Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

Dommel Valley

Je leest nu: Dommel Valley

Philips maakte Eindhoven groot, maar inmiddels kan de stad uitstekend op eigen benen staan. De lichtstad heeft de potentie om uit te groeien tot het Europese epicentrum voor embedded software. “Maar als we niet opletten, is deze kans zo voorbij.”

Het kon niet uitblijven. Na een minutenlange lofzang op de economische successen van de Eindhovense regio moet Jan Smeekes, directeur van de NV Rede, tenslotte wel bij de Olympische Spelen uitkomen. “Weet je in welke provincie de meeste gouden medailles terechtkwamen? Noord-Brabant! Nergens is er zo'n hoog percentage van het aantal medailles gedeeld door het aantal bewoners! Eén gouden medaille op elke 80.000 mensen!” Het lijkt een kwestie van tijd voordat Smeekes ook nog het landskampioenschap van PSV ter sprake brengt, maar hij houdt zich in.

Het gaat crescendo met Eindhoven en de Eindhovenaren, en eigenlijk zijn ze daar best trots op. Al houdt de spreekwoordelijke Brabantse bescheidenheid ze tegen om het van de daken te schreeuwen. Smeekes heeft zojuist verse cijfers naar buiten gebracht: de omzet van het bedrijfsleven groeide vorig jaar met 9,4 procent (landelijk cijfer: 5,6), de export steeg met 18,1 procent (landelijk 8,5) en de werkgelegenheid met 4,3 (landelijk 3,3). De werkloosheid is met 1,7 procent van de beroepsbevolking uitgekomen op een historisch laagtepunt, een van de laagste percentages van Nederland.

Vooral dat werkloosheidscijfer is opvallend. Niet al te lang geleden kwam de regio met name in het nieuws vanwege de fabriekssluitingen en saneringen bij Philips en DAF Trucks. Blijkbaar is het arbeidspotentieel dat verloren ging, omgezet in nieuwe grondstof voor de economische machine. Smeekes' NV Rede heeft daarbij een rol gespeeld: de NV (die in werkelijkheid een bv is) exploiteert vijf bedrijfsverzamelgebouwen voor startende en doorstartende bedrijven. In een grijs verleden is de vennootschap door de gemeente Eindhoven en een aantal buurgemeenten opgezet als een legbatterij voor nieuwe ondernemingen. “Maar we werken nu al jarenlang op puur commerciële basis,” zegt Smeekes. “Van de bedrijven in onze centra slaagt 85 procent. En 85 procent daarvan vestigt zich in de regio. Deze cijfers zijn al jarenlang constant.”

Vliegwiel
Waar komt deze, als je de cijfers moet geloven, blakende welstand uit voort? Wat is de sleutel van het succes? Smeekes noemt het een 'totaalpakket'. Er is de Technische Universiteit, samen met de immens grote hogeschool Fontys en een aantal gespecialiseerde opleidingen zoals de Design Academy. Er is de industrie; niet alleen Philips en ASML, maar ook een handvol beloftevolle middelgrote bedrijven. Niet voor niets heeft TNO Industrie een half jaar geleden zijn boeltje in Delft gepakt en is hierheen verkast. En voor de toekomst niet oninteressant: een aantal belangrijke speerpunttechnieken is hier goed vertegenwoordigd. Smeekes noemt als voorbeeld mechatronica, embedded software en medische technologie.

Een vergelijkbaar verhaal hoor je op meerdere plaatsen. Twee dingen komen er steeds in terug: de hoogopgeleide beroepsbevolking en de aanwezigheid van de industriële bedrijven (waar de technici emplooi vinden, en die elkaar onderling als klant hebben). De rest is de aanzuigende werking van het vliegwiel.

In de ongeveer acht jaar dat Jan Willem Wolters van CMG in Eindhoven werkt, heeft hij de ontwikkelingen van nabij meegemaakt. “Er zit historisch gezien een parallelle beweging in. Begin vorige eeuw kwam Philips hier naartoe vanwege de goedkope arbeidskrachten. Dat heeft geleid tot de aanwezigheid van de gunstige arbeidsmarktomstandigheden, met name de aanwezigheid van goed opgeleide technici. Als gevolg daarvan komen hier opnieuw bedrijven heen die daarvan willen profiteren. Plus niet te vergeten de aanwezigheid van klanten zoals Philips. De industriële revolutie wordt nu in feite omgeturnd naar een informatierevolutie.”

