krijgt rollen de tranen spontaan over zijn wangen. Joost Sikkink en Jasper weten het zeker: dit hoeft wat hen betreft geen tweede keer. Henk, fysiek total loss, zoekt zo snel mogelijk zijn bed op. Zo komt de toppoging van acht managers tot een dramatisch einde. We hebben het afgelegd tegen de weergoden en hoewel we als groep niet uit elkaar zijn gevallen, kon op het cruciale moment onder de top niet iedereen zich meteen vinden in de beslissingen van de expeditieleiding. Jasper en Leopold praten in de hut aan tafel over hun verschil van inzicht. De zaak lijkt gesust. Tot eenmaal terug in Chamonix Mirjam als donderslag bij heldere hemel komt met de boodschap dat ze een jaar geleden al eens de Mont Blanc heeft beklommen – en de top toen wél haalde. “Het uitzicht was echt fantástisch,” herinnert ze zich. De anderen reageren verrast, nog nauwelijks bekomen van hun eigen mislukte toppoging. Dit was voor iedereen toch de eerste keer? Leopold, die het als laatste via anderen krijgt te horen, kan zijn oren niet geloven. Hij voelt zich ‘belazerd’. Eerlijkheid is in de bergsport volgens hem een groot goed. “Ze had het me moeten vertellen. Ik blijk iemand in de groep te hebben gehad die de route kende, die andere deelnemers daarmee had kunnen helpen of ze had kunnen geruststellen.” Mirjam zelf ziet het anders. Ze heeft haar ervaring van vorig jaar achtergehouden omdat ze bang was niet te worden geselecteerd voor de expeditie. “Ik voel me er best wel lullig over. Maar deze had een speciale betekenis voor me.” Een maand voor het vertrek naar Frankrijk kreeg ze te horen dat haar doodzieke vader nog maar een paar weken te leven had. De kans was groot dat hij zou komen te overleden als Mirjam op de Mont Blanc stond. De keuze was moeilijk, maar Mirjam besloot toch mee te gaan. “Hij wilde heel graag dat ik dit zou doen. Hij wist hoeveel deze tocht voor me betekende. Ook als hij dood was zou hij in mijn gedachten bij mij zijn op die berg.” Terug in Nederland blijkt de tocht veel te hebben losgemaakt. Jan Willem zegde zijn baan bij Getronics op om partner te worden in het bedrijf van zijn personal coach. En Mirjam beëindigde haar relatie die al langere tijd niet lekker liep. Vijf dagen in de bergen, met alleen de basisbehoeften en elke dag wel een persoonlijke fysieke overwinning, maakt het gemakkelijker om deze keuzes te maken, vindt Jan Willem. “Het is haast een traumatische ervaring geweest. Ik ben er achter gekomen dat ik deze uitdaging nodig had om mezelf te motiveren.” Mirjam heeft hetzelfde gevoel. “Ik had net Henk den Hartog nog aan de lijn. Die had dat gevoel ook. Je komt sterker terug van zo’n bergtocht. Je gaat nadenken over wat nu écht belangrijk is in je leven.” Dat we de top niet hebben gehaald is misschien niet eens zo relevant, al valt dat moeilijk uit te leggen aan vrienden, familie en collega’s. Jammer zeg, klonk het in de weken erna nog troostend. Hoe leg je uit dat we die dag wel het voor ons hoogst haalbare punt hebben gehaald? Jasper, altijd goed voor een diepzinnige uitspraak, zei het nog het best. “Het is niet de top zelf, maar de weg erheen die de beklimming boeiend maakt.”

De expeditie werd mede mogelijk gemaakt door: Vaude, Montblanc, KIA, Canon, France Telecom en Gatorade. De leiding was in handen van Cave Climbing & Adventure. Voor meer informatie kijk op www.cave.nl
Meer foto’s op managementteam.nl

Deelnemers:

Wie: Henk den Hartog (43)
Wat: manager distributie
Waar: PCM Uitgevers, Amsterdam

Wie: Frank Dikhoff (35)
Wat: channel manager Nederland
Waar: Pepsico Nederland, Utrecht

Wie: Jan Willem Gille (34)
Wat: sales director
Waar: Getronics, Utrecht

Wie: Joost Sikkink (30)
Wat: business manager
Waar: Canon Europe, Amstelveen

Wie: Joost Wouters (33)
Wat: algemeen directeur
Waar: Actimpact, Bilthoven

Wie: Jasper ter Braak (34)
Wat: directeur
Waar: SuperServer, Amsterdam

Wie: Mirjam Tonkens (32)
Wat: p&o adviseur
Waar: Uwv Veranderdirectie Ziektewet

Wie: Rob Rodrigues (51)
Wat: senior trainer consultant
Waar: Kenneth Smit Training