Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De underdog als stimulans

In de race naar de top, is het makkelijk om enkel de haantjes te zien. Maar degenen die in de luwte zich een slag in de rondte werken, zou je als manager beter in de gaten moeten houden. 

Je leest nu: De underdog als stimulans

Ajax in de finale van de Champions League. De Engelse Fallon Sherrock die als eerste vrouw op het WK Darts van een man won. Underdogs hebben een hoge gunfactor, ze verrassen en doen het goed in bijvoorbeeld films, boeken én de sportwereld. Maar in het dagelijkse kantoorleven kost het meer moeite om ze te zien floreren.

Want waarom verder zoeken naar een geschikte kandidaat voor een promotie, als je al een extraverte medewerker hebt die altijd zijn woordje klaar heeft en goed werk levert? Het is makkelijk om als manager je aandacht te geven aan wie daar het meest om vraagt, maar die houding kan ook voor behoorlijk wat ontevredenheid binnen het team leiden.

Motivatie

Toch is de underdogpositie niet per se een negatieve houding. De Amerikaanse communicatieonderzoeker Abby Prestin van de University of California liet 248 studenten video’s zien waarin mensen zich ontworstelden uit hun milieu en een beter leven kregen. Studenten voelden zich na het zien van deze video’s geïnspireerd, gelukkiger en hoopvoller. De underdog kan dus ook dienen als stimulans voor een positieve mindset.

Onderzoek van Samir Nurmohamed van Universiteit van Pennsylvania laat bovendien zien dat medewerkers die zich ondergewaardeerd voelen, juist gemotiveerder zijn om hun manager het tegendeel te bewijzen. Nurmohamed vroeg bijna 400 medewerkers binnen een Amerikaanse bedrijf naar hun kijk op hun eigen rol: denken zij dat collega’s hen zien als underdogs?

Zeven weken later evalueerden de managers het werk van deze medewerkers. Wie de verwachting had door collega’s als underdog te worden gezien, presteerde volgens hun manager een stuk beter. 

Vervolgens voerde Nurmohamed een online test uit met 330 medewerkers, waar mensen zo snel mogelijk op bewegende cirkels moesten klikken. Na een opwarmrondje van 15 seconden, kregen zij een eerste evaluatie: hoog scorend, neutraal of underdog. Deze scores waren willekeurig uitgedeeld. Na een ‘echte’ ronde van vijf minuten, bleek dat de underdogs het beste scoorden. 

Makkelijke taken

Die prestatiedrang van de underdog betekent echter niet dat een manager daarop moet sturen. Er zijn immers genoeg mensen die juist falen, doordat ze in een underdogpositie zitten en niet goed met die druk om kunnen gaan. Een mogelijke verklaring voor de betere resultaten zou kunnen zijn dat vermeende ‘verliezers’ gemotiveerder raken om het tegendeel te bewijzen. Maar dat betekent niet dat daarop sturen ook per definitie meer succes oplevert.

Eline Huiberts onderzocht voor haar proefschrift aan de Universiteit Utrecht 55 deelnemers die ze ‘underdogverhalen’ liet lezen. Daarna kregen ze testen om hun prestaties te meten. De groep was inderdaad meer gemotiveerd én presteerde beter op makkelijke taken. Moeilijke, grote projecten werden daarentegen níet met meer enthousiasme aangepakt.