Winkelmand

Geen producten in je winkelwagen.

Route naar de top van Bristol-ceo Elise Vanaudenhove: ‘De kritiek van de RvC ontmoedigde me’

In de serie 'Route naar de top' vragen we topbestuurders naar de weg die ze aflegden – van basisschool tot boardroom. Deze keer het roerige leven van de Belgische Elise Vanaudenhove (54), ceo van Bristol: 'Ik dacht: ze zien me aankomen, die hippie van toen.'

elise vanaudenhove
Je leest nu: Route naar de top van Bristol-ceo Elise Vanaudenhove: ‘De kritiek van de RvC ontmoedigde me’

Vrij familiekind – Niet zeuren, gewoon doorgaan

‘Ik kom uit een warme familie, groot en hecht. Maar van oudsher wel patriarchaal, ja, heel anders dan nu. Kerst en vakanties vierden we samen, al mijn neven en nichten, ooms en tantes en mijn opa Albert als pater familias. Uren stond hij voor ons in de keuken. Het waren hij en zijn broer Omer die in 1950 met onze eerste Shoe Post-winkel de basis van ons huidige bedrijf legden, in Diest (België, red.).

Bij ons thuis was het bedrijf dan ook altijd aanwezig, bijna letterlijk. De fabriek lag net voorbij onze achtertuin en mijn vader – toen directeur – ging lopend naar zijn werk. De stille kracht in ons gezin, een typische man van zijn generatie ook. Kwam hij om zes uur thuis, dan wilde hij journaal kijken en verzorgd worden. En dat deden we met alle liefde. Op mijn tiende kon ik al een Bloody Mary maken.

We zijn vrij en onbezorgd opgevoed, ik en mijn jongere broer en zus. Altijd mochten we zijn wie we wilden en nooit was er de druk om in het bedrijf te komen – al waren er wel andere verwachtingen. Stilzwijgend. Vooral vanuit mijn moeder, lerares fysica en een veeleisende vrouw. Geen geklaag, altijd je best doen en ziek zijn is flauw, vond ze.

Ik ben lichtelijk allergisch voor mensen met zelfmedelijden

Op school ben ik weleens naar huis gestuurd, omdat ik niet tegen mijn moeder durfde te zeggen dat ik griep had. Als kind voelde ik me daarom soms onbegrepen, een beetje zielig ook, maar nu ben ik er dankbaar voor. Ik heb een enorme draagkracht en ben lichtelijk allergisch voor mensen met zelfmedelijden, net als mijn moeder.’

Wat is de Euro Shoe Group?

Euro Shoe Group is een Belgische detailhandelsgroep die bekend is van schoenen- en modeketen Bristol. De geschiedenis van het bedrijf gaat terug tot 1925, toen de familie Vanaudenhove de eerste schoenenwinkel opende in het Belgische Diest. Euro Shoe Group had lange tijd winkels van meerdere merken, zoals Shoe Discount, Avance en Van Woensel. Sinds 2017 ligt de focus volledig op Bristol, dat 125 filialen in België telt en 90 in Nederland.

Verkoophulp bij Avance – Probeer continu te achterhalen wat klanten echt verlangen

‘Ik was een jaar of vijftien toen ik mijn schoolvakanties doorbracht als verkoophulp in mijn tantes schoenenwinkel: Avance, ook een Euro Shoe Group-merk. Hier heb ik het vak geleerd, hard werken en lange dagen. Maar ook: met mensen omgaan.

Op je tong bijten, ook al bleven sommige kinderen hun ouders maar terroriseren. “Nee, nu vind ik die kleur weer niet leuk.” Dan bleef je vriendelijk, heen en weer lopend met dozen met een ander modelleke. Dat was ook de kick hoor, veel leuker dan als de verkoop vanzelf ging.

