Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

‘Nederland moet zich presenteren als één grote netwerkstad’

Nederland moet zich samen met België en een deel van Duitsland presenteren als één stad, denkt Peter Savelberg van denktank TristateCity. “Zo kunnen we mkb-bedrijven beter onder de aandacht brengen in het buitenland.”

‘Nederland moet zich presenteren als één grote netwerkstad’
Je leest nu: ‘Nederland moet zich presenteren als één grote netwerkstad’

‘Nederland moet zich presenteren als één grote netwerkstad’Savelberg (foto rechts), ondernemer en veteraan bij corporates als KPN en TNT (oud-PostNL, red.), heeft een eigenzinnige visie op de toekomst van de economie van Nederland. Te vaak ziet hij steden op mondiaal niveau met elkaar concurreren om handel. Dat kan handiger, denkt hij. Door samen te werken, kunnen Nederlandse mkb-bedrijven in de toekomst beter de concurrentiestrijd aan met de almaar groeiende megasteden in de wereld.

Met een nog te lanceren online platform, een soort digitale handelsmissie voor het mkb, wil Savelberg de strijd aangaan met de verdeeldheid. Hij is hierin geen einzelgänger. Savelbergs denktank TristateCity wordt gesteund door grote instituten als PGGM, Provada en werkgeversbond VNO-NCW.

Om de concurrentie van andere miljoenensteden in de wereld bij te benen, zou Nederland zich volgens u samen met buurtregio’s België en het Duitse Noordrijn-Westfalen moeten presenteren als één stad met 30 miljoen inwoners. Is dat niet een beetje wishful thinking?
“Het is niet iets wat we moeten bouwen of maken, maar we beseffen ons te weinig dat we als grote netwerkstad functioneren. Nederland heeft veel gemeenten van gemiddelde grootte, met enkele uitschieters van rond de miljoen inwoners, zoals Amsterdam en Rotterdam.”

inwoners van miljoenensteden zien Nederland als één stad

“Je hebt in de wereld steeds meer steden met 10, 15 en soms 30 miljoen inwoners. Als mensen uit die steden in Nederland komen, denken ze al snel dat ons land één grote stad is. Ze merken vaak niet dat ze over de A1 rijden en in een stad als Gouda aankomen. Ze interpreteren Nederland als één grote netwerkstad.”

Wat moet er precies veranderen, denkt u?
“We moeten ons anders presenteren naar de wereld toe. Op dit moment doen we dit nog vrij gefragmenteerd. Iedere zichzelf respecterende stad gaat zelf op handelsmissie. Ze vragen Chinese investeerders en bedrijven dan om zich in hun stad te vestigen. Dat is een veel te kleine schaal om serieus te worden genomen. Bovendien concurreren steden hierdoor met elkaar. Dat is niet handig. Je zou niet de kennis van één regio, maar die van het hele kennisnetwerk in en rondom Nederland moeten verkopen. Dus ook de universiteiten erbij en TNO.”

Maar toch, het duurt vierenhalf uur om van Leeuwarden met de trein naar Maastricht te komen. In de tussentijd zie je veel weilanden. Dat lijkt in de verste verte niet op één stad. Hoe presenteren we ons wel zo?
“We zeggen vaak: we zijn één van de meest dichtbevolkte landen van de wereld. Wij keren het om en stellen: we zijn één van dunst bevolkte steden ter wereld. We denken te veel op zijn Nederlands, want ter vergelijking: als ik van de ene naar de andere kant in Beijing reis, ben ik al snel drie uur bezig.”

Provincies hebben een me first-beleid

“Als we alle kwaliteiten van onze regio bij elkaar zouden plakken, zouden we in de top 5 van de wereldsteden staan. We hebben ons voor de city– en countrymarketing altijd afhankelijk gesteld van de overheid. We vonden dat die ons land moest verkopen. Dat gebeurt ook met handelsmissies, maar daar hebben we een te klein bereik mee. Bovendien lukt het ons niet voldoende om de top van het mkb-bedrijfsleven, zo’n 20.000 tot 25.000 bedrijven, te faciliteren. Provincies hebben een me first-beleid, waardoor ze elkaar onderling beconcurreren. Daarom zeggen wij: we gaan dit probleem aanpakken en ons land als één netwerk presenteren.”

“Om dit te doen, werken we aan een platform. Dit moet een soort laagdrempelige marktplaats worden, waarbij zo’n 20.000 mkb-bedrijven uit Nederland en straks ook Vlamingen zich in meerdere talen kunnen presenteren aan de wereld. We denken dat onze economie alleen door kan groeien als mkb-bedrijven hun export buiten Europa kunnen vergroten. Door multinationals groeit die niet genoeg, omdat zij vooral buiten Nederland produceren.”

“Met onze marktplaats willen we een soort online handelsmissie creëren. Ook komt er een serious game (een wervend spel, red.) op het platform, gericht op jonge, buitenlandse ondernemers. Onze eigen ondernemers kunnen zich daar presenteren met video’s. De game wordt nog ontwikkeld. Wanneer deze er precies komt, kan ik nog niet zeggen.”

Tussen uw sponsors zie ik alleen Nederlandse partners, zoals VNO-NCW, Arcadis en PGGM. Zitten de Belgen en de Duitsers wel op deze samenwerking te wachten?
“We doen het in eerste instantie voor onszelf, als BV Nederland. Wel zijn we economisch gezien enorm verweven zijn met de Vlamingen en de Duitse regio Noordrijn-Westfalen. We handelen jaarlijks voor 150 miljard euro met elkaar, wat drie keer zoveel is als onze handel met de BRICS-landen, zoals Rusland en China.”

Waarom beperken we ons tot landsgrenzen uit 1830?

“Het is jammer dat we in ons verhaal onvermeld laten dat even over de grens de hoofdstad van de Europese Unie ligt. Je bent dus een economische eenheid, maar houdt je aan de landsgrenzen die we in 1830 zo afgesproken hebben. We hebben onze plannen gepresenteerd aan de Duitse regio Münster/Osnabrück en Antwerpen en Brussel. Zij reageerden in ieder geval geïnteresseerd.”

Wat steken uw partners eigenlijk in dit project?
“Zij hebben allen enkele tienduizenden euro’s geïnvesteerd. VNO-NCW is daarnaast sinds deze zomer klein-aandeelhouder van mijn bedrijf geworden.”

U maakt zich zorgen over onze economie en de concurrentie. Toch gaat het allemaal best aardig met Nederland. De economie groeit dit jaar naar verwachting met 3,3 procent en we leveren succesvolle scaleups af zoals Booking en Adyen. Is het wel nodig om u zo zorgen te maken?
“De groei van onze economie wordt heel sterk bepaald door wat buiten Nederland gebeurt. Zij is sterk afhankelijk van de olie- en gasprijzen en de koersen van munteenheden. De regering heeft gelukkig goed bezuinigd, maar je hoeft maar naar Klaas Knot of Jeroen Dijsselbloem te luisteren om te horen hoe fragiel die groei is.”

Onze economische groei is erg fragiel

“Nederland is een kennisland, maar die kennis kan binnen tien jaar tijd voor een groot deel zijn weggekocht door andere bedrijven. Kijk maar naar de vijandige overnamepogingen waar AkzoNobel en Unilever dit jaar mee te maken kregen. Als dat soort bedrijven worden opgestoken gaat er ook kennis verloren. We hebben tegelijkertijd zoveel kleine slimme mkb-bedrijven. Als we die kunnen laten groeien, bereik je het omgekeerde en vergroot je je basis en de kennis in Nederland.”