Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

E-mailen in het Engels: let op deze instinkers

Sommige Engelse woorden worden makkelijk met elkaar verward, en dat kan vooral in e-mails tot verwarring lijden. Taalcoach Anneke Panella-Drijver somt de grootste instinkers op.

Bpost
Divya Thakur
Je leest nu: E-mailen in het Engels: let op deze instinkers

Tijdens een telefoongesprek of zelfs in een meeting, kun je hier en daar nog wel verbloemen dat je aan de kennis van je Engels sinds de middelbare school niets meer hebt gedaan. Je gooit er wat stopwoorden tegenaan of je praat er omheen. Maar bij het schrijven van een e-mail is dat al snel een stuk lastiger. De meeste e-mails moeten snel af en dan is een foutje hier of daar bijna onvermijdelijk.

Soms zie ik zelfs Nederlandse woorden in Engelse e-mails voorbij komen zoals bijvoorbeeld ‘en’ in plaats van ‘and’. Omdat dit allemaal zwart op wit staat komt het niet erg professioneel over. Wat kun je nu doen om dit te voorkomen (zonder direct aan de studie te gaan) en welke fouten kun je zelf makkelijk vermijden.

De woorden die het vaakst worden verward klinken (bijna) hetzelfde, waardoor het makkelijk is om ze door elkaar te halen. De betekenissen komen echter niet overeen. Zorg dat je de volgende fouten niet maakt en je correspondentie ziet er meteen een stuk netter uit.

1. Too, two & to

Too betekent te of ook: It is too cold – Het is te koud. I like Spain, too – Ik houd ook van Spanje.
Two betekent twee: I have two suitcases – Ik heb twee koffers.
In alle overige gevallen gebruik je to: I don’t want to go. – Ik wil niet gaan.

2. Than & then

Than gebruik je alleen in vergelijkingen. My car is bigger than yours – Mijn auto is groter dan die van jou.
Then betekent dan of toen. Then she said: ‘Really?’ – Toen zei zij: ‘Echt?’

3. There, their & they’re

Ook deze drie woorden klinken bijna hetzelfde, maar de betekenissen zijn heel anders. Kijk en vergelijk:

There betekent er of daar. There are five companies – Er zijn vijf bedrijven.
Their betekent hun (bezittelijk voornaamwoord) That is their mistake – Dat is hun fout.
They’re is de verkorte vorm van they are, zij zijn. They’re very busy right now. – Ze zijn heel druk op dit moment.

4. Your & you’re

Your betekent jouw of jullie (bezittelijk voornaamwoord). This is your pen – Dit is jouw pen.
You’re is de verkorte vorm van you are, jullie zijn of jij bent. You’re late again – Je bent weer te laat.

5. Where, were & we’re

Where is het vragend voornaamwoord waar. Where is she? – Waar is zij?
Were is de verleden tijd van het werkwoord to be (zijn), was of waren. They were not ready yet – Ze waren nog niet klaar.
We’re is de verkorte vorm van we are, wij zijn. We’re very happy – We zijn heel blij.

Wil je nu echt voorkomen dat je zulke en andere storende fouten maakt? Lees dan je e-mail nog even hardop door. Leg de e-mail zo mogelijk een uurtje weg voordat je hem verstuurt en lees hem dan nogmaals goed door.

Of spreek met een collega, vriend of vriendin af dat je elkaar e-mails even doorleest. Twee weten altijd meer dan één. Het kost even wat meer tijd, maar dat maak jij in ieder geval een goede beurt bij je klant of relatie.

Zie ook: Werk je er eigenlijk nog wel? Zakelijk Engels in de praktijk