Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Van Essen Eventcatering EventTrailer Paul van Essen Wim van Essen

Management & Leiderschap

Hoe Van Essen Europa verovert met de EventTrailer

Met zijn EventTrailer steekt Van Essen Catering steeds vaker de grens over. Zo maakt maakbedrijf Lely graag gebruik van deze...

author Joost Peters

clock 2,5 min

Aardig gevonden worden, doet er niet toe in sales

Management & Leiderschap

Niks gunfactor: aardig gevonden worden leidt niet tot meer sales

Aardige accountmanagers zouden meer business binnenhalen omdat ze de 'gunfactor' hebben. Het klinkt aannemelijk, maar onderzoek toont aan dat het...

author Thijs Peters

clock 2 min

Jouw product is het best bewaarde geheim in de branche. Het lijkt maar niet om het aan de man te brengen. Wat is beter? Social selling, of koud bellen? MT-columnist Marcel Hoefman pleit voor het hybride model.

Management & Leiderschap

Topproduct, maar geen klanten; wat te doen?

Jouw product is het best bewaarde geheim in de branche. Het lukt maar niet om het aan de man te...

author Marcel Hoefman

clock 2,5 min

Management & Leiderschap

De EventTrailer: flexibele catering op locatie

Een snel te plaatsen, flexibele cateringtrailer voor elk denkbaar zakelijk evenement: steeds meer bedrijven ontdekken het gemak van de EventTrailer...

