Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Overnames: kopen zonder cash

Het overnameseizoen breekt aan. Nu menig bedrijf het water na aan de lippen staat, is er prooi genoeg en zakken de prijzen. Ondernemers met een goed gevulde kas kunnen hun slag slaan. Maar ook voor bedrijven met minder cash zijn er gunstige scenario's.

Je leest nu: Overnames: kopen zonder cash

 

Het overnameseizoen lijkt een koopjesseizoen te worden. Private equity-bedrijven hebben zich massaal teruggetrokken en veel bedrijven houden zich maar ternauwernood staande. Met andere woorden: ze zitten te springen om een overname, zo niet van het hele bedrijf dan wel van een onderdeel.

De meeste ondernemers meden de bedrijfsveilingen, omdat ze niet op konden tegen het hijgerige biedingsproces van de professionele kopers. Adviseurs zien kansen, maar drukken kooplustigen op het hart zich niet gek te laten maken door afbraakprijzen en zich altijd te laten leiden door een weloverwogen strategie. Dus alleen bedrijven opkopen die bij uw eigen groeiplan aansluiten.

Koopje of niet, een onderneming overnemen kost een paar centen. Bedrijven die zelf goed in de slappe was zitten kunnen voor een behoudende financiering nog wel bij de bank terecht. Maar er zijn ook alternatieven voor wie zelf wat krapper zit:

1. Toch een banklening

Voor een financiering van vijf tot zes keer de kasstroom van de kopende onderneming ging de geldkraan vorig jaar als eerste dicht. De middenmarkt echter, die drie tot vier keer de kasstroom gefinancierd krijgt, is volgens adviseurs opengebleven. Met andere woorden, kunt u minimaal een kwart van de koopsom zelf ophoesten, dan zit u goed. Bedenk wel dat de eisen en kosten voor dezelfde lening nu strenger en groter zijn dan een jaar geleden.

2. Kies voor klein

Het overnemen van pakweg Philips is wat lastig in deze tijden, maar bescheidener inlijvingen zijn vaak nog wel mogelijk. Overnamespecialisten hanteren verschillende grenzen voor het maximale volume van deals. Volgens Wouter van de Bunt, partner bij KPMG Corporate Finance, daalt dat gestaag. Enkele maanden geleden wilden banken hun vingers niet meer branden aan overnames boven 300 miljoen euro, inmiddels zijn transacties die de 100 miljoen passeren al nauwelijks te financieren. Wim Holterman van PricewaterhouseCoopers hanteert voorlopig een bovengrens van 200 miljoen euro, terwijl Maarten Vijverberg van Boer & Croon deals van boven 70 miljoen euro al een vrij kleine kans geeft. Kleinere bedragen dus, maar nog altijd bedragen waar u menig bedrijf kunt opkopen.

3. Betalen met aandelen

Als de zakken niet diep zijn, kan een overname ook worden betaald met aandelen. De verwachting is dat deze aanpak zich vaker zal voordoen onder de huidige omstandigheden. Is de koper een beursfonds, dan verplicht de overgenomen partij zich om de aandelen een paar jaar vast te houden. Zonder beursnotering kan deze aanpak ook werken. Wel is volgens Vijverberg een open structuur met meerdere aandeelhouders een voorwaarde. “Als een ondernemer 100 procent eigenaar is, zal hij niet snel geneigd zijn zeggenschap af te staan. Bovendien is het lastig om aandelen te waarderen.”

4. Lenen bij de prooi

Gesteld dat de overnamekandidaat zich dat kan permitteren, behoort ook een vendor loan tot de mogelijkheden. De verkopende partij leent dan geld aan de overnemer, die natuurlijk wel rente moet betalen. Op deze manier helpt de verkoper, die er ook bij gebaat is dat de koop doorgaat, de koper om het eventuele financieringsgat te dichten.

5. gedeeltelijke aankoop

Een andere optie is dat de verkoper een deel van het aandelenpakket in eigen zak houdt. De koper krijgt dan wel een meerderheidsaandeel en dus zeggenschap, maar spreekt af het resterende deel op een later tijdstip te kopen. De uitgestelde aankoop maakt een financiering mogelijk. Ook om een andere reden kan deze constructie aantrekkelijk zijn. Stel dat de verkoper een groot bedrijf is dat een onderdeel verkoopt waarvan het een belangrijke afnemer is, dan blijft zijn klandizie in elk geval gewaarborgd gedurende de periode dat hij een belang houdt in dat onderdeel.

6. Hulp van private equity

Behoorden ze in de overspannen overnamemarkt tot de rivalen, nu zouden private equity-bedrijven wel eens redding kunnen bieden bij een overnameplan dat te begrotelijk is. Volgens adviseur Vijverberg staan deze partijen er best voor open om bij een interessante deal bij te springen. En er is ook nog geld in deze hoek, weet de adviseur: “Vorig jaar hebben private equity-partijen recordniveaus aan geld opgehaald dat zeker nog niet allemaal is geïnvesteerd.”

Timing

Nog één puntje, de timing. Het beste moment om toe te slaan is als de bodem van de recessie is bereikt en de eerste tekenen van herstel zich aandienen, aldus Holterman van PwC. Maar wanneer dat precies gaat gebeuren, durft natuurlijk niemand te zeggen. In elk geval niet voor de tweede helft van dit jaar, is de algemene teneur. De stemming onder potentiële kopers is afwachtend, constateert Van de Bunt van KPMG. “Veel bedrijven houden hun kruit nog even droog, wachten tot er wat meer duidelijkheid is over het dieptepunt. Stel dat er nog een tikje naar beneden komt, houd je het zelf dan wel vol?”

Het is misschien een tikkeltje cynisch, maar wat u ook kunt doen, is even afwachten of hun prooi in deze tijden van malaise niet gewoon omvalt, zodat de klanten vanzelf hun kant opkomen. Dezer dagen kunnen weinig bedrijven zich teerhartigheid veroorloven.