Het kantoor van CMG staat tegenover de luchthaven Eindhoven Airport, waar het ene na het andere kantoorpand uit de grond verrijst. Veel van de landelijke ict-bedrijven hebben hier grote vestigingen. Vooral laboratoria waar men zich bezighoudt met embedded software zijn goed vertegenwoordigd. Wolters: “Het belang van technische software en embedded systemen voor de regio kan moeilijk worden overschat.” In december vorig jaar maakte de gemeente bekend dat de Eindhovense ict-sector in vijf jaar tijd was verdubbeld. Met een aandeel van 7,9 procent ict-werkers in de totale werkgelegenheid zou de regio bovenaan staan in Nederland. Dat was overigens vóór de crash in de sector, maar volgens een woordvoerder van de gemeente is de ict-malaise grotendeels aan de stad voorbij gegaan. Over recente cijfers waaruit dat zou blijken, beschikken echter gemeente noch NV Rede.

Britse humor
Aan de brede Noord-Brabantlaan, één van die Eindhovense verkeersaders die 's ochtends en 's avonds langdurig verstopt zijn, staat het pand van zo'n snel groeiend softwarebedrijf: Mountside. En al doet de naam anders vermoeden, het is een product van de platte Brabantse zandgrond. De Britse softwareschrijver Robert Howe werkte ooit in Eindhoven voor Philips, en kreeg op een dag de kans om zijn werk als freelancer voort te zetten.
Maar dan moest hij zich wel als 'bedrijf' in het handelsregister laten opnemen. Uit een Engelse bedrijvendatabank kon hij onder meer kiezen uit de namen 'Lakeside Computers', 'Riverside Computers' en 'Mountside Computers'. Britse humor deed de rest.

De naam is enigszins 'out of place', maar de locatie van het bedrijf is geen toeval. “Eindhoven is hét technische hart van Nederland,” meent Menno Jongsma, commercieel manager van Mountside. “Van de markt voor technische en industriële software is op zijn minst 60 procent hier te vinden.” In de twaalf jaar van zijn bestaan heeft Mountside zich ontwikkeld tot een specialist op het gebied van software engineering, dat wil zeggen het vervaardigen van de programmatuur die nodig is om machines aan te sturen. Doorgaans gaat het om grote apparaten die uiterst secure instructies moeten verrichten, niet zelden in een razend tempo. Jongsma noemt geautomatiseerde draai- en freesbanken, assemblagelijnen voor het solderen van computeronderdelen, ovens om platen met computerchips te bakken, en zware elektronenmicroscopen. Deze apparaten hebben één ding gemeen: ze hebben software nodig die enorme hoeveelheden instructies realtime moet verwerken, en die nooit mag vastlopen.

Assembléon, Heidenhain, FEI, ASMI en andere namen op de klantenlijst van Mountside hebben nóg een gemeenschappelijk kenmerk. Stuk voor stuk zijn het voormalige Philips-onderdelen, inmiddels verzelfstandigd. Zo doet zich het curieuze feit voor dat een ex-Philipswerknemer (Howe) zijn bedrijf heeft opgebouwd rond ex-Philipsklanten.

Dat is Eindhoven ten voeten uit. Decennialang domineerde de elektronicagigant het economische landschap. Van alle bedrijfsmatige r&d die in Nederland werd verricht, kwam meer dan de helft voor rekening van Philips (dat cijfer ligt tegenwoordig overigens nauwelijks lager). Toen Philips overging tot het afstoten van bedrijven en ontslaan van mensen, gingen die op eigen voet verder. En, zo wordt hier van diverse kanten gemompeld, die bedrijven gingen winst maken zodra ze van het juk van Philips bevrijd waren. Het meest prominente voorbeeld daarvan is natuurlijk ASML in Veldhoven, aan de andere kant van de Noord-Brabantlaan. Het is een onbewezen stelling, maar waarschijnlijk zijn de slechte jaren van Philips op langere termijn een enorme economische impuls voor de regio geweest.

