Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

We staren ons blind op de korte termijn

Je leest nu: We staren ons blind op de korte termijn

Niet alleen in de financiële sector heerst grootheidswaan. Gebrek aan lange termijnvisie is een groter probleem dan we realiseren.

Dit artikel is op persoonlijke titel geschreven door Rob Bruins Slot, die historicus is en als programmamaker werkt bij Andere Tijden. Hij maakte verschillende uitzendingen over de financiële sector.

We weten het allemaal nog wel. Er was eens een grote bank. Niet zomaar een bank. De Bank. Een wereldspeler. In kapitalen. Die bank wilde mee doen met de grote jongens. Maar verloor uit het oog waarvoor ze was opgericht. Om te bankieren. Heel saai: geld innemen, geld uitlenen. De afgelopen jaren stapelen de blunders in de Nederlandse financiële sector zich op. Een van de conclusies is meestal dat er gebrek aan toezicht is en dat het de schuld is van enkele bestuurders. Voorlopig dieptepunt: de heksenjacht op voormalig SNS-ceo Sjoerd Van Keulen.

Fundamenteel probleem

Er ligt evenwel een fundamenteel probleem ten grondslag aan de teloorgang van de Nederlandse financiële instellingen. Daarvoor gaan we even terug in de tijd. De jacht op het grote geld wordt ingezet in de jaren 80, als premier Thatcher in Londen met een ‘Big Bang’ alle belemmerende regels opheft. President Reagan doet in Amerika hetzelfde. Ze laten de oude scheiding los tussen aan de ene kant het spaargeld van de burger, met laag risico, en aan de andere kant het investment banking, met hoog risico. Die scheiding was juist ingesteld na de grote bankencrisis in de jaren 30, toen het spaargeld van de burger verdween in speculaties.

Te zware overheid

De crisis van de jaren 80 wordt ­veroorzaakt door een te zware overheid. Om de economie vlot te trekken,
bedenken we dat geld beter kan renderen. Waarom zit dat spaargeld er eigenlijk zo suf bij? Kan dat in het buitenland niet meer opleveren? Als geld rendeert, gaat het weer goed, denkt ook Onno Ruding, in die tijd minister van Financiën. Geld moet de grens over kunnen, waar het meer opbrengt, zegt hij. Door de regels af te schaffen die investeringen in het buitenland verbieden, kan de overheid flink besparen op de pensioenpremie van ambtenaren. Een prachtige bezuiniging.

Eten of gegeten worden

Zo wordt het mogelijk voor pensioenfondsen en banken en iedereen die geld wil beleggen om dat ook in het buitenland te doen. Het is de maakbaarheids- en tegelijk grootheidsgedachte van de jaren 90 en 00. Eten of gegeten worden. Liever vandaag dan morgen resultaat. Zoveel mogelijk groeien. Onverschrokkenheid, risico nemen en de wereld ­veroveren. ­Banken en verzekeraars fuseren tot er weinig meer over zijn. ABN Amro, dé Bank. Die later ten onder gaat aan aandeelhouders die gericht zijn op kortetermijnrendement. Niet op het langetermijnbelang van de bank of de klanten. Bankverzekeraar ING introduceert internetbankieren in Amerika. Maar wordt daarbij door de Amerikanen verplicht een groot deel van het opgehaalde geld in die rommelhypotheken van ze te steken. En SNS stapt – gek gemaakt door de winsten bij de concurrenten – in een appartementencomplex in Zuid-­Spanje. Waar ze geen verstand van hebben.

Wie het kleine niet eert

De bestuurders verliezen de bal uit het oog. Kijken naar de verkeerde dingen. Jeroen Smit beschrijft het in de bestseller De Prooi. Het boek maakt duidelijk dat ABN Amro nooit de kosten onder controle krijgt. Zich blind staart op de aandachttrekkers met de grote deals in Londen. Denkt dat daar het geld wordt verdiend. Maar de bank vergeet dat al die kleine beetjes geld die ze de particuliere klant afromen, meer opbrengen, domweg vanwege het aantal particuliere klanten. Wie het kleine niet eert.. 

Ook andere instellingen

Die grootheidswaanzin beperkt zich niet tot de financiële instellingen. De ‘Bruteringsoperatie’ geeft woningbouwverenigingen in 1995 in plaats van hun jaarlijkse subsidie een groot bedrag ineens, samen met bestuurlijke vrijheid. Het gaat om miljarden guldens. De overheid doet dat in de gedachte dat de woningbouwverenigingen met dat geld dezelfde sociale woningbouw blijft realiseren, die het Rijk eerder kon afdwingen. En dat ze niet bouwen waar ze het meeste mee kunnen verdienen. Duurdere huizen met meer marge. Of de SS Rotterdam restaureren en daarmee 235 miljoen euro schade oplopen. Of zo diep in de derivaten gaan dat je erdoor omvalt.

