Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Vrijgevochten honkvast: waarom een beetje interim-CEO géén jobhopper is

Flexwerk heeft het afgelopen decennium een enorme vlucht genomen, en niet alleen aan de onderkant van de markt. Ook in de top van het bedrijfsleven is een bestaan als vliegende keep geen zeldzaamheid meer. Maar voor hoelang nog?

Interim-manager interim-CEO puzzelstuk Martin Barraud/Getty Images
Je leest nu: Vrijgevochten honkvast: waarom een beetje interim-CEO géén jobhopper is

Cas Disse (58) is al vrijwel zijn gehele loopbaan manager. Eerst in dienstverband, maar op zijn 36e maakte hij een rigoureuze draai. Na onenigheid met de aandeelhouders van het bedrijf waarvoor Disse werkte, besloot hij na zijn vertrek níet elders voor een nieuw contract te gaan. Liever zag hij ieder baantje voortaan als project. Sindsdien werkte hij als onder meer interim-ceo en -coo bij diverse organisaties, telkens voor ‘maar’ 1 tot 2 jaar.

Disse is lang niet de enige. De markt voor interim-management groeide de afgelopen jaren flink, zo schreef MT al in 2018. Uit onderzoek van ABN Amro uit 2019 bleek dat 94 procent van de Nederlandse interimbureaus zijn omzet de laatste 3 jaar zag stijgen, tot soms wel 35 procent. Het gros van de bureaus verwacht bovendien dat de groei nog wel even aanhoudt.

De populariteit van dit ‘c-level-flexwerken’ zit ‘m volgens Disse in de uitdaging die het werk biedt. ‘Iedere keer krijg je een duidelijke doelstelling mee. Het geeft voldoening om in die dynamiek telkens resultaten te behalen.’

Héél snel alle neuzen dezelfde kant op

Want als interim-topman je personeel meekrijgen, is nog een hele klus. Hoe enthousiasmeer je werknemers immers over jouw leiderschap, als iedereen weet dat je spoedig weer zult verkassen? Uiterst belangrijk is weten hoe een organisatie van beneden tot aan de top functioneert, zo stelt Disse. Zelf begon hij zijn carrière ooit als monteur en werkte zich op tot internationaal directeur. ‘Ik heb daardoor veel geleerd over alle lagen van het bedrijfsleven.’

Maar als kersverse interim-ceo heb je niet 100 dagen om daarachter te komen. Al na 3 weken moet je weten welk pad je bewandelt. In zo’n korte tijd alle neuzen dezelfde kant op krijgen, en ook nog eens leren hoe de organisatie functioneert, vergt een ontzettend sensitief vermogen, aldus Disse.

‘Bij binnenkomst zorg ik er altijd voor dat ik geïntroduceerd word, door bijvoorbeeld de aandeelhouder. Ik vertel dan in mijn eigen woorden wat ik kom doen. Daarna ga ik de interviewfase in. Wekenlang spreek ik medewerkers over wat zij vinden van de organisatie. Het hoofd magazijn verschaft je soms meer informatie dan een manager of directeur. Na de interviewperiode laat ik de organisatie in een presentatie duidelijk zien dat ik geluisterd heb.’

‘Je moet geduld en rust hebben’

De vrijgevochten manager Disse ziet de laatste jaren ook veel dertigers zijn voorbeeld volgen, met name in de it-branche. ‘Ik coach veel academisch geschoolde gasten, die in een bepaalde leercurve terecht zijn gekomen en heel snel breed ervaring opdoen’, zegt Disse. ‘Zulke mensen belanden vaak in een eenzijdige omgeving. Ze willen weten waar ze in de volle breedte hun kennis kwijt kunnen. Nou, door steeds een nieuw project aan te pakken bij andere organisaties.’

Die interimmers lijken soms langs vliegende meeuwen, die de boel onderschijten en weer verder vliegen

Een van die ‘jonkies’ is Peter-Willem van Lindenberg (39), die sinds 6 jaar als interim-cfo werkt. Hij fungeerde voor drie verschillende gemeentes als tijdelijke financiële topman. De afwisseling van het jobhoppen, daar gaat het hem om. ‘Je leert continu bij, in verschillende organisaties.’

