Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Management – Het komt goed

Management – Het komt goed
Je leest nu: Management – Het komt goed

De mens is een extreem optimistische aap, ook al zijn de omstandigheden nog zo beroerd. Daarom zit niet alleen de crisis tussen de oren, maar ook de oplossing ervoor. Het devies: "Niet bang zijn. Kopen die nieuwe auto!"

Vertrouwen is het cement van de economie. Het zijn verwachting, hoop en ambitie die de boel draaiende houden. En wie dat eenmaal beseft, weet ook: het komt allemaal wel weer goed. En dat is geen loze frase, geen ongefundeerde peptalk, maar gewoon evolutie. Wie in deze barre economische tijden de weg omhoog zoekt, zou daarom maar het beste aansluiting moeten zoeken bij die andere gebeurtenis die 2009 in zijn greep houdt: het Darwinjaar.

De mens blijkt namelijk van nature opmerkelijk optimistisch. Dat is goed verklaarbaar uit de evolutie. Voorouders die het aardse tranendal structureel niet zagen zitten, werden effectief weggeselecteerd, want tot tienduizend jaar geleden was bij de pakken neerzitten meestal dodelijk. Zo kon het gebeuren dat optimisme beter in staat is te overleven dan pessimisme, hoe zeer nu de praktijk van alledag misschien ook anders lijkt.

Zelfs afschuwelijke gebeurtenissen, zoals de dood van een partner, blijken op de wat langere termijn geen invloed te hebben op ons oorspronkelijke gemoed. "Maximaal een jaar na een persoonlijke tragedie is het leed grotendeels geleden", ondervond (de twee jaar geleden overleden) gedragsgeneticus David Lykken. "Dat klinkt misschien keihard, maar is in werkelijkheid een zegen."

Het omgekeerde geldt overigens ook: het winnen van een gigantisch geldbedrag maakt iemand, afgezien van een korte uitbarsting van euforie, zelden een spat gelukkiger.

Geluksthermostaat

Samen met Auke Tellegen, zijn collega aan de universiteit van Minnesota, introduceerde Lykken ruim tien jaar geleden het begrip "Happiness Setpoint". Zij toonden aan dat ieder mens een voorgeprogrammeerde geluksthermostaat heeft, die ons gemoed levenslang verbazingwekkend constant houdt. Bij ruim 90 procent van de mensheid – en vooral bij leidinggevenden – staat die thermostaat lekker hoog afgesteld. Met andere woorden: de mens is een extreem optimistische aap. Omstandigheden, zowel positief als negatief, geven ons welbevinden hooguit een tijdelijke knauw of oppepper, maar de thermostaat zorgt ervoor dat we snel weer op het oude niveau zitten. En dan kunnen we dus ook weer rationeel denken.

Dat is goed nieuws in tijden van crisis. Want aan rationeel denken ontbreekt het nu nogal. We praten elkaar de crisis aan, meent bijvoorbeeld Fred van Raaij, hoogleraar economische psychologie aan de universiteit van Tilburg. "Het gevolg van de paniek is dat zowel het bedrijfsleven als de consument doet wat individueel gezien het meest voor de hand ligt. Ze houden de hand op de knip en durven geen risico's te nemen. Dat is op zich begrijpelijk, maar al dat individuele gedrag bij elkaar opgeteld is fnuikend. Je krijgt de bekende self fulfilling prophecy."

Zijn collega Henry Montgomery meent ook dat veel bedrijven en consumenten nu – zonder reden – veel te zuinig zijn. "We leven te zeer in het nu", aldus de professor cognitieve psychologie in Stockholm. "De economie zou onmiddellijk opleven als we ons wat minder zouden aantrekken van wat er op de korte termijn eventueel gebeurt en als we ons meer zouden richten op de wat verdere toekomst."

Parelkettingen

Als slechte voorbeelden noemt hij banken die geen leningen verstrekken aan ondernemers met een gezond bedrijfsplan, bedrijven die zich nu ‘voor de zekerheid' van schaarse talenten ontdoen en burgers die nagenoeg geen enkel risico lopen, maar ondertussen wel doen alsof het financiële einde der tijden nabij is. "Oudere mensen met een mooi kapitaal en een stabiel inkomen durven door de berichtgeving in de media geen nieuwe auto meer te kopen. Dat is waanzin. Kopen die auto!"

In Engeland krijgen investeerders op dit moment grijze haren van een merkwaardige trend in de hogere middenklasse. Waar jan-met-de-pet zich als vanouds in de schulden steekt om een nieuwe flatscreen te kunnen kopen en zijn statusangst in toom te houden, zijn juist ondernemersvrouwen massaal overgegaan op wedstrijdjes ‘wie het minste geld uitgeeft'. Ze halen hun boodschappen alleen nog maar bij prijsvechters als Lidl en Aldi, maken hun parelkettingen vies in volkstuintjes en steken zich alleen nog in vintage en second hand.

Het is een hele verandering met een paar maanden ervoor, toen ook voor de Britse vrouwen de bomen nog tot in de hemel groeiden. Maar een reden tot neerslachtigheid is ook deze trend beslist niet. Pessimisme helpt namelijk ook niets. Volgens de Database of Happiness, een megaproject van de Rotterdamse socioloog Ruut Veenhoven, is juist optimisme doorslaggevend voor geluk. De allergelukkigste wereldburgers wonen volgens deze ‘geluksprofessor' in kleine landen als Zwitserland, Denemarken en Nederland, waar het onderling vertrouwen groot is. De mens heeft ook een zonnig toekomstperspectief nodig om zich senang te kunnen voelen. Zo verwijst hij graag naar de Nederlandse wederopbouwjaren van vlak na de Tweede Wereldoorlog. Het waren volgens Veenhoven de gelukkigste jaren in de moderne Nederlandse geschiedenis. We waren arm als ratten, maar hadden een rotsvast geloof in een stralende toekomst. En juist dat zorgde voor veel geluk onder de Nederlandse gezinnen.

