Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De strijd tussen e-betaalsystemen

Je leest nu: De strijd tussen e-betaalsystemen

Veel ondernemers willen wel online handel drijven, maar hoe krijgen ze hun geld? Ondanks talloze experimenten met internetkassa's blijft veilig betalen een zorgenkindje. Over marktacceptatie en strijd tussen de verschillende systemen. “Aan PIN-betalen is ook tien jaar ontwikkelingswerk voorafgegaan.”

Ten aanzien van betalen op internet leven er enkele hardnekkige mythes, die desondanks iedere keer opnieuw worden rondgebazuind. Zo zijn er de banken die beweren dat een veilig, algemeen geaccepteerd betaalsysteem voor de deur staat. 'Binnenkort', roepen ze, 'komen we met het onfeilbare systeem'. Dat beloven ze al minstens vijf jaar en na een reeks pilots, tests, aankondigingen, afkondigingen en evaluaties zijn we eigenlijk nauwelijks een stap verder. Een ding is zeker: een 'killer'-systeem komt er voorlopig niet.
Aan de andere kant leeft er bij de consumenten ook een mythe, namelijk dat betalen via internet onveilig is. Waarom deze angst zo hardnekkig blijft bestaan, is niet helemaal duidelijk. Niet dat er geen creditcardnummers gestolen worden, want dat gebeurt wel degelijk. Je kunt zelfs op internet software downloaden waarmee nummers en vervaldata kunnen worden gegenereerd. Maar de consument die op zijn rekeningoverzicht een verdachte transactie tegenkomt, kan eenvoudig bij de creditcardmaatschappij aan de bel gaan hangen en het geld terugclaimen: de zogeheten chargeback. Het risico ligt niet bij de klant maar in de eerste plaats bij de winkelier, die de plicht heeft om te bewijzen dat de betreffende klant inderdaad het product besteld en gekregen heeft.
Als web-winkelier loop je dus wel degelijk het risico dat je spullen levert maar nooit je geld ziet. Je moet goed weten wat je doet. Maar éérst zou je jezelf moeten afvragen of het werkelijk nodig is om mee te doen met de hype getiteld 'betalen via internet'.

Betalen via internet, voor wie eigenlijk?
Ja, dat is misschien een domme vraag, maar waarom zouden we eigenlijk willen betalen en betalingen mogelijk maken via internet?
Neem bijvoorbeeld de internetwinkel Bol.com, bekend van zijn bolle blauwe mannetjes en vrouwtjes in de tv-reclame. We hebben het over een van de best lopende webwinkels van Nederland. Je kunt bij Bol met een creditcard betalen, maar veel gangbaarder is het gebruik van een doodgewone acceptgiro. Niks betalen via internet, dus. Als de webwinkel van het grote Bertelsmann het al zo oplost, waarom zou een beginnende internetwinkelier dan nog moeilijk doen?

Betalen via internet is al jarenlang een belofte. Volgens het gedroomde ideaalbeeld moet de begerige surfer zowel de aankoop als de betaling met een paar klikjes kunnen regelen. Het voordeel voor de ondernemer is: meteen boter bij de vis en dus minder debiteurenrisico's. Bovendien krijgt hij digitaal aangeleverde betaalgegevens en dat is handig voor de administratie. Ongeveer hetzelfde verhaal gaat op in het business to business-segment. Internet is nu eenmaal een uitstekend medium voor prijsvergelijkingen. Zou het niet handig zijn om op internet de goedkoopste partij onderdelen (of de goedkoopste diensten) te kunnen uitzoeken, en aankoop en betaling in één keer te regelen?
Maar hoe 21e-eeuws de b2b-sites zichzelf ook graag presenteren, als het op betalen aankomt, wordt de 20e-eeuwse factuur uit de kast gehaald. En laten we eerlijk zijn: de 'ouderwetse' methodes zoals acceptgiro, factuur en rembours werken uitstekend – vooral als het om binnenlandse transacties gaat. Tegenover het risico dat een acceptgiro niet wordt betaald, staat het risico dat een creditcardnummer vals blijkt te zijn. Plus het nadeel van de provisie bij creditcardtransacties.

Waarom het toch zin heeft om stil te staan bij betalen via internet? Omdat er nog steeds hoop bestaat op een veilig, breed geaccepteerd en goedkoop systeem waarmee het maken van acceptgiro's en facturen niet meer nodig zal zijn. En omdat de handel op internet (zeker nu we de euro hebben) steeds internationaler wordt, is het 'zicht' op de handelspartner minder duidelijk. Bovendien komen er nieuwe technieken en diensten zoals e-billing en betalen per mobiele telefoon.
Maar laten we beginnen met de meest bekende vorm van online geldverkeer: de digitale pegels in de internetwinkel.

