Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Zonder robots zouden er in Nederland een hoop banen zijn verdwenen

Gouden handen, knappe koppen en robots. Dat verklaart het succes van industriegroep VDL. Deel 4 van de serie ‘De robots komen’: ‘Robots zijn in onze industrie echt de normaalste zaak van de wereld.’

Je leest nu: Zonder robots zouden er in Nederland een hoop banen zijn verdwenen

De melkrobot mag dan misschien de eerste robot in Nederland geweest zijn, in de automotive industrie verschenen ze niet veel later. Peter de Vos, ceo van VDL Steelweld in Breda, herinnert het zich nog goed. ‘Dat was pakweg dertig jaar geleden. Het waren vrij programmeerbare robots die vooral werden ingezet om te lassen. Maar vergeleken met tegenwoordig konden ze nog niet zoveel.’

Inmiddels zijn er robots in alle soorten en maten. Ze zijn niet meer weg te denken in de Nederlandse (maak)industrie. Alleen al bij VDL Groep zijn er duizenden aan het werk. Maar ook bij hun klanten verschijnen er steeds meer. ‘We leveren en installeren er ieder jaar meer dan duizend bij onze afnemers’, zegt De Vos. VDL-dochter Steelweld verkoopt geïntegreerde productiesystemen aan bedrijven over de hele wereld. Robots zijn daar bijna altijd een onderdeel van.

Zwaar werk

Wie VDL zegt, denkt al snel aan Nedcar in Born en aan de bussen en touringcars die de groep bouwt. Maar het concern (meer dan 15.000 medewerkers) maakt bijvoorbeeld ook onderdelen voor bedrijven die machines bouwen en levert halffabrikanten. Bij de meeste VDL-dochters geldt dat robots het repeterende en zware werk hebben overgenomen. ‘Vroeger moest je plaatdelen – denk aan een motorkap of een deur – aan een auto lassen met apparaten die pakweg 60 kilo wogen’, zegt De Vos. ‘Tegenwoordig doen de robots dat.’

Robots hebben ogen gekregen. Ze hebben ook steeds meer sensoren.

Maar robots kunnen meer dan tillen en lassen. Ze kunnen ook schroeven en lijmen en ze worden ingezet om dingen te verplaatsen. Voorwerpen van 200 kilo of meer zijn voor hen een fluitje van een cent. De nieuwste types hebben bovendien steeds meer sensoren. ‘Stel, ik leg een onderdeel op tafel op de plek van dit kopje’, legt De Vos uit. ‘Vroeger kon een robot het dan alleen maar precies op dat plekje pakken. Tegenwoordig kan hij het ook als ik het een stukje verderop heb neergelegd.’ Robots hebben ogen gekregen, noemen ze dat bij VDL.

Lees ook: De robots komen
In de serie ‘De robots komen’ kijken we hoe ver Nederlandse bedrijven zijn met robotisering. Alle verhalen vind je hier.

Top 3

Nederland hoort binnen Europa bij de top 3 van landen waar de robotisering in de industrie het verst is doorgevoerd, blijkt uit een rapport van de International Federation of Robotics. Alleen in Duitsland en Italië is het aantal robots per 10.000 werknemers hoger. Eind 2019 werd het aantal robots in Nederland op 12 duizend geschat. Inmiddels zijn het er meer, al nam de groei aan het begin van de coronacrisis af.

Nederland heeft robots in de internationale concurrentiestrijd simpelweg nodig

Het is zo goed als zeker een tijdelijke dip. Nederland heeft robots in de internationale concurrentiestrijd simpelweg nodig. Daardoor kunnen we concurreren met landen waar de loonkosten lager zijn. ‘Robots leveren een constante kwaliteit. Dat is een belangrijk voordeel’, zegt De Vos. ‘De productiviteit wordt dankzij robotisering hoger, terwijl ze ook zorgen voor meer flexibiliteit.’

Hoe dat werkt is goed zichtbaar in Born. ‘Vroeger, in de tijd dat we voor Mitsubishi auto’s maakten, konden we daar op een productielijn maar één model auto maken’, zegt De Vos. ‘Vervolgens moest je die lijn een paar uur stilleggen om hem om te bouwen, zodat je er daarna model B kon assembleren. Tegenwoordig is dat allemaal niet meer nodig. In Born maken we dankzij de pakweg 1300 robots die we daar hebben vier modellen tegelijk. Drie van Mini en een model van BMW.’

Banen

Het idee dat robotisering banen kost, wijzen ze in Breda resoluut van de hand. De Vos: ‘Zonder robots zouden er hier in Nederland juist een hoop banen zijn verdwenen. Bovendien komt er door de toenemende automatisering en robotisering een ander type banen voor in de plaats. Banen die lichamelijk minder belastend zijn en bovendien heel uitdagend.’

Robots worden al ingespoeld met software voor ze vertrekken naar de klant

VDL produceert zelf geen robots, maar wel iets dat er dicht tegenaan zit. Trots laat de ceo van Steelweld de AGV’s zien die VDL Groep maakt. AGV staat voor Automatisch Geleid Voertuig, een indrukwekkend groot zelfstandig rijdend platform. Er rijden er meerdere rond in de haven van Rotterdam en bij BASF in Duitsland. Het zijn nog geen robots, want als ze een obstakel tegenkomen moet een medewerker hen er vanaf afstand omheen manoeuvreren. Maar is dat obstakel er niet, dan brengen de AGV’s bij BASF containers van de ene naar de andere kant van het terrein. Ze kunnen een afstand van meer dan 100 kilometer overbruggen.

Een ander technisch hoogstandje is dat ze bij VDL tegenwoordig complete fabrieken met robots en al virtueel ontwerpen en testen. De meeste software krijgen de robots al voor vertrek naar de klant ‘ingespoeld’. De Vos: Vroeger hadden we, als we bijvoorbeeld een fabricagelijn afleverden bij Ford, nog een paar maanden nodig om alles te finetunen. Tegenwoordig kunnen we dat in een paar weken. Zoiets maakt ons als leverancier interessant.’

Lees ook: Hoofd robotisering bij Shell: Hoe meer robots, hoe meer respect je voor mensen krijgt

Toekomst

Hij noemt de markt waarin VDL opereert enorm concurrerend. Daarom zal de robotisering doorgaan, ook in andere sectoren van de maakindustrie. De Vos: ‘Wij zijn nu bijvoorbeeld bezig met projecten in de bouw. Als je daar huizen industrieel gaat bouwen, waar steeds meer sprake van is, wordt het interessant om robots in te zetten. Die kunnen bijvoorbeeld complete wanden produceren en verplaatsen.’ Ook in de machinebouw neemt de robotisering volgens hem een steeds grotere vlucht.

Robots mogen geen fouten maken, dat wordt niet geaccepteerd

Een beetje minder regels zou volgens de ceo van VDL Steelweld wel helpen om een verdere opmars van de robot mogelijk te maken. ‘We accepteren als maatschappij geen ongevallen van machines. Daarom zijn de veiligheidsmaatregelen die rondom een robot geëist worden enorm. Er mag bijvoorbeeld geen enkele kans zijn op een ongeval als de machines aan het werk zijn. Robots mogen geen fouten maken. Dat is eigenlijk best gek, want wij mensen maken ze voortdurend.’