Toch denkt Van Lindenberg niet dat twintigers en dertigers massaal voor het zelfstandige interim-bestaan zouden moeten kiezen. ‘Je hebt zeker 10 tot 15 jaar ervaring nodig, om überhaupt gevraagd te worden. Ik begon mijn carrière al op mijn 22e bij KPMG, en bouwde zo veel ervaring op. Je moet geduld en rust hebben om dit werk te doen. Ik zie interimmers die razendsnel van plek naar plek gaan, maar daar helpen zij organisaties niet verder mee. Het lijken soms langs vliegende meeuwen, die de boel onderschijten en weer verder vliegen.’

Het nut van de thuisbasis

Van Lindenberg raadt interim-managers aan een ‘thuisbasis’ te creëren. Zodra je klus afgerond is, heb je dan een honk om op terug te vallen. Zelf is hij ook algemeen directeur van Bisnez, een bureau voor consultancy en interim-management dat afgelopen jaar als de op twee na beste uit de vergelijkingstest van MT1000 rolde. Omdat er zo’n zestig medewerkers bij Bisnez werken, heeft Van Lindenberg naar eigen zeggen tijd om af en toe ‘een grotere interimopdracht op te pakken’, in zijn geval vrijwel altijd een financiële topfunctie bij een grote gemeente. Dat doet hij dan tweeënhalf tot vier dagen per week.

De twee rollen zijn voor Van Lindenberg prima te combineren. Op de dagen dat hij cfo bij de gemeente is, wordt hij ook weleens gebeld met zaken voor Bisnez. Dan neemt hij simpelweg op en geeft antwoord. Klaar. Het besturen van Bisnez laat hij op zijn interim-dagen over aan het managementteam. Wel let Van Lindenberg erop dat hij als gemeentelijk cfo nooit een klus geeft aan iemand van Bisnez.

Bijkomend voordeel van zo’n dubbelrol als directeur en interim-topman is dat hij met zijn poten in de modder blijft staan. ‘Met Bisnez werken we veel voor gemeenten, ik wil feeling houden met wat er in deze organisaties gebeurt.’

Permanente educatie

Als de 58-jarige interim-veteraan Disse een interimklus aanneemt, doet hij dat doorgaans voor 4 dagen per week. Op de vijfde werkdag onderhoudt hij zijn netwerk, om ervoor te zorgen dat hij na zijn interim-klus weer een nieuwe opdracht heeft. Ook blokt hij ieder jaar 3 tot 4 weken in voor het volgen van masterclasses. Dan schuift hij aan in de schoolbanken van businesschool Nyenrode, om alles te leren over bijvoorbeeld kunstmatige intelligentie, financiën of het Internet of Things.

‘Kies je voor dit vak, dan kies je voor permanente educatie’, meent Disse. ‘Als ceo moet je van veel verschillende zaken up-to-date-kennis hebben. Over technische ontwikkelingen bijvoorbeeld. Je moet organisaties immers klaarstomen voor de toekomst. Ook moet je cijfermatige kennis hebben, om de financiële basis van ieder bedrijf te kunnen bepalen. Daarnaast heb je marktgerichte kennis nodig, om te weten hoe je met ieder bedrijf het beste producten kunt verkopen. En denk ook eens aan vakkennis over bedrijfssystemen. Vaak gaan bedrijven ten onder doordat ze de verkeerde systemen aanschaffen.’

Prijskaartje van een interim-CEO

Per cursus tikt Disse zo’n 1.000 tot 6.000 euro af. Geen misselijk bedrag. Een goede interim-manager berekent dit volgens hem terug in het uurtarief. Bij de opstelling van dit tarief houden zelfstandige interim-managers bovendien rekening met het altijd aanwezige risico dat ze na een klus tijdelijk zonder werk zitten. De aan te raden dagtarieven voor professionals zijn door deze twee factoren niet mals: serieuze interim-managers vragen volgens Disse zo’n 1.200 tot 1.800 euro per dag, afhangend van hoe ingewikkeld het project is. Dit komt, verdeeld over 8 uren, neer op een uurtarief van 150 tot 225 euro. 

