Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Als angst aanbelt, moeten we opendoen

Negativiteit groeit exponentieel, schrijft columnist Ronald Meijers. Een angstcultuur is zo ontwikkeld. Is er iets aan te doen? Ja, en wellicht niet wat je verwacht.

angst op de werkvloer MT Getty Images
Je leest nu: Als angst aanbelt, moeten we opendoen

Ik geef het toe, ik ben bang om incompetent te worden gevonden. Om tegen te vallen, betrapt te worden op onkunde. Mijn angst staat ook wel bekend als het Impostor Syndrome, maar ik noem haar liever mijn ‘fobi’: fear of being incompetent. Ondanks deze angst daag ik al sinds de basisschool bazen uit. Nog maar net in de klas bij de heer Boter, het schoolhoofd, en ik moest al een hele herfstvakantie overblijven. Later begreep ik dat gezagsdragers liever geen vragen krijgen waar ze geen antwoord op hebben; dat ervaren ze als een aanval op hun machtspositie. Maar ik krijg nu eenmaal iets opstandigs van hiërarchie. Echt slim is dat niet voor iemand met mijn fobi. Want kritiek op een ‘topdog’ blijft 10 tegen 1 niet onbestraft. Nadat ik vorige week met kloppend hart tegen de hoogste in rang had gezegd dat effectieve leiders niet met twee maten meten – zelf uit willen praten, maar anderen onderbreken – kreeg ik te horen dat de opbrengst van de sessie hem nogal tegenviel. Kritiek verdubbelt kritiek.

Laatst maakte ik een fout. Geen slimme waar je bij GoogleX bonussen voor krijgt, maar een stomme fout. Trots op mijn nieuwe boek en het door mij geïnitieerde debat daarover in het FD, gaf ik in het heetst van een woordenstrijd mijn mening over de CEO van een klant. Terwijl ik dat deed, wist ik dat ik fout zat: wij praten niet over klanten. In het daaropvolgende ‘normoverdragende gesprek’ bleek dat onze RvB dacht dat ik nog een fout had gemaakt. Zij gingen ervan uit dat het FD-interview niet was afgestemd met de afdeling communicatie. Gelukkig wel. Maar het punt is: waar een fout wordt gemaakt, ontstaat het vermoeden dat er meer zijn. Een illustratie van het Horn-effect: negatieve percepties versterken elkaar.

Deze voorbeelden laten zien dat negativiteit exponentieel groeit. Een angstcultuur is zo ontwikkeld. Herkenbaar? Vast. Is er iets aan te doen? Ja, en wellicht niet wat je verwacht. Want ik geloof dat we vrede moeten sluiten met onze angst. Angst is niet alleen menselijk, angst is zelfs gewenst. Wie dat weigert in te zien en liever de organisatie de schuld geeft, versterkt daarmee de angstcultuur. Als angst aanbelt moeten we opendoen en aandachtig naar zijn verhaal luisteren. Vrees, bijvoorbeeld voor baanverlies, is namelijk – net als kritiek – vaak terecht.

Als angst aanbelt, moeten we opendoen en aandachtig luisteren naar zijn verhaal

De functie van angst is om ons te activeren, ons voor te bereiden op een reëel gevaar. Daarom doe ik mijn best om mijn angst ‘vloeibaar’ en daardoor voelbaar en analyseerbaar te houden. Mijn fobi is een nuttige rem op mijn neiging tot slecht getimede directheid. Maar ik laat me nu ook weer niet leiden door mijn eigen angst of die van anderen, of ze nu schoolhoofd zijn of CEO. Op mijn sterfbed hoop ik de nummer 1 van de Universele Spijtlijst niet te voelen: weinig lijkt mij zo triest als te moeten verzuchten dat mij de moed ontbrak om mijn eigen leven te leiden. De angst daarvoor is sterker dan mijn fobi.