Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Medewerkers in de industrie: ‘Laat de robots maar komen!’

In samenwerking met TIAS - Als ergens de robotisering banen zou kunnen verdringen, dan is het wel in de technologische industrie. Toch zien medewerkers hier de robots graag komen. Het maakt hun werk alleen maar leuker en uitdagender, zeggen ze in nieuw onderzoek van Berenschot, FME en TIAS School for Business and Society.

robots in industrie robot Getty
Je leest nu: Medewerkers in de industrie: ‘Laat de robots maar komen!’

Maar liefst 83 procent zegt digitalisering en robotisering eerder als kans dan bedreiging te zien. En slechts 14 procent van alle medewerkers in de technologische industrie valt te scharen onder de categorie ‘sceptici’, aldus het onderzoek, dat is gemaakt in opdracht van FME, en waarvoor bijna 7.000 medewerkers in de industrie digitaal zijn ondervraagd, en nog eens 70 aan een persoonlijk diepte-interview hebben meegedaan.

FME-voorzitter Ineke Dezentjé Hamming is maar wat blij met het onderzoek, en maar wat trots op de medewerkers in haar sector. ‘Het goede nieuws van dit onderzoek is dat medewerkers de technologische ontwikkelingen toejuichen. We moeten hun enthousiasme en positivisme met alle partijen omarmen. Laat de robots maar komen! Dan maken we samen Nederland techproof!’

Werk wordt uitdagender en leuker

Uit het onderzoek, waar onder meer TIAS-hoogleraar Marc Vermeulen aan meewerkte, blijkt dat de meeste industriemedewerkers vinden dat technologie het werk uitdagender en leuker maakt. Ze zijn ook leergierig: ruim 90 procent geeft aan zich verantwoordelijk te voelen om de ontwikkelingen in zijn vakgebied bij te houden.

Dé medewerker bestaat niet

Tegelijk blijkt ook dat dé medewerker niet bestaat, en dat er nagenoeg geen (significante) verschillen te vinden zijn tussen jonge en oudere generaties, opleidingsniveau of sector. Optimisten en sceptici zijn terug te vinden in alle lagen en groepen. ‘De aanname dat energie vooral bij de jongere generatie zou zitten en de weerstand bij ouderen is ongegrond’, aldus de onderzoekers.

Geen banen eraf, maar banen erbij

De nieuwe technologie, zoals digitalisering, robotisering, sensoren, big data, 3D-printen, augmented reality, kunstmatige intelligentie, blockchain en Internet of Things (IoT), leidt volgens een grote meerderheid van de respondenten niet tot verdwijnende banen. Eerder het tegenovergestelde. Wel zien ze dat taken veranderen en dat andere vaardigheden en kennis nodig zijn.

120.000 mensen zijn nodig

En dan komen we meteen bij hét grote vraagstuk in de industrie vandaag de dag: de krapte op de arbeidsmarkt. ‘De Nederlandse technologische industrie moet de komende 12 jaar 120.000 nieuwe mensen zien te werven om groeimotor te blijven van de Nederlandse economie’, constateert Dezentjé Hamming. ‘En deze opgave wordt nog groter als we niet investeren in de kennis en vaardigheden van onze huidige medewerkers.’

Snel, snel, snel en 24/7

Uiteraard uiten de respondenten in het onderzoek ook een aantal andere zorgen. Zo signaleren veel medewerkers dat de nieuwe technologie het werk sneller maakt. De productie gaat omhoog, klanten moeten non-stop, 24/7 bediend worden. Dit kan een risico inhouden waar het gaat om de ervaren werkdruk en de balans tussen werk en privé, zo geven ze aan.

Handvatten graag!

En dan bevat het onderzoek ook nog een waarschuwing: de meeste medewerkers willen dus graag meebewegen en bijblijven, maar zeggen daarbij wel handvatten nodig te hebben. Daarom willen ze graag betrokken worden bij de vernieuwingen. Ze willen vooral begrijpen wat de ontwikkelingen nu echt betekenen voor hun eigen werk.

Ze willen tijd en ruimte om te experimenteren en zich te scholen en daarnaast steun en informatie om vakkennis bij te houden. Een oproep aan werkgevers om daar vooral rekening mee te houden; dan kunnen ook zij vol optimisme de toekomst inkijken.

Meer weten over het onderzoek van Berenschot, FME en TIAS School for Business and Society? Download hier het onderzoeksrapport ‘Onderzoek Smart Working: medewerkers aan het woord’.