Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Waarom wetenschappers geen managementboeken moeten schrijven

In de managementboekenwereld stikt het van de onwetenschappelijke tips en adviezen, schrijven Janka Stoker en Harry Garretsen in hun nieuwe boek 'Goede leiders zweven niet'. Het is hoog tijd, vinden ze, om daar inzichten tegenover te stellen die wél bewezen zijn. Hun boek is een fraaie illustratie van waarom je wetenschappers beter geen managementboeken kunt laten schrijven.

goede leiders zweven niet MT Getty Images
Je leest nu: Waarom wetenschappers geen managementboeken moeten schrijven

Het ‘stikt het in de managementboekenwereld en op het internet van de goedbedoelde how to be a successful leader in one day-aanbevelingen’, schrijven Janka Stoker en Harry Garretsen in hun binnenkort te verschijnen boek ‘Goede leiders zweven niet’. Ze hebben een punt. We struikelen over de boeken vol prachtige adviezen en tegeltjeswijsheden. Succesvolle topmensen geven tips met een hoog ‘wijsheid achteraf’-gehalte. Het probleem daarbij is dat het om ‘N=1’ gaat: het zijn de ervaringen van één persoon. Er is geen bewijs dat een maatregel die op het ene moment heeft gewerkt, ook in andere situaties effectief is. Veel managementtitels missen elke wetenschappelijke onderbouwing.

Met ‘Goede leiders zweven niet’ gaan Stoker en Garretsen de onwetenschappelijke infopulp in de managementliteratuur te lijf. Ze verkeren in een goede positie om dat te doen: beiden zijn onderzoekers met een flinke staat van dienst. Ze werken allebei als hoogleraar aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. De wetenschap, schrijven ze in hun boek, weet inmiddels veel van leiderschap, bijvoorbeeld van de vraag wanneer leiders effectief zijn. Maar het lukt wetenschappers niet altijd om die inzichten daar te brengen waar ze nodig zijn: in de praktijk. Stoker en Garretsen willen daar verandering in brengen.

Advies

Gaat ze dat met ‘Goede leiders zweven niet’ lukken? Om te beginnen mag ik constateren dat Stoker en Garretsen een toegankelijk boek hebben geschreven. Maar als je als manager op zoek bent naar een wetenschappelijke onderbouwde manier om je effectiviteit te vergroten, heb je weinig aan het boek. Een handvol min of meer concrete adviezen is eruit te halen, zoals dat familiebedrijven (en sportverenigingen) méér aan leiderschapsontwikkeling moeten gaan doen, omdat ze op managementgebied slecht scoren.

Daarnaast dat we moeten stoppen met zeuren over de jonge generaties werknemers die de werkvloer opkomen, en die zó verschillend van de andere werknemers zouden zijn dat ze een heel andere leiderschapsstijl vragen. Daar is geen bewijs voor. Vooral hamert het boek erop dat de context ertoe doet en dat we niet moeten denken dat we CEO’s zo maar van de ene naar de andere sector kunnen verplaatsen. Dat gaat vaak mis. Functionele expertise doet er wél toe, sterker, het is belangrijk.

Daarmee is het adviesgehalte van ‘Goede leiders zweven niet’ wel zo’n beetje samengevat. Je mag het gerust een magere score noemen. Wat gaat er mis in het boek? Er zijn twee factoren aan te wijzen die je allebei kunt terugvoeren op het feit dat de auteurs wetenschappers zijn. In de eerste plaats leunen ze in het boek grotendeels op eigen onderzoekswerk. Je ziet het vaker: wetenschappers willen in hun boeken vooral hun eigen studies uitventen. Misschien denken ze daadwerkelijk dat hun eigen onderzoek beter is dan dat van de collega’s aan andere universiteiten. Maar Stoker en Garretsen zullen toch moeilijk kunnen ontkennen dat er buiten de muren van de Rijksuniversiteit Groningen meer onderzoek naar de effectiviteit van leiders is gedaan dan erbinnen.

Uitweidingen

Het grootste probleem van ‘Goede leiders zweven niet’ is dat het boek zich verliest in wijdlopige verhandelingen, die wel met leiderschap, maar niks met haar effectiviteit te maken hebben. Stoker en Garretsen willen weten of de waarde die het leiderschap van een bedrijf voor investeerder heeft kan worden bepaald. Ze behandelen de verschillen tussen uiteenlopende landen als het gaat om de kwaliteit van de managers. In genuanceerde verhandelingen weten ze een aantal open deuren in te trappen, zoals dat robots en computers niet geschikt zijn om leiding te geven: ze kunnen wel de werkverdeling vaststellen, maar niet de teamchemie verbeteren. En dat de ene leider soms écht beter is dan de andere, het is geen kwestie van puur geluk.

Het lijkt soms dwangmatig: wetenschappers lijken niet anders te kunnen dan zich te verliezen in uitweidingen en nuanceringen. Maar de lezer van een managementboek staat met beide benen in de praktijk, en wil geen uitweidingen maar helderheid. Wat moet ik doen om effectiever als leider te zijn? Stoker en Garretsen hebben gelijk als ze zeggen dat er over die vraag veel onzin wordt geschreven. Maar daarmee hebben ze hem nog niet beantwoord.

Goede leiders zweven niet van Janka Stoker en Harry Garretsen verschijnt op 17 oktober bij Business Contact.