Mechatronica
Bij ASML en verschillende klanten van Mountside, dat onlangs werd overgenomen door Internatio-Müller, praat je over een industriesector met de naam mechatronica. Het woord staat in het algemeen voor die bedrijvigheid waarbij producten en productieprocessen zeer nauwkeurig met sensoren en actuatoren worden bestuurd. De populaire benaming voor de daarbij gebruikte programmatuur is embedded software, maar dat is niet helemaal juist. Bij embedded software gaat het vooral om chips die in een apparaat (zoals een videorecorder of robothondje) verwerkt zitten.
Productiemachines worden doorgaans aangestuurd door robuuste pc's die communiceren met talloze sensoren, maar die niet ín het apparaat zelf zitten. Meestal wordt daarom de algemenere term technische software of software engineering gebruikt.

Mechatronica en technische software worden door velen beschouwd als een belangrijke sleutel voor de verdere ontwikkeling van de Eindhovense regio. De belangrijkste concurrentie komt daarbij uit andere delen van Europa en daarbuiten. In Oost-Europa kunnen dezelfde fabrieken worden neergezet als hier, terwijl de arbeid er veel goedkoper is. Om zich te onderscheiden moet Eindhoven hoogwaardige industrieproducten maken, dat wil zeggen producten waarin de software een grotere rol speelt.

Joris van den Aker van de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM) onderkent het probleem. “Met software kan meer flexibiliteit in een bepaalde machine worden ingebouwd,” zegt hij. “Als dezelfde functies met hardware zouden moeten worden gedaan, zou dat veel duurder worden.” Klanten willen 'intelligente' machines die makkelijk aan te passen zijn aan gewijzigde omstandigheden.

Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstig. Hard- en software waren tot nu toe gescheiden werelden. Bedrijven die van oudsher met hardware bezig zijn, hebben vaak moeite om software op te nemen in hun productontwikkeling. Sinds kort heeft de BOM daarom een regionaal samenwerkingsproject (in de woorden van Van den Aker een 'structuurversterkend initiatief') opgetuigd onder de naam Intelligent Systems Valley.

Deelnemers in het project zijn ASML, Philips Medical Systems, Océ Technologies, Stork Digital Imaging en ICT Automatisering. In het najaar wil BOM ook een project starten voor het mkb. Van den Aker: “Hardware en elektrotechniek, dat beheersen ze in Polen ook. Als je met standaardproducten moet concurreren op loonkosten, heb je een probleem. Hoogwaardige, kennisintensieve producten zorgen voor onderscheidend vermogen en zijn moeilijk te kopiëren.”

De combinatie van hard- en software heeft meer toegevoegde waarde en daarmee een groter economisch potentieel. De bedoeling is dat door de wisselwerking met de machinebouwers in Eindhoven een geavanceerde vorm van informatica (technische software) tot bloei komt. Binnen Europa is Eindhoven nu al een van de belangrijkste centra op dit gebied. Doorgroeien naar een mondiale koppositie, dát is waar de regionale bestuurders graag over dagdromen.

Kennisuitwisseling
De grote campus van de Technische Universiteit beslaat een belangrijk deel van het centrum van Eindhoven. Samen met de enorme industrieterreinen van Philips (die overigens druk bezig is om ze deels af te stoten) wordt de stad hierdoor op een merkwaardige manier in stukken gehakt. Het is alsof de planologie van Eindhoven om Philips en de TUE draait, en de overige wijken er lukraak omheen zijn gedrapeerd.

In zijn werkkamer op de TUE-campus formuleert prof. dr. Martin Rem, de rector-magnificus, het belang van embedded software op een andere manier. Als er één sector is op het gebied van de informatica waar Nederland internationaal nog een woordje kan meespreken, dan is deze het. “Maar dan moeten we die kans niet laten lopen.”

Hoe ging het tenslotte in het verleden? “In de jaren vijftig was er in ons land een gezonde computerindustrie, maar daar is niks van overgebleven. Op het gebied van de pakketsoftware hebben we vervolgens ook de boot gemist. Alles op dat gebied komt uit de Verenigde Staten. Embedded software is echter een veelbelovend, sterk groeiend gebied. Het is een techniek die heel specifieke eisen stelt: een embedded systeem mag het bijvoorbeeld nooit begeven, anders dan de software die in pc's zit.

