Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Over de wildgroei aan duurzaamheidscertificaten

Je leest nu: Over de wildgroei aan duurzaamheidscertificaten

Duurzaam certificeren groeit hard, maar een wildgroei aan ecolabels leidt ertoe dat bedrijven door de bomen het bos niet meer zien.

Certificering is voor bedrijven een manier om aan te tonen dat ze met duurzaamheid bezig zijn. Twee van de meest bekende duurzame certificaten in Nederland zijn de CO2-Prestatieladder en de MVO Prestatieladder. Beide zijn de afgelopen jaren hard gegroeid. De CO2-Prestatieladder bereikte begin april de mijlpaal van 300 uitgereikte certificaten. Het 163e certificaat van de MVO-prestatieladder werd vorige week uitgereikt. De organisatie verwacht dit jaar door te groeien naar 250.

CO2-certificaat telt bij aanbesteding

De overheid is een belangrijke drijvende kracht achter deze groei. Volgens George de Haan, manager environmental services bij Fujitsu, zijn het in de it-sector vooral overheidsorganisaties die van leveranciers vragen dat ze een bepaald certificaat hebben. ‘Het is niet verplicht, maar je kansen zonder certificaat zijn kleiner. Als je deelneemt aan de CO2-ladder levert dat extra punten op die meetellen in de beoordeling.’ Een probleem met certificering is volgens hem wel dat verschillende overheidsorganisaties verschillende certificaten eisen. ‘Bij alles wat met Prorail te maken heeft, vragen ze of je meedoet aan de CO2-ladder. Andere overheden vragen weer de MVO-ladder’, zegt De Haan.

Wildgroei

Daarnaast signaleert Fujitsu een wildgroei aan certificaten. Het bedrijf heeft onlangs op een rij gezet welke ecolabels er zijn voor de it-sector en kwam tot negen verschillende certificaten. Wat betreft de doelstelling is er veel overlap: ze zijn gericht op minder energieverbruik en een lagere CO2-uitstoot. Tegelijkertijd heeft elk certificaat weer zijn eigen eisen. ‘Omdat je bij de ene instantie al punten verdient door het invullen van een vragenlijst en bij een ander ook externe controles op je energieverbruik moet toestaan, is het als bedrijf lastig te bepalen of je nu echt duurzaam bezig bent’, legt De Haan uit.

CO2-Prestatieladder: alleen Planet

Brian Heikamp van de CO2-Prestatieladder begrijpt de kritiek. ‘Ik ben het er wel mee eens dat er heel veel instrumenten op de markt zijn. Ik snap dat dit vooral voor kleine bedrijven lastig kan zijn.’ Tegelijkertijd wijst hij erop dat de CO2-prestatieladder een duidelijke focus heeft. ‘Ons instrument richt zich puur op CO2, de MVO-prestatieladder richt zich ook op andere facetten. Dat is people planet profit, bij ons is het alleen maar planet.’

Certificaat niet verplicht

Heikamp tekent daarbij ook aan dat het niet zo is dat bedrijven per se een bepaald certificaat moeten hebben als ze met succes mee willen dingen naar een overheidsopdracht. Volgens Europese regelgeving mag een overheidspartij namelijk niet eisen dat een leverancier een bepaald certificaat heeft. Als een leverancier kan aantonen dat hij voldoet aan de onderliggende eisen, is dat ook genoeg om te kwalificeren voor extra aanbestedingspunten. In de praktijk betekent dit bijvoorbeeld dat buitenlandse bedrijven kunnen besluiten een certificaat te laten zitten. ‘Als jij in het buitenland actief bent en je schrijft je hier eenmalig in op een opdracht, is het niet verstandig om een certificaat te halen. Maar als je meerdere keren wilt meedoen weer wel’, zegt Heikamp.

Standaardisatie

Volgens De Haan boeten certificaten door de wildgroei desondanks in aan geloofwaardigheid. Bedrijven zien door de bomen het bos niet meer en haken af. Hij pleit daarom voor een standaardisatie. ‘Zo weet iedereen waar hij aan toe is en kunnen we op een transparante manier laten zien dat duurzame IT de toekomst heeft.’

Meer over duurzaamheid: