Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom je zo weinig voor elkaar krijgt en hoe het anders kan

Neuropsycholoog Mark Tigchelaar schreef het boek Focus AAN/UIT waarin hij ons uitlegt waarom we ons zo slecht kunnen concentreren en wat je anders zou kunnen doen.

focus
Je leest nu: Waarom je zo weinig voor elkaar krijgt en hoe het anders kan

‘Nooit meer te druk’ van Tony Crabbe, ‘De pomodoro techniek’ van Francesco Cirillo en het al wat oudere Getting Things Done’ van David Allen. Allemaal zijn het bestsellers en behandelen ze die ene prangende vraag: hoe zorg ik ervoor dat ik mijn werk op een bevredigende manier af krijg? En dat zijn dan nog slechts de internationale grootheden. Van Nederlandse auteurs verschenen onlangs ‘Grip’ van Rick Pastoor en ‘Concentratie’ van Stefan van der Stigchel.

En nu is er weer een boek om bovenop de stapel te leggen: Focus AAN/UIT van Mark Tigchelaar en zijn co-auteur – om de een of andere reden staat zijn naam in kleine lettertjes op de cover – Oscar de Bos. Alsof we nog niet genoeg te lezen hebben.

Dat laatste is een beetje flauw. Ja, de redactie van MT wordt weleens wat moe van elke keer boeken over hetzelfde onderwerp, maar al die boeken voorzien natuurlijk wel in een enorme behoefte. Vrijwel iedereen heeft het gevoel dat er ondanks al die uren die hij maakt maar weinig uit zijn handen komt. En ieder boek biedt net weer wat andere tips om de het informatiebombardement van je smartphone te doorstaan en weer wat rust in je leven terug te krijgen.

‘Het cocktailparty-effect’

Mark Tigchelaar is als neuropsycholoog goed op de hoogte van de stand van de wetenschap betreffende de werking van onze hersenen en hij weet dat simpel en goed uit te leggen. Vaak ook aan de hand van praktische situaties die voor iedereen herkenbaar zijn.

Waarom lukt het veel mensen wel in een druk café te werken en niet op kantoor? Dat komt, schrijft Tigchelaar, door het onder psychologen bekende ‘cocktailpart- effect’. Als je op een feestje staat en jouw naam valt, ben je meteen alert, ook al is die naam helemaal niet harder uitgesproken dan al die andere woorden die volledig langs je heen zijn gegaan.

Je brein neemt onbewust zeeën van informatie op en filtert daar relevante dingen uit die naar je bewuste brein worden gestuurd. Op kantoor zijn alle gesprekken potentieel van belang, waardoor er heel veel informatie richting je bewustzijn wordt gestuurd en die prikkels kun je nu eenmaal niet negeren. In het drukke café zijn het gros de gesprekken voor jou irrelevant. Daar kun je je dus wél op je werk focussen.

Multitasken

Een van de stokpaardjes van Tigchelaar is dat we volgens hem veel teveel prikkels toelaten. Het kost zo schrijft hij, vaak twintig minuten tot een half uur om weer terug in een flow te komen nadat we zijn gestoord. Hoe klein de verstoring ook is, een deel van onze hersenen blijft bezig met het onderwerp waarvoor we gestoord werden.

Wat Tigchelaar niet doet – en de meesten van ons wel – is de schuld van die verstoringen primair bij onze collega’s leggen. We doen het nog veel vaker zelf. We laten ons de de hele dag uit de concentratie halen. Uit angst omdat we dat mailtje van de baas niet willen missen, of gewoon omdat we niet zonder die dopaminekick kunnen die we krijgen van het checken van onze WhatsApp of Instagram.

Een van de meer recente mythes die Tigchelaar onderuit haalt is dat multitasken niet bestaat. We kunnen het wel degelijk: lopen en praten, poppetjes tekenen en de muur schilderen en zingen. Sterker: soms helpt het om iets te doen als we met een inspannende taak bezig zijn die van ons vraagt dat we gefocussed zijn. Zelf heeft hij tijdens een lezing graag iets in zijn handen om aan te friemelen. Dat is vaak net genoeg om de leemte in zijn werkgeheugen op te vullen zodat hij verder niet afdwaalt van zijn verhaal.

Maar, zo waarschuwt Tigchelaar, Wat we niet kunnen, is multitasken als het aankomt op denkwerk. Op dat moment gaan we switchen tussen taken. En dat leidt dan meestal tot dat we over twee taken veel langer doen dan nodig. De beste tactiek is dank ook om taken serieel af te werken, nooit parallel.

Schatplichtig

Tigchelaar heeft duidelijk  alles wat los en vast zit over dit onderwerp gelezen. Wie vaker dit soort boeken leest, herkent heel veel van de tips. Zo raadt hij net als David Allen aan om hetzij digitaal of in een opschrijfboekje een ‘harde schijf’ te creëren waar je gedachten kunt wegschrijven met het idee om je werkgeheugen leeg te maken. Niets kost namelijk zoveel energie en denkkracht dan dingen onthouden die je “ook nog moet doen”. Ook raadt hij mensen in sommige gevallen aan in blokken van 25 minuten met 5 minuten pauze te werken, een werkmethode afkomstig van de pomodoro techniek van Cirillo. Al die voorgangers krijgen van hem overigens wel de credits.

Toch zitten er in zijn boek vast een paar tips – van hemzelf of van een ander in – die je misschien nog nooit had gelezen. Soms ook hele praktische tips voor managers. Zo is de kantoortuin een ramp voor de meeste mensen als ze zich moeten concentreren. Tigchelaar en De Bos hebben er een hele simpele oplossing voor. Zet niet afdelingen bij elkaar maar deel je ruimte in naar de soort activiteit. Een ruimte om te socializen – pauzes zijn extreem belangrijk – een plek om te overleggen en een zone waar je in je eentje in stilte kan gaan zitten werken.

Focus AAN/UIT voegt niet heel veel nieuwe dingen toe die we elders hadden kunnen vinden. Wat het boek toch de moeite waar maakt, is dat Tigchelaar en De Bos hebben weten te bundelen in een leesbaar en praktisch boek. Het is een boek dat je echt in een uurtje of 2 -3 uit hebt – ook als je in tegenstelling tot Tigchelaar zelf het snellezen niet beheerst.

Focus AAN/UIT, Mark Tigchelaar en Oscar de Bos.