Martin Kuiper (34) richt FaceCulture op in 2002, samen met een zakenpartner. Twee jaar later gaan ze uit elkaar. Kuiper wil groeien, zijn partner niet. Gevolg: zijn onderneming vertraagt. “Het eerste jaar stond ik er alleen voor. Ik beperkte me tot audio-interviews en verdiende geld met freelancewerk. Na vier maanden had ik genoeg gespaard voor mijn eerste camera en kon ik opnieuw beginnen.” Nu zegt hij: “Ik ben eigenlijk een domme sukkel geweest door alles zelf te doen. De volgende keer zou ik van bovenop gaan bouwen. Ik was daar toen niet klaar voor. Dat heeft met persoonlijkheidsgroei te maken. Ik had zes jaar geleden echt geen mensen aan kunnen sturen.”
Kuiper komt enthousiast de redactieruimte binnen. “De Sex Pistols waren bedroevend”, zo tekent hij op uit de mond van Lowlands-festivaldirecteur Eric van Eerdenburg. De festivaldirecteur wil niet zeggen hoeveel de punklegende gekost heeft. De filmcrew komt na een vlotte rekensom uit op honderdduizend euro.
Na een minor journalistiek en een studie experimentele natuurkunde vertrekt Kuiper naar Londen voor een stage bij MTV. De hooggespannen verwachtingen komen niet uit. “Er werkte eenderde muziekliefhebbers en tweederde imagoliefhebbers.” Terug in Nederland gaat hij aan de slag als videojournalist bij internetprovider @Home om op het hoogtepunt van de dotcomcrash voor zichzelf te beginnen. “Ik besloot tegen de conjunctuur in te produceren. We benaderden platenmaatschappijen voor video-interviews, niemand wilde met ons werken. Internet was de vijand.”
Eén platenmaatschappij, Roadrunner, hapt uiteindelijk toch toe. De reacties zijn positief, en langzaam sluiten meer platenlabels zich aan. “Ik begon in een razend tempo schulden op te bouwen. Dat was wennen, het was niet mijn wereld.” Pas in 2005 meldt de eerste videoklant zich, het popmagazine OOR. “Tot dan was het uitschrijven van video-interviews voor printmedia de enige manier om geld te verdienen.”
Het opbouwen van een database betaalt zich uit. Na OOR stappen Zoom.in (zie Sprout 8) en ANP in, en ook de muziekindustrie gaat overstag. De big four – Sony, EMI, Warner en Universal – sluiten allen overeenkomsten met Kuiper. De video’s worden geplaatst bij diverse muzieksites. Zij gebruiken de player van FaceCulture, de advertentie-inkomsten worden gedeeld. Mond-tot-mondreclame brengt FaceCulture op Lowlands. “De organisatie vroeg aan platenmaatschappijen wie deze klus het best kon doen, driekwart noemde ons.”
De telefoon gaat onophoudelijk. Kuiper wordt heen en weer gepingpongd tussen productiebedrijfjes, artiestenmanagers en de Lowlandsorganisatie. Best leuk zo’n verslaggever op bezoek, maar het werk gaat door. Punkpopband The Jeremy’s rond een sessie af in de snikhete container. Buiten staat Kuiper ontspannen te praten met rocker Danko Jones. “No Gibson guitar? Then I can’t play.”
Sinds de start van FaceCulture is het aantal videobedrijven gigantisch gegroeid. Zoom.in is met 150 filmpjes per dag verreweg de grootste. Kuiper is weinig enthousiast over zijn concurrenten. “In het begin was ik de enige die met een camera aan kwam zetten, nu doet iedereen het. Veel van hen verpesten de markt met slecht gemaakte video’s.” De onvrede beperkt zich niet tot kleine videobedrijven. De Pers dumpte Novum onlangs en De Telegraaf en Nu.nl werken niet meer met Zoom.in. “Zoom.in heeft een slechte naam bij afnemers en toeleveranciers. Dat ze zo sterk op het buitenland inzetten is deels noodgedwongen.”
“Onze kleinschalige aanpak spreekt artiesten aan”, zegt FaceCulture-redacteur John Denekamp op Lowlands. “Geen van de artiesten begint zijn carrière in strak ingerichte studio’s zoals die van 3voor12.”
FaceCulture bestaat uit een online muziekplatform en een videopersbureau dat onder andere content levert aan Nu.nl en Nu Zakelijk. De opdracht bij Lowlands zorgde voor een nieuw bedrijfsonderdeel: een evenementenpersbureau. De tweede klant diende zich na Lowlands vanzelf aan. Begin 2009 gaat Kuiper videoverslagen verzorgen vanaf het Groningse Festival Noorderslag.
De meeste groei voorziet Kuiper bij zijn videopersbureau. “Er is ruimte voor exclusieve content met een eigen smoel. De video-advertentiemarkt neemt zo snel toe, dat verdient zich wel terug.” Om die transitie te maken is opnieuw vreemd geld nodig. Dat komt vooralsnog niet van investeerders. “Zij bieden bedragen van maximaal 50.000 tot 100.000 euro en dat is te weinig om goed de markt in te gaan. Bovendien zijn de meesten geldschieter, geen sparringpartner.” Kuiper probeert het daarom via een andere weg. De onderneming spreekt met een grote mediapartij over een joint-venture. Om te beginnen op het gebied van de politiek. Als dat werkt volgt verdere uitbreiding. Bijvoorbeeld in de ict.
Tekst Rutger Betlem



