Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Waarom dierenklinieken zich steeds vaker aansluiten bij ketens

Met z’n allen hebben we ruim vier miljoen katten, honden en konijnen. Omdat we steeds meer over hebben voor onze huisdieren, groeit de veterinaire branche. Dat vraagt om professionalisering. Om meer specialistische kennis te bieden en een efficiëntieslag te maken, sluiten kleinere dierenklinieken zich steeds vaker aan bij grote ketens.

Huisdieren, dierenklinieken, ketens
Getty
Je leest nu: Waarom dierenklinieken zich steeds vaker aansluiten bij ketens

59 procent van de Nederlandse gezinnen is in het bezit van een huisdier. De branche van dierklinieken groeit met zo’n twee tot vier procent per jaar. In totaal zijn er 4.400 dierenartsen en 1.200 dierenklinieken, blijkt uit cijfers van de Rabobank. Steeds vaker zijn dierenklinieken, vooral die voor gezelschapsdieren, onderdeel van grote ketens.

Zo neemt het Zweedse AniCura het Nederlandse Sterkliniek Dierenartsen over. AniCura wordt daarmee in één klap de grootste aanbieder op het gebied van veterinaire zorg in Nederland. De 82 klinieken die door Anicura worden overgenomen zijn allemaal van franchisenemers. ‘De eigenaren beslissen zelf of ze de kliniek verbinden aan AniCura’, reageert Bob Carrière, directeur van Sterkliniek Dierenartsen. ‘Door de overname wordt onze slagkracht groter. Het geeft de mogelijkheid om goedkoper en efficiënter in te kopen en meer specialistische kennis aan te bieden.’

Ketenvorming

Andere ketens die naast AniCura in Nederland opereren zijn het Zweedse Evidensia met veertig klinieken, DierenDokters met veertien klinieken en het Britse CVS met zes klinieken. Die ketenvorming heeft onder andere te maken met de feminisering van de branche. Maar ook met het feit dat jonge dierenartsen minder vaak een eigen praktijk ambiëren.

Daarnaast is financiering een knelpunt: ‘Afgestudeerden komen met een enorme studieschuld de markt op. Een eigen dierenkliniek vereist flinke investeringen en is niet voor iedereen betaalbaar’, vertelt Carrière. ‘De regeldruk die gepaard gaat met het runnen van een eigen praktijk is ook nog eens toegenomen. Er blijft minder tijd over voor de uitoefening van het vak. Dierenartsen willen zich over het algemeen focussen op het beter maken van dieren, niet op het ondernemerschap.’

Specialistische kennis

Aansluiten bij een keten is volgens Carrière een goede optie. Bijkomende voordelen: ‘Geneesmiddelen kunnen goedkoper worden ingekocht en voor een scherpere prijs worden aangeboden aan huisdiereigenaren.’ Dat maakt het makkelijker concurreren met goedkope online aanbieders. Ook biedt het toegang tot uitgebreide nascholing en kennis. ‘Door de overname zijn we verbonden met een aantal zeer specialistische klinieken die cursussen geven aan andere dierenartsen. Zo kunnen we straks betere specialistische kennis aanbieden.’

Die specialistische kennis is hard nodig, want de vraag naar zogeheten ‘advanced pet healthcare’ stijgt volgens Carrière. MRI’s, CT-scans of een behandeling tegen suikerziekte: ‘Mensen hebben steeds meer geld en exclusieve behandelingen over voor hun huisdieren. Ze zijn emotioneler aan de dieren gehecht en willen ze de zorg geven die ze nodig hebben’. Een diereigenaar besteedt jaarlijks gemiddeld 159 euro per dier bij de dierenarts, blijkt uit cijfers van HAS Hogeschool. 120 euro gaat naar directe medische kosten en 39 euro naar preventieve zorg. Daarnaast besteden ze nog eens 550 euro aan voeding en verzorging.

Hobby-boeren

Ook het aantal hobby-boeren, burgers die naast hun baan een aantal dieren houden, is de laatste jaren sterk gestegen. Deze groep heeft andere vragen dan agrarische ondernemers. In vergelijking met de veehouder hebben ze niet veel kennis over diergezondheid en zijn ze bereid om meer te betalen voor veterinaire diensten en advanced pet healthcare.

Schaalvergroting

‘De medische wetenschap gaat hard vooruit. Maar het aanbieden van advanced pet healthcare is alleen betaalbaar voor de grotere klinieken. De eenpitter die zich niet aansluit bij een keten komt er zakelijk moeilijker voor te staan’. Volgens Carrière is schaalvergroting en ketenvorming daarom noodzakelijk: ‘Apotheken en opticiens gingen ons voor, nu is de tijd rijp voor dierenklinieken.’