Klanten voor wie we niets naar hun smaak hadden tóch met een paar naar buiten laten gaan – en het liefst twee. Dan achterhaalde je via een omweg wat ze ook leuk vonden, een tactiek die ik van mijn tante afkeek. Een kordate dame, met veel humor. En charme, dat vooral ook. Als klant kon je haar amper weerstaan en maar lastig zonder aankoop naar huis gaan.’

Route naar de Top – In de serie ‘Route naar de top’ vragen we topbestuurders naar de weg die ze aflegden – van basisschool tot boardroom. Op zoek naar de lessen, blunders en adviezen die hen gevormd hebben. Lees hier alle gesprekken in de reeks.

Student handelsingenieur aan de KU Leuven – Je kunt altijd van koers veranderen, áltijd

‘Als klein meisje redde ik vogeltjes van een wisse dood, dus lange tijd zag ik mezelf dierenarts worden. Daarna astronaut, vervolgens bruggenbouwer. Een idee dat zonder aanleiding in me opkwam, zoals vaak bij mij – al was dit misschien niet zozeer mijn droom als wel die van mijn moeder.

Ze zag zo graag dat een van haar kinderen burgeringenieur werd, en ik wilde dat ze fier op me was. Maar al in de eerste week voelde ik: dit is niet mijn biotoop. Zat ik daar als new waver, getoupeerde haren, zwarte puntschoenen en minirok met spikes. Zelfs medestudenten zeiden vaak: “Maar jij past hier toch helemaal niet?”

Als de holderdebolder reden we naar het ziekenhuis, maar we waren te laat

Ik wilde overstappen naar handelsingenieur, net als mijn vader was, anders zou ik langzaam depri worden. Met een klein hartje en trillende stem belde ik mijn mama. Er gebeurde precies waar ik bang voor was. Een tirade, die thuis in het weekend nog eens over werd gedaan. “Ik kon wel blijven afzakken”, mopperde ze. Maar mijn oma – een eenvoudige arbeidersvrouw, acht kinderen grootgebracht – merkte vrij nuchter op: “Ach meiske, maar ge kunt altijd nog een frituur beginnen.”

Lees ook: De route naar de top van Hans Geels (Dille & Kamille): ‘Mijn hart zat potdicht, twee clowns openden het’

Ik was 21 jaar toen mijn leven kantelde. Voor mij is er een ‘ervoor’ en ‘erna.’ Een familiefeest, ik stond vrolijk te dansen toen een paar familieleden me apart namen. Er was iets met Didier gebeurd, mijn verloofde. Wat wisten ze niet precies, maar ze hadden de ambulance zien aankomen rijden.

Als de holderdebolder reden we naar het ziekenhuis, maar we waren te laat. Een motorongeluk. Uit de bocht gevlogen, tegen een huis geknald en ter plekke overleden. Onze toekomst samen, onze plannen – in één klap weg. Van de ene op de andere dag kreeg ik een hoop maturiteit, het diepe besef dat alles eindig is. Ook ineens.

Een emotionele rollercoaster volgde, mooie momenten, maar ook dalen van diep verdriet die niet iedereen begreep. Uiteindelijk heeft die rouw me ook sterker gemaakt. Van tegenslag raak ik niet zo snel meer van de wijs.’

Account executive bij reclamebureaus – Doe niets tegen je natuur in, want dat maakt je ongelukkig

‘Na mijn studie zag ik maar één droomjob voor me: werken bij een reclamebureau. Stiekem achterhaalde ik welk bureau voor Euro Shoe Group werkte en daar werd ik aangenomen. Maar ik had te veel Amerikaanse films gezien, denk ik, want het beeld van die hippe creatieven en de wij-samen-sfeer bleek enigszins geromantiseerd.

Toch heb ik daarna nog een eigen bureau gerund, samen met Peter, mijn eerste man die ik tijdens die reclamebaan had ontmoet. Zijn idee hoor, ik ging met ‘m mee. Niet vanwege het ondernemerschap, daar was ik met mijn 24 jaar te jong voor, maar vanwege hém, de romance.

