Winkelmand

Geen producten in de winkelwagen.

9 tips om op verhaal te komen

Met een goed verhaal verover je de wereld, maar uit welke bronnen moet je putten? Podiumauteur Jancees van Westering geeft 9 tips.

Foto: Getty

#1. Neem de tijd

Het gaat om je basistekst: het A-viertje dat duidelijk maakt wie je bent, waar je staat en waar je voor gaat. Woorden en beelden waar je niet alleen zelf blij van wordt, maar waarmee je ook anderen blij kunt maken. Kortom: op je verhaal komen is een fundamentele klus die om een dito investering vraagt. Je zult tot jezelf moeten komen en vervolgens de verbinding leggen met de ander: ‘Dit ben ik en dat kan ik voor jou betekenen.’

Je kunt het een even taaie, als inspirerende proeverij van woorden en beelden noemen. Wat is de kern van je zaak? Welke woorden voelen goed? Wat slaat voor jou de spijker op de kop? Wat is een markant voorbeeld? Wat sluit direct aan bij urgent ervaren behoeften van mogelijke opdrachtgevers?

De dynamiek van onze hersens en onderbewustzijn vereist dat je voor je zoektocht de tijd neemt. De volkswijsheid luidt dat je ergens een nachtje over moet slapen. Psychologen noemen dat onbewust nadenken. De achterliggende gedachte is dat je hersens –en onderbewustzijn- het beste voor je werken als je ze even met rust laat. Je zet je onderwerp en bijbehorende vragen als het ware in de week en laat er wat tijd overheen gaan: zo ontstaan het juiste inzicht en komen de juiste woorden schijnbaar vanzelf.

#2. Overweeg een sparring partner

Er staat nergens geschreven dat je je beeldbepalende A4tje in gepaste eenzaamheid dient uit te broeden. Als dat zo het beste werkt kan je je natuurlijk terugtrekken in een klooster en pas weer tevoorschijn komen als je concepttekst klaar is. Maar als dat beter bij je past, kan je ook anderen bij je schrijfklus betrekken. Iemand die jou helpt om van je eigen essentie te bevallen.

Essentieel voor je storyfinding is dat je met jezelf in gesprek raakt en echte antwoorden vindt op echte vragen. Een kritische outsider kan daarbij helpen door stevig door te vragen en pas hoera te roepen wanneer je – volgens hem of haar- een formulering vindt die overtuigt en opvalt.

Let wel op wie je vraagt bij zo’n traject. En welke afspraken je maakt. Vriend of professional: in beide gevallen geldt dat het om jou gaat en dat je moet voorkomen dat een ander zijn/haar eigen vondsten centraal stelt in plaats van jou te helpen je eigen woorden te vinden.

#3. Begin met sleutelwoorden

Heel simpel: je verhaal bestaat uit zinnen en een zin bestaat uit woorden. Als appetizer voor het grotere werk stel ik voor om eerst een verzameling aan te leggen van woorden die het meest bij jou passen. Zelfstandige naamwoorden: zoals systeem, boost of brug; en adjectieven: zoals snel, betrouwbaar of betrokken. En (vooral) werkwoorden: zoals adviseren, produceren, opschudden, innoveren.

De kunst is om je superego wat te dimmen en spelenderwijs op de woorden te komen. Maak een lijst van 7 voor elke categorie: dus 7 zelfstandig naamwoorden, 7 adjectieven en 7 werkwoorden die voor jou de show stelen. Vervolgens pijnig je je hersens af om een top 3 te kiezen: als je maar drie woorden had om te vertellen wie je bent, waar je staat en waar je voor gaat: welke woorden zouden dat dan zijn?

Met het verzamelen van woorden start je niet alleen de motor van het formuleren, maar krijg je ook de gereedschapskist in handen waarmee je de schrijfklus kunt klaren. Het spreekt immers vanzelf dat de door jou uitverkozen woorden een prominente plaats krijgen in de tekst van je A- vier.

#4. Ga op zoek naar sleutelzinnen

Maak de sprong van woorden naar één zin en verzin een motto of uitspraak die als vlag het beste de lading van je boodschap dekt. En die op de achterkant van je visitekaartje kan prijken. Er wordt wel geklaagd over de terreur van de oneliner: dat je de blits moet maken met iets dat lekker bekt, maar de werkelijkheid geweld aan doet. Je kunt je ultieme zin met evenveel recht ook de kroon op je denkwerk noemen. Dat hij beeldend en bondig de essentie weergeeft. Communicatief kan zo’n zin bovendien wonderen verrichten: de aandacht trekken, sympathie wekken en héél lang blijven hangen.

Het gaat erom dat je de taal vindt die het beste bij je past. Daarbij kan je je ook ruimschoots door anderen laten inspireren. Zorg dus naast een verzameling van woorden ook voor een verzameling van zinnen. Stuit je in een interview, boek, lezing of gedichtenbundel op een passage die je bijzonder aanspreekt, schrijf het meteen op: zo bouw je aan een database waarmee je anderen iets over jezelf kunt vertellen. Zolang je eerlijk en open de bron vermeldt, kun je je eigen verhaal ongelimiteerd versterken met vondsten van een ander.

#5. Bedenk een structuur

Een hoogbegaafde is in staat om uit de losse hand een tekst te schrijven die vervolgens klinkt als een klok en klopt als een bus. Gewone stervelingen moeten eerst goed nadenken voordat ze de confrontatie aangaan met een leeg beeldscherm of wit vel A-vier. Daarbij geldt: geen tekst zonder structuur, een volgorde, een begin en een eind.

