Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Heeft het zin om als startup naar CES te gaan, met zoveel afzeggingen? ‘Misschien is het een kans’

Woensdag gaat de gigantische techbeurs CES van start. Toonaangevendebedrijven als Google, Microsoft en Amazon zullen er niet bij zijn vanwege het coronavirus. Heeft het dan nog wel zin om als Nederlandse startup het vliegtuig naar Las Vegas te pakken? 'Het levert ons extra exposure op.'

Jelmer Luimstra
Je leest nu: Heeft het zin om als startup naar CES te gaan, met zoveel afzeggingen? ‘Misschien is het een kans’

Dat techbeurs CES (Consumer Electronics Show) in Las Vegas woensdag gewoon van start gaat ondanks dat de omikronvariant de coronacrisis doet opleven, daar had niet iedereen een paar weken geleden zijn geld op in durven zetten. CES-directeur Gary Shapiro mag dan alleen gevaccineerden toelaten, mondkapjes eisen en gratis tests uitdelen aan gasten, het ene na het andere grote techbedrijf heeft afgezegd voor de CES.

Concerns als Google, Microsoft, Meta (Facebook), Amazon en T-Mobile menen dat het risico dat hun medewerkers met de nieuwe omikronvariant worden besmet simpelweg te groot is. Zij zegden hun fysieke présence af, met in hun kielzog ook meerdere cancelende mediapartijen, zoals TechCrunch, CNET, The Verge en het Nederlandse Tweakers. 

2200 exposanten verwacht

Het levert volgens Shapiro zo’n 10 procent minder exposanten op, vertelde hij maandag. Dit jaar worden er ruim 2200 exposanten van zo’n 800 bedrijven verwacht. Van de zeventig Nederlandse start- en scaleups die oorspronkelijk naar de CES af zouden reizen, zouden 55 nog altijd van plan zijn te gaan. Maar goed, minder grote techbroers om mee te sparren, minder techmedia: heeft het eigenlijk nog wel zin voor Nederlandse startups om het vliegtuig naar Vegas te pakken? MT/Sprout doet een rondje langs de Nederlandse startups die al op de maandag aanwezig zijn tijdens het speciale persevenement CES Unveiled in het Mandalay Bay-hotel.

Lees ook: Waarom techbeurs CES wél doorgaat, ondanks corona

Olaf

Geen klanten misgelopen

Olaf van der Veen van softwarebedrijf Orbisk staat op de maandagmiddag al druk te praten met allerhande Amerikanen. Zijn Utrechtse startup monitort met kunstmatige intelligentie hoeveel voedsel er weg wordt gegooid in restaurants en hotels. Door horecapartijen inzage in dit verbruik te geven, kunnen zij hier eenvoudiger maatregelen op nemen, is het idee. 

Van der Veen stelt door de afzeggingen van Microsoft en Google in ieder geval geen potentiële klanten mis te lopen. Orbisk richt zich eerder op restaurants en hotels. ‘Wel was het heel leuk geweest als ze waren gekomen. Met Google werken we bijvoorbeeld veel samen als partner en voorziener van technologie. Ik had ze dus graag ontmoet.’ 

Te veel ‘negatieve nieuwswaarde’

De ondernemer ergert zich eraan dat er ‘zoveel negatieve nieuwswaarde’ zat aan het feit dat grote techbedrijven hebben afgezegd. ‘Volgens mij komen er nog steeds heel veel gave bedrijven. Die grote zien we toch wel, van hen weten we immers wel wat er gebeurt. Die kleine zijn veel mooier om te zien, want daar zit écht de innovatie.’

Voor Van der Veen is het de eerste keer CES. De ondernemer doet mee omdat hij in de Verenigde Staten zaken hoopt te kunnen doen. ‘De Amerikaanse markt voor voedselverspilling is supergroot, veel groter dan die in Europa. Om daar iets mee te kunnen, moeten we de markt wel eerst begrijpen. We gaan waarschijnlijk in de loop van volgend jaar hier de markt op, dus ik wil met Amerikanen kunnen praten, ervaring opdoen en voelen hoe Amerikanen denken. CES is voor mij leergeld.’

inphocal

Netwerken in Amerika

Ook Robert van Tankeren (foto rechts) en Martijn Boerkamp (foto linksboven) van de Eindhovense startup InPhocal zijn op zoek naar Amerikaanse klanten. Door middel van een speciale lasertechnologie weten zij zonder inkt barcodes en houdbaarheidsdata op bijvoorbeeld plastic flesjes, maar ook op fruit te printen. Van Tankeren heeft voor de gelegenheid een Lego-kunstwerk gebouwd, waarmee hij zijn printsysteem probeert te simplificeren. Dat trekt aardig wat publiek, zo valt te merken.

Van Tankeren laat een plastic flesje van Pepsi zien, waarop een wit logo van InPhocal prijkt. ‘We zijn al in gesprek met partijen als PepsiCo en Coca-Cola. Zij zeggen: als je in Amerika zaken wil doen, moet je er fysiek aanwezig zijn. Je moet netwerken, bij de mensen langsgaan en uiteindelijk ook zelfs een fysieke entiteit oprichten. Dat was voor ons de reden om hierbij te willen zijn.’ Over omikron maakt Van Tankeren zich niet zoveel zorgen. ‘We zijn sowieso allemaal gevaccineerd. De Amerikaanse exposure die we hiermee kunnen krijgen, was voor ons zo groot, dat we die niet wilden laten liggen.’

Dat de Microsofts van deze wereld fysiek niet aanwezig zullen zijn, maakt voor Van Tankerens startup minder uit. ‘Het zijn niet de partijen waar wij het meest in geïnteresseerd zijn. Ik denk bovendien niet dat Amazon ons zomaar als klant binnen zou willen halen. Die zullen eerder zeggen: zorg eerst maar dat je product af is, dan hebben we eventueel interesse.’

Omikron ‘al wereldwijd verspreid’

Toch vindt hij het jammer dat ze niet komen. ‘Ik snap het signaal dat ze willen afgeven, maar als het puur gaat over de verspreiding van omikron… dat ís al wereldwijd verspreid. Nederland is het enige land in Europa dat een quarantaineplicht heeft ingesteld voor reizigers die terugkomen uit Amerika, terwijl Frankrijk het grootste aantal besmettingen ooit heeft. Nederlanders kunnen letterlijk op en neer rijden naar Frankrijk. Ik zie dan ook waarom je CES vanwege omikron af zou moeten zeggen.’

Dat Microsoft en co er wel digitaal bij zijn, daar verwacht Van Tankeren dan weer weinig van. ‘Vorig jaar was de hele CES digitaal. Alle mensen die ik heb gesproken die daarbij waren, zeiden: dat nooit meer. Als jij hier rondloopt en je hebt de keuze om naar die auto toe te gaan, naar onze stand of naar een digitale versie van een Amazon die daar met een scherm staat, dan denk ik dat het merendeel van de bezoekers toch eerder gaat voor de mensen die fysiek aanwezig zijn. Het levert ons dus, denk ik, extra exposure op.’

dayrize

Minder mensen is slecht nieuws

Dat betwijfelt Austin Simms, de coo van Dayrize. Dit is een Amsterdams bedrijf dat software ontwikkelt waarmee retailers online gedetailleerd kunnen laten zien hoe duurzaam ieder kledingstuk uit hun collectie is. ‘Je kunt beargumenteren dat er door de afwezigheid van de grote merken meer aandacht ontstaat voor de kleinere bedrijven, maar ik zie het anders. Er mogen dan minder grote exposanten zijn die bezoekers van je wegkapen, maar er komen in het geheel minder mensen.’

Je kunt daarom beter de grootste merken aanwezig hebben op je evenement, denkt Simms, een Australiër die zelf al veertien jaar in Nederland woont. ‘Dan komt er ook meer pers op af. Grote bedrijven trekken mensen aan. Dat die ontbreken, merk je nu al. Mijn taxichauffeur vertelde me toen we hier naartoe reden dat het een stuk rustiger is dan tijdens voorgaande jaren.’ 

Desalniettemin stelt hij er alles aan te gaan doen om dichter bij zijn doel te komen: het veroveren van de Amerikaanse markt. ‘We zijn al in Europa gelanceerd, waar we inmiddels meer dan vijfhonderd commerciële contracten hebben binnengesleept. Nu willen we in de Verenigde Staten lanceren. We hebben al meetings met grote Amerikaanse retailers opgezet en we hopen hier met meer potentiële klanten te kunnen spreken.’

brekr

CES om je merk op de kaart te zetten

Het afhaken van mediapartijen is ook datgene waar Ivo Roos (links op foto) van baalt. Hij is de designer achter de Brekr, een elektrische brommer die een artificieel brommergeluid simuleert. ‘Voor ons is de beurs ook bedoeld om ons merk op de kaart te zetten’, zegt Roos. ‘We zijn nog niet bekend, ook niet in Nederland. We komen veel consumenten tegen die nog nooit van ons gehoord hebben. We wilden deze beurs ook gebruiken om media in Europa aan te trekken. Dan is het jammer dat er wat partijen afhaken.’

Jammer dat sommige mediapartijen afhaken

Toch is de mediamissie van het in 2018 in Doetinchem opgerichte Brekr niet helemaal mislukt. Roos is samen met oprichters Jasper Hagedoorn (foto midden) en Niels Willems (foto rechts) op de CES. Willems laat zich continu fotograferen op zijn Brekr en staat de ene na de andere camera te woord. Roos: ‘Uiteindelijk willen we erachter komen of de Amerikaanse markt iets voor ons is. Ook onderzoeken we of er kansen voor ons zijn om hier een investeerder te vinden.’

picoo

Tikkertje met ondernemers

Even verderop staat Iris Soute van startup Picoo, die samen met haar investeerder Ton Dielissen is op komen dagen. Op tafel staan vier lichtgevende items, die je in je hand kunt houden. De items zijn een controller en spelcomputer in één, legt Soute uit. ‘Ze zijn bedoeld om kinderen meer buiten te laten spelen.’