Toen ik na een fout in een mailing tegen een klant uitviel, zei ik: “Haal me weg bij de klanten”

Leuke jaren, al stond het werk me steeds meer tegen. Die onnodige deadlinedruk, dat je de slaaf van je klanten bent. Je bent altijd de pineut. Gaat het goed, dan loopt de klant met de bloemetjes. Zo niet, dan krijg jij op je donder.

Ik werd steeds stouter. Toen ik na een fout in een mailing tegen een klant uitviel – “Wat moet ik nog meer doen dan crediteren en mijn excuses aanbieden? Op mijn knieën vallen voor je?” – zei ik tegen Peter: haal me weg bij de klanten. Die periode leerde me om niets tegen je natuur in te doen, omdat je daar alleen maar ongelukkig van wordt.’

Lees ook: De route naar de top van Angela Eijlander (SNS Bank): ‘Mijn bijnaam was ‘De draak van Apeldoorn’’

Marketingmanager en commercieel directeur bij Euro Shoe Group/Bristol – Maak tijd voor persoonlijk contact

‘In de tussentijd maakte ik vijf jaar een uitstap naar het familiebedrijf. Toen al was ik die reclamewereld beu. Ik solliciteerde bij mijn vader als marketingmanager en werd binnen vijf minuten aangenomen, zijn kortste sollicitatiegesprek ooit.

Een leerzame periode, zij-aan-zij met hem. Ik zag hoe hij het familiemens in het bedrijf bracht, het belang van persoonlijk contact – zonder allerlei managementtheorieën en ingewikkelde systemen. Ook aan mij vraagt-ie nog altijd: “En Lieske, hoe is het met de business?”. Wekelijks ging hij op winkelbezoek, even een praatje maken en kijken wat er speelde. Ontzettend waardevol, vind ik zelf ook nog steeds, al heb ik er helaas minder tijd voor dan mijn vader.

Een roerige tijd was het ook, veel wrijving binnen de familie omdat het bestuur in een formalisatiefase zat. Mijn vader had me nog voorgedragen als nieuwe ceo, maar het bestuur zag een familie-ceo niet meer zitten en het idee stierf stilletjes, zonder dat ik nog iets hoorde. Ze waren niet klaar voor mij, noch voor mijn ideeën.

Lees ook: De route naar de top van Annemarieke de Haan (Unilever): ‘Mijn perfectionisme zat me in de weg’

Ik herinner me een retraite die ik, als commercieel directeur, had georganiseerd. Onze reclameman, etaleur, vier salesmanagers en ik, samen op de hei. Lateraal werken en kritisch op elkaar zijn, dat zou onze nieuwe aanpak worden, gedreven door de signalen uit de winkels.

Alles hadden we uitgetekend, maar het managementteam stond op zijn zachtst gezegd niet te juichen. Na die presentatie ben ik op het matje geroepen en letterlijk kreeg ik naar mijn hoofd geslingerd: “Wie denken jullie wel dat jullie zijn?”

Kwaad dat ik was, maar het luidde ook het begin van het einde van mijn job in. Terug naar het reclamebureau dus. Pas twintig jaar verder realiseerde ik me: alles heeft zijn tijd, zoals ik zo nog zal vertellen.’

Eigenaar wellnesscentrum – Jouw reactie bepaalt de impact van pech op je leven

‘2006, een harde stop. Van alles. Mijn huwelijk, mijn baan bij het reclamebureau, mijn huis. Nog steeds denk ik: dat ik dat gedurfd heb. Ik ben een rusteloze ziel hè, langer dan tien jaar werk ik sowieso nergens.

Ik belandde in een vreemd vacuüm, wetende wat ik niet wilde. Maar ja, wat dan wél? Ik zocht mijn nieuwe pad in de extreme tegenhanger van die harde reclamebusiness, de esoterische hoek. Volgde opleidingen tot gezondheidstherapeut, shiatsumasseur, yoga- en pilatesdocent en herborist, wat tot mijn eigen wellnesscentrum leidde.