De webwinkel: wat zijn de belangrijkste systemen?
Twee klachten hoor je vaak over het plaatsen van een digitale kassa in een internetwinkel. De ene is dat er veel verschillende systemen zijn, zodat de winkelier door de bomen het bos niet meer ziet. De andere is dat het installeren van een betaalsysteem ingewikkeld is. Beide klachten worden minder urgent als het digitale betalingsverkeer wordt uitbesteed, wat een gangbare praktijk op internet is. Maar ook in dat geval moet een keuze worden gemaakt uit de verschillende systemen. Dat zijn:
– traditionele producten zoals de acceptgiro, de (eenmalige) machtiging en de overschrijving
– de creditcard met of zonder SSL en SET
– de digitale bankrekening
– 'prepaid'-systemen zoals Cartio Micropayment en de www-bon.

De laatstgenoemde prepaid-systemen zijn nog in een pril stadium. De mondiale standaard voor betalen op internet is nog steeds de creditcard, waarbij meestal gebruik wordt gemaakt van het beveiligingsprotocol SSL. De bestelling wordt daarbij verwerkt door een aparte, sterk beveiligde server. Ook in Nederland is de creditcard het meest gebruikte systeem. Er zijn in Nederland al zo'n vijf miljoen mensen die rondlopen met een creditcard op zak.
De banken hebben inmiddels verschillende betaaldiensten in de aanbieding, zoals Rabo Direct Betalen en de e.Wallet van ABN Amro. De systemen zijn strenger beveiligd dan de creditcardbetalingen met SSL. Op zich is deze ietwat angstvallige houding van de banken wel begrijpelijk – met hun reputatie van bastion van financiële voortreffelijkheid kunnen ze zich geen problemen veroorloven. ABN Amro gebruikt bijvoorbeeld SET, een soort digitale handtekening. Het nadeel is dat de klanten er speciale apparatuur (zoals een chipkaartlezer) voor nodig hebben. Voor de winkelier zijn het bovendien nogal prijzige systemen. Winkeliers krijgen er wel wat voor terug: meer veiligheid.

Toch wil het nog niet erg lukken met de banksystemen. Het is ook niet zo moeilijk te bedenken waarom. Bij een buitenlandse bestelling (bijvoorbeeld een boek bij Amazon.com) heeft de consument er niks aan. Daar moet je de creditcard trekken. Bij een binnenlandse bestelling (een boek bij Bol.com) kun je een acceptgiro laten sturen. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan?

Is het nodig om het allemaal zelf te doen?
Inderdaad, het plaatsen van een internetkassa is een ingewikkelde zaak. Niet alleen moet je als ondernemer kiezen welk beveiligingsniveau wenselijk is, maar bovendien moet het gekozen systeem zo goed mogelijk aansluiten op de eigen administratieve processen, zodat de betaalgegevens makkelijk kunnen worden geïntegreerd. Ook op dat gebied lopen de systemen sterk uit elkaar. ECP.NL, de organisatie die de elektronische handel in Nederland wil bevorderen, komt binnenkort met een rapport waarin de beschikbare betaalmogelijkheden naast elkaar worden gezet, en dan hebben we het dus over een vergelijkende studie van zestig pagina's.

Je hoeft echter niet alles zelf te doen. Van alle computertoepassingen behoort e-commerce tot de applicaties die het vaakst worden uitbesteed. Voor veel bedrijven is het openen van een webwinkel immers nog een experiment, waarvan de winstgevendheid nog moet blijken. Zware investeringen zijn onverstandig.
Je kunt de hele winkel inclusief betalingen en administratie outsourcen, maar een veelgebruikte oplossing is dat alleen voor het betalingsverkeer een dienstverlener (een zogeheten payment service provider) wordt ingeschakeld. Bekende namen zijn Bibit en GlobalCollect. Sinds kort zijn ook de banken en creditcardmaatschappijen in deze markt gesprongen.

Het werkt eenvoudig: op de eigen website wordt een link geplaatst naar de site van de dienstverlener, waar de betaling verder wordt afgehandeld. Investeringen in hard- en software zijn niet nodig. De winkeliers kunnen zelf kiezen welke betaalsystemen aan hun klanten worden aangeboden. Daar hangt natuurlijk wel een prijskaartje aan: aanmeldingskosten, maandelijkse abonnementskosten en kosten per transactie. Tegen een meerprijs wil de dienstverlener nog wel enkele extra services verlenen, zoals het verifiëren van de kredietwaardigheid van de (potentiële) klanten.
Of uitbesteden lonend is, moet natuurlijk van geval tot geval worden bekeken, maar de beginnende internetwinkelier die geen zin heeft om het allemaal uit te zoeken, kan er veel baat bij hebben.

Waar blijven de internetscheidsrechters?
Bij het onderlinge handelsverkeer tussen bedrijven op internet wordt zoals gezegd nog vaak de factuur gebruikt. Dat betekent dat bedrijven er niet zo snel toe over zullen gaan te leveren aan bedrijven waarvan ze de identiteit niet kennen of moeilijk kunnen controleren – zoals buitenlandse bedrijven die via de website een bestelling doen. Dat is jammer, daarmee gaat de rol van internet als 'wereldwijde marktplaats' de mist in. De ontwikkeling van online exchanges, waar goederen en diensten worden geveild, wordt erdoor belemmerd.
Om deze vertrouwenskwestie op te lossen, zijn er 'internetscheidsrechters' nodig, die de betrouwbaarheid van de handelspartners kunnen bevestigen. In webjargon wordt dat een 'trusted third party' (TTP) genoemd. Niet alleen banken, maar ook telecom-, post- en andere bedrijven hebben zich de afgelopen jaren opgeworpen als TTP, maar bij gebrek aan een internationaal geaccepteerd systeem is deze dienstverlening nog nauwelijks van de grond gekomen. In de trage molens van de internationale overlegorganen is er gewerkt aan een richtlijn voor elektronische handtekeningen. Als alles meezit, wordt dat in Nederland dit jaar vertaald in een wet Elektronische Handtekening. Dat is tenminste een begin.

