Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De succesgeheimen van Mick Jagger

De grootste rockband ooit? Hands down: de Rolling Stones, gelet op de omzet en winst van de (Nederlandse!) NV. De ondernemer/manager/zanger achter de Stones is Mick Jagger. Flip Vuijsje verklaart in 9 lessen zijn succes, in het boek Mickonomics.

Je leest nu: De succesgeheimen van Mick Jagger

De Rolling Stones bestaan dit jaar vijftig jaar, vandaar dat hun tournee dit voorjaar ’50 & Counting’ heette: Mick, Keith, Charlie en Ron zijn nog lang niet uitgespeeld. Dit ondanks de eerbiedwaardige leeftijd die Sir Mick Philip Jagger afgelopen juli bereikte: 70 jaar. Reden genoeg voor Flip Vuijsje om een boek te wijden aan de man die niet zomaar een rockster in (ooit) strakke broek is, maar een zakenman, teamleider en zakelijk strateeg die er altijd voor zorgde dat NV de Stones altijd bleef draaien en floreerde.

Op 21 oktober verschijnt zijn boek Mickonomics. Verplichte kost voor fans, maar minstens zo leuk voor ondernemers en managers. Vuijsje schreef zijn boek namelijk (met een kleine knipoog) als fijn zakelijk zelfhulpboek: in 9 stappen net zo succesvol worden als Mick Jagger! Daarmee is Mickonomics ook een beetje een update van zijn eerdere werk Mick Jagger – manager/ondernemer uit 2005. Wij weten niet zeker of alle lessen van Sir Mick toepasbaar zijn in de polderpraktijk, maar Vuijsje probeert de kern van het wereldsucces van de Stones te vatten, aan de hand van hun zakelijke succesverhaal. We pikken alvast de 9 lessen eruit. 

1. Volg je hart

Geen van de Stones was het om het succes te doen: ze wilden vóór alles de muziek helpen verbreiden van hun zwarte Amerikaanse helden. Niks roem, rijkdom en lekkere meiden, stelt Vuijsje. In die begintijd liep het ook helemaal niet lekker: een paar blanke snotneuzen die n-muziek (het n-woord was toen nog gangbaar) maakten. Gedreven door artistieke passie, met het idealisme van missionarissen gingen ze aan de slag.

2. Heb ook een beetje geluk

Steevast onderdeel van elk succesverhaal: mazzel. Mick Jagger c.s. vonden een prima manager in de persoon van Andrew Loog Oldham. Die was toevallig op het goede moment in de club waar ze optraden en deed een paar gouden grepen, zoals Ian Stewart aan de dijk zetten en de eerste platencontracten in elkaar timmeren. Nog meer toeval was onverwachte hulp uit Liverpool: toen de Stones gebrek aan inspiratie hadden bij het opnemen van hun tweede single, rolden een jolige Paul McCartney en John Lennon uit een taxi, pal voor de studio. In een handomdraai maakten die ‘I wanna be your Man’ af en verkochten het nummer aan de Stones, die er een hit mee scoorden.

3. Altijd eerst je oefeningen doen

Mick Jagger was ondanks zijn gemaakte cockney-accent niet van de straat, maar een keurige middenklassejongen. Daar hebben de Stones van geprofiteerd: Mick werd opgevoed met deugden als zuinigheid, ambitie, ijver en discipline. Hij besefte dat een universitaire graad noodzaak was om vooruit te komen, spande zich op de middelbare school op de valreep in om te worden toegelaten tot de pestigieuze London School of Economics. Daar hield hij het twee jaar uit, tot ‘a really excellent opportunity in the entertainment world’ zich voordeed, zoals hij de verstrekker van zijn studiebeurs schreef. Die link tussen de LSE en Micks zakelijke vernuft wordt vaak gelegd, maar volgens Vuijsje is het eerder andersom: dankzij zijn achtergrond, brede interesse en intellect had hij het tot de universiteit geschopt.  

4. Werken, werken en nog eens werken

Keihard werken was het voor de rocksterren van Jaggers generatie. Hun managers boekten vanaf dag één elk optreden dat ze maar konden boeken, ongeacht locatie of publiek, in alle uithoeken van Engeland en de VS. Vanaf 1965 kregen Jagger en Richards daar ook nog de taak van het schrijven van nieuw repertoire bij, wat de absolute doorbraak met zich meebracht en het aantal tournees en albums verder opvoerde.

