Winkelmand

No products in the cart.

Robotech

Je leest nu: Robotech

Op televisie wordt Robot Wars uitgezonden en in de winkel ligt Aibo, het robothondje van Sony. Robots staan als nooit tevoren in de belangstelling. Maar hoe dichtbij is een grootschalige toepassing in het bedrijfsleven? Staan we aan de vooravond van een ware robo-invasie? Deel 2 in een serie waarin Management Team toekomstige technologieën onder de loep neemt.

Hoe komt het toch dat robots zo tot de verbeelding spreken? Uit futuristische verhalen en films blijkt dat de mechanische 'medemensen' een belangrijke plaats in onze fantasie innemen. Is hun populariteit te danken aan het feit dat ze, zoals Rosie de Robot in de tekenfilmserie The Jetsons, al onze dagelijkse saaie huishoudklusjes uit handen kunnen nemen? Of dat ze, zoals de kindrobot David in Steven Spielbergs A.I., op lieve onschuldige mensen lijken die we in ons hart kunnen sluiten? Of dat robotlegers in de toekomst onze oorlogen zouden kunnen uitvechten, zoals in veel films gebeurt?
Helaas voor de echte huishoudsters en soldaten: zo ver is de techniek nog niet. Toch gaat de opkomst van de robot – in een traag tempo weliswaar – onverminderd voort. In Japan, de VS en sommige Europese landen kun je inmiddels spreken van een heuse robotindustrie (Nederland hoort daar helaas niet bij). Het afgelopen decennium hebben de industriële robots veruit de meeste aandacht opgeëist, maar geleidelijk worden ze naar de achtergrond gedrongen door een nieuwe generatie: de servicerobot.

Tot nu toe is Japan het meest vooraanstaande robotland. Niet alleen vanwege de gemechaniseerde huisdieren die sinds enkele jaren worden geproduceerd door bedrijven als Sony (honden) en Omron (katten), maar vooral door de vele computergestuurde fabriekshallen. Van de 760.000 robots die er volgens een schatting van de Verenigde Naties inmiddels in de industrie te vinden zijn, zijn er zo'n 360.000 in Japan tewerkgesteld. Ter vergelijking: in Nederland werken er naar schatting 4000. Robots worden onder meer gebruikt om auto's aan elkaar te lassen; de grootste concentratie robots in Nederland is dan ook te vinden in de fabriekshallen van NedCar te Born.
Maar de voordelen van robots worden door steeds meer bedrijven ontdekt. Soms gebeurt dat noodgedwongen. Toen enkele jaren geleden bijvoorbeeld de vraag naar mobiele telefoons explodeerde, moesten de producenten van mobieltjes razendsnel naar nieuwe productietechnieken overstappen. Niet alleen kan de productiesnelheid met robots worden opgevoerd, de mechanische productiemedewerkers hebben bovendien minder moeite met de minuscule onderdelen die in een zaktelefoon te vinden zijn. Wanneer de productielijn eenmaal is ingericht, zijn de robots bovendien in staat om snel in te spelen op korte productcycli en een toenemend aantal productvarianten.

De robots die in fabrieken hun werk doen, hebben weinig gemeen met ´mensachtige´ robots als C-3PO en R2D2 uit Star Wars. In feite gaat het om geavanceerde productiemachines met intelligentie in de vorm van chips en sensoren, waarmee ze een beperkt repertoire aan taken kunnen uitvoeren. Laswerk is zoals gezegd het meest voorkomende kunststukje, gevolgd door het assembleren en monteren van bijvoorbeeld auto's of elektronica. Maar het repertoire breidt zich gestaag uit. Sorteren, orderafwerken en palleteren komen steeds vaker voor. Robots zijn ook goed in verven, snijden, spuitgieten, schoonmaken en controleren.

Sigaretje
Tijdens de economische hoogtijdagen rond 2000, toen de bedrijven veel investeringsmiddelen konden vrijmaken, groeide het aantal robots met 25 procent per jaar. Nadat het economisch klimaat omdraaide, is de groei tot stilstand gekomen. In Japan zakte de robotverkoop het afgelopen jaar zelfs in: in 2001 werden er 'nog maar' 28.000 industrierobots verkocht (tegenover 47.000 een jaar eerder). In Europa groeide de verkoop nog met een bescheiden 2,5 procent.
Toch valt te verwachten dat tijdens de volgende investeringsronden de robots weer hoge ogen zullen gooien. Niet alleen zijn de machines sterk verbeterd (ze kunnen meer en met grotere nauwkeurigheid), ook zijn de prijzen verlaagd. In de elf jaar tussen 1990 en 2001 liepen de arbeidskosten met ongeveer de helft op, de 'mechanische arbeiders' werden tegelijkertijd tientallen procenten goedkoper (zie grafiek). Daarbij moet men zich bedenken dat geen enkele mechanische arbeider ooit is betrapt op het stiekem roken van een sigaretje op de wc, en dat het woord staken ook niet in hun vocabulaire voorkomt.

Investeringen in robots, zo schrijft de economische commissie van de VN in haar jaarlijkse rapport, worden vaak al in één of twee jaar terugverdiend. Maar, zo stellen de auteurs van het rapport de vraag, waarom zijn er dan niet veel meer bedrijven die er gebruik van maken? Het antwoord dat ze geven is dat robots geen producten zijn die je 'over de toonbank' kunt kopen. Om ze te gebruiken, moet het bedrijf over een flinke dosis technische kennis beschikken. Toch schrijdt ook hier de techniek voort: de machinale productiemedewerkers worden niet alleen beter, maar ook gebruiksvriendelijker.
Vergeleken met de lasmachines die vijftien jaar geleden in Japan doorbraken, komt de robotindustrie met een sterk verbeterd assortiment naar de markt. Zelfs voor middelgrote en kleinere bedrijven komen ze in beeld. Een Duits bedrijf biedt een zogeheten place & play robot voor werkplaatsen aan. De machine wordt op bestelling per vrachtwagen langsgebracht en ingesteld om een bepaald aantal klussen te doen, daarna wordt hij weer meegenomen. Een 'rent-a-robot' met andere woorden.

