Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Zo blijf je overeind als een burn-out op de loer ligt

‘Nog heel even, dan is drukke project afgelopen en kan ik weer rustiger aandoen.’ Herkenbaar? In Nederland lopen waarschijnlijk miljoenen mensen rond met dit idee. Alleen, vaak wordt het allesbehalve rustiger. In werkelijkheid loop je op je tenen tot je er écht niets meer bij kunt hebben, tot je op een ochtend simpelweg je bed niet meer kunt uitkomen.

Mariska Cornelissen
Je leest nu: Zo blijf je overeind als een burn-out op de loer ligt

Het heeft nooit te maken met één hectisch project. De periode voorafgaand aan een burn-out duurt zeker een maand of zes, als het niet langer is, denkt Mariska Cornelissen. Zij is communicatiewetenschapper en businesscoach en sprak voor haar boek Nog niet gevloerd met tal van mensen die een burn-out hebben gehad. Ze wilde erachter komen wat zij daarvan hebben geleerd, en of ze met de kennis van nu dingen anders zouden aanpakken.

Eind vorig jaar meldde het TNO dat bijna 1,3 miljoen Nederlanders last hebben van burn-outklachten. In de medische wereld spreken ze inmiddels van een burn-out als je minstens een halfjaar een behoorlijke mate van overspannenheid ervaart, aldus Cornelissen. Lang genoeg om in te kunnen grijpen, vindt ze. ‘Dat kan. Een burn-out kan zorgen voor belangrijke inzichten, maar je hoeft echt niet thuis komen te zitten om die op te doen. Daar is niemand bij gebaat.’

Kwetsbaar opstellen

Van de mensen die ze sprak was vrijwel iedereen het erover eens, hét advies aan iemand die op een burn-out afstevent luidt: praat erover. Met je vrienden, met je familie, met je collega’s, maar toch vooral met je leidinggevende. Om aan te geven dat het anders moet. Dit advies is tegelijkertijd erg lastig, bekent Cornelissen, want het betekent dat je je kwetsbaar moet opstellen tijdens een fase waarin je juist sterk het gevoel hebt dat je tekortschiet.

Sowieso gebeurt het ergens in die periode voorafgaand aan een burn-out dat stress overloopt in een soort schaamtegevoel, vervolgt ze. ‘Onze maatschappij is natuurlijk erg op prestatie gericht, maar veel minder op de moeite die nodig was dat resultaat te bereiken. Al snel denk je dat de mensen om je heen helemaal geen problemen hebben, terwijl zij zich misschien net zo gestrest voelen als jij – en net als jij dat niet aan de buitenwereld durven te laten zien.’ En hoe minder we erover praten, omdat we het moeilijk vinden, hoe meer last we hebben van die schaamte. Bovendien weten we allemaal dat we onszelf stukken strenger beoordelen dan een ander.

Perfectionisme

‘Zeker bij mensen met een perfectionistische inslag zie je dat,’ vervolgt de communicatiewetenschapper. ‘Zij hangen hun eigenwaarde op aan een ideaalbeeld, een vergelijking die vaak heel zwart-wit is en meestal ook te maken heeft met de goed- of afkeuring van de ander. Daar komt natuurlijk nooit een einde aan, dus je bent zelf het motortje dat dit proces in stand houdt. En juist als je dan op een gegeven moment last krijgt van klachten zoals hoofdpijn of slapeloze nachten hebt, of een veel te kort lontje, ga je nóg harder werken om dat te kunnen bijbenen.’

Zou het niet kunnen dat we en masse onze burn-outverschijnselen bagatelliseren omdat we stiekem, diep vanbinnen, weten dat we wat anders zouden willen doen? Van de mensen die Mariska Cornelissen sprak, is het overgrote deel in een andere baan beland, beaamt ze. ‘Misschien ís het werk dat je nu doet ook niet het werk waarvan je een gat in de lucht springt, maar dat is ook oké.’

‘Je carrièrepad loop je niet in één keer, en met kleine stapjes kom je ook bij je doel. Soms is er nu eenmaal zoiets als de realiteit van je vaste lasten. Ga in dat geval onderzoeken wat je eventueel wél zou willen doen en kijk op je huidige werk of er aanpassingen mogelijk zijn waarbij je weer wat ruimte en vrijheid ervaart. Práát erover. Kwetsbaarheid is geen zwakte.’