Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Internet of Things, wat is het?

The internet of things (IoT) is hot, nu Google 3,2 miljard heeft gedokt voor een startup die het fenomeen sexy maakt: Nest Labs. Dit is wat je moet weten over IoT.

Je leest nu: Internet of Things, wat is het?

1. Het was er eerder dan de iPhone en sociale media

De term Internet of Things (IoT) werd in 1999 voor het eerst gebruikt door de Brit Kevin Ashton, die op dat moment bij het Massachusetts Institute of Technology werkte aan een onderzoek rond RFID, de technologie waarmee op afstand informatie kan worden doorgegeven. Het was ver voordat de wereld kennismaakte met Apple’s iPhone, de term ‘social media’ of de populaire netwerken Facebook of Twitter, bedrijven die respectievelijk pas in 2004 en 2006 werden opgericht. Google vierde in 1999 het éénjarig jubileum en de wereld was dat jaar vooral aan het downloaden via p2p-programma Napster. Bijna 15 jaar later heeft IoT nog steeds uitleg nodig. 

2. The internet of things ontstond bij Procter & Gamble

Die uitleg begint bij die grote concurrent van Unilever, Procter & Gamble (P&G), het bedrijf waar IoT als eerste werd genoemd, in de titel van een presentatie, vertelt Ashton in een blog uit 2009. Ashton ging daarbij in op de mogelijkheden die de combinatie van RFID-tags en het internet boden. P&G pionierde in de jaren die volgden met RFID voor monitoring binnen de supply chain. De visie van Ashton was (en is) een toekomst waarin dingen (objecten, apparaten, voertuigen) zelfstandig informatie verzamelen, waardoor computers nog beter en sneller beslissingen kunnen nemen. Volgens Ashton kunnen computers dankzij RFID- en andere sensortechnologie een beter beeld krijgen van de wereld, zonder dat er mensen nodig zijn om hierbij te helpen. 

3. Het simpelste voorbeeld? De slimme koelkast

Klinkt wat vaag en abstract? Enter de slimme koelkast. De koelkast van de toekomst weet wanneer de melk op of over de datum is, zet de koeling een tandje hoger als er een hittegolf heerst, geeft je een seintje als je nog een dag hebt om de melk op te drinken en bestelt wellicht zelfs nieuwe melk voor je, want hij (zij?) weet dat je standaard twee pakken melk op voorraad hebt. Dit kan allemaal dankzij sensoren in de koelkast, sensoren in de producten die je te koelen hebt staan, een internetverbinding die informatie van buiten ophaalt en een lerend systeem dat bijhoudt hoe je de gekoelde producten gebruikt. IoT in een notendop: nooit meer zure melk in de koelkast. Ashton zelf ziet het liever wat breder, zo schreef hij in zijn blog: ‘Als computers alles zouden weten over dingen, dan zouden we alles kunnen bijhouden en tellen, en op die manier afval, verlies en kosten kunnen verminderen.’

4. Het coolste voorbeeld? Nest en Hue

De twee meest aansprekende voorbeelden van IoT tot nu toe hebben allebei een Apple-haakje. De slimme thermostaat Nest is ontwikkeld door Tony Fadell, die eerder verantwoordelijk was voor het succes van de iPod van Apple. Het ding bezit een bewegingssensor, een sensor die de luchtvochtigheid in de gaten houdt en drie temperatuursensoren, daarnaast blijft het via een wifi-verbinding op de hoogte van het actuele weerbericht. Het apparaat leert van je voorkeuren, en combineert die met data uit andere bronnen voor de perfecte temperatuur.

Philips heeft de Hue, een set lampen die via je smartphone kunnen worden ingesteld op kleur en thema, en sinds kort ook in verbinding kunnen staan met internet. Philips laat externe ontwikkelaars zelf apps maken voor de Hue. Klein voorbeeldje: er zou een app gemaakt kunnen worden die de lampen aanzet als Buienradar zegt dat het regent. In eerste instantie wordt Hue alleen via de retailkanalen van Apple verkocht. 

Philips Hue

5. Iedereen pusht zijn eigen omschrijving 

Het wordt weer wat ingewikkelder nu. Een andere term die vaak wordt gebruikt is M2M, wat staat voor machine-to-machine. Dit is een communicatievorm waarbij – inderdaad – machines met elkaar praten zonder tussenkomst van mensen. De methode wordt vooral ingezet voor het monitoren van processen binnen bedrijven. Het uitgangspunt is hetzelfde als bij IoT, in beide gevallen vergaren dingen via sensoren en internet automatisch informatie. Wel is er discussie over de verschillen tussen IoT en M2M: the internet of things zou meer draaien om interactie met gebruikers. En zo hangt iedereen een andere naam aan het slimmer maken van apparaten en objecten. Cisco heeft het al over Internet of Everything, GE probeert de term Industrial Internet te pushen, anderen hebben het over domotica of smart devices, terwijl Samsung gewoon praat over connected devices.

