Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Wat doet een faillissement met je?

De winkel van Lot de Vries werd een jaar geleden failliet verklaard, zij en haar ex-partner hebben een restschuld van ruim zes ton. “We moeten boeten voor het tonen van moed en nemen van risico.”

Wat doet een faillissement met je?
Je leest nu: Wat doet een faillissement met je?

 “Mijn bankrekening was leeg, in mijn portemonnee zat nog veertig euro. Ik moest nog tanken en de huur betalen. Hoe moest ik dat oplossen? Met pijn in mijn hart heb ik mijn huurbaas om uitstel van betaling gevraagd. Daarna heb ik wel even een potje zitten janken.” Lot de Vries (38) wordt nog steeds emotioneel als ze aan dat dieptepunt denkt, ook al  heeft ze haar leven nu – bijna een jaar na het faillissement – behoorlijk op orde. Een eigen huisje, een baan waardoor ze net rond kan komen en het belangrijkste: ze heeft zichzelf terug gevonden. “Mijn bedrijf bleek een luchtkasteel waar ik mijn identiteit aan ontleende. Materieel gezien heb ik niks meer, maar ik ben nog nooit zo dichtbij mezelf geweest.” Ze wil haar verhaal alleen anoniem vertellen. De curator heeft het faillissement net afgerond, in theorie kunnen schuldeisers nu bij Lot en haar (ex) partner Gijs aankloppen. De eerste heeft zich al gemeld. “Ik moet me gedeisd houden, zegt mijn omgeving. Als ik teveel opval, staan er straks meer schuldeisers op de stoep. Maar ik ben niet bang, ik zal iedereen binnenlaten en uitleggen dat ik niks heb. Anders zou ik het ze geven.” Ze hoopt met haar verhaal de schaamte rondom faillissementen te doorbreken. “Waar schaam je je voor? Voor het leven van je droom?”

In een caravan wonen?

Voor Gijs was die droom een eigen winkel.  Lot besloot met zijn avontuur mee te doen. Tien jaar geleden openden ze de winkel en ze hadden meteen succes. Ze groeiden zo hard dat ze na een paar jaar wilden uitbreiden. De gemeente was enthousiast en nog een paar jaar later konden ze op een prachtige plek een veel grotere winkel openen. “Financieel gezien was het slimmer geweest om nog iets langer te wachten, maar het was zo’n mooie kans. Wat was het ergste dat ons kon gebeuren? Dat we in een caravan moesten wonen als het mis zou gaan? Dat risico durfden we wel te nemen.” Lot en haar partner klopten voor de financiering aan bij hun huisbankier, maar die vond de investering te groot. Ze stapten over naar de concurrent waar ze met open armen werden ontvangen.
De verhuizing naar het zes keer zo grote nieuwe pand was heftig. Opstarten, de oude winkel leeg halen, veel nieuwe klanten. Ze draaiden meteen goed, in het eerste jaar groeiden ze dertig procent. Maar toen ze aan het eind van het jaar de balans opmaakten, bleken de kosten hoger dan oorspronkelijk begroot. De bouw van het pand was duurder uitgevallen waardoor de huur hoger was geworden. “Onze omzet groeide, dus we hadden niet zoveel zorgen. We maakten een  liquiditeitsprognose, gingen met de bank praten en kregen extra financiering.” De zorgen leken voorbij. Zakelijk gezien dan, want een paar maanden later gingen Lot en Gijs na een relatie van tien jaar uit elkaar. Ze bleven zakenpartners, maar spraken af dat Lot aan de slag zou gaan met een nieuw bedrijf. “Al ruim voor onze breuk was ik erachter gekomen dat ik niet genoeg voldoening uit de winkel haalde. Het ging voor mij teveel over materie, mijn interesse lag meer bij persoonlijke ontwikkeling en gezondheid.” Door de breuk en Lot’s plan uit de winkel te stappen, verslofte de aandacht op creatief gebied. “Gijs en ik waren een goed team: hij regelde de financiën en de dagelijkse gang van zaken, ik was van de creativiteit, de marketing, de acties. Alleen had ik steeds minder zin om leuke, nieuwe dingen te bedenken, de inspiratie verdween.”

