Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Jezelf zijn op het werk. Altijd een goed idee?

Lekker jezelf zijn. Het klinkt zo gezellig. De vraag is alleen of het op het werk ook handig is. Je wilt immers niet dat je baas en collega’s een raar beeld van je krijgen. Maar niets van jezelf laten zien, is ook weer niet de bedoeling. Authenticiteit beklijft namelijk wel degelijk. Hoe zorg je voor een goede balans?

Je leest nu: Jezelf zijn op het werk. Altijd een goed idee?

Wil ik met deze persoon werken? Heeft diegene voldoende in zijn mars voor een promotie? Ga ik zijn of haar contract verlengen? Volgens Image Consultant en mede-auteur van het boek Zien ze wel hoe goed je bent? Sascha Bertus oordelen we steeds sneller. ‘We hebben het razend druk en doen alles heel snel. Dat geldt dus ook voor het vormen van onze mening,’ zegt ze.

Presentatie steeds belangrijker

In eerste instantie kijken we vooral naar hoe iemand zich verpakt en presenteert. Hoe kleedt hij of zij zich en wat straalt diegene uit door middel van lichaamstaal? ‘Hoe je jezelf presenteert wordt dus steeds belangrijker,’ aldus Bertus. Jongere werknemers hebben dat over het algemeen goed door, hun oudere collega’s wat minder. Zo coachte Bertus ooit een zekere Johan, die na jaren bij dezelfde organisatie te hebben gewerkt opeens op zoek moest naar een nieuwe baan. Hij werkte in de IT en moest het opnemen tegen veel jongeren en vlotter geklede mensen. ‘Hij had zijn leeftijd al niet mee, maar hij had nog eens een vrij conservatieve en oubollige kledingstijl,’ legt ze uit. ‘Hij vond kleding niet belangrijk, maar realiseerde zich niet dat mensen daardoor een bepaald beeld van hem hadden en dat hij mede hierdoor niet aan de bak kwam.’

Jezelf moeten kunnen zijn wordt volgens Bertus vaak gebruikt als excuus om bepaalde zaken niet te hoeven aanpakken. ‘Mensen moeten me maar nemen zoals ik ben,’ zeg je in feite. Maar volgens haar snijd je hiermee alleen maar jezelf in de vingers. ‘Je kunt wel lekker roepen dat je jezelf moet kunnen zijn, maar op basis daarvan vormen anderen wel een bepaald beeld van je en dat kan tegen je werken.’

Consequent in kledingstijl

Dat jongere werknemers zich vlotter kleden, wil overigens niet zeggen dat ze nooit de plank mis slaan. ‘Vaak zijn ze niet consequent in hun kledingstijl,’ legt Bertus uit. ‘Dan hebben ze de ene dag een nette broek met bijpassend jasje aan en de volgende dag weer een fel gekleurd strak jurkje.’ Dat lijkt misschien onbelangrijk, maar volgens Bertus straal je daarmee geen eenduidig beeld uit. ‘Hierdoor krijgen de werkgever en je collega’s onbewust het idee dat ze niet weten wat ze aan je hebben.’

Wat voor onze kleding geldt, gaat ook op voor ons gedrag. ‘Meer bescheiden mensen trekken in een vergadering minder snel hun mond open,’ zegt Bertus. ‘Ze vinden het niet zo nodig om op de voorgrond te treden of hebben het idee dat ze niet veel aan een discussie hebben toe te voegen.’ Op zich niets mis mee. Alleen bestaat het risico dat je omgeving dit interpreteert als desinteresse. Misschien ligt het niet helemaal in je aard om het woord te nemen, maar in werksituaties is het wel handig jezelf hier zo nu en dan toe aan te sporen.

Verlegen? Houd toch je baas op de hoogte van wat je doet

Bescheiden mensen vinden het vaak ook lastig om hun baas te informeren over wat ze aan het doen zijn. Nu is het niet nodig om hem of haar of haar elke dag te vertellen hoe fantastisch je je werk doet- dat werkt waarschijnlijk alleen maar averechts- maar zo nu en dan een update geven is wel verstandig. Werknemers zijn geneigd te denken dat als ze maar hard genoeg werken dit vanzelf opvalt. Helaas, zo werkt dat niet. Managers hebben het doorgaans druk zat. Grote kans dat bijhouden waar jij allemaal mee bezig bent er dan bij inschiet. Vind je het lastig om de aandacht op jezelf te richten? Dan heeft Bertus nog wel een tip. ‘Stap niet direct naar je baas, maar vertel je collega’s tussen neus en lippen door waar je mee bezig bent. Dikke kans dat ze dan voor bepaalde vragen en klussen bij jou aankloppen. En dat ontgaat op een gegeven moment ook de manager op niet.’