Hoe krijg je vat op een tekst die je wilt schrijven? Suggestie: bedenk een structuur door je boodschap te vertalen in vragen waarop je antwoord wilt geven. Laat je bij het formuleren van de vragen leiden door hetgeen je zelf graag kwijt wilt en hetgeen anderen graag van je willen weten. Dan kom je bijvoorbeeld op: Wat maakt mij bijzonder? Hoe is mijn aanpak? Wat is mijn droom? Welk resultaat kun je van mij verwachten? Heb je je vragen eenmaal op een rijtje dan wordt schrijven een stuk gemakkelijker: je hoeft alleen nog maar de vragen te beantwoorden.

Het heeft minder met structuur, maar alles met volgorde te maken: bedenk dat lezers uit duizend teksten kunnen kiezen en gemakkelijk afhaken. Dat betekent dat je je verhaal met je sterkste zinnen moet beginnen. Sterk is in dit verband alles wat ‘eruit springt’, nieuwsgierig maakt en een belofte inhoudt, zoals een glas ijsthee voor een dolende in de woestijn.

#6. Beperk abstractie

Gezien de aard van hun onderwerpen ontkomen de meeste professionals niet aan abstracte formuleringen. Beleid gaat doorgaans niet over een meneer Jansen maar een hele categorie Jansens. En als je een proces begeleidt, lijkt het geen bon ton om te vermelden dat je de club soms een rotschop verkoopt.

Met abstractie kan je imponeren: het is de taal van machthebbers. Dus pik je er graag een graantje van mee. Maar een ongewenste bijwerking van abstract taalgebruik is dat het gemakkelijk verveelt en je zelden ‘bij de lurven pakt’. En dat is precies de bedoeling van je A4: niet alleen helderheid verschaffen, maar ook de ander raken met iets dat echt van jezelf is.

Moraal van het verhaal: bewaak het abstractieniveau van je tekst en zorg voor leven in de brouwerij. Dat kan door recht voor zijn raap-uitspraken en zo nu en dan een héél concreet voorbeeld.

#7. Doe de humeurige man-proef

Als je je concepttekst klaar hebt is het tijd om hem te laten rijpen. De eerste stap is dat je letterlijk -en figuurlijk- afstand neemt. Na een tijdje pak je je tekst weer op en gaat hem opnieuw bekijken, maar dan in de rol van een humeurige man: iemand die zich afvraagt met welke onzin ze hem nu weer lastig komen vallen. Zo test je zin voor zin en woord voor woord met vragen als: snijdt dit hout? Kan het korter, actiever, directer? Is dit woord of deze zin echt noodzakelijk?

De achterliggende gedachte is dat vrijwel iedereen die een tekst schrijft geneigd is om het onnodig ingewikkeld en breedvoerig te maken. Dus tref je ineens driemaal het woord daarbij aan, terwijl je er twee probleemloos kunt schrappen. Of je betrapt je op een zinsnede als in feite zou ik het op die manier het liefste willen aanpakken. Terwijl je ook kunt zeggen: zo pak ik het bij voorkeur aan.

#8. Kies je critici

Nadat je zelf voor humeurige man hebt gespeeld is het tijd om een aantal andere humeurige mannen –of vrouwen- te zoeken die kritisch naar je tekst willen kijken en je onverbloemd melden hoe een en ander overkomt. Bedenk: je tekst wordt altijd beter als je er een ander naar laat kijken. Zo ontdek je bijvoorbeeld dat een woord totaal anders wordt opgevat dan jij bedoelt, dat je best wat meer van jezelf mag laten zien of dat een alinea schreeuwt om een praktisch voorbeeld.

Wees wel kritisch in het gebruik van critici. Neem er niet teveel en bedenk dat je niet alle suggesties hoeft te honoreren. Uiteindelijk bepaal je zelf hoe je tekst gaat luiden. Kortom: het is een kwestie van goed luisteren, oppikken wat je gebruiken kunt en waar nodig eigenwijs blijven. Nadat je alle reacties de revue hebt laten passeren komt tenslotte het moment om je schrijfklus af te sluiten. Je kunt met je tekst de wereld in.

Dagelijks de nieuwsbrief van Management & Leiderschap ontvangen?



Door je in te schrijven ga je akkoord met de algemene en privacyvoorwaarden.

#9. Houd je verhaal bij

Als je eenmaal voor een tekst hebt gekozen moet je hem ook trouw blijven. Dus de ander laten merken dat je er als een blok achter staat. Alleen op die manier kan je overtuigen en enthousiast maken. Besef tegelijkertijd dat een verhaal over jouw identiteit & aanbod nooit af is: met de wereld blijf je immers in beweging en een goed verhaal beweegt mee. Dit is geen uitnodiging om voortdurend aan je tekst te blijven morrelen. Het betekent wel dat de tijd soms rijp is voor een update: strookt je tekst nog wel, met jezelf en met de tijdgeest? Zo niet dan zal je onderhoud moeten plegen en op zoek gaan naar nieuwe woorden.

Over de auteur:
Podiumauteur Jancees van Westering helpt professionals, teams en organisaties  onder de noemer Storyfinding aan het verhaal waarmee zij ondernemen.