author Joost Peters

clock 2,5 min

Langs snelwegen, in de binnenstad, op stations en in grote winkelcentra; het groene logo van La Place kom je tegenwoordig overal tegen. Het afgelopen jaar kreeg de restaurantketen maar liefst 15 miljoen gasten over de vloer. Mensen die met name worden aangetrokken door de beloftes die La Place doet over het eten: natuurlijk, dagvers en huisgemaakt. Wat weinig mensen weten is dat de open keuken – één van de typische kenmerken van de formule – min of meer per toeval is ontstaan. Gasten geloofden namelijk niet dat de jus die ze kregen ook echt vers was en daarom besloot het management de jus-pers dan maar in het zicht te zetten. Een schot in de roos, zo bleek al snel. Receptuur Wat ook weinig mensen weten is dat het huidige management team eerst alle producten zelf probeert, voordat die een plekje krijgen in de vitrine. ‘Dat doen we elke week, tijdens het overleg’, vertelt CEO Bart van den Nieuwenhof. ‘We proeven ‘blind’ om er zo achter te komen of we de producten lekker genoeg vinden om aan onze gasten te serveren. Dat staat voor ons namelijk op één. Als we overtuigd zijn geraakt, dan gaan we vervolgens alle sporen na die tot de receptuur leiden. Welke producten er gebruikt worden, van welke leverancier ze komen, wie er met hun handen aan gezeten hebben en hoeveel kilometer het voedsel heeft moeten reizen.’ Wat kunt u vervolgens met die informatie? ‘Op de eerste plaats probeer je er op deze manier achter te komen of je een product kunt aanbieden dat voor gasten ook nog enigszins betaalbaar is. Daarnaast gaan we op zoek naar manieren om het proces te verduurzamen. Commercie en idealen blijken dan prima hand in hand te kunnen gaan.’ Een concreet voorbeeld? ‘Neem mozzarella. Zoals de meeste mensen wellicht weten, komt dat product uit Italië en wordt het gemaakt van buffelmelk. Eigenlijk wil je mozzarella al binnen 48 tot 72 uur op het bord hebben liggen, want dan is het op z’n lekkerst. Wij hebben daarom besloten om een aantal buffels naar Nederland te halen, die staan nu te grazen in Duiven. Op die manier zijn we erin geslaagd om verse mozzarella aan te bieden. Het resultaat? Een beter product, een lagere kostprijs en positieve effecten voor het milieu. Er hoeft nu namelijk geen vliegtuig, vrachtwagen of boot meer van Italië naar Nederland te reizen. Veel bedrijven zijn bezig om hun bij-activiteiten klimaatneutraal te krijgen, maar wij proberen juist ook in onze core-producten winst te halen. Denkt u dat gasten van La Place bezig zijn met de vraag of de kaas die ze krijgen duurzaam geproduceerd is? ‘Ze willen allereerst natuurlijk vooral lekker eten. Maar het duurzaamheidsbewustzijn wordt wel steeds belangrijker, ik merk dat zelfs al aan mijn eigen kinderen. Mede door alle informatie die ze op internet zien, denken ze veel bewuster na over alles wat met eten te maken heeft. Die generatie – en dat zijn over tien, twintig jaar onze gasten – gaan partijen ontwijken die niet goed omgaan met duurzaamheid. Mensen die eerder geboren zijn denken misschien dat het zo’n vaart niet zal lopen, maar het gaat echt die kant op. Goed omgaan met je eigen omgeving, het milieu, mens en dier wordt een voorwaarde voor elke vorm van ondernemerschap. Dat betekent dat je als bedrijf niet mag achterblijven als je over tien jaar nog bestaansrecht wil hebben.’ Een ander voorbeeld, jullie koffiedrab. Die verdwijnt niet in de verbrandingsoven toch? ‘Klopt, die wordt ingezameld en brengen we naar GRO Mushrooms. Dat bedrijf mengt de drab met oesterzwammensporen die zo een prachtig plekje vinden om te groeien. Vervolgens worden de oesterzwammen geoogst en een deel daarvan vindt weer z’n weg in de gerechten van La Place. Dan moet je bijvoorbeeld denken aan onze verse wokgerechten en pizza. Momenteel onderzoeken we of sinaasappelschillen kunnen worden hergebruikt, bijvoorbeeld voor schoonmaakmiddelen.’ Wat doen jullie met het voedsel dat niet wordt verkocht? ‘Een deel daarvan gaat naar de voedselbank. Maar dat kan niet altijd, omdat je nu eenmaal ook met de houdbaarheid te maken hebt. Dat betekent dat we blijven zitten met reststromen en daarvoor zoeken we nu naar een oplossing in de vorm van compost. In Zoeterwoude hebben we een composteermachine achter de vestiging staan en daar heb ik zelf heel hoge verwachtingen van. Als deze proef een succes wordt, gaan we dit op meer locaties doen.’ Wat adviseert u andere bedrijven die het hoog tijd vinden om duurzaamheid te gaan omarmen? ‘Het is een onderwerp dat je er niet even bij doet of waar je aan het einde van het jaar een keer over gaat nadenken. Wij hebben elke week een vast moment waarop we nieuwe producten proeven en onszelf daarbij altijd de vraag stellen wat het betekent voor de omgeving. Zo is duurzaamheid bij La Place een vast agendapunt geworden in elke bijeenkomst van het management.’

Bijdrage

Klimaatneutraal ondernemen bij La Place: ‘Je doet het er niet even bij’

La Place is één van de meest succesvolle horecaformules van Nederland. Naast vers zet het bedrijf al jarenlang vol in...

