Een medewerker van een woningcorporatie wil een bewonersbrief begrijpelijker formuleren en voert de tekst in bij ChatGPT. Een zorgmedewerker zoekt sneller naar het juiste protocol via een AI-tool. Het zijn momenten waarop AI-geletterdheid in de praktijk wordt getoetst. Want hoewel de Europese AI-verordening sinds augustus 2024 helder is over het ‘waarom’ (AI-geletterdheid is een basisvoorwaarde voor verantwoord digitaal werken) blijft het ‘hoe’ vaak een blinde vlek.
De grootste fout die organisaties maken, is denken dat AI-geletterdheid een trainingsmoment is. Een halfdaagse cursus, een vinkje in het Learning Management System (LMS) en klaar. In werkelijkheid gaat het om gedragsverandering, niet om een eenmalige kennisoverdracht. Wie alleen stuurt op een certificaat, mist de essentie: de dagelijkse werkpraktijk.
De illusie van de generieke training
Een tweede valkuil is de one-size-fits-all-aanpak. De informatiebehoefte van een receptioniste die mailtjes opstelt verschilt fundamenteel van die van een bestuurder die beleid moet vaststellen, of een IT-architect die Copilot uitrolt. Een generieke training raakt iedereen op het verkeerde niveau.
Volgens de adoptie-experts van Ictivity moeten organisaties vier rollen scherp onderscheiden. Allereerst de gebruiker, die praktische vaardigheden nodig heeft zoals prompten en het herkennen van hallucinaties. De leidinggevende moet vervolgens leren welke kaders hij stelt: hoe voorkom je dat AI een wedstrijdje wordt tussen wie het meeste durft?
Daarnaast is er de AI-eigenaar (vaak in IT of governance) die het gesprek met leveranciers voert over datakwaliteit, en tot slot het bestuur. Voor die laatste groep gaat geletterdheid niet over prompts, maar over risicobegrip en strategische keuzes binnen de bedrijfsvoering.
Gevaar van schaduw-AI
Vaak heerst de gedachte dat AI-geletterdheid pas relevant is zodra de organisatie officieel tools uitrolt. Dat is een misvatting. Juist organisaties die formeel ‘nog niet aan AI doen’, kampen vaak met schaduw-AI: medewerkers die privé-accounts gebruiken voor hun werk omdat het simpelweg sneller gaat. Zonder geletterdheid wordt dit een acuut veiligheids- en kwaliteitsrisico.
Echte adoptie ontstaat niet in een vergaderzaal, maar door te oefenen met herkenbare situaties. Mag die zorgmedewerker cliëntinformatie gebruiken bij het zoeken naar een protocol? Wie blijft verantwoordelijk voor de inhoud van een met AI opgesteld gemeentelijk besluit? Juist in die concrete situaties ontstaat geletterdheid.
Niet meten met surveys, maar op gedrag
Organisaties die AI succesvol adopteren, stappen af van klassikale trainingen als eindstation. Ze werken met ambassadeurs per team, korte video’s met praktijkvoorbeelden en laagdrempelige ondersteuning op de werkvloer, zoals floorwalkers. Het doel is dat medewerkers niet alleen weten hoe het werkt, maar ook de ruimte voelen om fouten bespreekbaar te maken.
De effectiviteit hiervan meet je niet met een survey van twintig vragen, maar op basis van gedrag. Worden AI-uitkomsten getoetst voordat ze worden gebruikt? Worden incidenten, zoals een prompt met gevoelige informatie, gemeld en besproken? Het aantal actieve gebruikers van goedgekeurde tools en het onderling delen van voorbeelden zijn betere graadmeters voor volwassenheid dan een vinkje achter een e-learning.
Voor bestuurders begint dit proces bij een expliciete keuze: maak iemand formeel eigenaar van AI en behandel geletterdheid niet als een los complianceproject, maar als integraal onderdeel van de digitale strategie. Alleen dan bouwen organisaties aan medewerkers die AI met vertrouwen inzetten als werkversneller.



