Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Lessen van Foppe de Haan

Coach van het jaar 2007. Champions League gehaald met SC Heerenveen. Europees kampioen met Jong Oranje in 2006 én 2007. Met die laatste prestatie zorgde Foppe de Haan er voor dat er straks in Beijing voor het eerst in 56 jaar weer een Nederlands voetbalelftal deelneemt aan de Olympische Spelen. Dan moet die Foppe vast iets goed doen. Iets waarvan managers kunnen leren.

 

Laten we met de deur in huis vallen: wat kunnen managers van u leren?

"Nou ja, het gaat natuurlijk, zou je kunnen zeggen, bijna altijd over hoe je mensen een bepaalde kant uit probeert te krijgen. In mijn geval dan beter te leren voetballen. Dat doe je door mensen persoonlijk te ontwikkelen. Mijn grote drive is: ik begin aan een training en ik wil dat ze aan het eind van de training beter zijn geworden. Verder moet je ontdekken dat je meer rendement haalt als je het samen doet. Dat is eigenlijk in grote lijnen mijn verhaal."

Dat klinkt wel heel eenvoudig.

"Ja, het is natuurlijk altijd een beetje afhankelijk van de kwaliteit van de mensen. Je verbaast je er over hoe veel rek daar in zit. Het gaat daarbij niet om je eigen doelstelling. Het gaat er om wat het beste voor de club is. Kijk, het gaat altijd om wij, vind ik, hè. Want als wíj het goed doen, profiteer ík er het meest van. Dat is ook zo. Daar ben ik heilig van overtuigd. Op het moment dat je alleen maar naar eigen succes streeft, heb je wel een poosje succes, maar na verloop van tijd breekt je dat bij de vingers of bij de voeten af. "

Dan zult u het beter met verdedigers dan met aanvallers kunnen vinden. Die zijn over het algemeen toch individualistischer.

"Nee. Kijk, wat ik heb moet afleren, wat iedereen die leiding geeft moet afleren, is dat je ernaar kijkt alsof het eenheidsworsten zijn. Elk mens heeft zijn eigen kwaliteiten en ook zijn eigen beperkingen. Een aanvaller denkt en handelt inderdaad anders dan een verdediger. Dat moet ook. Heel vaak is het wel zo dat je een verdediger makkelijker kunt sturen. Die is vaak toch wat cognitiever, wat verstandelijker, ingesteld. En een aanvaller is, als het goed is, creatief . Die voetbalt veel meer vanuit emotie, gevoel. Dat is gewoon zo. Maar als je die aanvaller een paar kapstokken geeft, wordt het wel een stuk makkelijker voor hem."

Wat voor kapstokken?

"Ik heb Ruud van Nistelrooy bij Heerenveen gehad. Die heb ik bijgebracht niet alleen zijn eigen intuïtie te volgen, maar ook om zich te verplaatsen in die verdediger. Waar heeft die verdediger een hekel aan? En als je dat weet, dan ga je daarop anticiperen. En dan heb je hem dus te pakken. En dán schakel je over op je eigen intuïtie en je oplossingen, dan lost ie het verder zelf op. Ga je dat te veel beperken, dan neem je de ondernemingslust weg. Want dat zijn spitsen voor mij. Altijd bezig, altijd onderweg naar morgen."

Bouwt u uw team van achteruit op of juist vanaf de spits?

"Ik begin altijd bij de spits. Dan kijk ik wat de spits om zich heen nodig heeft. En wat daarachter in de as van het veld nodig is. Nou, en verder is het net een kerstboom. Afhankelijk van de ballen die je tot je beschikking hebt, bouw je ‘m verder op."

De piek van uw kerstboom was vaak niet slecht. Na Jon Dahl Tomasson, kwam Ruud van Nistelrooy, na Ruud van Nistelrooy kwam Klaas-Jan Huntelaar.

"Ja, maar ik heb ook Harris Huizingh wel eens in de spits gehad, hè. In de Champions League. Harris was geen echte spits, meer een aanvallende middenvelder, maar die deed het ook heel aardig. Harris had echt wel in de gaten dat er niks anders was en dat hij het beste alternatief was."

Frustrerend?

