Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Triodos Bank geeft het goede voorbeeld

Je leest nu: Triodos Bank geeft het goede voorbeeld

Beleggers zijn de beursschandalen beu en steken hun geld liever in duurzame en groene beleggingsfondsen, zoals Triodos Bank al jaren aanbiedt. Maar wat zijn dat precies en waarom zijn ze zo populair? Het verhaal van een pionier.

In de bossen bij Zeist ligt het hoofdkantoor van Triodos Bank. Geen groot glimmend pand met glazen panelen, maar een bescheiden gebouw met een hoofdrol voor hout en ronde vormen. De 'bank in het groen', die iets goeds met geld wil doen, was lange tijd een eenzame strijder op het gebied van duurzame en groene beleggingsfondsen. “Ik denk dat beurzen de grootste belemmering zijn voor het langetermijndenken van bedrijven.” Onder het genot van een kop Max Havelaar-koffie trekt bankdirecteur Peter Blom fel van leer tegen het handelssysteem dat tegenwoordig de economie domineert. “Bedrijfsanalisten klagen dat de relatie tussen de waardering van aandelen op de markt en de onderliggende ontwikkeling van de onderneming totaal is verdwenen. Het is allemaal sentiment en dat is slecht voor de economie.”

Opmerkelijke uitspraken voor een bankier. Maar zoals het kantoorpand al doet vermoeden, is Triodos Bank ook geen doorsnee geldfabriek. De oprichters wilden een meer bewuste omgang met geld bevorderen. Een stelletje idealisten, zo oordeelden het gevestigde bankwezen en bedrijfsleven. Iedereen wil toch alleen maar zo veel mogelijk geld verdienen? Maar Triodos bewees in de jaren negentig dat het ook anders kan: de bank groeide met gemiddeld 30 procent per jaar.
Als afgestudeerde econoom trok Blom er in de jaren na de oprichting van Triodos in 1980 op uit om kredieten te verstrekken aan vrouwencafés, krakers en biologische boeren. De bankier werd er met open armen ontvangen, want niemand anders had genoeg vertrouwen in dergelijke doelgroepen om er leningen aan te verstrekken. Zo ontstond de basis voor een bank die drie p's hoog in het vaandel heeft staan, people, planet en profit. Het binnenstromende spaargeld werd ondertussen voornamelijk belegd in het Biogrond Beleggingsfonds, een fonds dat grond aankocht om zeker te stellen voor de biologische landbouw. Na de ramp in Tsjernobyl (1986) kwamen milieu en het klimaat hoog op de politieke agenda en daarmee het hele vraagstuk van duurzame energie. Een gunstige ontwikkeling voor Triodos Bank, dat het Windfonds oprichtte om te investeren in projecten voor windenergie. In 1995 werden die twee fondsen samengevoegd tot het fiscaal gunstige Triodos Groenfonds dat inmiddels een vermogen heeft van een krappe tweehonderd miljoen euro.

Shell Pura
Duurzame fondsen als het Triodos Meerwaarde Aandelen Fonds, het Triodos Mix Fonds en het Triodos Obligatiefonds ontstonden pas een paar jaar later en moeten het stellen zonder fiscale stimulans. Logisch, want ondanks Blom's felle kritiek op het systeem, beleggen deze fondsen wel degelijk in beursgenoteerde ondernemingen. “We hebben bij de duurzame fondsen gekozen voor een concept waar we wel meedoen met dat spel. De fondsbeheerder heeft die vrijheid ook nodig, maar hij heeft geen doel van snel erin en eruit. Ik vind het wel een discussiepunt maar we zijn niet alleen op de wereld en er zijn ook klanten die zo'n product willen.” Overigens zijn het vaak de beursgenoteerde ondernemingen waar duurzaam ondernemen hoog in het vaandel staat. Maar wat is nou eigenlijk duurzaam ondernemen en beleggen?

Shell doet bijvoorbeeld verwoede pogingen om maatschappelijk verantwoord te ondernemen. In de doelstellingen van het concern duikt overal het belang van duurzaamheid op. Shell probeert met Shell Pura schone brandstof aan de man te brengen en in El Salvador onderzoekt het concern hoe het energie kan opwekken uit hete stenen. Toch belegt Triodos Bank niet in de olieboer. De bank sluit namelijk een waslijst van sectoren per definitie uit: bedrijven die wapens produceren, de auto-industrie, de chemische industrie en ook oliewinning. Er is wel permanent discussie of bepaalde uitgesloten sectoren toch in aanmerking kunnen komen voor de beleggingsportefeuille. In het najaar nemen de bankiers van Triodos de activiteiten van oliebedrijven onder de loep. Als het bijvoorbeeld aan kan tonen dat het substantieel investeert in onderzoek naar alternatieve energiebronnen maakt Shell bijvoorbeeld een goede kans om de interesse van de bankiers te wekken.

Niet alle duurzame beleggingsfondsen zijn zo streng in de leer. De meeste houden vooral rekening met positieve criteria en bekijken per sector welke bedrijven daar het beste scoren op het gebied van duurzaamheid, de zogenaamde best-in-class benadering. Daarbij spelen factoren mee als het gedrag in ontwikkelingslanden, netjes met medewerkers omgaan en oog hebben voor het milieu. Een van de beste jongetjes uit de klas is Triodos zelf. De kopieermachine bedrukt altijd twee kanten van het papier, het kantoorgebouw verbruikt heel weinig energie en veelvuldig vliegen naar de exotische oorden van sommige projecten is uit den boze. Als het al gebeurt, dan compenseert Triodos dat met de aanplant van nieuwe bomen die voor extra CO2 moeten zorgen. En last but not least: Triodos kent een ingedeukte salarisstructuur. Tot en met het middenkader is het salaris marktconform, maar topmanagers en directie moeten genoegen nemen met een lager inkomen dan collega-bankiers.

Dergelijk 'maatschappelijk verantwoord' gedrag van ondernemingen kan rekenen op een warme belangstelling van particuliere beleggers. Dat blijkt wel uit het feit dat de instroom van geld in duurzame beleggingsfondsen gewoon aanhoudt, alle ellende op de beurs ten spijt. Althans, als we de aanbieders van deze producten mogen geloven. Uit cijfers van het Social Investment Forum blijkt dat de wereldwijde markt voor duurzame beleggingen sinds het begin van de jaren negentig maar liefst tien keer zo groot is geworden en in 2001 een omvang kende van 2300 miljard dollar, ongeveer 12 procent van de totale beleggingsmarkt. De Nederlandse fondsen beheren inmiddels een slordige miljard euro. Dat is slechts een fractie van de potentiële markt die voor Nederland wordt geschat op zo'n 25 miljard euro. Er valt dus nog heel wat marktaandeel te veroveren en geen wonder dat de bekende financiële merken de pioniers volgden.

Voorsprong
Even keken ze de kat uit de boom, maar vanaf 1999 introduceerden de logge apparaten van ABN Amro, ING en Robeco ook duurzame beleggingsfondsen op de beurs. En met een prima resultaat: inmiddels bedragen de vermogens respectievelijk 44, 47 en 117 miljoen euro. Op dit moment beschikt zo ongeveer elke bank of verzekeraar over een duurzaam beleggingsfonds en anders introduceren ze die wel. Geen enkel bedrijf waagt de stap naar de beurs, maar Kempen Capital Management durft wel het duurzame Orange SeNSe Fund te introduceren. Allemaal concurrentie voor Triodos? Nee hoor, meent Blom, wij vinden dat een beloning voor het voorwerk dat we hebben gedaan. “Bovendien hebben wij een voorsprong in kennis en ervaring. Wij zijn een ondernemende bank door de innovatieve geest die hier in het bedrijf heerst. Omdat wij heel dicht op de maatschappelijke vernieuwing zitten, kunnen we daar snel financieringsvormen voor bedenken en beleggers, spaarders en projecten aan elkaar koppelen.”