Op dit moment spreekt Nederland nog een aardig woordje mee op de wereldmarkt. Met onze goedopgeleide bevolking zijn we het aan onze stand verplicht om mee te blijven doen. Maar als we niet opletten, is deze kans zo voorbij. Dan komt ook alle embedded software binnenkort uit Californië.”

Rem heeft een aantal initiatieven in gedachten, zoals een betere samenwerking tussen de gespecialiseerde instituten in Eindhoven, Twente en Delft. “Die vullen elkaar behoorlijk goed aan.” Daarnaast zou het ook mooi zijn als er actievere steun kwam vanuit het ministerie van Economische Zaken, met name natuurlijk financiële steun.

Zelf gaat Rem actief een bijdrage leveren aan de ontwikkeling van de sector. Nu zijn rectoraat per 1 september afloopt, wordt hij directeur van het Eindhoven Embedded Systems Institute (EESI), een door de TUE opgericht onderzoeksinstituut. In de afgelopen jaren heeft het EESI zich ontwikkeld tot een van de meest vooraanstaande onderzoekscentra op het gebied van de technische software, met ruim vijftien hoogleraren en veertig andere onderzoekers in dienst. Rem: “Het rectoraat doe je vijf jaar, en die tijd is nu om. Van oorsprong is mijn vakgebied de technische informatica. Het EESI is daarom voor mij een enorme nieuwe uitdaging. We hebben bovendien allerlei plannen om het werk van het instituut verder uit te bouwen.” Om dat te realiseren wordt het EESI verzelfstandigd en worden de banden met het bedrijfsleven aangehaald. Er zijn immers genoeg bedrijven in de regio te vinden die baat hebben bij kennisuitwisseling.

Netwerkmaatschappij
De verzelfstandiging van EESI past in een sterke traditie bij de Technische Universiteit: het aangaan van samenwerkingen met bedrijven en instellingen. De lijst van initiatieven waarin de TUE een rol speelt is lang. Het economische landschap van Eindhoven kent een enorme wirwar van projecten waarin bedrijven, overheden en kennisinstellingen in steeds wisselende samenstelling met elkaar optrekken, van 'Kennispoort' tot 'Kenniswijk' en van 'Eurandom' tot 'Eutechpark'. Het lijkt alsof men elkaar voortdurend ontmoet, en samen neerstrijkt in commissies en besturen om bepaalde onderdelen van de economie en wetenschap te versterken.

Professor Rem is geen Eindhovenaar, maar hem als buitenstaander “is het ook opgevallen hoe actief het netwerkgedrag hier is.” Hij heeft er twee verklaringen voor. “In het algemeen kun je zeggen dat Brabant een sterke netwerkmaatschappij is. Men kent elkaar onderling. De bereidheid om elkaar te helpen is groot. Als er iets moet gebeuren, is de gemeenschap binnen een mum van tijd gemobiliseerd.” De andere verklaring geldt specifiek voor embedded software en mechatronica. “Wat dat betreft heeft Philips een verbindende rol gespeeld. Veel bedrijven die daarmee bezig zijn, zijn afkomstig uit het Philips-netwerk. Men weet van elkaar waar men mee bezig is en kent elkaars problemen.”

Ook Menno Jongsma van Mountside ziet om zich heen hoe bedrijven en instanties samenwerkingen aangaan. Hij vult Rem aan: “De ontwikkeling van technische software stelt specifieke eisen. Om in staat te zijn software te ontwikkelen voor een bepaalde machine, moet je het apparaat tot in detail doorgronden. Dat vereist een stabiele, langdurige samenwerking tussen leverancier en klant.” De bedrijven in de regio beseffen dat.
Bovendien is dit soort systemen vaak opgebouwd uit allerlei componenten, afkomstig van verschillende leveranciers. “Om tot een werkend geheel te komen, is het van belang dat de bedrijven samen optrekken.”