author John van Schagen

clock 3,5 min

1.Betalen we te weinig voor producten? Een gazonhark voor 1,95 euro, een doos met speelgoedautootjes voor 2,70 euro en zo’n plastic kerstboom voor slechts 3,95 euro. Waarschijnlijk heb je je wel eens afgevraagd hoe het in mogelijk is dat producten als deze voor zulke lage bedragen in de schappen kunnen liggen. ‘Kan dat eigenlijk wel?’ Ja, zullen de winkelformules die deze stuntprijzen hanteren vertellen. Met als argument dat er rechtstreeks bij de fabrikant wordt ingekocht en dat met enorme aantallen tegelijk. Toch kun je onmogelijk stellen dat dit soort prijzen kloppen, stelt Volkert Engelsman van Eosta. Zijn bedrijf is Europees marktleider in de distributie van biologisch geteelde groente en fruit. ‘Sterker nog, voor verreweg de meeste producten betalen we eigenlijk te weinig geld. En dat komt omdat de negatieve ecologische en sociale effecten van het hele productieproces niet of nauwelijks worden meegerekend in de prijs.’ Even uitleggen hoe dat zit. Volgens de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties bedraagt de ecologische en sociale schade als gevolg van de wereldwijde landbouw een slordige 6000 miljard dollar per jaar. Dat is bijna net zoveel als de totale omzet van voeding wereldwijd. ‘Ieder jaar gaat er 12 miljoen vruchtbare landbouwgrond verloren, per minuut zijn dat dertig voetbalvelden. We hebben te maken met een systeemfout waarbij de lange termijnschade die door productie wordt veroorzaakt niet wordt meegerekend in de prijs van een product. Dat maakt het aantrekkelijk om onze planeet uit te buiten.’ 2.En true pricing houdt dus wél rekening met al die zaken? Inderdaad, al blijft het wel altijd een benadering. True pricing – de naam zegt het in feite al – is correct rekenen wat een product nou echt kost. En die prijs dan ook op het etiket zetten, daarmee rekening houdend met zaken als klimaatverandering, vervuiling en onderbetaling van arbeiders in derdewereldlanden. Eosta is de absolute voorloper op dit gebied. Kwestie van maatschappelijk idealisme én commercieel realisme, zo stelt oprichter Engelsman. ‘We proberen zoveel mogelijk op de juiste manier af te rekenen en doen dat aan de hand van formules die rekening houden met zaken als bodemerosie, klimaatschade en het betalen van de correcte salarissen. De Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties en denktanks als TEEB (The economics of ecosystems and biodiversity) bieden daarin de helpende hand met de juiste rekenmodellen die je als bedrijf kunt gebruiken.’ 3.Maar dit betekent wel dat producten duurder worden, toch? Dat hangt van het product af, vindt Engelsman. In een gelijker speelveld in de markt betaalt de vervuiler, worden vervuilende producten duurder en kosten schone producten minder geld. ‘Zo zijn biologische producten niet te duur, maar gangbaar geteelde producten juist te goedkoop, zolang de lange termijn schade aan ‘people & planet’ afgewenteld wordt op toekomstige generaties. Ik vergelijk het wel eens met de aanschaf van een nieuwe auto. Binnen vijf tot zeven jaar moet die zijn afgeschreven en dan heb je op de balans voldoende reserves nodig voor een nieuw exemplaar. Zo doen we dat ook met productiemiddelen, maar gek genoeg nog niet met grondstoffen.’ 4.Pikken klanten dat wel dan? Van dat gelijke speelveld is op dit moment nog geen sprake. Dat betekent dat maatschappelijk verantwoord geproduceerde producten dus ogenschijnlijk duurder zijn. Toch willen mensen best meer betalen voor de juiste producten, stelt de man die door Trouw onlangs nog op nummer 1 in de Duurzame 100 werd gezet. De groeiende vraag naar biologische producten is volgens hem het bewijs. ‘Mits je goed uitlegt waarom je zo rekent’, aldus Engelsman. Die meteen toegeeft dat zijn bedrijf alleen de wereld niet kan veranderen en samenwerking hard nodig is om true pricing gemeengoed te maken. ‘Binnen onze circle of influence communiceren we hier zoveel en zo duidelijk mogelijk over. Het is blijven uitleggen waarom je hiervoor kiest. De consument is wat dit onderwerp betreft de sleeping giant. Als we ‘m dom houden, dan zal hij blijven kiezen voor het goedkoopste product. Het gaat er juist om dat we die consument beter gaan voorlichten.’ Zelf doet Eosta dat overigens op de website, met mini-flyers, via social media, met shelfstoppers en schapkaarten waarop de maatschappelijke kosten per kilo product voor het product staan afgebeeld. 5.Waar gaat het naartoe met true pricing? Nu nog geldt Eosta als een pionier, maar als het aan Engelsman ligt komt daar spoedig verandering in. Dan hebben nog veel meer bedrijven true pricing omarmd. ‘Multinationals als DSM en Unilever zijn hier al mee bezig, met nieuwe verlies- en winstrekeningen waarin ook de kosten van natuurlijk en sociaal kapitaal verdisconteerd zijn. Ik durf te voorspellen dat in 2025 de eerste bedrijven zullen omvallen, omdat ze dit onderwerp links hebben laten liggen en als gevolg daarvan geen geld meer op de kapitaalmarkt kunnen ophalen. Ook beleggers en accountants zoals EY en KPMG zijn hier namelijk al volop mee bezig. Als we duurzaamheid serieus willen nemen dan ontkomen we er niet aan om die perverse prikkel van een eenzijdige winstdefinitie te adresseren. Wat we de komende jaren nodig hebben zijn krachtige coalities tussen het bedrijfsleven, de duurzaamheidsbeweging en banken en beleggers.’

