Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Wat doen we met de volgende crisis?

Is radicale herverdeling van welvaart via belastingheffing te eenzijdig? Smoort het ondernemerschap en innovatie? Is dik een ton voor iedere midtwintiger wel zo goed besteed? Het lijvige nieuwe werk van Thomas Piketty roept een hoop vragen op. En dat is nou net zijn intentie.

Thomas Piketty Kapitaal en ideologie brainwash
Je leest nu: Wat doen we met de volgende crisis?

Zeven jaar na het verschijnen van zijn bestseller Kapitaal in de 21ste eeuw komt de Franse econoom Thomas Piketty met het vervolg, Kapitaal en ideologie. Beide boeken hebben hetzelfde thema: groeiende economische ongelijkheid.

Vermogen is binnen het huidige kapitalistische systeem inmiddels zo sterk geconcentreerd dat rijken alsmaar rijker worden, ook als ze er geen enkele moeite voor doen. Ondertussen stijgt het inkomen van Jan Modaal, verdiend via noeste arbeid, een stuk minder hard dan de vermogens van de happy few. De kloof wordt zo alsmaar groter. De remedie, aldus Piketty in zijn bijna 700 pagina’s tellende boek uit 2013, is het invoeren van progressieve vermogens- en inkomstenbelastingen.

Ongelijkheid rechtvaardigen

In boek twee pakt hij het nog uitgebreider aan en gaat hij verder de breedte in, inhoudelijk en geografisch. Kapitaal en ideologie beschrijft gedetailleerd hoe door de eeuwen heen en over de hele wereld keer op keer nieuwe verhalen zijn gemaakt om een bepaald economisch systeem, en de mate van ongelijkheid daarin, te legitimeren. Want ongelijkheid is volgens Piketty géén vaststaand gegeven, er ligt altijd een ideologie aan ten grondslag.

Ruim 1100 pagina’s lang begeleidt hij de lezer door honderden jaren geschiedenis. Van de oude standenmaatschappijen van adel, geestelijkheid en derde stand tot koloniale overheersing en slavernij. Van de industriële revolutie tot de opkomst van het communisme en de val van de Sovjet-Unie. Om uiteindelijk uit te komen bij het huidige inegalitaire systeem, voortgevloeid uit ‘hyperkapitalisme’. Gelijkheid is maakbaar, een keuze, wil Piketty duidelijk maken: kijk maar naar de geschiedenis.

Politiek pamflet

Maar ondanks de disbalans tussen historische context (zestien hoofdstukken) en zijn visie op vandaag en morgen (één hoofdstuk) lijkt Kapitaal en ideologie niet uitsluitend een historisch relaas, met als doel het publieke debat te stimuleren. Het voelt vooral ook als een politiek pamflet. Een oproep tot actie, tot verandering van ‘het’ economische systeem. Een versimpeling van de realiteit, maar het boek richt zich dan ook op het schetsen van een ideaalbeeld.

Zoals Piketty schrijft: ‘Er is meer nodig dan een overdrachtsbeleid (contant of in natura) voor een bevredigende aanpak van de scheve verdeling van primaire inkomens (…) Het lijkt een illusie om een dergelijke evolutie louter via een beleid voor herverdeling ex post te willen aanpakken. We moeten ons ook en vooral verdiepen in politieke mogelijkheden om de primaire inkomensverdeling aan te pakken, dat wil zeggen grondige wijzigingen in het rechtsstelsel, het belastingstelsel en het onderwijsstelsel die de armste 50 procent toegang bieden tot beter betaalde banen en tot vermogen.’

Startkapitaal voor 25-jarigen

Hoe ziet zo’n rechtvaardig systeem er dan uit? Piketty’s suggesties komen neer op grofweg drie dimensies. Ten eerste pleit hij voor gelijke toegang tot hoger onderwijs. Zelfs in Frankrijk, met een systeem van openbaar onderwijs, gaan de meeste investeringen in onderwijs naar de rijkste 10 procent van de bevolking. Dat moet worden rechtgetrokken.