6. De drijvende kracht: volwassen tech en smartphonegebruik

De randvoorwaarden voor IoT zijn steeds meer voorhanden. Sensoren worden steeds kleiner en goedkoper, internetverbindingen zijn alomtegenwoordig en in op internet nemen de verwerkings- en opslagmogelijkheden van data toe. Daarnaast werd vorig jaar IPv6, het tweede internetprotocol, in gebruik genomen. Het betekent dat er genoeg ip-adressen beschikbaar zijn die aan objecten meegegeven kunnen worden. Een andere drijvende kracht is de smartphone-adoptie. Het apparaat, op zichzelf al een slim ding natuurlijk, lijkt langzaam maar zeker zowel afstandsbediening als beeldscherm voor de internet of things te worden. Afstandsbediening omdat gebruikers er hun slimme apparaten mee kunnen bedienen, beeldscherm omdat het vergaarde data op een toegankelijke manier kan presenteren. De eerder genoemde Nest heeft bijvoorbeeld een app waarmee het apparaat op afstand kan worden bediend en de energiehistorie kan worden bekeken.

7. Er zijn enkele vertragende factoren…

Veel IoT-voorbeelden komen met een kastje als brug tussen ding en internet. Een wifi-verbinding in ieder apparaat stoppen zou in principe kunnen, maar wifi vreet stroom en dat zou betekenen dat ieder apparaat een stekker nodig heeft. Fabrikanten stoppen de chips daarom in een hub, die vervolgens ‘praat’ met de objecten. Philips Hue komt bijvoorbeeld met een hub gebaseerd op de Zigbee-standaard, waar minstens 50 lampen op kunnen worden aangesloten. De lampen staan in contact met de hub, de hub wordt vervolgens verbonden met de internetrouter.  Verschillende partijen proberen een standaard te zetten in de communicatie tussen dingen, wat zorgt voor versnippering in de markt. Andere vertragende factoren zijn de – toch nog – beperkte analysemogelijkheden van data en de kracht van het huidige netwerk. Probeer maar eens een video te streamen over je wifi-verbinding als tegelijkertijd 50 lampen connected zijn.

8. Het draait niet om dingen, maar om data

Nike FuelBandIOT is eigenlijk een verraderlijke term, want de kern van the internet of things is juist het verzamelen, verwerken en interpreteren van data, door dingen uit te rusten met sensoren. ‘Als data het nieuwe goud zijn, dan zijn sensoren de machines waarmee het geld wordt geprint’, zo vertelde Alberto Prado, hoofd digitale innovatie bij Philips, tijdens het Internet of Things-event op 3 juni in Eindhoven. De komende tijd zullen er steeds meer apparaten op de markt komen die dingen gaan meten en weten: van brillen (Google Glass) tot auto’s (Google driverless car). IoT hangt samen met twee andere digitale trends: Big Data en quantified self. Over Big Data hebben we al vaak geschreven, quantified self gaat plat gesteld over het meten en weten van jezelf. Een van de recente voorbeelden is de Nike+ FuelBand (zie foto), een armband die je activiteit bijhoudt en feedback geeft. De data die Nike hiermee verzamelt zijn kostbaar, zo zei Michel Schaalje van Cisco tijdens hetzelfde IoT-event: ‘Het gaat om niet de internetverbinding, maar wat je vervolgens doet met de data die eruitkomen.’ 

9. Een internetverbinding maakt nog geen IoT

The internet of things kent verschillende gradaties. In de simpele variant wordt een bestaand apparaat gewoon aan een internetkabel gelegd. Denk aan een connected tandenborstel, die bijhoudt of je goed genoeg je tanden poetst. Geinig, maar voegt het echt iets toe? Martin van Rijn van TNO vertelde tijdens het IOT-event dat objecten verschillende mates van intelligentie kunnen krijgen: ‘Je kunt een object iets laten meten en op basis daarvan een eenduidige actie laten uitvoeren. Je kunt een object ook bepaalde informatie laten duiden en op basis daarvan laten ingrijpen. Nog een niveau hoger kan een object data begrijpen en vervolgens zelfstandig nieuwe doelen stellen.’ Dingen krijgen dan totaal nieuwe functies. Denk bijvoorbeeld terug aan de FuelBand, die Nike een bak met data oplevert waarmee nieuwe diensten kunnen worden ontwikkeld. Daarnaast zorgt IoT in dit geval voor een andere band met de gebruiker: in plaats van een eenmalige transactie, wordt een langere relatie aangegaan.