Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Kredietunie: samen bankje spelen  

Sinds de bankencrisis krijgen mkb’ers steeds moeilijker geld los bij de bank. Hippe alternatieven als crowdfunding zijn er genoeg, maar ook een oude bekende wordt steeds populairder: de kredietunie.  

Je leest nu: Kredietunie: samen bankje spelen  

Thijs Rotman heeft een droom. De Groninger wil ’s lands grootste netwerk van digitale reclameborden realiseren. ‘Je weet wel, van die grote videowalls en LED-schermen langs snelwegen en in binnensteden’, zegt Rotman. ‘Een confronterend medium, je kunt er niet omheen. Daardoor is het bereik gigantisch. Bovendien kun je de boodschap à la minute veranderen. Kortom: een fantastisch medium voor adverteerders.’

Om die droom waar te maken moet hun bedrijf Mundu snel groeien, beseft hij halverwege 2014, samen met zijn compagnons Mike Campbell en Mike Kolker. Daarvoor is geld nodig. Geen miljoenen, maar toch. Ze schrijven een ondernemingsplan en stappen – met de nodige vooroordelen – naar de bank. Zoals gevreesd klinkt bij de eerste bank een ‘nee’. Bij de tweede ook. Daarop gooien de ondernemers lijntjes uit naar private investeerders en onderzoeken ze de mogelijkheden van crowdfunding en microkrediet. Aandelen uitgeven willen ze niet. ‘Daarvoor was het nog te vroeg’, zegt Rotman. ‘Nog steeds trouwens.’

Onderweg vergeten idee

En dan horen de mannen van Mundu op een ochtend op BNR Nieuwsradio Robert Wielinga vertellen over de Kredietunie Groningen. Wielinga, voormalig eigenaar van verschillende communicatiebureaus en nu partner bij het Centrum voor Bedrijfsopvolging en ondernemerscoach via VNO-NCW en MKB Noord, is dan net begonnen als kwartiermaker van de Kredietunie Groningen. Wielinga’s verhaal komt de Groningers van Mundu bekend voor: financiering vinden is problematisch voor veel kleine mkb’ers. Maar de oplossing die Wielinga presenteert, kent Rotman niet: de kredietunie. ‘Dat klinkt heel spannend’, zegt Wielinga. ‘Maar in feite is een kredietunie een oud idee dat we onderweg vergeten zijn.’

Een coöperatief model

Een kredietunie is een coöperatieve vereniging zonder winstoogmerk, waarbij ondernemers zich per regio of branche organiseren om elkaar geld te lenen. Zónder tussenkomst van banken. De Boerenleenbank, die in 1972 fuseerde met de Duitse Raiffeissenbank tot de Rabobank, ging in 1915 met een vergelijkbaar coöperatief model van start. Terwijl het fenomeen kredietunie na de totstandkoming van de Rabobank feitelijk uit Nederland verdween, groeide het aantal kredietunies wereldwijd explosief. Volgens de World Council for Credit Unions bestaan er inmiddels 57 duizend kredietunies in ruim 100 landen, met in totaal 217 miljoen leden.

De comeback van de kredietunie in Nederland is het gevolg van de bankencrisis en de verscherping van de regels van De Nederlandsche Bank en de Europese Centrale Bank. Door zwaardere solvabiliteitseisen, verhoogde risico’s en rentabiliteit die onder druk staat is het voor banken niet meer aantrekkelijk om relatief kleine kredieten – tot 250 duizend euro – te verstrekken. Daardoor vangen mkb’ers zoals Rotman en zijn compagnons steeds vaker bot bij de bank.

‘In feite is een kredietunie een oud idee dat we onderweg vergeten zijn’

Het is verleidelijk om banken hiervan de schuld te geven, maar Wielinga vindt dat onterecht. ‘De kosten die banken wettelijk moeten maken wegen bij kleine kredieten gewoon niet meer op tegen de opbrengsten. Ondernemers begrijpen dat zelf prima: zij leveren hun product of dienst ook niet onder de kostprijs, of in elk geval: niet constant.’

Wielinga is dus geen banken-basher. Integendeel, de Kredietunie Groningen werkt graag samen met traditionele kredietverstrekkers. ‘We concurreren niet met banken. We zijn een non-profitorganisatie: onze centrale missie is om ondernemers te helpen. Dus stel dat een ondernemer twee ton nodig heeft en de bank kan slechts de helft lenen op voorwaarde dat wij de andere helft doen, doen we dat graag. Dan is het bedrijf namelijk geholpen.’