Steenrijk

Nu is dat anders. We zijn vergeleken met onze grootouders steenrijk, maar missen momenteel wel optimisme. Onlangs bleek uit een onderzoek van consultancyfirma Booz & Company dat ruim een op de drie leden van de raden van bestuur geen vertrouwen in de toekomst heeft en sceptisch is over de eigen leiderscapaciteiten en mogelijkheden om de economische mailaise te bestrijden. "Ze weten dat ze moeten reageren, maar ze weten niet hoe," aldus het adviesbureau.

Dat gevoel zou echter wel eens misplaatst kunnen zijn. Misschien is reageren wel helemaal niet nodig. Een crisisgevoel gaat namelijk, net als griep, vanzelf weer over. Als we er maar in slagen een beetje optimistisch te blijven.

Onderzoekers David Lykken en Auke Tellegen zeggen in feite dat het ons niet lukt om te blijven zeuren, ook al zijn de omstandigheden nog zo beroerd. Mensen zijn flexibel. Op een goed moment hebben we er genoeg van en steken we weer de handen uit de mouwen, ongeacht de risico's of het verlies dat dat aanvankelijk zal opleveren. Zodra die crisisvermoeidheid op grote schaal intreedt, trekt de economie aan, zo voorspelt Henry Montgomery.

Lemmingen

Natuurlijk zijn er individuele uitzonderingen. De tragische zelfmoord van miljardair Adolf Meckler, de godfather van het Duitse concern Ratiopharm, illustreert dat het voor een leider niet slim is om zich zo sterk met zijn zaak te vereenzelvigen dat zijn identiteit in een eventuele crisis net zo lijdt als zijn bedrijf. En in Duitsland, waar het bankroet met aanzienlijk meer schaamte is omgeven dan in Nederland, floreert momenteel een club die zich de Anonieme Faillietverklaarden noemt. Daar wordt flink gekniesd. De leden hebben er vaak ook alle reden toe.

Maar voor een golf van zelfmoorden hoeven we zelfs in het geval van het zwartste scenario niet bang te zijn. Tijdens de beurskrach van 1929 sprongen slechts twee (!) berooide beleggers daadwerkelijk van een wolkenkrabber. De mythe dat managers zich tijdens de Krach als lemmingen van de daken stortten, kon ontstaan doordat één van hen uitgerekend te pletter viel voor de voeten van Winston Churchill, die op bezoek was in New York. Hij deed begrijpelijkerwijs een enigszins geëmotioneerde relaas in de Daily Telegraph. Dat was heel goed voor de Daily Telegraph, maar heel slecht voor de koersen.

Pessimisme kan ons vergiftigen

Doemdenken is niet alleen een self fulfilling prophecy, het is ook nog eens slecht voor de gezondheid. Pessimisme kan ons letterlijk vergiftigen. Hoe gevaarlijk aanhoudend collectieve hopeloosheid is, bleek uit een onderzoek onder extreem fitte zeezeilers.

Gedurende de Volvo Ocean Race van 2002 werden bij de bemanning van het Zweedse Team SEB op gezette tijden bloedmonsters afgenomen. Die werden aan boord ingevroren en later geanalyseerd. De uitkomsten bleken een eye-opener. Zolang er constructief gewerkt kon worden, lagen allerlei belangrijke bloedwaarden grofweg in het normale, gezonde bereik. Zwaar weer of anderszins veeleisende omstandigheden hadden nauwelijks negatieve invloed op de gezondheid.

Maar tot stomme verbazing van de onderzoekers bleken alle bemanningsleden – gezonde jonge kerels met een ijzeren conditie – gedurende een vrij precies afgebakende periode van 72 uur abnormaal hoge bloedsuikerwaarden te hebben gehad. Zo hoog dat ze technisch gesproken met z'n allen suikerziekte hadden ontwikkeld. Volgens het logboek hadden de mannen in de betreffende periode gekampt met een ogenschijnlijk onoplosbaar technisch probleem. Ze dreven stuurloos rond op een wilde zee en hoe ze ook ploeterden, ze kregen geen grip op de situatie. Het logboek meldt ‘algehele frustratie en pessimisme'.

De diabetische waarden verdwenen echter weer als sneeuw voor de zon vanaf het moment dat het onverwacht toch lukte de schade provisorisch te repareren en er tenminste weer kon worden gezeild. "De les is haarscherp", zei een betrokken arts. "Als je erg pessimistisch bent, bijvoorbeeld omdat je geen invloed hebt of denkt te hebben op een negatieve omstandigheid, komt een destructieve hormonale carrousel op gang. Je maakt met name voortdurend te veel van het stresshormoon cortisol aan. We weten inmiddels dat ook chronisch pessimisme de hormonale wissels richting ziekte en dood zet."

Hoewel een dreigende schipbreuk iets anders is dan bijvoorbeeld een dreigend faillissement of ontslag, is de parallel sterk. De statistiek van hartinfarcten en beroertes komt vrij aardig overeen met de AEX-index. Alleen voetbaluitslagen blijken nog beter te correleren.