Toegang tot bezit is punt twee. Een mogelijke oplossing is het invoeren van progressieve erf- én vermogensbelasting tot wel 90 procent, om naast de huidige sociale bijdragen ook een ‘erfenis’ van 120.000 euro voor alle 25-jarigen te financieren. Zo krijgt iedereen een startkapitaal, en daarmee een gelijkwaardigere onderhandelingspositie. Je kunt zo immers een bedrijf starten, een huis kopen of ervoor kiezen om bepaald werk wel en ander werk niet te doen.

Meer macht voor werknemers

Een ander instrument voor herverdeling van de macht, vindt Piketty in het vergroten van de medezeggenschap voor medewerkers in bedrijven. Zijn voorstel: geef werknemers evenveel macht als aandeelhouders. 50 procent van het stemrecht in de raad van bestuur gaat daarbij naar vertegenwoordigers van medewerkers. De andere 50 procent van het stemrecht mag naar de aandeelhouders, maar individuele aandeelhouders mogen ieder niet meer dan 10 procent van de aandelen hebben.

Fantasie? Niet per se. In de VS pleit de Democratische presidentskandidaat Bernie Sanders in zijn campagne voor een soortgelijk systeem. Davos stond dit jaar in het teken van stakeholders, want ook de groten der aarde vragen zich af of een kapitalistisch systeem dat sterk leunt op aandeelhouders toekomstbestendig is. En voor goede voorbeelden hoeven we in Nederland niet ver te kijken.

Rijnlands model

Piketty: ‘In de Duits-Scandinavische landen, met name Duitsland, Oostenrijk, Zweden, Denemarken en Noorwegen, bezetten de personeelsvertegenwoordigers, die al dan niet een financieel belang hebben, tussen een derde en de helft van de zetels en een derde van de stemrechten in de raden van bestuur van bedrijven (althans de grootste). In Duitsland, dat op dit gebied een voorhoederol vervult, bestaat het systeem al sinds begin jaren 50.’

Dat Rijnlands model heeft volgens Piketty dus nog steeds toekomst. Frankrijk nam een kleine stap in de juiste richting, door in 2013 bij wet vast te leggen dat bedrijven met meer dan 5000 werknemers een op de twaalf zetels in de raad van bestuur moeten reserveren voor werknemers. Maar voorlopig lijkt het bij de ene zetel te blijven, en is het ‘goede voorbeeld’ ook vrijwel nergens anders opgevolgd. Dat had te maken enerzijds met de politiek-ideologische ontwikkelingen in landen (de wil, en focus, was er niet), anderzijds met de angst om het begrip privé-eigendom zelf op losse schroeven te zetten (te veel verzet vanuit aandeelhouders en vermogenden).

Wat doen we met de volgende crisis?

Piketty benadrukt in zijn inleiding om vooral niet direct door te bladeren naar het laatste hoofdstuk van zijn boek. Lees het nou echt, als je goed wilt begrijpen wat hij te zeggen heeft. ‘Het is aan eenieder om zijn weg erin te zoeken, al blijft de rechte lijn, van het begin naar het einde, natuurlijk de meest logische weg.’ Alleen zo zou de lezer wijs worden uit zijn suggesties voor de toekomst.

Ken de feiten, de context, herhaalt Piketty meermaals, ook in verschillende interviews over het boek. Elementen die in de geschiedenis bepalend waren voor het behouden van de status quo, én het veranderen ervan, bieden geen garanties voor de toekomst. Maar leerzaam zijn ze wel. Lees, opdat wij betere keuzes zullen maken. En vooral: opdat alternatieven al uitgedacht en vormgegeven zijn, zodra die onvermijdelijke systeemcrisis, dé driver voor wezenlijke verandering, zich opnieuw voordoet. Of het nou een beurscrash is, een groot sociaal conflict of (we noemen verder geen specifiek virus) een epidemie.

Geen handboek

Piketty prikkelt de geest. Wie op zoek is naar antwoorden, naar een handboek tot actie, een plan de campagne om bijvoorbeeld zeggenschap binnen je bedrijf gelijkwaardiger te maken: laat dit boek links liggen (en wacht op de samenvatting).

Neem jij genoegen met véél feiten en statistiek, die nopen tot het stellen van nog meer vragen? Die inspireren om zaken eens in een ander licht te bekijken, door een ‘participerende socialistische’ bril zelfs? Probeer het.

Maar dan wel écht lezen, van begin tot eind. En doe het boek daarna cadeau aan de hele boardroom.