Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Apenpokken en LHBTI-personeel: hoe werkgevers stigmatisering kunnen voorkomen

Het apenpokkenvirus komt voornamelijk voor bij mannen die seks hebben met mannen. Een besmetting kan daarom leiden tot een ongewilde coming-out. Werkgevers moeten dus de privacy beschermen en stigmatisering voorkomen, schrijven Michiel Kolman en Kai Jonas in een gastbijdrage.

apenpokken werkvloer lhbti
Getty Images
Je leest nu: Apenpokken en LHBTI-personeel: hoe werkgevers stigmatisering kunnen voorkomen

Met de herfst in zicht maken werkgevers zich op voor nieuwe coronainfecties in hun gelederen. Maar sinds dit jaar hebben ze er een tweede zorg bij: de apenpokken.

Afgelopen zomer merkte de Wereldgezondheidsorganisatie dit virus officieel aan als een internationaal gevaar voor volksgezondheid. Apenpokken verspreidt zich langzaam maar zeker over de wereld en ook in Nederland blijven er infecties plaatsvinden. Hoeveel dat er precies zijn, is lastig in te schatten.

Apenpokken zijn een blijvertje

Wie vermoedde het coronavirus te hebben opgelopen liet zich natuurlijk testen voor uitsluitsel, maar bij apenpokken wordt die noodzaak minder gevoeld door de duidelijke symptomen: goed zichtbare puistjes.

De lage officiële infectiecijfers zijn hierdoor niet betrouwbaar en dus ook geen reden om licht over dit virus te denken.

Apenpokken zijn lang niet zo dodelijk als corona, maar er ontstaan wel zeer pijnlijke huidklachten die meerdere weken aan kunnen houden. De kans dat het gevaar van apenpokken vanzelf zal wijken is bovendien zeer klein, omdat vaccins in laag tempo beschikbaar komen en hun effectiviteit nog onduidelijk is. De verwachting is nu dat apenpokken een ‘blijvertje’ gaan worden.

Stigmatisering bij apenpokken

De overgrote meerderheid van de gevallen van apenpokken wordt aangetroffen bij mannen die seks hebben met mannen (MSM). De aanwezigheid van het virus in deze groep doet denken aan de HIV-pandemie van de jaren 80.

HIV zorgde voor enorme stigmatisering van MSM en de bredere LHBTIQ+-gemeenschap: het werd gezien als een homoziekte waarover de wildste mythen de ronde deden. Er zijn talloze verhalen bekend van mensen die met HIV leven die zijn ontslagen of hun huis uitgezet.

Bij apenpokken ligt dezelfde stigmatisering op de loer: het virus kan mogelijk worden gezien als een seksueel overdraagbare aandoening die alleen rondgaat onder homomannen.

Apenpokken op de werkvloer

De dreigende stigmatisering rondom het apenpokkenvirus openbaart zich in het bijzonder op de werkvloer. Mensen die geïnfecteerd zijn geraakt vinden dit zelfs de lastigste plaats om over hun situatie te vertellen, blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek.

Hiervoor zijn twee belangrijke redenen. Omdat het virus zo sterk wordt geassocieerd met MSM kan het informeren van derden over een infectie leiden tot een gedwongen coming-out.

Maar ook voor werknemers die open zijn over hun seksuele orientatie zijn er negatieve gevolgen mogelijk. Het stigma zorgt ervoor dat werknemers als onbetrouwbaar en onprofessioneel worden gezien. De geïnfecteerde persoon wordt automatisch geassocieerd met seksfeesten, losse partners en gebrek aan eigen verantwoordelijkheid.

Lange herstelperiode

Daarnaast kan het ziekteverloop voor ingewikkelde situaties zorgen. In tegenstelling tot corona herstel je doorgaans pas na 21 dagen van apenpokken. Gedurende die lange periode is het lastig om normaal te blijven werken: je hebt immers last van zichtbare puistjes en vormt lange tijd een infectierisico voor anderen.

Fysieke afspraken zijn sowieso onmogelijk, maar ook videogesprekken kunnen voor ongemak zorgen voor de werknemer zelf, collega’s en externe contacten.

Organisaties die inclusiviteit en diversiteit belangrijk vinden moeten daarom nadenken over de gevolgen en management van apenpokken op de werkvloer. Een zorgvuldige, empathische aanpak kan schadelijke situaties voor werknemers en de hele organisatie voorkomen. Bij leden van stichting Workplace Pride hebben steeds meer organisaties hier aandacht voor, maar onze inschatting is dat het gaat om een kleine minderheid.

Tips voor apenpokken op de werkvloer

Werk je – als hr-professional of anderzijds – bij een organisatie en wil je werk maken van een aanpak die stigmatisering voorkomt en privacy beschermt? Houd dan rekening met de onderstaande adviezen:

  1. Zorg dat je privacy van werknemers 100 procent waarborgt. Zij moeten volledig in vertrouwen kunnen melden dat ze apenpokken hebben opgelopen en ervan uitgaan dat niemand anders dat te weten komt. Hier is een belangrijke rol weggelegd voor de bedrijfsarts, maar ook voor het ondersteunend personeel.
  2. Spreek in de organisatie niet over een infectie met apenpokken als een werknemer dat niet wil. Kies in zo’n geval voor een meer algemene benaming, zoals een ‘zware infectie die een lange behandeling en herstel vereist’.
  3. Zorg voor een goede reorganisatie van werktaken als ook digitaal werken – lees: videobellen – geen goede optie is.
  4. Zorg na afloop van de infectie voor een goede re-integratie. Zoek het gesprek met de medewerker, laat daarin ruimte voor zorgen en maak het stigma bespreekbaar. Laat ook de olifant in de kamer daarbij niet onbesproken en ga na of de werknemer intern wordt afgerekend op zijn veronderstelde seksuele gedrag.
  5. Werk nauw samen met LHBTIQ+-groepen binnen de organisatie en neem hun visie mee in je beleid.
  6. Maak een plan voor het geval dat het toch tot een onvrijwillige coming-out van een medewerker komt. Denk over vragen na zoals: hoe stop je roddels, hoe spreek je collega’s aan die zich niet professioneel gedragen en hoe herstel je het vertrouwen in de medewerker op de werkvloer?