"Vind ik niet. Daar heb ik nooit last van. Ik heb er wel last van als mensen niet alles uit de kast halen en niet beter willen worden. Daar kan ik wel slecht mee omgaan. Maar als ze echt hun best doen en proberen binnen de mogelijkheden die ze wel hebben er het beste uit te halen, dan heb ik daar veel waardering voor."

Wat betekent ‘daar kan ik slecht mee omgaan' concreet?

"Dan word ik een beetje kwaad, hahaha. Eerst een klein beetje en later wel eh… heel erg, maar rationeel, kwaad. Dan ga ik er echt tegenaan, hè. Dat accepteer ik gewoon niet. Dan kijk je op de training naar zo'n jongen en dan denk ik: nounou, als jij er nou tien procent bij zou kunnen doen, dan zou je top zijn. Maar je doet het niet. Want je bent klaarblijkelijk toch tevreden. Of misschien ben je wel bang om fouten te maken. Die spelen dan alleen op zekerheid."

Maar hoe pak je het aan?

"Ik vertaal het naar de training. Een speler die nooit een bal diep speelt, krijgt dus oefeningen voor zijn kiezen waarbij hij de bal altijd diep moet spelen. Automatisme bijbrengen en bevestigen dat hij het wel kan. En dat neem je dan op video op. Het eerste wat zo'n speler trouwens zegt, is ‘ja, maar, trainer…' Heb ik ook een hekel aan trouwens. Maar goed, ik laat jongens die willlen nooit links liggen."

En als het toch mislukt? Wegwezen?

"Dan moet je wel goed nadenken, hè. Want stel dat je een speler voor aardig wat centen hebt gehaald en na driekwart jaar blijkt dat jij ‘m niet aan de praat krijgt… Dan weet je: het kost me zo veel tijd en energie en het houdt me zo bezig, dat anderen die het wel doen de dupe worden van jouw gebrek aan aandacht. Dan moet je er gewoon mee stoppen. Dan gooi je dus een investering zomaar weg. En daarin moet een club je dus wel willen dekken. Met Riemer van der Velde en Henk Hoekstra had ik het bij Heerenveen wat dat betreft goed getroffen."

Maar driekwart jaar wachten? Je weet het toch na twee weken al?

"Nou eh… Je ziet heel snel dat er dingen gebeuren die jou niet bevallen, dat wel. Het gaat altijd om houding. Nét op tijd op de training komen, dat zegt altijd heel veel, vind ik. Als voetballer, en als trainer ook trouwens, moet je een kwartier voor de training al op het veld staan. Even tegen die bal trappen, even ouwehoeren, dat vind ik ook heel belangrijk. Zelf kom ik altijd heel vroeg. Kijken wat ze doen en hoe ze het doen. Bij jongeren is de omgeving waar ze vandaan komen ongemeen belangrijk. Bij oudere voetballers gaat het anders. Je hebt altijd een soort rangorde. Een oudere gaat ogenblikkelijk de strijd aan met de bovenste. Daar let ik dan scherp op. Wij hadden een heel belangrijke afspraak: de wedstrijd is afgelopen en dan ga je naar binnen en je gaat even samen in het kleedlokaal, je kijkt even naar elkaar, dan ga je onder de douche en dan naar buiten. Eerst even afkoelen zou je kunnen zeggen. Even je emotie onderling delen en dan pas naar buiten, naar de pers. Wij hadden er toen één of twee ouderen bij, die waren nog niet van het veld of ze stonden al voor de camera. Die vinden zichzelf dan zo belangrijk dat de rest ze eigenlijk niet interesseerde. En dat was ook zo. Als je daar niet op ingrijpt, krijg je het altijd een keer voor je kiezen."

Is het toeval dat u bij Heerenveen veel voetballers uit Scandinavische landen binnenhaalde?

"Het begon inderdaad wel toevallig, met Jon Dahl Tomasson. Maar waar wij in Heerenveen van houden, is dat je gewoon je dingen zelf regelt. Als je spelers uit Nigeria of Oost-Europa haalde, dan betaalde je er aardig wat centen voor en dan gingen ze als het ware op de stoel zitten en zeiden: ‘oké, ik ben hier om te voetballen, de rest moeten jullie maar regelen'. Die Scandinavische jongens, die hebben gewoon een andere opvoeding. Die komen, hebben een geweldige drive om beter te worden en die werken ook echt aan hun toekomst. Zitten meteen op Nederlandse les, regelen meteen een huis bij de woningstichting en zelfs hun vriendin is al op zoek naar een baan. Dus dat past wel. Ik kan het je nog sterker vertellen: iemand uit Kopenhagen is soms handiger dan iemand uit Amsterdam."