Die periode voelde als thuiskomen. Ja, ik bleef met mijn beide voeten op de grond staan, maar ontdekte wel dat je de verantwoordelijkheid voor je eigen geluk moet nemen. Sindsdien durf ik regelmatig naar mezelf te kijken: hoe voel ik me, wat heb ik nodig?

Natuurlijk, je kunt pech in het leven hebben – dat weet ik maar al te goed. Maar hoe groot de impact daarvan is, hangt af van hoe je erop reageert. Die opleidingen op zich zijn al een soort therapie, je komt jezelf enorm tegen. Ik kan ze iedereen aanraden.’

RvC-lid en ceo Bristol – Spreek de taal van de mensen die je wilt overtuigen

bristol winkel tielt
Een winkel van Bristol in het Belgische Tielt. Foto: Bristol

‘In 2016 herstelde mijn vader van een skiongeluk en volgde bij mij privé pilatesles. Op een dag zat hij voor me en zei: “Zeg, wil jij niet als derde generatie in de raad van commissarissen komen?” Ik hoefde niet lang na te denken.

Met mijn centrum leidde ik een stressloos bestaan, heerlijk in alle vrijheid. Maar ik begon de uitdaging te missen, de intellectuele vooral. Meteen was de passie terug. Het idee dat ik elke dag voortbouw op de creatie van mijn grootvader en zijn broer is zo bijzonder, dat voel je in je bloed.

De permanente kritiek van de RvC begon me te ontmoedigen

Maar op dat moment boterde het niet zo goed tussen de externe ceo en het management, met alle gevolgen van dien. Uiteindelijk heb ik mezelf kandidaat gesteld om de zaak over te nemen. Na veel overleg, ook met de familie, werd ik op 1 november 2017 benoemd, al was mijn oom tijdelijk nog ceo om mij eerst te laten wennen.

Natuurlijk besefte ik ook wel: ze zien me aankomen, die hippie van toen. Mijn eerste jaar was ook zwaar, ik had het echt onderschat. Vooral de complexiteit van de business, van het ontwerp tot de hele logistiek naar de winkels. Spijt heb ik nooit gehad, dat vind ik een verspilling van energie. Maar ik dacht wel regelmatig: oh jee, waar ben ik aan begonnen?

Lees ook: De route naar de top van Nadine Klokke (Knab): ‘Ik verlangde naar erkenning van mijn vader’

In 2018 trok ik aan de rem bij hr. Ik wilde een coach. Ook omdat ik vanuit mijn esoterische achtergrond besef dat je je zwakke kanten moet erkennen. Het werd Philippe Bailleur. Hij gaf me het inzicht de taal van de RvC te leren spreken als ik hen mee wilde krijgen, ‘hun’ indicatoren om aan te tonen dat we op de goede weg zaten.

Hun permanente kritiek begon me namelijk te ontmoedigen. Hij was het ook die waardestroom-mapping vanuit de leantheorie introduceerde. En jawel, daar is-ie alsnog, het lateraal werken. Dat heeft het bedrijf zo’n goed gedaan. Blijere mensen, minder frustratie. “Er is een wereld voor me opengegaan”, zoals een collega tegen me zei.

We zijn er nog niet, dat besef ik wel, want corona heeft ons keihard geraakt. Gelukkig zijn we de weg omhoog ingeslagen, maar ik sta wel continu in opperste staat van paraatheid. En dat is best vermoeiend. Zijn we nog goed bezig, wat verandert er? Nee, daar lig ik niet wakker van, maar dat doe ik wel van de wereld om ons heen.

Het nummer It’s the End of the World as We Know It van R.E.M. klinkt de laatste tijd vaak in mijn hoofd. Het klimaat, potverdikkie heel Europa staat in de brand, de oorlog in Oekraïne, de stijgende inflatie. We kunnen geen mensen vinden. Wanneer het houdt het op? Het zijn enge tijden en controle heeft niemand erover. Als yogajuf denk ik dan maar: doorademen en we zien wel waar we uitkomen.’