Je kunt er bijvoorbeeld tikkertje mee doen, laat ze zien. MT/Sprout krijgt een stick in handen, die in een andere kleur oplicht dan die van de ondernemers. Door de ondernemers met onze stick aan te raken, ’tikken’ we ze. En zo rennen we als bezetenen achter de zakenlieden aan, iets wat er ongetwijfeld bijzonder uitziet op een serieuze techbeurs. Maar ach, qua idiotie is het klein bier in Las Vegas.

Getwijfeld over komst

Soute is al eerder op CES geweest en weet dus wat je er kan verwachten. Ze stelt nog geen idee te hebben of de editie dit jaar een succes zal worden, of niet. ‘Er komen afzeggingen, maar ook aanmeldingen binnen. We hebben er zelf ook over nagedacht of we wel zouden moeten blijven gaan. Wil je hier wel naartoe als covid nog overal rondzwerft?’

Toch kozen Soute en Dielissen ervoor om het vliegtuig naar de Verenigde Staten in te stappen. ‘We hadden al een aantal afspraken staan en we lanceren de Picoo hier in de VS. We kunnen dus ook niet zeggen: nou, dat doen we een jaartje later. Daarom hebben we ervoor gekozen om gewoon zelf te gaan. Ik kan me voorstellen dat je als groot bedrijf niet zomaar je medewerkers hier naartoe wil sturen. Maar goed, wij zijn zelf de eigenaren.’ 

Soute wil het CES-evenement gebruiken om haar product bekender te maken. Maar of je daarvoor in Las Vegas moet zijn, daar is ze nog niet over uit. ‘Wat we merken, is dat veel afspraken online gaan. We hebben al verschillende digitale meetings staan, bijvoorbeeld met media die niet fysiek aanwezig zijn. Dus ja, hadden we dan hierheen moeten komen? Ik weet het niet.’

videowindow

CES als kans

Wie dat wel heel duidelijk weet, is Remco Veenbrink, oprichter en ceo van het bedrijf VideowindoW. ‘Ik heb er geen seconde over getwijfeld of ik zou gaan’, zegt Veenbrink. Ik wil mijn verhaal vertellen. En als die kans kans gegeven wordt, dan ga ik ervoor. Wij staan nu te praten en dat was niet gebeurd als ik hier niet was geweest.’

Veenbrink staat voor een grote glazen wand, waarop hij allerhande kunstzinnig ogende lichtprojecties toont. Op een computer laat hij een video zien van het vliegveld bij Den Haag, waar zijn startup een vergelijkbare projectie toont. Het werkt als zonnescherm, maar heeft ook een artistieke waarde, vindt Veenbrink. Zijn stand op de CES is tot de nok toe gevuld met geïnteresseerde journalisten.

Risico’s horen bij startup-leven

Veenbrink: ‘Wij zijn een startup. Ik had hiervoor een goede baan en die heb ik opgezegd. Dat was een risico. Hier naartoe gaan tijdens covid is ook een risico. Je kiest ervoor om met een startup ongebaande wegen te bewandelen. Daar hoort dit ook bij. Ik wil er daarom gewoon vol voor gaan. Misschien is het juist wel een kans. Het is dan wat rustiger, maar ik heb vanochtend Reuters al langs gehad. Hoe gaaf is dat? Als het heel druk was geweest, waren zij misschien niet langsgekomen. Elk nadeel heb zijn voordeel, denk ik dan.’

De ondernemer zit in de appgroep ‘CES Participanten’, waar alle Nederlandse startups onderdeel van uitmaken. Hij stelt er al gezien te hebben dat een aantal Nederlandse startups toch heeft afgezegd voor de CES. ‘Die vinden het risico te groot. Ik snap dat niet zo. Dit is een kans. Ik denk dan: waarom ben je dan hiermee begonnen?’

Keihard hollen naar voren

Maakt Veenbrink zich dan helemaal geen zorgen over covid op de CES? Veenbrink, vastberaden: ‘Je kunt wel talloze beren op de weg zien, maar dan moet je geen start beginnen, vind ik. Google en Microsoft, dat zijn geen startups meer. Die hebben hele andere, vaak politieke afwegingen te maken. Wij zijn een startup en het is keihard hollen naar voren.’ 

Toch voelde ook Veenbrink zich wat ongemakkelijk toen er in de middag een Amerikaanse journalist hem doodleuk een hand gaf. Niet echt covidproof. Maar daar heeft ie al wat op gevonden, vertelt Veenbrink. Achter de glazen projectiewand op zijn stand haalt hij een flesje desinfecterende handgel vandaan. Lachend: ‘Die gebruik ik de hele dag door.’