Binnen een maand geld

Terug naar Rotman. ‘Wat is dit voor iets’, denkt de ondernemer, als hij Wielinga op de radio hoort praten. Na wat inlezen en overleg met zijn compagnons neemt hij contact op met de Kredietunie Groningen. Die heeft op dat moment net zijn eerste kredieten verstrekt. ‘Ons plan werd direct serieus genomen’, zegt Rotman. ‘Het hele proces verliep ontzettend snel. Binnen een maand stond het krediet op onze rekening.’

Toch gaat de Kredietunie Groningen niet lichtzinnig te werk, stelt Wielinga. ‘Het businessplan van kredietaanvragers wordt eerst beoordeeld door onze intakecommissie. Die kijkt of ze hun zaken op orde hebben en of het plan financieel goed is onderbouwd. Ze helpen eventueel bij het aanscherpen van het plan en denken ook mee over andere financieringsmogelijkheden. Vervolgens gaan ze bij de ondernemers op bezoek om te kijken wat voor vlees ze in de kuip hebben.’

‘Door strenge bankregels vangen mkb’ers steeds vaker bot’

Zodra de intakecommissie groen licht geeft, gaat de kredietbeoordelingscommissie aan de slag. Wielinga: ‘Zij kijken vooral naar het financiële aspect: levert het plan voldoende rendement op om de rente en de aflossing terug te betalen? En als het nodig is, gaan ze nog een keer op bezoek.’

Dat de kredietunie gedegen te werk gaat, weet Rotman inmiddels uit ervaring. ‘Je wordt flink aan de tand gevoeld. Wat is je ambitie? Hoe ga je dat waarmaken? Wat hebben jullie in huis om van dit bedrijf een succes te maken? Maar als ze erin geloven, valt de beslissing snel.’

Warm netwerk

Voor Mundu biedt de lening van de kredietunie veel voordelen boven crowdfunding. Rotman: ‘Met crowdfunding heb je keiharde terugbetaalschema’s. Je krijgt je geld en daarna sta je er alleen voor. Heel afstandelijk.’

Bij een kredietunie is dat anders. ‘De kredietunie is een warm netwerk van ondernemers die hun sporen hebben verdiend. Mensen bovendien die willen dat je bedrijf slaagt. En je krijgt een coach toegewezen. Als die zich maar niet te veel met ons gaat bemoeien, dachten we eerst. Die vrees bleek ongegrond. Onze coach is de voormalig financieel directeur van een grote onderneming. Hij denkt heel constructief mee, we hebben een vertrouwensband met hem. Erg waardevol.’

Zijn er ook nadelen? ‘Dat je de lening moet terugbetalen,’ lacht Rotman. En de rente? ‘Die is marktconform.’

In 2 weken opgericht

De Kredietunie Groningen is lid van de Vereniging Samenwerkende Kredietunies (VSK), een koepelorganisatie die initiatiefnemers helpt om een kredietunie te beginnen. De vereniging krijgt subsidie van het Ministerie van Economische Zaken, dat kredietunies ziet als een mooi instrument om ontwikkeling in de regio te stimuleren en de groei van het mkb aan te jagen. VSK heeft inmiddels 18 kredietunies op weg geholpen, vertelt Georgie Friederichs, namens de vereniging. ‘Elf kredietunies zijn al actief, zeven zijn nog in oprichting.’

Volgens Friederichs duurt de oprichting zelf slechts 2 weken. ‘Geschikte bestuurs- en commissieleden zoeken duurt vaak langer.’

Dat is maar goed ook, benadrukt Robert Wielinga van de Kredietunie Groningen. ‘Je kunt geen kredietunie beginnen met je vrienden van de tennisclub: je hebt gekwalificeerde bestuurs- en commissieleden nodig. Ondernemers, accountants, bankiers en juristen die het leuk vinden zich hiervoor onbezoldigd in te zetten. Vrijwillige professionals dus. Een kredietunie is tot mislukken gedoemd als er mensen in het bestuur zitten die zelf eraan hopen te verdienen. De omvang van kredietunies is simpelweg te klein om mensen te betalen.’

Geen marketingbudget

Wie dacht dat de aanvragen vanzelf bij de kredietunies binnenstromen, komt bedrogen uit. Ondanks de grote vraag naar financiering onder het MKB, weten ondernemers de weg naar kredietunies maar moeizaam te vinden. ‘Het grote probleem van kredietunies is hun gebrekkige bekendheid’, stelt Friederichs. ‘Kredietunies hebben geen marketingbudget, ze moeten het hebben van hun achterban.’

