Winkelmand

Geen producten in je winkelmand.

De MT500 winnaar van… 1915

Je leest nu: De MT500 winnaar van… 1915

Wat als… 100 jaar geleden ook al een MT500 zou bestaan? Wat zou dan het bedrijf zijn met de beste reputatie?

(Archiefbeeld van een olieopslag van Koninklijke Olie (het tegenwoordige Shell) in Nederlands Indië. Beeld: Tropenmuseum)

Riolering was er nog nauwelijks in Nederland. In 1915 reden nog gewoon karren met poepemmers door de straten. Ook het waterleidingnet stond nog in de kinderschoenen, de eerste wasmachine was net uitgevonden. De situatie van toen op een rij:

  • Er waren zo’n 4.000 auto’s op de wegen, minder dan 1 per 1.000 inwoners,
  • 75.000 telefoonabonnementen waren ingeschreven.
  • Zo’n 300 Nederlanders haalden dat jaar een diploma aan de universiteit,
  • Vrouwen hadden nog geen stemrecht,
  • Loodhoudende benzine kostte 8 cent per liter.
  • Frederick Taylor had net 4 jaar ervoor zijn beroemde boek Principles of Scientific Management geschreven,
  • De industriële revolutie was nog volop aan de gang, zeker in Nederland, dat redelijk achteraan liep.
  • De miljoenennota beliep 255 miljoen gulden, waaronder ‘bijzondere uitgaven’ voor 3 spoorlijnen, voor in totaal 3 ton.

Kortom: alles was anders in 1915. Slechts weinig lezers zullen erbij geweest zijn, en vrijwel niemand zal zich er iets van kunnen herinneren. Maar opvallend genoeg geldt dat niet voor ‘onze’ bedrijven. Veel bedrijven die nu hoge ogen gooien in de MT500, bestonden namelijk ook al in 1915. Ze blijken de tand des tijds goed te kunnen doorstaan. Al is de vorm waarin ze nu opereren wel vaak anders dan een eeuw geleden.

Shell

Shell bijvoorbeeld stond in die tijd nog bekend als Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch Indië, kortweg: ‘Koninklijke Olie’, een predicaat dat het bedrijf verdiende nog vóór de officiële oprichting, vanwege de ‘zedelijke aard’ van de onderneming. Kom daar nu nog eens om…

Het bedrijf stond destijds overigens onder leiding van Henri Deterding, die liefst 36 jaar aan het roer bleef. Nog zo’n feit dat je je nu nauwelijks meer kunt voorstellen. Deterding kreeg in 1900 als 34-jarige de leiding en bracht ‘de Koninklijke’ in de jaren die volgden voorbij het grote Standard Oil, het bedrijf van de roemruchte Rockefeller-dynastie.

Grote namen van toen

Deterding was destijds een onomstreden tycoon, net als veel andere namen van die tijd, die nog steeds ‘ons’ bedrijfsleven kleuren: Anton Philips, Anthony Fokker, Van Beuningen (SHV), Jurgens en Van den Bergh van de Margarine Unie, het latere Unilever.

Ook de financiële sector zoals we die nu kennen, bestond vrijwel helemaal al in 1915. Tenminste, in delen dan: in 1863 werd de Rotterdamse bank gesticht, 8 jaar later gevolgd door de Amsterdam Bank. Beide voorgangers van ABN Amro. En de Rabobank bestond al in diverse boerenleenbanken, gecentreerd in Eindhoven en Utrecht. De ING tenslotte kenden we destijds feitelijk nog onder de naam Rijkspostspaarbank, de bank die in 1881 door de overheid (!) werd opgericht om de spaarzin te bevorderen.

NatLab

Ook een bedrijf als Philips beleefde in de tijd rond de Eerste Wereldoorlog grote successen. De sportclub PSV was al in 1913 opgericht, om de vele werknemers ook in beweging te krijgen, en met het later beroemde NatLab (het Natuurkundig Laboratorium) werd in 1914 begonnen. Het bedrijf was vrijwel Europees marktleider met gloeilampen.

Heineken bestond ook al, en was ook toen al een succesvol brouwer, al kende het bedrijf in die tijd nog nauwelijks export. Dat kwam feitelijk pas ná de Eerste Wereldoorlog, toen het als een van de eerste merken in Amerika arriveerde, drie dagen nadat de drooglegging daar was afgeschaft.

Chemie

DSM was er natuurlijk ook al, toen nog bekend als ‘de Staatsmijnen’, het bedrijf voor de exploitatie van ondergrondse steenkoolreserves in Limburg. Het jaarverslag van 1915 meldt een omzet van 7,4 miljoen gulden (omgerekend nu 3,4 miljoen euro), bij 5.720 medewerkers, van wie 204 ‘beambten’ (inclusief de 3 directieleden) en 5516 ‘werklieden’.

Ook de voorlopers van AkzoNobel waren al volop actief, onder meer via de ook nu nog bekende verfproducent Sikkens, maar ook via een bedrijf als De Nederlandsche Cocaïnefabriek, een in Amsterdam gevestigd bedrijf dat op grote schaal cocaïne voor medicinale doeleinden produceerde. Ook novocaïne, morfine, en heroïne kwamen toen nog gewoon uit deze fabriek, die pas in 1970 door AkzoNobel werd overgenomen en die pas in 1975 het woord ‘cocaïne’ uit de bedrijfsnaam schrapte.

En dan was er natuurlijk ook al een bedrijf als Albert Heijn. Dat bedrijf timmerde in die tijd, bijna 30 jaar na oprichting, al flink aan de weg. Er waren zo’n 60 filialen, er was een assortiment van 300 artikelen (in die tijd zeer uitgebreid), en de eerste artikelen onder eigen merk werden geproduceerd. Aanvankelijk vanuit een koekjesbakkerij in de keuken van het oude herenhuis in Zaandam komt eigen Albert Heijn-suikerwerk, koek en banket de markt op, in 1913 gevolgd door de bouw van een echte fabriek, met een heteluchtoven om ontbijtkoek te produceren. De jaaromzet van het bedrijf bedraagt 2 miljoen gulden (ongeveer 0,006 procent van de huidige omzet).

Paard en wagen

Sommige grote bedrijven van nu bestonden in 1915 nog niet of vrijwel niet: de KLM stamt uit 1919, de Hoogovens zijn een jaar ouder, KPN was nog gewoon een staatsbedrijf onder de naam PTT (Posterijen, Telegrafie en Telefonie), en Douwe Egberts opende in dat jaar de eerste nevenvestiging, aan de Catharijnekade in Utrecht. De zakken ruwe koffie werden nog met paard en wagen naar de branderij aan de Catharijnekade gebracht.

Maar desondanks valt te concluderen dat al best goed het economisch landschap te ontwarren is zoals we dat nu nog kennen. Nederlandse bedrijven, zeker die uit die tijd, hebben dus blijkbaar de neiging goed overeind te blijven staan. Ze kunnen tegen een stootje.

Werkspoor

Maar zou de hypothetische MT500 van 1915 er dan écht vrijwel hetzelfde uit hebben gezien als die van 2015? Dat valt ook wel weer te bezien. Hoewel weinig grootmachten uit die tijd ten onder zijn gegaan, halen we er wel eentje uit: Werkspoor, de verkorte en later de officiële handelsnaam van de ‘Koninklijke Nederlandsche Fabriek van Werktuigen en Spoorwegmaterieel’, een grote Nederlandse machinefabriek, bekend van onder meer (scheeps)stoommachines, motoren en locomotieven.

Het bedrijf werd in 1828 opgericht door Paul van Vlissingen en Abraham Dudok van Heel met steun van koning Willem I. Hoewel de glorietijd van het bedrijf in 1915 al een beetje voorbij is, wordt er in 1910 bijvoorbeeld nog wel de eerste dieselmotor voor een zeegaand schip gebouwd, en wordt in 1916 in Utrecht een fabriekscomplex uit de grond gestampt waar 1.600 werknemers spoorrijtuigen en staalconstructies gaan maken.

Desondanks raakt het bedrijf wel steeds verder in de vergetelheid. In 1954 fuseert het met Stork, in 1989 gevolgd door een overname door het Finse concern Wärtsilä, dat tegenwoordig op haar 7 vestigingen in Nederland in totaal ruim 1.000 mensen aan het werk heeft. Werkspoor is dus nog niet helemaal verdwenen uit ons land, maar veel scheelt het niet: het Finse concern is in elk geval – helaas – niet te vinden in de MT500.

Het geeft maar aan: een hoge notering in de MT500 is nog geen garantie op blijvend succes. Maar afgaande op de geschiedenis: het helpt zeker wel, de grote namen van weleer zijn het immers in veel gevallen nog steeds…

Lees ook:

Dit artikel komt uit de meest recente printeditie van Management Team. Ben je nog geen abonnee? Vraag de huidige editie dan aan als gratis proefnummer.