Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom piekeren helemaal niet zo slecht hoeft te zijn (zelfs in deze onzekere tijden)

In onzekere tijden piekeren mensen meer. Hoe ga je daarmee om en is piekeren eigenlijk wel zo slecht? Bart Verkuil, psycholoog en universitair hoofddocent Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden, schreef er een boek over: De Gelukkige Piekeraar.

Je leest nu: Waarom piekeren helemaal niet zo slecht hoeft te zijn (zelfs in deze onzekere tijden)

‘s Nachts wakker worden en daarna niet meer in slaap kunnen komen door gedachten die maar door blijven malen. Je vreselijk veel zorgen maken over dingen die je nauwelijks in de hand hebt – piekeren doen we allemaal weleens. Maar waarom eigenlijk? Bart Verkuil, universitair hoofddocent Klinische Psychologie aan de Universiteit Leiden, schreef er een boek over, dat tijdens de coronapandemie uitkwam. ‘Ik kon nog net een paar bladzijden over stress tijdens deze crisis toevoegen, want dit is een tijd waar we ons extra zorgen maken.’

Wat is piekeren eigenlijk?

‘Piekeren is eigenlijk de natuurlijk reactie van mensen op onzekerheid en nieuwe situaties. Je brein wordt aangespoord om scenario’s te bedenken die zouden kunnen ontstaan, maar bij piekeren zijn deze scenario’s wat negatiever.

Vanuit de evolutie hebben we geleerd om op onze hoede te zijn voor gevallen die moeilijk te voorspellen zijn, en dus zijn we voorzichtiger. Evolutionair hebben we er heel veel voordeel van gehad dat we kunnen piekeren: de stressreactie en het vermogen om na te denken over de toekomst zijn nuttig geweest om te overleven. Tegelijkertijd zie je nu dat wat in het verleden heel goed voor ons was, ons nu ziek maakt. Door de stress en het piekeren, ontstaan veel meer mentale problemen en burn-outs.’

Zijn er mensen die daar gevoeliger voor zijn dan anderen?

‘Mensen die bijvoorbeeld heel emotioneel zijn, hebben ook vaker de neiging om te piekeren. Dat kan bijvoorbeeld als mensen heel temperamentvol zijn, of juist sneller geëmotioneerd of bang. Daarnaast zie je ook dat het veel voorkomt bij perfectionisten of mensen die moeite hebben voor zichzelf op te komen. Die piekeren vooral omdat ze bijvoorbeeld geen nee durven zeggen.

Daarnaast komt piekeren veel voor bij mensen die op jonge leeftijd grote verantwoordelijkheden hebben gedragen of in een onveilige situatie zijn opgegroeid. Zij zijn meer op hun hoede.’

Dat klinkt als veel negatieve omstandigheden. Waarom heet je boek dan tóch De Gelukkige Piekeraar?

‘Omdat de gemiddelde mens perfect in staat is om gelukkig te zijn, maar ook te piekeren. Piekeren is iets wat bij het leven hoort. We hebben allemaal weleens een periode dat we wat malen en er is maar een kleine groep van zo’n twee procent die echt chronisch last heeft van piekeren en er langdurige klachten van ondervindt. Terwijl er voor veel andere mensen ook positieve kanten aan piekeren zitten.’

Wat zijn die positieve kanten?

‘Als je ergens over piekert, laat het zien dat je ergens veel om geeft of dat je het heel belangrijk vindt. Bovendien kan je zorgen maken ook een aanzet zijn tot het veranderen van je gedrag. Maak je je zorgen over je gezondheid of het klimaat, dan zal dat je eerder aanzetten tot verstandiger gedrag. Ander onderzoek laat bovendien zien dat mensen die meer piekeren, zich eerder insmeren met zonnebrandcrème.’

In tijden van een pandemie en onzekerheid is dat misschien makkelijker gezegd dan gedaan. Wat kun je wél doen als je piekert en er last van ondervindt?

‘In deze onzekere tijden is het allereerst goed om te beseffen dat het normaal is dat je je wat meer zorgen maakt. Probeer je je gedrag te veranderen, neem dan een bepaalde periode waarin je gaat experimenteren hiermee. Gewoontes die erin gesleten zijn, worden niet zomaar opgelost.

Een moment dat we vaak piekeren is middenin de nacht. Gebeurt dat, ga dan vooral uit bed en schrijf je gedachten op. Maak in geen geval van je bed een ‘piekerplaats’, want op die manier kom je in een negatieve spiraal terecht. Een nachtje liggen is bovendien helemaal niet zo erg, maar ga er wel actief mee aan de slag om je piekergedachtes te verzetten.

Het is ook goed na te gaan of de dingen waar je over piekert ook echt dingen zijn waar je iets aan kan doen of niet. Stel bijvoorbeeld dat je bang bent om je baan te verliezen. Je kan je baas om helderheid vragen, maar als die ook geen duidelijk antwoord heeft, dan is het iets wat je nu niet kan veranderen. Of jij je baan nog hebt over een half jaar is nu vaak gewoon lastig te voorspellen.

Wél kan je je zorgen met je baas bespreken en vragen welke helderheid hij je wel kan bieden. Bovendien kan je hierdoor ook zelf in actie komen: bedenk bijvoorbeeld een actieplan voor het moment dat je je baan wel kwijtraakt, zo ben je voorbereid.’

Wat kan je omgeving voor je betekenen als je veel piekert?

‘Zij kunnen een stukje van je zorgen wegnemen door naar je verhaal te luisteren of helderheid te bieden. Anderen kunnen je goed helpen als je verstrikt raakt in je gepieker. Je kan als collega, vriend of leidinggevende bijvoorbeeld tips geven over wat jij doet om te ontspannen. Bovendien doe je er als leidinggevende goed aan om de snippertjes duidelijkheid die je kan geven, direct te delen. Op die manier geef je werknemers een gevoel van controle.

Mijn Rector Magnificus heeft bijvoorbeeld heel duidelijk aangegeven dat hij niet van ons verwacht dat we op hetzelfde niveau kunnen presteren als voor de corona uitbrak. Hij benadrukte dat je vooral goed voor jezelf moet zorgen en het belangrijk is dat je goed in je vel zit. Als je als leidinggevende dat zo duidelijk uitspreekt, zal dat waarschijnlijk ook wat stress en gepieker wegnemen.’