Bijdrage

Zo berekent Europa’s grootste importeur van bio-fruit de échte prijs van jouw tomaat

True pricing, dat wat een product écht kost doorrekenen aan de klant. Dat er maar weinig bedrijven zijn die dit...

author John van Schagen

clock 3,5 min

Een betere samenwerking tussen marketing en sales staat bovenaan de wensenlijst van de verantwoordelijken van de afdelingen, blijkt uit onderzoek. Managing Director Eline Visser van marketingbureau Marcommit, dat het onderzoek uitvoerde, vindt het goed dat de betere samenwerking hoog op de lijst staat. ‘De kennis die sales heeft kan marketing heel goed helpen om al vroeg in de buyer journey relevant te zijn. Helaas wordt deze kennis lang niet altijd benut.’ Dat komt omdat sales en marketing - vooral in traditionele ondernemingen – vaak nog verschillende afdelingen zijn. Bijvoorbeeld in het leadgeneratieproces in B2B kan de samenwerking stukken beter, aldus bestuurslid Truus Koppelaar van de Nima B2B community. ‘Dat is het detecteren, nurturen en uiteindelijk converteren naar een nieuwe klant. Daar valt nog veel in te verbeteren.’ Uit onderzoek van MarketingSherpa blijkt dat 61 procent van de B2B-marketeers leads direct doorstuurt naar sales, terwijl slechts 27 procent als lead wordt gekwalificeerd. Definieer verantwoordelijkheden Het definiëren van verantwoordelijkheden helpt om beter samen te werken, vindt Koppelaar. Wanneer draagt marketing een lead over? Is dat meteen na een download of pas na een gepland verkoopgesprek? Volgens het bestuurslid zijn daarin veel scenario’s mogelijk. ‘Elk bedrijf maakt daarin zijn eigen keuzes. Als het inderdaad maar bewuste keuzes zijn en er niet allerlei verwachtingen over en weer zijn die niet waargemaakt kunnen worden’, schrijft Koppelaar in een blog. De ervaring van co-founder Frank Husmann van Online Succes is dat bij veel bedrijven iemand van sales wordt gekoppeld aan een lead aan het einde van het aankoopproces. Hij vindt het veel effectiever om sales al eerder in het proces te betrekken, schrijft Husmann in een blog op Emerce. Sales als autoriteit Het advies van Husmann? Zet sales neer als een kennisautoriteit. Hij baseert dit op onderzoek van Linkedin waar uit blijkt dat een merendeel van potentiële klanten contact legt met iemand die als een autoriteit binnen zijn vakgebied wordt gezien. Sales zou kennis kunnen delen – bijvoorbeeld tips kunnen geven over een bepaald artikel of vragen van klanten beantwoorden via social media – waardoor men eerder gezien wordt als autoriteit. ‘Door dit soort informatie met elkaar te delen draagt marketing uiteindelijk betere leads aan bij sales. Tegelijkertijd heeft sales waardevolle content in handen die zij kan delen met potentiële klanten, waardoor een deal direct een grotere kans van slagen heeft’, denkt Husmann. Marketing Automation en CRM Communicatie blijft de grootste uitdaging om sales en marketing beter op elkaar aan te laten sluiten, blijkt uit onderzoek van DemandGen. Daarbij kan een goede tool helpen. ‘Meer transparantie tussen de teams betekent meer begrip voor elkaar – en meer transparantie kan gemakkelijk worden gerealiseerd met de inzet van zorgvuldig uitgekozen tools’, vinden de specialisten van het Amerikaans marketingbureau RPM. Zoals een Marketing Automation tool en een Customer Relationship Management (CRM) systeem. Deze tools laten zien wie de leads zijn en welke acties zij hebben ondernomen. Hebben ze bepaalde websites bezocht, welke nieuwsbrieven openden ze, bestuderen ze de pagina’s aandachtig of juist vluchtig? ‘Marketeers gebruiken informatie voor waardevolle inzichten – dat kunnen salesmensen ook. Kennis over wat een lead interessant vindt – en hoe interessant hij dat vindt – kan helpen om een passend aanbod of pitch te doen waardoor het salesproces beter verloopt.’ Ook tools om documenten mee te kunnen delen en up to date te houden zijn een goede manier om afdelingen beter samen te laten werken, aldus DemandGen. Zo hoeft bijvoorbeeld sales nooit meer aan marketing te vragen naar de laatste data om te delen met klanten. Daar kan ook een projectmanagementtool bij helpen. Geen sales meer nodig Dat er steeds meer samenwerking tussen de 2 afdelingen wordt vereist en er steeds meer overlap tussen taken komt, constateert ook docent Regis Lemmens van TIAS Business School in een blog op de website. Hij voorziet een toekomst zonder salesafdeling. ‘In 2020 kan een klant zelf de keuze maken voor een product. Via allerlei kanalen – social media, de website – krijgt hij al de informatie die hij nodig heeft. Als we marketingtechnieken op de juiste manier inzetten, hebben we geen verkoopafdeling meer nodig om de deal te sluiten.’

