Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Zakendoen met Belgen: 5 valkuilen die je nog niet kende

Dat je je Belgische zakenpartner meer moet aanbieden dan een broodje kaas voor de lunch weet je nu wel. Net als dat je niet te luidruchtig en te vol van jezelf moet zijn. Maar kende je onderstaande 5 valkuilen ook al?

zakendoen in België
Getty
Je leest nu: Zakendoen met Belgen: 5 valkuilen die je nog niet kende

#1. België is niet één land

Dat in Vlaanderen Vlaams de voertaal is en in Wallonië vooral Frans gesproken wordt, weten de meeste Nederlanders wel. Alleen in Brussel – met een zeer internationale gemeenschap – wordt zowel Frans als Vlaams gesproken. Maar wist je dat België ook een Duitstalige gemeenschap telt van ongeveer 75.000 bewoners?

En niet alleen is de taal in elke gewest anders, ook qua (koop)gedrag en voorkeuren zijn er verschillen. Zo kopen meer Walen dan Vlamingen sneller een huismerk in de supermarkt dan een A-merk. Aan hotels en horeca wil een Vlaming opmerkelijk meer geld uitgeven dan een Waal. Voor Duitstalige Belgen geldt het gezegde dat ze ‘werken als Duitsers en leven als Fransen’. Met andere woorden: het zijn harde werkers maar ook levensgenieters.

Het lijkt dus alsof je in België te maken hebt met vier werelden in plaats van één. ‘Het economisch hart is de zogeheten ‘Vlaamse Ruit’: veel economische activiteit vind plaats in het gebied tussen Antwerpen, Gent, Brussel en Leuven’, zegt Rabobank-deskmanager André Bemer. ‘En in Wallonië zijn de regio’s Waals Brabant (Louvain-la-Neuve), Charleroi en Luik de moeite waard om in de gaten te houden.’ Ook handig om te weten: ‘Vlaanderen is de springplank naar Wallonië.’ Mede doordat in Vlaanderen veel MKB’ers zitten, krijg je hier als Nederlands bedrijf makkelijker voet aan de grond.

#2. Zeg niet dat je Belgische woorden zo grappig vindt

De Nederlandse taal en het Vlaams lijken op elkaar, maar er zijn genoeg verschillen. Als je het in België over ‘die aardige man’ hebt bijvoorbeeld, denken ze dat je het over een vreemde kwiebus hebt. Een jurk is een kleed. En als je een ommetje wilt maken met een Vlaming kun je beter niet vragen of hij mee wil gaan lopen. Hij denkt dan namelijk dat je wilt gaan rennen.

Vind je die taalverschillen grappig? Laat dat dan vooral niet merken aan een Belg, want dan zal hij zich gekwetst voelen. Vlamingen zijn verder behoorlijke taalpuristen – niet voor niets won bijna altijd een Vlaming het Groot Nederlands Dictee. Laat de teksten van je Belgische folders en website daarom voor de zekerheid controleren door een Vlaming.

Als je zakendoet in Wallonië of in Brussel, is het aan te raden dat je de Franse taal spreekt of een tolk inhuurt. Zakendoen in het Engels is een beetje een zwaktebod en wordt niet overal gewaardeerd.

#3. Denk niet dat je alles vanuit Nederland kunt regelen

Juist omdat België zo dichtbij is en we dezelfde taal spreken, denken veel ondernemers de zaken wel vanuit Nederland te kunnen regelen. Dat valt wel eens tegen. Zo beschouwt Jitse Groen van Thuisbezorgd.nl zijn intrede in België als ‘leergeld’.

‘We misten het kapitaal en eigenlijk ook de bereidwilligheid om echt in België te investeren. We dachten bijvoorbeeld dat we die markt wel vanuit Nederland konden veroveren, dat we geen kantoor in België nodig zouden hebben. Dat was een misvatting.’ Uiteindelijk opende het bedrijf een lokaal kantoor met Belgisch personeel.

Zo’n fysiek aanspreekpunt schept vertrouwen bij de Belgen, vooral als je buiten Vlaanderen zaken wilt doen. Dat stelt ook deskmanager Bemer: ‘In Vlaanderen kun je vaak met een Nederlandse manager uit de voeten, maar in Wallonië is een Franstalige Belgische manager een must.’ Kies je voor Belgisch personeel om de zaken soepel te laten verlopen bij de zuiderburen? Dan heeft Bemer nog wel een tip: ‘De rol van de vakbond is in België aanzienlijk groter dan in Nederland, houd hier rekening mee. En dan zit er ook een flink verschil tussen de Vlaamse en de Franstalige Waalse vakbonden.’

#4. Innovatie? Neeee!

Noemen ze je in Nederland een innovatieve ondernemer, of is jouw product innovatief, dan is dat bedoeld als compliment. De zuiderburen denken daar anders over. Evert van Wijk, directeur van MediaTraining.be, kan daar over meepraten. Toen hij net begon in België, kreeg hij te horen dat zijn product goed was. Toch huurde bijna geen enkele Belg hem in. ‘Ik had geen merk en geen garantie dat het goed zou zijn wat ik zou leveren.’

Belgen zijn over het algemeen wantrouwiger en meer risicomijdend als het gaat om nieuwe producten. Waar je in Nederland makkelijk een halffabricaat kunt lanceren als hét nieuwe product en gaandeweg het product kunt verbeteren, heeft het in België pas zin als je met een volledig doorontwikkeld product én doordacht plan de markt op gaat.

Belgen zien eerst graag eerst het bewijs dat iets nieuws ook goed is. Nederlanders denken sneller: een product dat ik nog niet ken? Kom maar door! Het duurt ook enige tijd voordat je de Belgische partij voor je hebt gewonnen. Overtuig ze met cijfers, bewijzen, statistieken. En: bouw een relatie op, maak vervolgafspraken, ga samen met de potentiële klant naar een voetbalwedstrijd. Kortom: win het vertrouwen.

#5. De Belg is de baas

Een hiërarchische zakencultuur is niet per definitie iets overzees. Ook in buurland België is de directeur nog echt de directeur: hij heeft het laatste woord en stippelt de strategie uit. Zoek binnen een Belgisch bedrijf daarom altijd contact met een beslissingsbevoegde, liefst zo hoog mogelijk in de organisatie.

Ook in andere opzichten lijken Belgen op Aziaten. Zo kunnen ze eveneens ‘ja’ zeggen en iets anders bedoelen. Een ‘ja’ kan betekenen: ‘ja ik heb je gehoord’ en dat is dat. ‘Of ja, maar ik moet het nog even aan de baas vragen.’ Of ‘ja maar toch nee, bedankt’. Belgen zijn bovendien veel beleefder en formeler dan Nederlanders. In dat opzicht is het ook beter je Belgische partner altijd met ‘u’ aan te spreken, al klinkt dat in jouw oren afstandelijk. Meteen tutoyeren: doet u dat maar niet.

Dit artikel is onderdeel van het dossier ‘Internationaal Zakendoen’ op mt.nl.

Lees ook: