Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Hoe brein computer-interfaces de manier waarop we samenwerken voorgoed kunnen veranderen

Wil je het optimale uit iedere werknemer halen? Neem een kijkje in het brein.

Je leest nu: Hoe brein computer-interfaces de manier waarop we samenwerken voorgoed kunnen veranderen

Stel je eens voor. Het is dinsdagochtend een uur of tien. De Zoom-meeting met je afdeling is ondertussen een half uur onderwerg en plotseling hoor je een ‘pling’. Er verschijnt een melding op je scherm. ‘Blijf je erbij met je gedachten?’ Je manager weet namelijk dat je afgeleid bent… Dit scenario zou zo maar eens snel realiteit kunnen zijn dankzij de rappe ontwikkeling van brein-computer interfaces (BCIs).

Wat is BCI nu precies? BCI legt een verbinding tussen de signalen in onze hersenen en computersystemen. BCI’s worden bijvoorbeeld al toegepast in de medische wereld, waar hulpmiddelen van patiënten rechtstreeks vanuit het brein worden aangestuurd. Denk bijvoorbeeld aan een rolstoel of spraakcomputer. Maar de mogelijkheden reiken vandaag verder dan dat. BCI’s zouden een enorme impact kunnen hebben op bijvoorbeeld het aansturen en begeleiden van teams.

BCI-proeftuin

Om die kansen verder te onderzoeken startte Universiteit Twente vorig jaar juni, samen met enkele ondernemingen uit Overijssel en Gelderland, een BCI-proeftuin. ‘Enerzijds proberen we aan de hand van metingen te begrijpen wat er omgaat in een individu of in een team. Anderzijds kunnen we op basis van die gegevens advies geven of bepaalde zaken in gang zetten, zoals robots aansturen, softwaretoepassingen veranderen of teams verbeteren’, vertelt Jan-Willem van ‘t Klooster, managing director van het BMS Lab van de faculteit Behavioural, Management and Social sciences. De BCI-proeftuin is in zijn lab gevestigd.

‘Aan de hand van metingen kunnen we begrijpen wat er omgaat in het hoofd van collega’s’

De interesse van Van ‘t Klooster en zijn team gaat vooral uit naar het optimaliseren en verbeteren van teams. ‘Hoe kunnen we teams monitoren en van feedback voorzien als zij behoorlijk onder druk staan en moeilijke beslissingen in korte tijd moeten maken? Hoe kunnen we mensen zo goed mogelijk helpen hun werk te doen?’, licht hij toe.

Er zijn verschillende manieren om te meten wat mensen denken en doen. Een laagdrempelige methode is bijvoorbeeld eyetracking, dat kan via een heel dun balkje voor je computer. ‘Dat is een heel eenvoudige manier om te kunnen monitoren waar je je aandacht op richt, waar je naar kijkt.’ Een stap verder is het slimme horloge waarmee je indirect metingen kunt doen. ‘Als jij gespannen bent meten we dat via je poriën in je huid. Ben je gestresst, dan kunnen we je kalmeren of een advies geven om rustig aan te doen.’

In het brein

Direct in het brein meten kan ook, daarvoor is een cap (vergelijkbaar met een badmuts) nodig die je op je hoofd zet. ‘Het is een manier om direct in bepaalde onderdelen van het brein te meten. Is daar meer activiteit dan normaal? Staan mensen extra onder druk? Denken ze extra goed na? Welke gedeeltes van het brein zijn actief? Gaat een bepaalde taak op de automatische piloot? Of zijn mensen er echt bewust in de neocortex mee bezig?’

Het is in sommige situaties extreem relevant een duidelijk antwoord te hebben op die vragen, ziet Van ‘t Klooster. Hij wijst naar een van de samenwerkingspartners Thales dat onder andere command & control oplossingen levert. ‘Je kunt je voorstellen dat je van de mensen in de control room van een fregat of een cyber operation center wil weten hoe zij zich voelen in stressvolle situaties. Er worden moeilijke besluiten genomen in tijd-kritische situaties. Door hersenactiviteiten te meten kun je sturen op het creëren van de best mogelijk omstandigheden voor het maken van goede besluiten. Zo kun je ook voorstellen dat je in teams die samenwerken op de beurs of in een operatiekamer taken herverdeelt op basis van realtime data uit de hersenen.’

Toekomstbeeld

Waar gaat dat in de toekomst heen? ‘Een mogelijk toekomstbeeld is dat we straks voortdurend een maatje hebben die helpt en bijstuurt en op tijd aangeeft dat je stressniveau omhoog schiet’, ziet Van ‘t Klooster.  ‘Of als je in teamverband werkt, je een seintje krijgt dat een persoon terugvalt in prestaties. Het draagt bij om teams zo efficiënt mogelijk te laten opereren. Dat zie ik wel gebeuren. Human capital is de belangrijkste asset in onze kenniseconomie en daar wil je zo goed mogelijk mee  gaan.’ Op de langere termijn ziet hij geavanceerdere sensoren ook kleiner worden, waardoor ze meer hanteerbaar worden en bijvoorbeeld in een bril kunnen worden geïntegreerd. Dat zal de adoptie ervan alleen maar verhogen is zijn verwachting.

‘We hebben straks continue een maatje die op tijd aangeeft dat je stressniveau omhoog schiet’

Op Harvard Business Review gaat de auteur van het artikel What Brain-Computer Interfaces Could Mean for the Future of Work een forse stap verder en speculeert over een kantooromgeving die zich automatisch aanpast aan je stressniveau of gedachten. BCI’s kunnen in dat toekomstbeeld de mentale toestand van een werknemer detecteren en apparaten in de buurt aanpassen op je gemoedstoestand. Hoe dat er in de praktijk uit zou kunnen zien? Als je gestrest bent, stuurt je hoofdband informatie (via Bluetooth) naar je computer zodat hij je ‘rustige’ afspeellijst begint af te spelen, of je Slack in de ‘niet storen’-modus verandert, terwijl je volgende afspraak automatisch wordt geannuleerd.

Voor de overtreffende trap kunnen we natuurlijk altijd bij Elon Musk terecht. Met zijn bedrijf Neuralink wil hij, door middel van een chip-implantaat in het hoofd, de menselijke intelligentie uitbreiden met kunstmatige intelligente. Musk stoort zich aan ‘de output’ van het menselijk brein. Die omschrijft hij als ‘tergend langzaam’. Zijn idee: als we gedachten kunnen afvangen en omzetten in tekst of beweging, zou de mensheid een stuk efficiënter communiceren. Het zou volgens de visionair (op de werkvloer) grote voordelen hebben: snellere communicatie en meer genuanceerde en accuratere communicatie. En dat leidt weer tot betere samenwerking en meer innovatie voor bedrijven.

Musk stoort zich aan ‘de output’ van het menselijk brein

Privacy

Het zijn fascinerende ideeën, die uiteraard ook vragen oproepen over privacy. Zou jij je op je gemak voelen als anderen precies weten hoe je je mentaal voelt? Wat als deze informatie tegen je gebruikt wordt? Wat als gegevens door iemand anders kunnen worden gewijzigd zonder je toestemming?

Het is dan ook een cruciale vraag hoe bedrijven prioriteit gaan geven aan privacy en gegevensbeveiliging als ze hersengegevens gaan gebruiken en analyseren. Hoe zullen ze voldoen aan de hoogste normen voor het beschermen van werknemersgegevens? Wie wordt uiteindelijk de eigenaar van de gegevens die worden verzameld? En wat zijn de rechten van werknemers wanneer hun werkgevers beginnen met het uitrollen van deze technologieën? Het is een grote verantwoordelijkheid voor bedrijven, want de technologie loopt ruim voor op het beleid en de regelgeving die zou moeten worden ingevoerd.