Bijdrage

Zo zorg je dat sales en marketing optimaal samenwerken

In een tijd dat marketing en sales elkaars grootste vrienden zouden moeten zijn, is er tussen de twee afdelingen nog...

author Rian van Heur

clock 2,5 min

De geur van brandend hout hangt in Oeganda constant in de lucht. Of het afkomstig is van verbrand landbouwafval of veroorzaakt wordt door de warmtebron waarop een man langs de Nijl staat te koken voor zijn dorp: het vuur is nooit ver weg. Het is datzelfde vuur dat voor veel gezondheidsproblemen zorgt in ontwikkelingslanden als Oeganda. De cijfers die over deze gezondheidsproblemen bekend zijn via de World Health Organisation (WHO) zijn zorgwekkend: meer dan 4 miljoen mensen komen wereldwijd vroegtijdig te overlijden door vervuilde lucht die veroorzaakt wordt door binnenshuis koken. Bijna 20.000 Oegandezen sterven jaarlijks door ziektes als longkanker, luchtweginfecties en COPD. Wie denkt aan klimaatcompensatie, zal wellicht niet direct het oplossen van dit soort problematiek voor ogen hebben. Het beeld van het planten van nieuwe bomen waarmee bedrijven hun CO2-uitstoot compenseren en hun onderneming klimaatneutraal mogen noemen is hardnekkig, maar volgens René Toet, algemeen directeur van de Climate Neutral Group, allang niet meer van deze tijd. ‘Het planten van bomen is een kortetermijninvestering. Een financiële bijdrage aan projecten voor duurzame energie heeft de toekomst. Op het moment dat mensen hout nodig hebben om hun eten op klaar te maken, gaan die bomen met hetzelfde gemak tegen de grond.’ In plaats van de open vuren is er een grote en opkomende markt voor cookstoves in landen als Oeganda, Kenia en Tanzania. Deze ronde tonnen van ijzer en cement zijn sneller te verwarmen, verbruiken door hun kleinere oppervlak minder houtskool en zijn bovendien makkelijk te verplaatsen. ‘Daarmee wordt niet alleen ontbossing tegengegaan, maar wordt de CO2-uitstoot door de snellere opwarming verminderd en verbeteren de gezondheidsomstandigheden door buiten te koken,’ aldus Toet, die met zijn bedrijf de schakel is tussen Nederlandse bedrijven en investeringsprogramma’s over de grens. Biogas Ook in Afrika zien ze het voordeel van duurzame energie, al is het niet vanwege het milieu. ‘Vroeger was ik zo’n zes uur per dag kwijt aan het sprokkelen van hout,’ vertelt Winfred Luutu (49) terwijl ze achter haar gasfornuis staat. ‘Nu kan ik met de aansluiting van mijn biogasinstallatie sneller beginnen met koken.’ Het enige dat nodig is voor de energie zijn de uitwerpselen van de 500 kippen, twee koeien en een handjevol varkens die op haar erf rondlopen. Ondanks dat duurzaamheid een wereldwijd probleem is, is het geen prioriteit voor mensen in ontwikkelingslanden. Het is daarom dat de marketinguitingen rondom deze projecten in Oeganda zich vooral richten op de kostenbesparingen voor gebruikers. ‘Als je ziet wat er in Oeganda aan de hand is, is het probleem niet duurzaamheid, maar eten en water’, aldus Toet. ‘Cookstoves worden verkocht met reclame-uitingen over brandstofbesparingen. Dat die mensen tegelijkertijd het klimaat helpen is niet relevant voor ze.’ Het methaangas dat uit de uitwerpselen van de dieren van Luutu wordt gewonnen kan door een gistingsproces omgezet worden tot duurzame energie met behulp van een installatie die Luutu zes jaar geleden aanschafte. Nederlandse bedrijven financieren via klimaatcompensatie de ene helft daarvan, de andere helft (a 200 euro) betaalde ze zelf. ‘Het was veel geld, maar ik heb het binnen twee jaar terugverdiend. Nu kan ik besparen op mijn brandstofkosten.’ De financiële investering die gevraagd wordt, is volgens Toet nodig om waarde toe te kennen aan het project. ‘Geef je iets gratis weg, dan zullen mensen het misschien op den duur niet meer gebruiken.’ Bovendien doet het denken aan de manier waarop in het verleden met ontwikkelingshulp omgegaan werd. ‘Je merkt dat sommige mensen denken dat het genoeg is om hun hand op te houden, dat was het immers vroeger ook. Maar ze zullen zelf ook moeten investeren, dat levert een meer gelijkwaardige relatie op.’ Marketing Zijn woorden worden onderschreven wanneer een bezoek wordt gebracht aan een waterpomp waarvan het onderhoud deels gefinancierd wordt vanuit Nederland. Het stamhoofd houdt een toespraak in Swahili waarin hij vraagt om meer hulp. Is het niet mogelijk om het dorp van zo’n 140 inwoners van nog een waterpomp te voorzien? Dat is het niet, legt Toet later uit. ‘Wij herstellen in dit project slechts waterpompen die door de overheid zijn geplaatst, we kunnen niet zomaar nieuwe plaatsen. Vaak zijn deze pompen door slecht onderhoud kapot gegaan, waardoor er vuil water uit komt. Dat moet gekookt worden voordat mensen het kunnen gebruiken, wat CO2-uitstoot geeft en lang niet altijd zorgvuldig gebeurt. Doordat ieder huishouden één euro per jaar bijdraagt, kan het onderhoud gedaan worden. Een vijftal mensen uit het dorp is vervolgens verantwoordelijk voor het water.’ Het is die dubbele bodem waarop Climate Neutral Group zijn projecten uitkiest. ‘We willen iets betekenen voor de natuur, maar ook voor de mensen op de grond.’ Het trekt volgens Toet Nederlandse bedrijven aan die op vrijwillige basis iets willen bijdragen aan het behoud van het milieu. ‘Sommige bedrijven zoals TATA Steel vallen onder een Europees systeem en moeten hun CO2-uitstoot verplicht afdekken met emissierechten. Een deel hiervan mogen zij bijvoorbeeld via compensatieprojecten afdekken. Zij kiezen vaker voor projecten als windmolenparken in China of groene stroom in Noorwegen. Daar is niets mis mee, maar het levert niets op voor de lokale bevolking. Terwijl er juist met die combinatie zoveel valt te winnen.’ Projecten worden over de hele wereld georganiseerd, maar vooral Afrika is ‘populair’ onder bedrijven. Volgens Toet is dat geen wonder. ‘Gaat het over armoede op televisie, dan komt Afrika vaak in beeld. Ook de schrijnende situatie rondom de opwarming van de aarde is daar het best te zien. Tegenwoordig zijn er zelfs klimaatvluchtelingen, voornamelijk afkomstig van dit continent. Mensen hebben die connotatie veel minder bij Cambodja of Brazilië.’ Financieel Is het land eenmaal gekozen, dan kiezen bedrijven vooral projecten die aansluiten bij hun branche of bedrijfsvoering. ‘Toyota investeert in de cookstoves, omdat hiermee fijnstof tegen gegaan wordt. Schoonmaakbedrijf Asito kiest juist voor ditzelfde project, omdat ze veel afval uit restaurants en andere eetgelegenheden verwerken en de menselijke component, betere gezondheid en meer inkomen, heel belangrijk vinden.’ Waarom investeren bedrijven als deze vrijwillig in compensatieprojecten? Natuurlijk is investeren om jezelf een klimaatneutrale onderneming te kunnen noemen goed voor je imago, maar het levert volgens Toet meer op dan dat. ‘Voor de compensatie gaat een heel proces van reductie vooraf. Daarin kijken we met bedrijven waar ze groener kunnen worden. Dat zijn vaak zaken die financieel ook voordelig zijn: pakken medewerkers minder vaak de auto of wordt er minder geprint, dan zorgt dat voor een energie- en dus kostenbesparing.’ De beweegreden om mee te werken is daarom vaak van financiële aard. Natuurlijk zijn er bedrijven die vanuit intrinsieke motivatie meedoen aan de projecten, maar compenseren is vooral als aanvulling op CO2-reductie een goed middel om klinaatneutraal te worden. Ze zijn in de minderheid tegenover de bedrijven die meewerken uit financieel gewinbedrijven die vergroenen en compenseren omdat hun klanten erom vragen zijn er ook steeds meer. Toet maakt het niet uit om welke reden bedrijven meedoen. ‘Het gaat erom dat we samen werken aan een beter milieu. De beweegreden is daarbij van ondergeschikt belang, er moet nu gewoon écht iets gebeuren.’

