Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Het ego is een handicap voor managers

Ons ego is meer belemmerend dan we zelf denken, zeker op de werkvloer. Dat stelt psycholoog Roos Vonk. ‘Voor een manager is dit echt een handicap.’

Getty
Je leest nu: Het ego is een handicap voor managers

Je denkt vast dat je goed bent in het ontvangen en verwerken van kritiek. Maar als een collega naar je toekomt en zegt: ‘Dat project heb je echt helemaal verprutst’, ben jij het dan helemaal eens met je collega? Meestal niet. ‘Als je een fout maakt of negatieve feedback krijgt, springt je ego automatisch voor je in de bres. Als een soort van schild’, aldus Vonk.

Roos Vonk is hoogleraar psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen, doet wetenschappelijk onderzoek en spreekt regelmatig over onderwerpen als zelfkennis, motivatie, beïnvloeding en persoonlijke ontwikkeling. Ze schreef zes boeken over de menselijke psyche en is van plan om ‘nog zeker vier boeken te schrijven, want er zijn nog genoeg onderwerpen waarover ik wil vertellen’.

Ego als valkuil

Omdat managers een positie met autoriteit bekleden is ‘het ego’ voor hun nog schadelijker dan voor werknemers, volgens Vonk. ‘Denk aan de uitspraak ‘Machtige mannen en mooie vrouwen krijgen nooit de waarheid te horen’. Dat is weliswaar seksistisch geformuleerd, maar zo werkt het wel. Managers hebben een machtspositie, waardoor zij minder vaak de waarheid te horen krijgen dan anderen. Niemand wil natuurlijk hun reputatie verknallen bij de baas. Managers denken zelf vaak dat ze het doorhebben als mensen onoprecht zijn en alleen willen slijmen, maar in de praktijk valt dat tegen. Ze zijn zich natuurlijk alleen bewust van de keren dat ze het doorzagen, maar níet van alle keren dat ze erin tuinden. Dat is zonde, want elke keer dat je ego in de weg staat mis je een kans om te leren.’

Innerlijke criticus

Je ego links laat liggen is iets dat je kunt leren. ‘Start met het erkennen dat je maar een mens bent, net als iedereen. Want we zien de ego’s van anderen vaak wel, maar niet die van onszelf. Leer jezelf aan om als objectieve buitenstaander naar jezelf te kijken: hoe ziet je gedrag er dan uit? Daarmee spreek je je innerlijke criticus aan. Ook weer zoiets dat iedereen heeft, maar niet veel mensen gebruiken. Vrouwen zijn over het algemeen kritischer op zichzelf dan mannen, vooral als ze onzeker zijn. Je innerlijke criticus is dus erg sterk als je denkt: ‘ik ben dik en lelijk’. Maar de meeste mensen hebben juist een iets te rooskleurig beeld van zichzelf. Psychologisch gezond, maar juist als je tevreden bent over jezelf mag je best wat kritischer naar jezelf kijken. Als je dat kunt, dan heb je veel meer ruimte om dingen te leren en te groeien als mens en leider.’

Egogestuurde organisatie vs procesgerichte organisatie

De manier waarop je omgaat met kritiek heeft ook z’n uitwerking op het team dat je leidt. ‘Ben je erg prestatiegericht en niet zelfkritisch, dan werk je mee aan een organisatie die egogestuurd is. Waar iedereen wordt afgerekend op resultaten en waar niet naar het proces wordt gekeken. Waar de sfeer competitief is, mensen fouten niet durven toegeven en iedereen voor z’n eigen hachje rent. Daar ben ik absoluut geen voorstander van, omdat in die sfeer geen goede samenwerkingen mogelijk zijn en mensen niet van elkaar kunnen leren. En daarmee is ook geen innovatie of creativiteit mogelijk.’

Transformationeel leiderschap

Volgens Vonk kunnen bedrijven veel meer bereiken als ze transformationeel leiderschap stimuleren, onder managers maar ook werknemers. ‘Het is een vorm van leiderschap waarbij de leider als persoon centraal staat en een transformatie op gang brengt bij andere mensen door middel van inspiratie. Dat kun je niet leren of afdwingen, zoiets zit in de persoon. Wil je dit als organisatie stimuleren, dan moet je ervoor zorgen dat mensen beoordeeld worden op het proces, niet (alleen) op het resultaat. Dan moeten mensen fouten mogen maken en moet er een open sfeer zijn, waarbij mensen met elkaar durven sparren.’

Ondanks dat steeds meer bedrijven deze trend volgen, lijken vooral corporates moeite te hebben met de procesgerichte vorm van leiderschap. Er zijn meer regels nodig in een groot bedrijf. Logisch, want je moet een bepaalde structuur opbouwen met elkaar. ‘Deze manier van leidinggeven kost veel meer tijd, daarom zie je het minder bij corporates. Iedere idioot kan targets stellen en boe roepen als ze niet gehaald zijn, daar hoef je geen manager voor te zijn. Een goede manager kijkt verder en stopt tijd en energie in het begeleiden van de werknemers.’