Daarom hoopt Friederichs dat er behalve regionale, ook meer sectorale kredietunies ontstaan. ‘Brancheorganisaties hebben een enorme achterban’, zegt Friedrichs. ‘Helaas zijn zij terughoudend om een kredietunie op te richten. Ze zijn bang voor situaties waarbij het ene lid geen krediet krijgt en het andere wel. Dan krijgen ze scheve gezichten.’

Brancheorganisaties die hun leden toch willen helpen om makkelijker aan krediet te komen, maar de schijn van belangenverstrengeling willen voorkomen, adviseert Friederichs om een kredietunie in een onafhankelijke organisatie onder te brengen. De brancheorganisaties voor bakkers en binnenvaartschippers hebben dat inmiddels gedaan. In andere sectoren, waaronder de visserij, optiekwereld en kinderdagverblijven, wordt daaraan gewerkt.

Herinrichting van de winkel

Johan Weggeman van de Nederlandse Brood- en banketbakkers Ondernemersvereniging (NBOV) is mede-initiatiefnemer van de Kredietunie Bakkerij Ondernemers (KBO). ‘Coöperatief financieren past goed bij de bakkersbranche’, merkt hij. ‘Bakkers voelen zich senang bij het idee om elkaar te helpen. Het is letterlijk en figuurlijk een warme sector.’

Toch heeft ook de KBO nog niet veel geld uitgeleend. ‘We zijn niet actief de boer op gegaan’, zegt Weggeman. ‘In 2 jaar tijd hebben we zo’n 50 à 60 aanvragen gehad. Sommige daarvan waren kwalitatief onder de maat, andere vonden tijdens de procedure elders financiering. Daardoor hebben we slechts 5 kredieten verstrekt, onder meer voor de aanschaf van een nieuwe professionele oven en voor de herinrichting van een winkel.’

Die leningen verliepen overigens niet rechtstreeks via de bakkerskredietunie, maar kwamen tot stand via een derde partij die een ontheffing van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) heeft. Weggeman: ‘Als je geld aantrekt om het vervolgens weer uit te lenen, heb je een bankvergunning nodig. Voor kredietunies is zo’n vergunning veel te duur en praktisch onhaalbaar.’

Per 1 januari 2016 is dat echter veranderd. Dankzij de Wet Toezicht Kredietunies mogen kredietunies tot 10 miljoen euro uitlenen zonder bankvergunning.

Meer dan ja of nee

Weggeman verwacht dat het aantal aanvragen de komende tijd toeneemt. ‘De kredietunie is een aantrekkelijk alternatief voor bakkers, omdat alle leden nauw betrokken zijn bij de bakkerswereld. Kredietgevers weten niet alleen veel van het bakkersvak, maar dragen de sector ook een warm hart toe. Als een kredietaanvraag wordt afgewezen, geven we de aanvrager ook een advies mee. Dat krijg je bij de bank niet – daar is alles geautomatiseerd en rolt er simpelweg een ‘ja’ of ‘nee’ uit de computer. Daar moet je het dan mee doen.’

Als een kredietaanvraag wordt gehonoreerd bij de KBO krijgt een ondernemer net als in Groningen een coach aangewezen. Weggeman: ‘Een competentietest is onderdeel van de aanvraagprocedure. Op basis daarvan weten we waarbij een ondernemer het beste hulp kan gebruiken. Misschien heeft hij een goede bakker nodig als adviseur, of juist iemand die cijfermatig sterk is.’

Die coach is overigens niet alleen handig voor de ondernemer, maar ook voor de kredietunie zelf. Weggeman: ‘Op die manier kan de kredietunie een oogje in het zeil houden, zodat er minder risico is dat de lening niet wordt terugbetaald.’

De potentie is groot

Is de kredietunie een blijvertje? Absoluut, denkt Friederichs (VSK). ‘De potentie is groot. Denk aan de vergrijzing en al die ondernemers die hun bedrijf de komende jaren van de hand willen doen. Via een kredietunie wordt het makkelijker om bedrijfsopvolging te financieren. Ook is het een interessant instrument voor de zogenoemde stapelfinanciering. Als banken 70 procent doen, kan een kredietunie de rest doen. Een kredietunie kan het risico afdekken met zijn specifieke sectorkennis en door de ondernemer bij te staan als coach.’

Geen miljardenbusiness

Anderzijds zullen kredietunies geen hype worden, verwacht Friederichs. ‘Het wordt geen miljardenbusiness, ik verwacht een gestage groei. Dat past ook bij het idee van een kredietunie: het is de bedoeling dat ondernemers die geld lenen succesvol worden en vervolgens geld uitlenen via de kredietunie. Zo moet een sneeuwbaleffect ontstaan.’