Bijdrage

Klimaatprojecten in Afrika: meer dan alleen bomen planten

Klimaatcompensatie gaat niet enkel over het planten van nieuwe bomen. Projecten in duurzame energie hebben de toekomst in ontwikkelingslanden, zien...

author Loeka Oostra

clock 5 min

Management & Leiderschap

‘Laat personeel inzien dat ze meer kunnen dan ze denken’

Marketing- en salesexpert Jos Burgers scoort hit na hit met zijn managementboeken. Wat kunnen we van hem leren?

author Romy Donk

clock 3,5 min

Management & Leiderschap

Klantendata zijn goud waard. Zo haal je eruit wat erin zit

Een goede omnichannelstrategie levert een schat aan waardevolle informatie op. Maar hoe zet je die op? En hoe organiseer je...

author Kim Loohuis

clock 2,5 min

Management & Leiderschap

19 briljante advertentiecampagnes

Televisiereclame's, banners, billboards en flyers: we worden dagelijks doodgegooid met commerciële boodschappen. Gelukkig zijn er bedrijven die wel snappen hoe...

author Redactie MT

clock 0,5 min

mediamerken

Management & Leiderschap

Zo denken klanten altijd aan je bedrijf

Om meer klanten te werven moet je je bedrijf ‘onvergetelijk’ maken volgens online marketing expert Aartjan van Erkel. 7 tips...

author Tijmen de Groen

clock 3,5 min

Management & Leiderschap

5 magische dreuzel-cijfers achter het Harry Potter-imperium

Met het achtste Harry Potter-boek dat zondag verschijnt staat de wereldberoemde tovenaar weer volop in de spotlights. Zo groeide het...

author Romy Donk

clock 2 min

Management & Leiderschap

Pas op met veranderen om het veranderen (maar laat je DNA beslissen)

De enige constante is verandering. Maar constant veranderen – zonder oog voor je verleden en je DNA – kan desastreus...

author André Breedvelt

clock 8 min

Management & Leiderschap

Waarom er niet zoiets bestaat als ‘een moeilijke klant’

Moeilijke klanten bestaan niet, zegt Philip van Kelst in een nieuw boek. Als wij ons maar beter leren gedragen als...

author Redactie MT

clock 3,5 min