Want die blijft daar wonen.

"Precies. Die gaat heen en weer karren. En die heeft ook vaak al iets van: ik ben toch hartstikke goed, dus wat moet die Foppe mij nog beter maken? Voor je beter kunt worden, moet je toch echt ook zelf het idee hebben dat je beter kunt worden."

Dat moet u ergeren.

"Ik heb na het Bosman-arrest, toen er in één klap veertien spelers weg gingen en zestien nieuwe bij kwamen – en dan heb je dus chaos – geleerd dat ergernis niet werkt. Je mag je wel eens ergeren, maar het moet niet de boventoon gaan voeren. Want dan draag je jouw ergernis over aan je spelers en dan durven zij niks meer te ondernemen."

U had eens drie Roemenen onder contract staan, die wel wat ondernamen. Ze parkeerden hun auto pontificaal voor de stadioningang, buiten de parkeervakken.

"Ja, toen ben ik uit mijn slof geschoten. Er waren al wat meer dingetjes voorgevallen. Mijn idee is: zorg voor een ander, zorg voor jezelf, zorg er voor op tijd te zijn, stop ook energie in de groep, praat mee. En ga niet alleen met je handen in je zakken aan de zijlijn staan. Nou ja, die auto's was dus de druppel. Ik zal laatst op tv een man vertellen over wat er gebeurt als je kwaad wordt. Nou, dat zit dus toch in je genen, hè. Want in mij kwam een oerwoudgevoel los bij die drie. Ik ben dan niet gespeeld kwaad, ik ben echt hartstikkene kwaad. Dat is later wel klaar en dan heb ik het er niet meer over."

U heeft de term TIPS waarmee Ajax haar spelers tegen de maatlat houdt, veranderd in SPITS. Strijd, Persoonlijkheid, Inzicht, Techniek, Snelheid. Strijd op de eerste plaats. Dat kan geen toeval zijn.

"Ja, strijd… Uiteindelijk is het zo, als je bijvoorbeeld naar het topvoetbal kijkt, dan is strijd zo ongemeen belangrijk geworden. Liverpool is in staat om van Arsenal te winnen, alleen omdat ze net even meer strijdlust hebben."

Waarvan heeft u spijt?

"Geen spijt. Ik vind het achteraf wel jammer dat ik niet tien jaar eerder trainer in het betaald voetbal ben geworden. Dan was ik nu, relatief gezien, 55 geweest en had ik een ander perspectief gehad."

Ook nooit betreurd dat u liefst achttien jaar bij Heerenveen bleef?

"Nee, nooit. Als ik op een moment tegen zo'n zaakwaarnemer had gezegd dat ik weg wil, dan was ik weg geweest. Maar hier wonen, hier leven, de kinderen in een rustige omgeving laten opgroeien en niet verkassen, daar heb ik heel bewust voor gekozen. Ik wilde geen nomade worden. Ik kon fantastisch werken bij Heerenveen, ook met de mensen en de mensen met mij. Tja, dat zijn de keuzes die je maakt…"

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

U bent 64. Ongetwijfeld zelf nooit uitgeleerd?

"Riemer zei een tijdje terug tegen mij dat ie me toen ik 42 was wel een goede trainer vond, maar nu een veel betere trainer. Waarschijnlijk had hij wel gelijk. Ik ben een ontwikkelaar, maar ben mezelf tot de dag van vandaag ook aan het ontwikkelen. Toen ik bij Heerenveen stopte, dacht ik: oké, het is klaar, is prima. En toen kwam Jong Oranje… En dan zie je dat daar zo veel kwaliteit loopt en dat daar ook wat te halen valt. En dan ga je maar weer hè. Twee keer Europees kampioen. Naar de Spelen. Hartstikkene mooi!"

Bij de Friese Pers Boekerij het boek ‘Hartstikkene Foppe, Een elftal lessen in leiderschap' verschenen. De auteurs zijn Caroline Bleckmann en Jan Dijksma en kost €14,95. De opbrengst gaat naar het Foppe Fonds, dat zich inzet voor hulpbehoevende kinderen.