Van belang is verder een internationaal initiatief van een aantal grote banken (waaronder ABN Amro en ING), onder de naam Identrus. De bedoeling is dat de aangesloten banken certificaten uitgeven aan hun (zakelijke) klanten, die als zekerheidsgarantie fungeren. Met elektronische handtekeningen – met behulp van een chipkaart – moeten beveiligde financiële transacties mogelijk worden gemaakt. Identrus is goed op weg, maar het duurt nu eenmaal jaren voordat zo'n stelsel van internationale afspraken over de techniek en de onderlinge verrekeningen helemaal afgekaart is.

Intussen is er hoop uit een andere hoek: een speciaal voor internetveilingen ontwikkeld betaalsysteem genaamd 'escrow'. Deelnemers aan e-veilingen bleken namelijk niet altijd even betrouwbaar te zijn, en daar werd een oplossing op gevonden. Als een transactie op een veilingsite tot stand komt, stort de koper het bedrag op de rekening van de escrow, een neutrale dienstverlener. De verkoper krijgt een signaal dat het geld er is, en stuurt het product op. Pas als het is aangekomen, wordt het bedrag door de escrow op de rekening van de leverancier gestort. Zodoende hebben zowel de koper als de verkoper meer zekerheid.
De escrows die voor veilingen werken (in Nederland is Triple Deal actief) zijn nu bezig om dit soort diensten voor b2b e-commerce geschikt te maken.

Gaat het met e-billing net zo razendsnel?
De komst van de TTP's gaat met een slakkengangetje en hetzelfde geldt voor e-billing. E-billing wordt ook wel electronic bill presentment and payment genoemd, kortom het versturen van facturen via internet, die vervolgens meteen betaald kunnen worden. Ook hier geldt dat het een veelbelovende luchtballon is, die in de loop der jaren nauwelijks dichterbij gekomen is.

Met name voor bedrijven met grote klantenbestanden is het handig als ze hun facturen per e-mail kunnen versturen. Sommige bedrijven doen dat ook al. Telecommaatschappijen kunnen zo bijvoorbeeld flink wat postzegels uitsparen. Maar de banken worstelen met hun eigen rol in dit proces, en zijn nog niet met bijpassende diensten gekomen. Voor de consument zou het handig zijn als hij al zijn rekeningen op één webpagina bij elkaar had, en meteen kon betalen. Dat zou echter een grote onderlinge samenwerking van de banken vereisen, en zo ver zijn ze nog lang niet.
PTT Post heeft van deze situatie geprofiteerd en een voorsprong genomen met Privver, het eerste volwaardige Nederlandse e-billing initiatief. Privver was tot nu toe een proef, en wordt dit jaar verder uitgerold. De facturen online betalen kan echter nog niet.

Wordt mobiel betalen het helemaal?
Eén ding moet je de tech-sector nageven: als het met de ene hype een beetje tegenvalt, verzinnen ze wel een andere. De nieuwste hype is het mobiele internet, en daarbij hoort mobiel betalen. Dus wordt het ene na het andere verpletterde initiatief aangekondigd, en worden er de fraaiste verwachtingen uitgesproken.
Een kleine bloemlezing: Nokia brengt een 'elektronische portemonnee' aan in sommige mobiele telefoons. In de VS test Nokia een speciale chip waarmee je mobiel een hamburger kunt afrekenen. In Helsinki kunnen metrokaartjes met sms worden gekocht. Verschillende consortia van technologiebedrijven (MeT, PayCircle) zijn op zoek naar een gemeenschappelijke standaard voor mobiel betalen.

Het zou fantastisch zijn om de nieuwste cd van Anastasia via de gprs-telefoon te kunnen downloaden en beluisteren, waarbij het bedrag meteen wordt verrekend. Of om het parkeerbedrag te voldoen met de mobiele telefoon, in plaats van te moeten zoeken naar een parkeerautomaat die niet kapot is. Hiermee wordt in ons land al geëxperimenteerd. Te zijner tijd zullen dergelijke toepassingen er ook wel komen.
Maar de moraal van het verhaal met betrekking tot betalen via internet is toch dat het telkens veel langer duurt dan aanvankelijk verwacht, voordat alle betrokken partijen op één lijn zitten. Het zou naïef zijn om te denken dat het bij het mobiel betalen ineens anders zou zijn.


De geactualiseerde versie van het rapport Betalen op Internet van ECP.NL wordt op 6 maart gepresenteerd tijdens het Nationaal Elektronisch Betalen Congres in Den Haag.