Aan het infuus

Een paar maanden na de breuk kreeg Lot in de gaten dat het echt niet goed ging met de winkel: de groei bleef achter en het eigen vermogen was negatief. Ze bedachten een nieuwe strategie waar de  bank in geloofde, maar door de ondertussen ontstane economische crisis durfden ze de investering niet aan. Na die afwijzing ging het snel: de cijfers waren zo slecht dat het bedrijf door de bank werd  ondergebracht bij de afdeling Bijzonder Beheer, waar ze ‘aan het infuus’ werden gelegd. Alle kredieten werden bevroren, dringende betalingen verzorgde de bank. Lot en Gijs gingen op zoek naar overnamekandidaten. “We stonden er slecht voor en het economisch klimaat was somber. Niemand had interesse. We probeerden een deel van de winkelruimte te verhuren aan leveranciers, maar ook dit leverde niets op.” Er was nog een laatste redmiddel: een BBZ (Besluit Bijstand Zelfstandigen) financiering van de gemeente. Ondernemers waarvan het inkomen onder bijstandsniveau terecht is gekomen, kunnen hier een beroep op doen. Vertegenwoordigers van het mkb onderzochten de levensvatbaarheid van de winkel. “Zij keken naar alleen naar de cijfers en concludeerden dat de verhouding tussen vierkante meters en huurprijs uit balans was. Alleen als de huur zou zakken, konden we aanspraak maken op de BBZ.”  Het vastgoedbedrijf wilde de huur niet verlagen. “Ze zeiden letterlijk: ‘jullie gaan het toch niet redden.’”
Op een vrijdagmiddag hoorden ze dat de BBZ niet doorging. Dat betekende waarschijnlijk sluiting van de winkel, maar dat konden ze pas na het weekend met de bank bespreken. “Zaterdag moesten we gewoon open. Een van de zwaarste dagen ooit. Mooi weer spelen terwijl we beseften dat dit onze laatste open dag kon zijn.”  Die maandag besloot de bank inderdaad de winkel te sluiten. “Het was juni, voor ons de beste maand van het jaar. Met een finale uitverkoop hadden we onze schuldenlast met de helft terug kunnen brengen. Maar de bank was bang, net als de verhuurder. En angst werkt verlammend.” Van de ene op de andere dag stonden klanten voor een dichte deur, waren alle bankrekeningen geblokkeerd, en namen bank en belastingdienst het over. Twee grote trucks kwamen voorrijden om de winkel leeg te halen. “We hadden leveranciers altijd eerlijk gezegd waar we stonden. Ook bij hen groeide de angst. Gelukkig hadden we nog een oude rekening lopen waar we wat facturen van konden betalen.”
Na het verdriet en de boosheid over de sluiting kwam bij Lot de opluchting. “Ik was zo moe van het vechten en ergens blij dat ik het los kon laten. Maar ik was ook bang: wat hing me boven het hoofd? De bijstand? De schuldsanering?” Kort na de sluiting hoorden de ondernemers dat het personeel het faillissement had aangevraagd. Om hun ww-uitkering veilig te stellen, moesten ze aantonen dat het salaris niet meer betaald kon worden. “Na jaren intensief samenwerken, verliepen de contacten ineens via advocaten. Ik zat in het beklaagdenbankje van de rechtbank, zij keken toe vanaf de tribune en gunden me geen blik waardig. In de auto terug naar huis heb ik hard gehuild. Ons mooie bedrijf waar we jarenlang onze ziel en zaligheid in hadden gestopt, bestond niet meer. We werden als criminelen behandeld, moesten boeten voor het tonen van moed en nemen van een risico.” Na de faillissementsuitspraak kregen Lot en Gijs een curator toegewezen aan wie ze  al hun uitgaven moesten verantwoorden. “Gijs had een baan gevonden, zijn eerste salaris werd gevorderd, waardoor hij in de financiële problemen kwam. We waren onze vrijheid kwijt, maar de curator bood ons wel bescherming. Schuldeisers moesten bij hem aankloppen.”