Aan oprechte interesse van beleggers geen gebrek, maar hoe lucratief is de investering in al die mooie idealen eigenlijk? Dat valt vies tegen. Wie bij de oprichting van een willekeurig fonds instapte, zag een derde van zijn spaargeld in rook opgaan. Ook verantwoorde beursgenoteerde ondernemingen kunnen blijkbaar onverantwoordelijke dingen doen. Maar in vergelijking met andere beleggingsfondsen blijft de schade beperkt. Ranglijsten hanteren vaak als maatstaf het gemiddelde rendement over drie jaar. Daar scoren ASN, SNS en Triodos tussen de -12 en -13 procent. Een prima prestatie als je het vergelijkt met populaire beleggingsfondsen als het Ohra Aandelenfonds of Fortis Obam. Die noteerden in dezelfde periode respectievelijk -15 en -23 procent rendement. Ook de AEX kan met -14 procent geen beter resultaat laten zien. Kortom, duurzame beleggingen kunnen minstens zo rendabel zijn als traditionele beleggingen.

Als het aan Blom lag, zouden de duurzame fondsen van Triodos helemaal niet zo braaf de richting van de beurs volgen. Blom investeert liever buiten de beurs om, maar veel bedrijven zijn nou eenmaal beursgenoteerd en dan is dat de enige manier om er geld in te stoppen. Blom vindt dat handelssysteem rijp voor vernieuwing. “Ik kan me een systeem voorstellen waarbij alleen bemiddeld wordt tegen intrinsieke waarde zonder speculaties over wat het bedrijf in de toekomst gaat doen.” Maar duurzame fondsen introduceren is wel wat makkelijker dan een ingeburgerd systeem wijzigen. Voorlopig stelt Triodos Bank een daad door zelf geen beursnotering aan te vragen. “Wij willen betrokken aandeelhouders en wij willen hen kunnen uitleggen waarom we de dingen doen zoals we ze doen. Dat lange termijnperspectief moeten we voeden.”
Duurzame beleggingsfondsen kunnen het, in tegenstelling tot groene fondsen, prima rooien zonder fiscale stimulans van de overheid. De overheid zou volgens Blom wel een mooie rol kunnen spelen om via regelgeving het kaf van het koren te scheiden. Nu kan elke gretige marketeer onder het mom van 'duurzaamheid' zijn producten aan goedgelovende particulieren slijten. Om misbruik te voorkomen moet er een degelijk onderzoek aan ten grondslag liggen. Want hoe duurzaam is bijvoorbeeld BMW nou echt? Als een van de hoofdsponsors trok de autofabrikant flink de aandacht tijdens de duurzaamheidtop in Johannesburg. Oké, de auto-industrie maakt de motor steeds schoner en zorgt voor recycling van auto-onderdelen. Maar nog meer auto's op de wegen maken de wereld er echt niet schoner op.

Een strenge screening is volgens Blom essentieel voordat bedrijven daadwerkelijk een sticker 'duurzaam' op mogen plakken. Triodos zette daar een hele eigen onderzoeksafdeling voor op. Inmiddels gaat die zelfstandig verder onder de naam Dutch Sustainibility Research (DSR). DSR verzamelt feiten over Nederlandse ondernemingen en krijgt van het overkoepelende internationale orgaan Sustainable Investment Research International (SiRi), profielen van buitenlandse bedrijven. Al die informatie komt ten goede aan de eigen fondsen, maar ook banken als MeesPierson, ING en SNS nemen de onderzoeksresultaten af. DSR moet dé plek worden waar Nederlandse financiële instellingen terechtkunnen voor informatie over de duurzaamheid van ondernemingen.
Dat particulieren voor miljarden euro's willen beleggen in 'goede' bestemmingen betekent een enorme stimulans voor duurzaam ondernemen. Door de strenge en steeds professionelere selectie gaan ondernemingen uiteindelijk weer over tot langetermijndenken. En dat is niet alleen goed voor mens en milieu, het kan ook helpen het vertrouwen van beleggers te herwinnen.

Groenfondsen lopen leeg
Nog veel meer spaargeld verdwijnt, of liever gezegd verdween, in de potten van het Triodos Groenfonds, het ASN Groenprojectenfonds en het ABN Amro Groen Fonds. Die investeren helemaal niet in aandelen van beursgenoteerde ondernemingen, maar verstrekken leningen aan projecten die het milieu bevorderen, zoals windmolenparken, duurzame woningbouw en biologische landbouw. Inmiddels beheren ze een krappe drie miljard euro, dat is drie keer zoveel als de duurzame fondsen.
Hun enorme succes danken ze aan de fiscale groenregeling die oud-staatssecretaris Vermeend in 1995 in het leven riep: over maximaal 47.000 euro van in groenfondsen belegd vermogen hoeven beleggers geen belasting betalen, jaarlijks ontvangen ze er zelfs een premie over ontvangen van 1,3 procent. Onmisbare fiscale douceurtjes, want gemiddeld haalt een groenfonds nauwelijks meer dan 3 procent rendement. En na correctie voor de hoge inflatie die hier al jaren heerst, blijft daar weinig van over.

In september van dit jaar maakten de koersen van deze fondsen een duikvlucht en beleggers dringen om er zo snel mogelijk uit te kunnen stappen. Een logisch gevolg van de plannen van het nieuwe kabinet om de premie van 1,3 procent af te schaffen. Dat maakt de belegging zo goed als onrendabel. Erger nog, bij de hoge inflatie die Nederland op dit moment heeft, geeft het zelfs een negatief rendement.
Blom is er woedend over: “Niemand zal nog in de fondsen willen stappen en de leningen aan groenprojecten zullen langzaam afgelost moeten worden. Biologische landbouw, duurzaam bouwen, overal komt een eind aan. Het is een van de meest domme maatregelen die in het regeerakkoord staan.”
Door de regeling loopt de overheid volgens Blom dertig miljoen euro aan belastinginkomsten mis, maar daarvoor wordt dan wel drie miljard aan risicodragend kapitaal in de markt gezet. Omgerekend betekent dat voor de overheid slechts 1 procent aan kosten, een bedrag waarvoor ambtenaren zelf nooit zoveel aan subsidie in dezelfde markt kunnen wegzetten. Want dat is het plan, om in plaats van de fiscale stimulans, terug te keren naar een vorm van subsidie voor de biologische boeren en duurzame bosbouw. De overheid vindt namelijk wel dat de projecten door moeten gaan.

Met een gezamenlijk lobby bestoken Nederlandse banken nu staatssecretaris Van Eijck om de plannen ongedaan te maken. Ook de nodige ministers krijgen boze banken op bezoek die haarfijn komen uitleggen welke gevolgen stopzetting van de regeling heeft. De bankiers treffen bij hen wel luisterende oren, ministers moeten immers hun doelstelling voor biologische landbouw en windenergie wel halen. Zonder fiscale groenregeling wordt dat haast onmogelijk.
Alleen minister Hoogervorst, boodschapper van de desastreuze plannen, reageert star. Hij wil de versieringen van de kerstboom van Vermeend zo snel mogelijk opbergen in een grote doos.

Dat betekent het einde van een succesvolle regeling en heeft grote gevolgen voor de relatie met de financiële wereld. Nu al stapt geen enkele belegger meer in de groenfondsen en de banken zullen ze moeten gaan afbouwen. Leningen worden niet meer vernieuwd en vele nuttige projecten zullen stoppen. Blom zucht: “Het vertrouwen in de overheid als regelgever is in één klap weg. Banken lijden nu een groot gezichtsverlies bij hun klanten. De komende vijf jaar hoeft het kabinet dan ook niet meer met nieuwe ideeën aan te komen. Wij gaan het verhaal dan niet meer vertellen aan de klant, er zijn teveel irritaties bij het bankwezen.”