Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Zo kom je van je uitstelgedrag af

Uitstelgedrag is niet alleen vervelend voor de uitsteller, het kost werkgevers behoorlijk wat geld. Maar wat kan je eraan doen? Volgens Lennart Visser, die promoveerde op het onderwerp, ligt de sleutel vooral in jezelf en je valkuilen kennen. Hij geeft drie tips.

Tijd - uitstelgedrag - timemanagement
Je leest nu: Zo kom je van je uitstelgedrag af

Je hebt een belangrijke taak te doen – vandaag ga je er écht aan beginnen. Maar eerst nog even op Facebook. Je mail. YouTube. Je nieuwsapp. En voor je het weet ben je uren verder en heb je je werk niet gedaan.

Het eindeloos uitstellen van werk is niemand vreemd, zo lijkt het wel. Maar waarom doen we dit? Die vraag onderzocht Lennart Visser de afgelopen jaren voor zijn promotieonderzoek. Als onderwijskundige helpt hij studenten met studieontwijkend gedrag. ‘Ik zag dat mensen echt vastliepen in hun taken, terwijl ze andere opdrachten heel goed af konden ronden. Dus deed ik onderzoek naar de achterliggende redenen waarom mensen hun werk uitstellen.’

Want als je wél op tijd kan komen om een vliegtuig of trein te halen, waarom blijf je dat ene taakje op werk dan uitstellen? ‘De tijd en energie die je over het algemeen verspilt met het uitstellen, is vaak vele malen groter dan wanneer je de taak gewoon zou vervullen. Maar tóch doen we liever iets anders.’

Psychologie

Visser zag bij zijn studenten vooral een laag zelfbeeld dat in de weg zat aan het beginnen van een taak. ‘De angst het niet te kunnen was voor velen een reden om er überhaupt niet aan te beginnen.’

En hoewel studenten voor ‘studieontwijkend gedrag’ zelfs het heuse werkwoord soggen hebben uitgevonden, komt het ook in ons verdere leven voor. Een belangrijke taak op onze to do list moet het vaak afleggen tegen filmpjes op YouTube of Whatsapp berichtje. ‘Je zou zeggen dat je met de jaren meer vertrouwen krijgt in je werk, maar alsnog kost uitstelgedrag werkgevers ontzettend veel geld’, zegt Visser.

Maar wat valt daaraan te doen? Visser geeft een aantal tips.

#1 Leer je eigen vluchtroutes kennen

Inzicht in je eigen gedrag is de sleutel tot het oplossen van het probleem, stelt Visser. ‘Er zijn bepaalde dingen die je niet uitstelt en waar je kwaliteiten inzet om die deadline wel te halen. Het vliegtuig bijvoorbeeld, maar ook een taak waarover je bevlogen bent.’ Aan jou de taak om te bedenken welke kwaliteiten je daarvoor gebruikt hebt en hoe je die in kan zetten om ook het uitstelgedrag te lijf te gaan. ‘Heel vaak zijn mensen er al zo van overtuigd dat het niet goed komt, dat ze als een slaaf van hun eigen gedrag iets anders gaan doen.’

Leer daarbij ook je eigen gedrag kennen om te herkennen wanneer je op het punt staat je werk uit te stellen. Hangt je vinger al boven de letter ‘F’ van Facebook op het moment dat je een nieuw tabblad opent? Is je telefoon altijd binnen handbereik? Vraag je dan op het moment dat je afgeleid raakt af of je gedrag bijdraagt aan het doel wat je probeert te bereiken. Door erbij stil te staan, kun je uitstelgedrag proberen af te wenden.

#2 Vraag je af waarom je dingen doet

Een veelgehoorde misvatting is dat het uitstellen van taken te maken heeft met slecht timemanagement. ‘Als ik studenten help met uitstelgedrag, verwachten veel van hen dat ik ze ga leren plannen. Maar mensen weten heel vaak wel hoe te plannen, ze schuiven geplande zaken gewoon voor zich uit.’

Wie last heeft van uitstelgedrag, doet er goed aan zich af te vragen wat het doel van het werk is. ‘En nog beter: wat is het ideaal wat je er uiteindelijk mee wil bereiken? We doen heel veel dingen zonder dat we ons afvragen wat we ermee willen bereiken.’ Een taak die moet van je baas, valt bijvoorbeeld eerder ten prooi aan uitstelgedrag. ‘Maar zelfs daar kun je een duidelijk doel voor de lange termijn voor bedenken. Op die manier motiveer je jezelf.’

#3 Ken je eigen ritme

Doe je liever ‘s ochtends moeilijke taken of ben je meer een middagdenker? En wanneer werk je je mail weg? Door na te gaan op welke momenten je de meeste energie hebt, kun je je dag zo goed mogelijk inplannen. ‘Ik doe ‘s ochtends meer denkwerk, dus ik weet dat ik moet beginnen met mijn mail’, geeft Visser als voorbeeld. ‘En ga ik ‘s middags lastige taken oppakken, dan komt daar weinig van en ligt uitstelgedrag op de loer.’