Prijskaartje voor een c-level-interimmer? ‘Zo’n 1.200 tot 1.800 euro per dag’

Interessant is ook dat de loonkloof tussen mannen en vrouwen onder interimmers kleiner lijkt dan gemiddeld. Het Belgische consultancybureau Maertens & Partners claimt zelfs dat vrouwelijke interim-managers ‘steevast hetzelfde tarief’ krijgen als mannen in vergelijkbare functies. Frank van Veen, oprichter van het speciaal op vrouwen gerichte interimbureau & Female Capital, nuanceert: hij merkt in de praktijk juist dat vrouwelijke interim-managers gemiddeld genomen veel sneller dan hun mannelijke collega’s denken dat ze te duur zijn. ‘Veel vrouwen denken bijvoorbeeld dat ze met 130 tot 150 euro per uur al aan de hoge kant zitten, terwijl veel mannen gemakkelijk 170 euro per uur vragen.’

Flexibilisering van de arbeidsmarkt

Kijkend naar het gemiddelde uurtarief voor een interim-manager, gaat het dan alsnog om de bovenkant van de markt. In het zogeheten middensegment ligt het gangbare tarief iets lager. Door de groeiende vraag in de markt en het succes van de interimbureaus daalde het uurtarief van een interim-manager de afgelopen 8 jaar met 20 euro, naar ‘slechts’ 121 euro per uur, blijkt uit de studie van ABN Amro.

Volgens Van Lindenberg heeft dat alles van doen met de toegenomen flexibilisering van de arbeidsmarkt. ‘Een deel van de interimmers is zzp’er geworden, omdat het door de Belastingdienst fiscaal aantrekkelijk is gemaakt om zelfstandig te worden. Bedenk maar: in 2001 waren er nog 70.000 zzp’ers in Nederland en inmiddels zijn het er al 1,3 miljoen.’ De markt is bovendien versnipperd, merkt Van Lindenberg op: aan de bovenkant zie je veel serieuze interim-managers op c-level-niveau, terwijl de onderkant een allegaartje is van projectmanagers, die van klus naar klus hoppen.

‘Aantal klussen gaan afnemen’

De markt zit op zijn hoogtepunt, schat Van Lindenberg in. ‘Als zelfstandige werken wordt nu weer minder aantrekkelijk gemaakt. Bovendien is er het advies van de commissie-Borstlap, om de flexibilisering van de arbeidsmarkt flink terug te dringen. Ik denk dat het aantal klussen in alle segmenten van deze markt af zal nemen. Het verschil is dat de top wel een tijdje zonder werk kan en de onderkant niet.’

Interim-bestuurders zijn ook meestal niet de jongsten, blijkt uit onderzoek van interimbureau Schaekel & Partners uit 2019. De gemiddelde interim-manager zit met 54 jaar iets onder de leeftijd van de 58-jarige Disse. Van die interim-managers is lang niet iedereen even verzot op hun contractloos bestaan. Headhunter Frank van der Linden (59) ziet ze vaak genoeg voorbij komen: seniore topmanagers die lang bij een bedrijf hebben gewerkt, maar hun dienstverband beëindigd zien worden.

Het liefst gaan ze in vast dienstverband bij een ander bedrijf, maar hun kansen daarop zijn geslonken omdat ze inmiddels links en rechts zijn ingehaald door een jongere generatie. ‘In het begin ben je nog hot’, aldus Van der Linden. ‘Door je ervaring en je netwerk krijg je gemakkelijk een eerste opdracht. Een vervolgklus lukt ook nog wel, maar houd je je netwerk niet warm, dan droogt het al snel op. En dan wordt het treurig.’