5. Cut down the middle men

Muziek bedenken en maken is al moeilijk, daar geld mee verdienen zo mogelijk nog moeilijker, laat staan te voorkomen dat anderen hiermee hun zakken vullen. Dat laatste is Jagger aardig gelukt. Aanvankelijk vooral mede dankzij het management, dat de rechten op de songs meteen onderbracht in een firma en prima royalties afsprak met de platenmaatschappijen. Maar ook daarna maakte Mick het tot zijn strategie, alle vormen van exploitatie van zijn muziek onder eigen controle te brengen. Al in 1968 bouwden de Stones een mobiele studio, waardoor ze niet meer afhankelijk waren van de bestaande opnamefabrieken – die ze ook aan derden verhuurden. Zo werden ook elders in de waardeketen gaten gedicht, door partijen uit te schakelen of hun aandeel in de winst terug te dringen.

6. Als het kán in vriendschap…

Zwakste personele schakel in de onderneming was in de jaren zestig Brian Jones, die door drugs en depressies werd geveld en niet kon verkroppen dat hij als bandleider was afgelost door Mick. Volgens Vuijsje nam Jagger op zeer tactische en amicale wijze afscheid van Jones. In de jaren zeventig werd Keith Richards’ heroïnegebruik het grootste risico voor het functioneren van de Stones: Richards was regelmatig uit de running, visa waren altijd een probleem en continu was er gelazer met justitie. Jagger kon weinig meer dan de schade zo veel mogelijk beperken, ook omdat hij zijn bandgenoot nog steeds als vriend beschouwde. Maar dit staat vast: zonder de steun en het tactvolle optreden van Jagger, was de band nooit de periode van de megawinsten ingegaan, die vanaf eind jaren tachtig binnenstroomden.

7. …en anders maar strikt zakelijk

Juist voorafgaand aan die comeback bekoelden de verhoudingen tussen Jagger en een inmiddels afgekickte Richards tot het vriespunt. Vuijjsje stelt vast, dat de Stones al sinds eind jaren tachtig vier mannen zijn die, afgezien van het voortbestaan van hun band, niet meer met elkaar van doen hebben en elkaar alleen op het podium treffen. Dat ze beseften dat een vriendschap niet meer nodig was om zakelijk vooruit te komen, heeft ze als band overeind gehouden. Mick gaf daarin het voorbeeld: het gescheiden houden van zijn privéleven en de band bleek voorwaarde voor succes.

8. Luister naar je klanten, niet naar de media

Wat je ook voor stront over je heen krijgt van de media, het enige wat telt, is wat je klanten vinden. Journalisten waren vier decennia lang redelijk hardnekkig in het beeld dat ze van Jagger schetsten als gewiekste zelfzuchtige zakenman, tegenover het creatieve kwetsbare genie Richards. Feit is, dat Jagger zowel zakelijk als artistiek uitblonk, terwijl Richards alleen muzikaal piekte. Maar de Stones waren zo verstandig nooit op kritiek door de media in te gaan. Hun fans konden de Stones prima bereiken zonder de media, en dat geldt in het internettijdperk meer dan ooit.

9. Doe eerlijk zaken

Vuijsje kan Mick Jagger, met de informatie waarover hij beschikt, niet betrappen op oneerlijk zakendoen. Hoezeer hem ook wordt aangewreven een geldwolf te zijn (en Jagger zorgde ook dat hij alles zo goed mogelijk regelde), nergens is bewijs te vinden dat dit ten koste ging van anderen. Met platen verdienden de Stones 250 miljoen pond, alle tournees voegden daar 1,8 miljard aan toe. Dat maakte alle Stones gefortuneerd: niet alleen Mick staat met 200 miljoen pond hoog in de lijst van rijkste Britse artiesten, Richards staat daar vlak onder, met een vermogen van 178 miljoen pond – ondanks zijn desinteresse in geld. Zelfs klagende werknemers als Bill Wyman hielden tientallen miljoen over aan hun jobs, en drummer Charlie Watts is ook al goed voor 60 miljoen. Zeker leerde Jagger snel genoeg de trucjes van de muziekindustrie die hem beschermden tegen uitbuiting, hij belazerde zijn vrouwelijke partners bij het leven, maar zakelijk hield hij het straight.

 

Meer succesverhalen? Kom naar Sprout Challengerday, op 31 oktober a.s. in de Beurs van Berlage