De leidende Dow-Jonesindex sloot 1,8 procent in de min op 17.280,83 punten. De bredere S&P 500 leverde 1,6 procent in en eindigde op 2002,33 punten. De technologiegraadmeter Nasdaq daalde 1,2 procent tot 4653,60 punten.
Een sterker dan verwachte toename van het consumentenvertrouwen in de Verenigde Staten kon fikse koersverliezen niet voorkomen. Uit een voorlopig cijfer dat kort na opening van de handel werd vrijgegeven, bleek dat de stemming onder Amerikaanse consumenten sinds januari 2007 niet zo positief was als deze maand.
IBM
Technologieconcern IBM was de sterkste daler onder de hoofdfondsen in New York met een verlies van 3,5 procent. Chemiereus DuPont daalde 3,2 procent. De oliemaatschappijen ExxonMobil en Chevron leverden respectievelijk 2,9 en 2,4 procent in.
Stijgers waren er niet in de Dow. Alleen de detailhandelsgigant Wal-Mart eindigde nagenoeg vlak. Entertainmentconcern Walt Disney en fastfoodketen McDonald’s wisten de verliezen te beperken tot respectievelijk 0,3 en 0,4 procent.
Halliburton
Dienstverlener aan de olie-industrie Halliburton ging 0,8 procent omlaag. Het bedrijf liet weten vanwege de daling van de olieprijzen duizend banen te schrappen. De maatregelen zijn volgens Halliburton noodzakelijk om de moeilijke marktomstandigheden het hoofd te kunnen bieden
Softwarefabrikant Adobe Systems viel in positieve zin op met een winst van ruim 9 procent. Het bedrijf maakte bekend het fotoconcern Fotolia over te nemen. Het aandeel profiteerde daarnaast van goede kwartaalcijfers die het bedrijf donderdag presenteerde.
De euro was 1,2450 dollar waard, tegen 1,2480 dollar aan het einde van de Europese beurshandel eerder op vrijdag. De prijs van een vat Amerikaanse olie van 159 liter zakte 4 procent tot 57,54 dollar. Een vat Brentolie werd 3,3 procent goedkoper en kostte 61,59 dollar.