Doosjes vouwen

Wat te doen bij financiële problemen?
“Zorgen dat je niet failliet gaat,” adviseert Jacqueline Zuidweg, eigenaar van schuldsaneringkantoor Zuidweg & Partners. “Bij een faillissement blijf je twintig jaar persoonlijk aansprakelijk voor je schulden. Zoek als het mis gaat zo snel mogelijk hulp. Wie bij betalingsproblemen op tijd aan de bel trekt, kan via een zogeheten minnelijk traject de schulden in overleg met de  schuldeisers aflossen.” Is de situatie ernstiger dan komt de ondernemer terecht in de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP). Met hulp van een bewindvoerder wordt drie jaar vermogen en (een deel van het) inkomen afgestaan. Daarna kan met een schone lei verder worden gegaan. “

Zuidweg vindt dat er maar weinig hulpverlening is voor ondernemers met schulden. “Particulieren met geldproblemen worden op allerlei manieren ondersteund, kijk naar de vele televisieprogramma’s. Ondernemers die failliet gaan krijgen nauwelijks hulp. Eigen schuld, dikke bult denken veel mensen, had je maar geen bedrijf moeten beginnen. Het beleid is nogal dubbel, ondernemerschap wordt gestimuleerd in Nederland, maar als het niet goed gaat, sta je er alleen voor.” Lot besloot na lang twijfelen een bijstandsuitkering aan te vragen. “Ik kon niet meer, was op van alles wat er was gebeurd. Maar net als de meeste ondernemers ben ik trots. Hulp vragen zit niet in mijn aard, ik vind het moeilijk om nederig te zijn. De uitkerende instantie wilde me meteen aan het werk zetten in een fabriek, doosjes vouwen. Gelukkig zag mijn bijstandsconsulente dat ik tegen een burn-out aan zat.”  Ze werd doorgestuurd naar de keuringsarts, die haar afkeurde en wees op een nog lopende arbeidsongeschiktheidsverzekering. “Eindelijk kon ik bijkomen. Ik heb veel geslapen en geprobeerd tot mezelf te komen. Ik ontdekte dat ik mijn identiteit aan de winkel had opgehangen en niet meer wist wie ik zelf was.” Na een paar maanden liep de arbeidsongeschiktheidsuitkering af en kon Lot het huisje dat ze sinds haar relatiebreuk huurde, niet meer betalen. “Daar zat ik dan. Zonder geld, zonder man, zonder baan en zonder huis. Ik moest op mijn 38e weer bij mijn ouders gaan wonen. Vanaf die plek ben ik mijn leven weer gaan opbouwen: ik vond een baan en een paar maanden later een huisje. Ik kan net rondkomen, maar wat ik verdien, is van mij. Een creditcard, rood staan, dat kan allemaal niet meer.” Toch speelt ze met de gedachte om haar vrijheid in te leveren. De druk van schuldeisers kan nog twintig jaar blijven bestaan, de enige oplossing is een schuldsaneringstraject. “Dit betekent de komende drie jaar onder curatele leven en rondkomen van 90% van het bijstandsniveau. Ik had gehoopt dat het niet nodig zou zijn, maar het lijkt de enige optie om schuldenvrij verder te kunnen leven. Pas dan kan ik echt opnieuw beginnen.”
Terugkijkend is er niet veel wat ze anders gedaan zou hebben. “We zijn te laks omgegaan met onze kosten, beter management had het misschien kunnen voorkomen. Toen Gijs en ik uit elkaar gingen, verdween er creativiteit en levensenergie uit het bedrijf. Daarom zal ik een nieuw bedrijf niet snel starten met een levenspartner.” Ondernemers die failliet gaan, raadt ze aan de tijd te nemen voor de verwerking. “Het is een rouwproces, te vergelijken met het verliezen van een geliefde. Geef je over aan wat er is, kijk waarom het zo is gegaan. Dat helpt om het een volgende keer anders te doen.” Haar ondernemersbloed stroomt nog steeds: ze hoopt in de toekomst trainingen te geven. “Ik wil mensen helpen herinneren dat het gaat om wie ze zijn. Wat je doet moet voortkomen uit wie je bent en niet andersom. Je identiteit ontlenen aan wat je doet is de verkeerde weg, heb ik ervaren.”

Om redenen van privacy zijn de namen in dit artikel gefingeerd

Voor meer informatie:
Bureau Zuidweg
De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)
Info van de Kamer van Koophandel

Lees ook het boek ‘Help, ik ga failliet!’