Jan Smeekes van NV Rede: “Je kunt rustig zeggen dat de werkgeversverenigingen en bedrijfsnetwerken hier in Eindhoven zeer actief zijn. Dat betekent dat je elkaar dus regelmatig tegenkomt. De belangen van de verschillende betrokkenen liggen in elkaars verlengde. Allemaal hebben we baat bij een verdere technologische en economische ontwikkeling. Als we tegen elkaar zeggen dat, ik noem maar wat, bio-engineering hier toekomst heeft, dan zetten we daar allemaal onze schouders onder. We kennen elkaars drijfveren.”

Dommel Valley
Cor Boonstra gruwde van het Brabantse netwerkcultuurtje en verplaatste (mede) om die reden het hoofdkantoor van Philips naar Amsterdam. Maar het lijkt erop dat de netwerken, in een gunstige combinatie met industrie en technische software, ten grondslag liggen aan de verdere ontwikkeling van de regio Eindhoven. Al ligt er wél nog een aantal pijnlijke knelpunten op tafel. Zoals de onbereikbaarheid (buitengewoon verstopte wegen, zelfs voor Nederlandse begrippen, plus een klein vliegveld). En niet te vergeten de compleet afgegraasde arbeidsmarkt.

Veel bedrijven gaan voor het werven van nieuwe technici inmiddels tot ver over de Nederlandse grenzen. Naast Nederlands klinkt dan ook steeds vaker Engels, Duits, Russisch en Zuid-Afrikaans in 'Dommel Valley', zoals dit ict-gebied ook wel wordt genoemd naar het riviertje dat er stroomt. Een even ambitieuze als bescheiden, en daarmee even terechte naam.

Regio Eindhoven

709.000 inwoners
331.000 arbeidspotentieel
23,8 % werknemers werkzaam in industrie (landelijk: 16,2 %)
23.500 studenten (5500 TUE, 18.000 Fontys Hogescholen)
22.000 werknemers ict-bedrijven
1726 ict-bedrijven

Cijfers over 2000; bron: NV Rede

Eigen afslag voor Philips Campus

Tussen Eindhoven en Waalre, met een eigen afslag aan de snelweg, bouwt Philips een ook voor internationale begrippen gigantisch r&d-centrum. Van Philips High Tech Campus wordt een aanzienlijke impuls verwacht voor verdere technologische ontwikkeling van de regio. Er komen dertig gebouwen te staan op zeventien hectare. Investering: 900 miljoen gulden. Toekomstig aantal arbeidsplaatsen: achtduizend. Naar verwachting wordt het project in 2005 afgerond. Enige probleem: de files op de A2, die nu al de spuigaten uitlopen. Moeten al die achtduizend onderzoekers op de fiets komen?

Samen aan de slag

Sômen
Typisch Brabants: talrijk zijn de ondersteunende initiatieven en projecten waarin de lokale bedrijven, overheden en kennisinstellingen samenwerken.

Digitolk
(Buurtwerk Eindhoven/Regio Eindhoven Digitaal/Nieuw Werk)
Internetplekken in buurthuizen, pc-cursussen voor bewoners.

Eurandom
(TUE/overheden)
Onderzoekscentrum voor toegepaste wiskunde.

Eutechpark
(TUE/BOM/bedrijven)
Starterscentrum voor innovatieve bedrijven.

Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV)
(15 bedrijven/overheden/universiteiten)
Kruising tussen bus- en tramlijn verbindt Eindhoven Centrum, vliegveld en Veldhoven.

Kennispoort
(TUE/TNO/Kamer van Koophandel)
Bedrijvencentrum op terrein TUE, vlakbij centraal station.

Kenniswijk
(tientallen bedrijven, overheden, TUE)
Plan om 48.000 bewoners van Eindhoven en Helmond op de elektronische snelweg aan te sluiten en innovatieve diensten te ontwikkelen.

Regio Eindhoven Digitaal (RED)
(bedrijven, TUE, Fontys, Kamer van Koophandel)
Platform voor discussies over de digitalisering van de regio.

United Brains
(TUE/Fontys/Design Academy)
Centrum voor toegepaste wetenschap.

VirTUE
(TUE/gemeente/20 bedrijven)

Experiment met elektronische diensten onder de universiteitsgemeenschap.