Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

Octrooien: bezint eer ge begint

Nederlandse bedrijven zijn bedreven in het aanvragen van octrooien, zo blijkt uit de cijfers. Maar is een octrooi altijd het beste middel om je vinding te beschermen?

Nederland werd dit voorjaar officieus gekroond tot Europees kampioen intellectueel eigendom. Met 7.100 aanvragen in 2015 bij het Europees Octrooibureau spanden Nederlandse bedrijven de kroon. Ten opzichte van een jaar eerder lag het aantal Europese octrooiverzoeken vanuit Nederland in 2015 3,3% hoger, terwijl dat percentage voor de EU als geheel bleef steken op 0,3%. Kijken we naar het aantal Europese octrooiaanvragen per miljoen inwoners, dan hoefde Nederland afgelopen jaar in mondiaal opzicht alleen Zwitserland voor zich te dulden.

Kleine markt

Nederland scoort inderdaad goed als het gaat om het aantal octrooien, beaamt hoogleraar Industrieel Eigendomsrecht Dick van Engelen. ‘Het aantal octrooiaanvragen wordt vaak gezien als een indicatie voor het innovatief vermogen van een land. Tegelijkertijd is een nuancering hier op zijn plaats. Het is namelijk een relatief klein aantal multinationals – zoals Philips en halfgeleiderfabrikant NXP – dat het gros van de Nederlandse octrooien in bezit heeft. Kijken we naar de maakindustrie in bredere zin, dan zien we dat het aantal octrooien in een land als Duitsland niet alleen absoluut, maar ook relatief gezien een stuk hoger ligt. Dat is niet verwonderlijk: de Duitse markt is, met zo’n 80 miljoen consumenten, nu eenmaal een stuk groter dan de Nederlandse. Je ziet ook dat Duitse bedrijven regelmatig onderling processen tegen elkaar aanspannen vanwege een vermeende inbreuk; op de kleinere Nederlandse markt komt dat minder vaak voor.’

Lange procedure

Voor Nederlandse maakbedrijven die op Europese of wereldwijde schaal actief zijn, wordt het volgens Van Engelen al interessanter om te werken met octrooien. ‘Wel is het goed je te realiseren dat een octrooi een relatief zwaar en kostbaar middel is. Een octrooiaanvraag via het Europese octrooibureau is duur, simpelweg omdat de procedure vrij lang is. Er moet een aanvraag worden geschreven, de vinding wordt door meerdere partijen beoordeeld, er zijn bezwaarrondes… Al met al kunnen de kosten flink oplopen, tot wel tienduizenden euro’s. Bovendien is de timing erg belangrijk: het is zaak er op tijd bij te zijn, maar vaak is er in dat eerste prille stadium nog weinig zicht op de commerciële potentie van een bepaalde vinding. En als iemand uiteindelijk jouw octrooi schendt, kost een procedure ook weer veel tijd en geld. Allerlei praktische en financiële haken en ogen waarvan je je als ondernemer goed bewust moet zijn.’ Het is sowieso verstandig om een octrooigemachtigde in te schakelen, benadrukt Van Engelen. ‘Zo iemand kan je goed adviseren over nut en noodzaak van een octrooiaanvraag.’

Zichtbare verbeteringen

Een Nederlandse bedrijfstak die van oudsher veel met octrooien werkt, is de pluimveeverwerkende industrie. Wereldmarktleider op het gebied van verwerkingslijnen is Meyn, dat machines bouwt voor het sorteren, slachten en uitbenen van kippen en dat op meerdere continenten actief is. Volgens Eric de Cock, manager Intellectueel Eigendom bij de machinebouwer uit Oostzaan, kent de belangrijke strategische rol van octrooien in deze bedrijfstak een historische oorsprong. ‘De Nederlandse pluimveeverwerkende industrie kwam eind jaren vijftig sterk op. Een klein aantal bedrijven beconcurreerde elkaar fel, en octrooien bleken een adequaat middel om de concurrentie de loef af te steken.’ Maar ook de aard van de producten draagt volgens De Cock bij aan het belang van octrooibescherming. ‘Als je het hebt over innovatie, gaat het in onze branche al snel om kleine, mechanische verbeteringen op het gebied van efficiency en snelheid. Zichtbare aanpassingen kortom, die – in tegenstelling tot bijvoorbeeld softwarematige aanpassingen – relatief eenvoudig zijn na te maken. Een octrooi is dan een geijkt middel om je idee te beschermen.’

Publiceren

Tegelijkertijd benadrukt ook De Cock dat een octrooi een relatief zwaar en kostbaar middel is. ‘De kosten van de octrooiaanvraag zelf zijn nog enigszins te overzien, maar het verlengen en handhaven van een octrooi kan de kosten over de gehele levensduur flink doen oplopen. Geheimhouden kan een alternatief zijn, al is dat in onze branche – vanwege de al genoemde zichtbaarheid van verbeteringen – vaak geen optie. Een andere mogelijkheid is om je vinding te publiceren in een vakblad. Op zich biedt dat geen juridische bescherming, maar het zorgt er wél voor dat je concurrent geen octrooi kan aanvragen op jouw vinding.’

Stukadoor

Het belangrijkste advies van De Cock aan maakbedrijven die overwegen een octrooi aan te vragen? ‘Bezint eer ge begint. Maak vooraf een goede, reële kostenbatenanalyse: wordt mijn product inderdaad zo commercieel succesvol als ik denk? En staan de kosten van een octrooiaanvraag dan in verhouding tot wat het product uiteindelijk oplevert? Laat je op dit punt goed voorlichten door een beëdigd deskundige met verstand van zaken, zoals een octrooigemachtigde. Let op: in deze wereld lopen ook veel zelfbenoemde octrooideskundigen rond die claimen een octrooi voor je te kunnen regelen. Daarmee lijk je misschien goedkoper uit te zijn, maar uiteindelijk biedt dat vaak nauwelijks tot geen bescherming. Zonde van het geld en van de tijd die je erin steekt. Je laat een muur bij je thuis ook liever stuken door een echte stukadoor, niet door die ene handige oom of de allround klusjesman om de hoek.’

Andermans octrooi

Ook hoogleraar Van Engelen heeft nog een welgemeend advies aan Nederlandse maakbedrijven die veel aan innovatie doen. ‘Het gevaar bestaat natuurlijk ook dat je zélf – soms zonder dat je het doorhebt – inbreuk maakt op ándermans octrooi. Als je opeens je product of werkwijze verandert, al gaat het maar om een minimale aanpassingen, is het altijd raadzaam om na te gaan of dat niet leidt tot een schending. Dat kun je zelf doen, via de Europese octrooiendatabase Espace.org – al moet je dan wel goed weten waar je precies naar op zoekt bent. Verstandiger is het ook in dit geval om zoiets over te laten aan een erkend octrooigemachtigde. Zo kom je niet voor onaangename, dure verrassingen te staan.’

 

Dit artikel is onderdeel van het dossier Made in NL. Bij MT vinden we dat Nederland trotser mag zijn op zijn maakbedrijven. Met Made in NL wil MT de kennisdeling binnen én over de sector bevorderen en maakbedrijven een podium bieden. Opdat we terecht trots zijn op de hidden champions van de maakindustrie. In deze missie wordt MT vergezeld door de volgende partners: Centraal Beheer Achmea, MBCF, NIBC, Salesforce en TNO.

Meer Made in NL?

 

 

 

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.