Liefst op de Zuidas

Waarom laat een PCM uitgeverij zich bijna ophangen aan een buitenlandse investeerder, die het bedrijf volstopt met leningen? Wie heeft ooit bedacht dat een school van 30 duizend leerlingen een goed idee is? Hoe meer leerlingen, hoe meer salaris, ja, dat wel. Waarom verdient een schoolbestuurder meer dan een minister, een landsbestuurder? Wie heeft dat ooit toegestaan? Dezelfde mensen die het goedkeuren als het bestuur van die megaschool bedenkt dat ze een hoofdkantoor nodig heeft. Liefst op de Zuidas.

Overnameprooi

De lijst is eindeloos. En eindigt nog altijd niet. Vanaf halverwege jaren 90 is het totale gekte in Nederland. Het bedrijfsleven schuimt de wereld af op zoek naar overnameprooien, thuis ­dereguleert de overheid erop los, treedt terug, stoot taken af en plaatst besturen op afstand. Maar we zijn het toezicht vergeten. In de uitzending Geld in overvloed, hoe bankiers hun hand overspeelden van geschiedenisprogramma Andere Tijden geeft oud-minister Ruding het in 2009 zelf toe. Dereguleren kan, zegt de man die verantwoordelijk was voor die grootschalige liberalisering, die het mogelijk maakte dat financiële instellingen met hun geld naar het buitenland renden. Maar dan wel het toezicht goed regelen, voegt hij toe. En dat is nou juist te weinig gebeurd.

Fabrieksfout

We zijn een land van zeevaarders, maar ons kompas is stuk. Het moet niet gerepareerd, er zit een fabrieksfout in. Commissarissen en toezichthouders moet je aannemen op kennis en kunnen. Niet op hun netwerk en bekendheid. Eigenlijk legt de discussie over meer vrouwen in opinievormende programma’s bij de publieke omroep precies bloot waar het om gaat. Niet omdat er te weinig vrouwen zijn, maar omdat ze zelf aangeven te aarzelen ergens in een meningenfestijn te zitten als het niet hun expertise betreft. Mensen moet je vragen om wat ze kunnen, niet om wie ze zijn. Voor toezichthouders geldt dat ook.

Waar was de toezichthouder

Wat doet bijvoorbeeld een trendwatcher in de raad van toezicht van het Centraalorgaan Opvang Asielzoekers? Die organisatie waar de bestuurder problemen kreeg met haar eigen organisatie over haar manier van besturen, problemen kreeg met de minister over het salaris en de vermeend goudkleurige Mercedes? Waar was de toezichthouder toen? Een Raad van Toezicht hoort toezicht te houden. Zoals de Eerste Kamer bedoeld is, als een chambre de réflection. Een kamer van bezinning. Het besluit nog eens tegen het licht houden. Is dat wel zo verstandig, bestuurder? Of laat u zich opjutten, doordat iedereen in vastgoed gaat? Of in die ondoorzichtige derivaten? Hoe is dat toezicht eigenlijk geregeld in dat land waar u met het geld heen wilt, bestuurder? Decentraal, zodat de ene staat niet ziet wat er in de andere staat gebeurt? Zullen we dat dan wel doen?

Graaibestuurders

We staren ons blind op de Sjoerd van Keulens van deze wereld. Zien dolgedraaide graaibestuurders. Aangesteld voor het belang van de zaak. Dat heeft hij ongetwijfeld naar de inzichten van die tijd gedaan. Met bijbehorende tijdgeest. Waarbij hij wellicht op hol sloeg, meegesleept werd door agressieve aandeelhouders of zijn bonus op korte termijn boven het bestaan van de zaak op lange termijn stelde. Maar de toezichthouder moest in de gaten houden of hij het wel goed deed. Of hij dat geld en die bonus wel waard was. Een heksenjacht op bestuurders zal hun salaris alleen maar opdrijven. Want dat is allang niet meer een vergoeding voor bewezen diensten, het is tegenwoordig ook een vergoeding voor afbreukrisico.

Toezicht is verbeterd?

We verliezen de bal uit het oog en zijn het overzicht kwijt. We horen vaak dat het toezicht faalde. Maar nooit: het toezicht is verbeterd. Waarom lijkt Nederland meer organisaties te hebben dan commissarissen? Waarom zit een toezichthouder van de ene organisatie, als bestuurder in de andere organisatie? Hoe kun je die taak voldoende uitvoeren als je je laat meeslepen in het grootheidsdenken? Op je horloge zit te kijken, omdat je eigenlijk naar die andere toezichtklus moet. Hoeveel commissariaten is nog verantwoord? En dan ook nog in de Eerste Kamer zitten, controle houden op regering en Tweede Kamer.

Pek, veren en hoon

Dit artikel komt uit het tijdschrift van Management Team, dat volledig is gerestyled. In de eerste nieuwe editie is er, naast de Maakindustrie 100, aandacht voor BAM-ceo Nico de Vries en vertelt Baraba Kellerman dat het nieuwe werken bullshit is. Meer weten? Bestel hier het tijdschrift.Al in 2002 riep toenmalig premier Balkenende op tot meer normen en waarden. Tijdens zijn eerste kabinet – dat met de totaal verrommelde LPF – was dat wonderlijk genoeg een van de speerpunten. Veel te vroeg. Pek, veren en hoon waren zijn deel. Fatsoensrakker. Terwijl je, met de kennis van nu, om zijn eigen woorden te gebruiken, ook kunt denken dat hij met zijn ‘fatsoen moet je doen’ bedoelde dat wij ons gezond verstand moeten gebruiken. Ons moeten gedragen. Je kunt mensen niet kwalijk nemen dat ze niet alles weten. Wel dat ze niet nadenken. Of verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen handelen. Waarom moet een Zweedse Landesbank hier aan een opmars beginnen om te tonen wat verstandig bankieren is? Beter nog, waarom kán een Zweedse bank hier binnenkomen dóór te tonen wat verstandig bankieren is? Zonder bonussen, met opties die de bestuurder pas kan verzilveren als-ie 60 is.

Anders doen

Terwijl we twee staatsbanken hebben. Eén daarvan zelfs zo lang dat er ondertussen wel iemand had mogen opstaan die zegt: ‘Een mal idee hoor, maar zullen we het eens anders doen? Ik dacht: verstandig?’ En dus niet gericht op de korte termijn of op de snelle winst. Op de bonus van de snelle jongens die je ze betaalt om niet naar de concurrent te gaan, in plaats van voor hun kunnen. Om zo de bank met de beste reputatie ter wereld te worden: verstand en vertrouwen. Waar is de toezichthouder die daartoe maant, als de bestuurder weer eens over de vloer is geweest met doldrieste plannen? Waar is die toezichthouder die zegt: ‘Zullen we doen waar we voor zijn?’ Wanneer staat er iemand op die zegt: ‘Een boot?! We zijn een woningbouwvereniging. Zullen we een huis bouwen?’ Of: ‘U bestuurt een school! Niet een heel derdewereldland.’

Leercurve

Te weinig visie op de lange termijn is een groter probleem dan we ons realiseren. Het is de zucht naar snelle winst op aandeel, bonus toucheren voor de ellende zichtbaar wordt. In de politiek is dat profileren in de vier jaar tot de volgende verkiezingen. Want politici moeten in beeld blijven. Iets groots verrichten zodat ze herkozen worden. Maar vier jaar is geen lange termijn. Net als bestuurders zijn ze weg voordat de effecten zichtbaar worden. Je bent nooit verantwoordelijk voor je eigen erfenis.

Iedereen zzp’er

Wat zijn de belangrijke lessen? Waar zit de leercurve? Dat woningbouw­verenigingen geld willen verdienen als ze geen subsidie van de overheid meer krijgen? Dat banken minder geld uitlenen als ze meer reserves aan moeten houden om hun risico’s te dekken? Dolgedraaide bestuurders, kortetermijnwinst, te weinig toezicht. Of het nou privaat, voormalig publiek, of politiek betreft, we staren ons blind op de korte termijn en verliezen de lange termijn uit het oog. Waarom liberaliseren we de postmarkt en betalen postbestellers per poststuk? Waarom betekent flexibilisering van de arbeidsmarkt dat liefst iedereen zzp’er moet worden? Waarom knijpen we hun prijs, waardoor ze net kunnen overleven en de crisis voor ons oplossen,  maar geen pensioenpremie meer kunnen betalen? Zo creëren we de volgende crisis. Over 30 jaar zitten we met een hele generatie zonder pensioen, die afhankelijk is van een ontmantelde AOW. Hebben we nu toch mooi een kortetermijnwinst gepakt. Zijn we er weer ingetuind.

Illustratie door Studio 100%

Meer over lange termijndenken?