Rioolbot
Die fascinatie voor robots bij het grote publiek heeft ook een keerzijde. Neem Aibo, het wakkere hondje geproduceerd door Sony. Talloze artikelen zijn er alleen al in de Nederlandse media aan besteed, maar al die tijd was het beestje nauwelijks op de Nederlandse markt verkrijgbaar. Zelfs de opvolger, de SDR4X 'discorobot', is al een half jaar geleden in de media beschreven. Toch zegt Sony geen idee te hebben wanneer dit model op de markt komt, en tegen welke prijs. Het is nog niet eens bekend of het apparaat in Nederland op de markt zal komen.
Het gevaar is dat er een grote kloof ontstaat tussen de verwachtingen van het publiek, en de daadwerkelijke producten. Bij 'robothond' denk je aan een complete machinale viervoeter, maar de mogelijkheden van de Aibo zijn tamelijk beperkt. Tegelijk zijn dergelijke 'generieke' robots nog peperduur: de Partner Personal Robot van NEC, die gezichten kan herkennen en een conversatie voeren, zou bijvoorbeeld 80.000 euro moeten kosten.

Volgens een voorspelling van de VN samen met International Federation of Robotics neemt het mondiale aantal 'thuisrobots' de komende jaren toe van ruim 100.000 in 2000 tot 625.000 in 2004, een stijging dus van 600 procent. Maar deze optimistische verwachting is niet gebaseerd op de Aibo en zijn vriendjes. De grootste toename wordt verwacht in de categorie 'nuttig': robots om het gras te maaien en te stofzuigen. Husqvarna heeft inmiddels de Auto Mower, een grasmaairobot, op de markt gebracht. Wie van een perfect gemaaid gazonnetje wil genieten, moet overigens wel diep in de buidel tasten: het apparaatje kost 1.899, exclusief eventuele installatiekosten.
Toch ligt in deze sector voorlopig de grootste toekomt: de servicerobots die een beperkt aantal taken voor hun rekening nemen. Zoals de kleine mobiele machines die de reddingswerkers bij het WTC in New York terzijde stonden. Of rioolbots: kleine schuifelaars die zelfstandig door afvoerpijpen scharrelen en schoonmaak- of reparatieklusjes verrichten. Ook zijn de verwachtingen hoog van de beveiligingsrobots, machines die zich 's nachts door bedrijfspanden bewegen om ongeregeldheden op te sporen. Het is niet alleen duur om de hele nacht menselijke bewakers rond te laten lopen, ze kunnen bovendien worden geconfronteerd met gevaarlijke situaties. Robots laten zich niet intimideren door insluipers.

In het dienstensegment is de meest talrijke robotsoort tot nu toe de onderwaterrobot, waarvan er inmiddels meer dan 3000 in gebruik zijn. Toepassingen: inspectie van dammen en brugpijlers, onderzoek voor olie- of gaswinning en milieurapportages, berging van wrakken, onderhoud van glasvezelkabels. Robots zijn nu eenmaal beter te wapenen tegen de kou en hoge druk op grote dieptes. Veel onderwaterbots zijn tot nu toe remotely operated vehicles (ROV's), die bestuurd worden vanaf een schip of ponton. Steeds vaker worden er echter autonomous underwater vehicles (AUV's), ingezet.
Van de verschillende mogelijke groeimarkten moet in ieder geval de melkrobot worden genoemd, een van de weinige sectoren waar Nederlandse robotproducenten internationaal hoge ogen gooien. De veehouder melkt niet meer op een vast tijdstip, maar installeert een robot in de stal. De koeien leren dat ze door naar de robot toe te lopen, kunnen worden gemolken op het moment dat ze daar zelf behoefte toe voelen. Uit wetenschappelijk onderzoek zou blijken dat dat minder stress oplevert.

Maar de grootste belofte lijkt op dit moment in de zorgsector te liggen. Met robots die chirurgen tijdens operaties assisteren, wordt al druk geëxperimenteerd. Sommige delen van het lichaam zijn voor een chirurg moeilijk te bereiken, terwijl een robot ze op de millimeter nauwkeurig weet te vinden. In veel gevallen is er sprake van een wisselwerking van de chirurg en de robot. Eerst wordt CT-scan gemaakt zodat de chirurg de robot precies kan sturen. De machines worden toegerust met sensoren die de verschillen kunnen nagaan tussen uiteenlopende lichaamsdelen (bijvoorbeeld aderen of orgaanmateriaal), om op de juiste plek het mes er in te kunnen zetten.
Tot slot een ontwikkeling uit een Duits laboratorium: de Care-O-bot, een instrument om de verzorging van bejaarden uit handen nemen van het (steeds schaarsere) medisch personeel. De Care-O-bot lijkt op een geavanceerde rollator, maar heeft een aantal extra functies. Het apparaat doet dienst communiceert met artsen, bewaakt de hartslag en andere functies, slaat uit eigen beweging (of op initiatief van de gebruiker) alarm, en functioneert daarnaast als draagbare tv.

De Care-O-bot is nog in ontwikkeling, en het is op dit moment nog goedkoper om een Duitse verpleegkundige in te huren dan een Duitse robot. Maar het moment zal onvermijdelijk komen dat de Care-O-bot aanzienlijk goedkoper is. En dat moment komt ruimschoots vóór de meeste van de lezers van dit artikel naar een bejaardenhuis gaan.