Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Man, vrouw? Androgyn leiderschap, daar worden we blij van

In vijftien jaar tijd is de voorkeur voor masculien leiderschap afgenomen, maar is dat stereotype nog altijd het ideaalbeeld. Terwijl we het meest tevreden zijn met leiders die het beste van beide werelden in zich dragen, masculien én feminien.

ideaal androgyn leiderschap
Je leest nu: Man, vrouw? Androgyn leiderschap, daar worden we blij van

De ene crisis is de andere niet, en vraagt om verschillende soorten leiderschap. Maakt een economische crisis de roep om masculiene leiders groter? Hebben we tijdens een gezondheidscrisis zoals de coronacrisis liever een feminiene leider?

In een enquête onder 750 Nederlandse respondenten, in samenwerking met MT, hebben Janka Stoker en Harry Garretsen van de Rijksuniversiteit Groningen en Joris Lammers van de Universiteit van Keulen onderzocht hoe het tijdens de coronacrisis zit met het feitelijke (waar is men het meeste tevreden mee) en het ideale (wat heeft de voorkeur) leiderschap.

Taak- of mensgeoriënteerd?

Sinds de jaren ‘70 wordt onderzoek gedaan naar het beeld dat mensen hebben van de ideale leider. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen masculiene en feminiene kenmerken – wat nadrukkelijk iets anders is dan sekse; een mannelijke leider kan heel feminien zijn (zo typeert Jeroen Smit bijvoorbeeld het optreden van premier Mark Rutte in de corona-persconferenties), een vrouw heel masculien.

Kenmerkend voor masculien leiderschap is het nemen van risico’s, taakgeoriënteerd zijn en dominant. Feminien leiderschap is verzorgend, mensgeoriënteerd, gevoelig en begripvol.

Deze twee typen leiderschap zijn niet elkaars tegenovergestelde, maar kunnen wel gecombineerd worden. Zo zijn er leiders van het ongedifferentieerde type. Zij zijn niet heel masculien noch heel feminien. Ze hebben geen sterke persoonlijkheid, zijn niet sensitief voor gevoelens van anderen en niet ondersteunend. Androgyne leiders zijn heel masculien én heel feminien: ze hebben een sterke persoonlijkheid, zijn krachtig, maar ook warm, invoelend en ondersteunend.

Financiële crisis

Aan de respondenten is gevraagd om zowel hun eigen huidige leidinggevende als hun ideale leider te beschrijven. Onderzoeker Janka Stoker: ‘Vergelijkbaar onderzoek hebben we gedaan in 2005 en 2010. Vrijwel altijd wordt een masculiene leider gezien als ideale leider. Dit komt ook overeen met internationaal onderzoek. Terwijl mensen zelf het meest tevreden zijn over hun eigen leider als hij of zij een androgyne leider is.’

Het ideale en feitelijke leiderschap komt dus lang niet altijd overeen, wat vooral wijst op het bestaan van hardnekkige, stereotiepe beelden over goed of ideaal leiderschap. De ideale leider is masculien, en dan denken we dus ook automatisch eerder aan een man dan aan een vrouw, aldus Stoker.

‘In 2010 hebben we ook gekeken naar het effect van de financiële crisis die eind 2008 losbarstte en de Nederlandse economie in 2009 in een zware recessie deed belanden. We vonden dat na de financiële crisis met name de voorkeur voor feminiene kwaliteiten lager was. Het stereotype van de sterke, masculiene leider als ideaal was dus in Nederland in 2010 zelfs nog iets groter dan in 2005.’

‘Feminiene’ crisis

Anno 2020 zijn vrouwen steeds vaker manager. Unilever maakte in maart bijvoorbeeld bekend dat er in het concern evenveel mannen als vrouwen leidinggevende functies hebben. Ook in de politiek staan veel vrouwen op die behoorlijk ‘androgyn’ zijn wat leiderschap betreft. Denk aan Alexandria Ocasio-Cortez, het jongste vrouwelijke congreslid ooit in de VS, of de premier van Nieuw-Zeeland Jacinda Ardern.

Allemaal factoren die mogelijk het beeld van de stereotiepe ideale leider beïnvloeden. Bovendien hebben we nu opnieuw met een crisis te maken, alleen dit keer geen economische maar een gezondheidscrisis. Stoker: ‘Een dergelijke crisis is “feminiener” van aard, want deze gaat over zorg, leven en dood, en het gemeenschappelijk belang.’ Het vormde een interessante aanleiding om opnieuw te onderzoeken hoe men in Nederland denkt over de kenmerken van de ideale leider.

Richting geven én invoelend

Allereerst onderzochten Stoker en haar collega’s hoe tevreden mensen zijn met hun huidige leidinggevende. Wat blijkt: ook nu weer zijn mensen het meest tevreden over de androgyne leider, en het minst over de ongedifferentieerde leider. Die laatste krijgt gemiddeld een 5,5 als rapportcijfer. Een androgyne leider krijgt een 8,3. De feminiene een 7,4 en de masculiene een 6,5. ‘Dit verschilt nauwelijks met de resultaten uit 2005 en 2010. Met andere woorden: mensen zijn nog steeds het gelukkigst met een leider die duidelijk richting geeft, én sociaal en invoelend is. De coronacrisis verandert daar niets aan.’


Leiden in tijden van crisis

De financiële crisis was van een totaal andere orde dan de huidige coronacrisis. Janka Stoker en Harry Garretsen van de Rijksuniversiteit Groningen en Joris Lammers van de Universiteit van Keulen onderzochten dat samen met MT/Sprout in een enquête onder 750 respondenten. Het onderzoek is uitgevoerd tussen half april en half mei 2020. Lees hier de resultaten terug:

Voorkeur masculien neemt af

Maar hoe zit het met het beeld van de – stereotiepe – ideale leider? Stoker: ‘Voor de hele populatie geldt dat de ideale leider in sterkere mate over masculiene dan over feminiene kenmerken beschikt. Ook in 2020 is de ideale leider dus nog een masculiene leider. Maar opvallend genoeg in veel mindere mate dan 10 of 15 jaar geleden. De waardering voor feminiene kwaliteiten is toegenomen.’

De onderzoekers vonden daarbij geen verschil voor mannen of vrouwen, leeftijd, geslacht van de leider of percentage vrouwen op managementposities.

Vervolgonderzoek

Of de afname in verschil in voorkeur tussen masculien en feminien leiderschap veroorzaakt is door een tijdseffect (het stereotype verandert) of misschien door een coronacrisiseffect (een “feminiene” crisis), kan op basis van het huidige onderzoek niet geconcludeerd worden. Daarvoor is de komende jaren vervolgonderzoek nodig, zegt Stoker. ‘Over een jaar of twee moeten we dus opnieuw onderzoek doen, wanneer de huidige gezondheidscrisis verdwenen is.’

Wat wel te zeggen is: opnieuw blijkt dat het type leider waar we het meest tevreden over zijn niet verandert. Dat is namelijk de androgyne leider, die richting geeft en invoelend is. Met geslacht heeft dat weinig te maken. En dat is interessant voor leiders die betere leiders willen worden. Want masculiene of feminiene competenties kun je wel degelijk ontwikkelen, man of vrouw. De vraag is dus: hoe androgyn ben jij?