Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

‘We moeten streven naar een 20-urige werkweek’

Nederland is kampioen deeltijdwerken. Toch vindt netwerkorganisatie Weconomics dat we nog minder moeten werken. ‘Veel werk dat in kantoren wordt gedaan voegt niets toe’, zegt voorzitter Paul Bessems.

Carl Heyerdahl via Unsplash
Je leest nu: ‘We moeten streven naar een 20-urige werkweek’

Quote-hoofdredacteur Sander Schimmelpennick gooide deze ochtend in zijn Volkskrant-column een flinke steen in de vijver van het loonkloofdebat. Eerder deze week bleek uit een Nyenrode-onderzoek dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen weer groeit. Een duidelijke verklaring ontbrak, maar hoogleraar Jaap van Muijen houdt er rekening mee dat vrouwen bij hun eerste baan minder stevig onderhandelen. 

Schimmelpenninck zoekt de verklaring in een andere hoek. Vrouwen werken vaker parttime, ook als ze geen man of kind hebben. Ook wanneer de kinderen zijn uitgevlogen gaan vrouwen niet meer uren draaien. De bijdrage van vrouwen aan het bbp is een van de laagste in Europa. Volgens de columnist moeten we de ‘deeltijddecadentie’ laten varen. Door de vergrijzing stijgen de lasten harder dan de lonen. De keuze is simpel volgens hem: meer werken of welvaart inleveren. 

Duurzame welvaart

Het is een visie die voorzitter Paul Bessems van de stichting Weconomics niet begrijpt. Zijn stichting streeft onder het adagium ‘Work Less, Achieve More’ naar ‘duurzame welvaart’. De organisatie wil bedrijfsleven en politiek ertoe bewegen om na te denken over het mogelijk maken van een 20-urige werkweek. Een gemiddelde werkweek van werkende Nederlandse mannen was in 2017 39 uur, terwijl dit bij werkende vrouwen 28 uur is. Bessems geeft toe dat de keuze voor 20 uur deels vanuit marketingdoeleinden is gemaakt, maar hij is ervan overtuigd dat we met de juiste organisatietechnologie richting een kortere werkweek kunnen.

Ook Bessems constateert dat de kosten van de welvaartsstaat oplopen, terwijl de productiviteitsgroei achterblijft. De oplossing die de overheid volgens hem propageert, meer werken en zo meer (loon)belasting afdragen, is een doodlopend spoor. ‘We proberen tekorten in de zorg en het onderwijs al jaren met meer geld op te lossen. Dat werkt niet’, ziet Bessems. Een conclusie die ongetwijfeld door Schimmelpennick gedeeld wordt. ‘Wanneer vrouwen èèn uur in de week méér werken zijn alle tekorten in de zorg en onderwijs opgelost’, schrijft de columnist. Bessems voorziet een andere route.  ‘Door minder te werken zouden we meer tijd hebben voor het opvoeden van kinderen of het verlenen van mantelzorg.’ De vrijgekomen tijd kan dus niet per se verlummeld worden. Weconomics wil dan ook vooral een discussie entameren over wat precies als werk telt. 

Overbodig werk

Bessems is er in ieder geval van overtuigd dat veel zaken die onder betaalde arbeid vallen overbodig zijn. ‘Omroepverenigingen en zorgverzekeraars tuigen grote marketingafdelingen op om elkaars klanten af te pakken. Klanten die overal nagenoeg hetzelfde product krijgen. Deze marketinginspanningen tellen mee als economische groei, maar wat voegt het werkelijk toe?’, vraagt hij zich af. Weconomics is verder kritisch op de controle-economie. ‘Dertig tot veertig procent van ons werk is data overtypen en controleren’, stelt Bessems. Een groot deel van dit werk kan volgens hem vervangen dankzij de blockchaintechnologie. Een oplossing die weinig verrassend klinkt uit de mond van een blockchainconsultant, want dat is Bessems ook. 

Het pleidooi voor de korte werkweek bereikt in ieder geval de Tweede Kamer. Weconomics organiseert dinsdag een congres waar het onderwerp onder de aandacht wordt gebracht. D66-Kamerlid Kees Verhoeven is een van de sprekers. Met het aanjagen van de discussie zit het dus wel goed. Met de werkweek van Bessems nog niet. Hij tikt naar eigen zeggen zeker de 40 uur per week aan. ‘Wel werk ik veel thuis, dat geeft flexibiliteit. En er zitten nu eenmaal veel dingen in mijn hoofd die ik wil delen.’ Mocht Bessems zijn werkweek beperken tot 20 uur per week dan weet hij waar de vrijgekomen tijd aan besteed zal worden. ‘Toch meer tijd voor mijn kinderen en familie. En ik zou willen promoveren. Maar ja, dat laatste kun je toch weer als werk zien.’